RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11898984 \ CV FORM 25-6489
Uitspraakdatum: 25 februari 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
1. [verzoeker 1]
2. [verzoeker 2]
beiden wonende te [plaats]
verzoekende partij
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
easyJet Europe Airline GmbH
gevestigd te Wenen (Oostenrijk)
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)
1. Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
2. De feiten
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 28 september 2023 moest vervoeren van Ibiza Airport (Spanje) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EJU7892 (hierna: de vlucht).
De vlucht is uitgevoerd, maar de passagiers zijn niet meegevlogen.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Passagier sub 2 heeft het vermeende vorderingsrecht van zijn minderjarige kind [betrokkene] aan zichzelf gecedeerd.
3. Het geschil
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 1.938,02, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 september 2023 tot aan de dag van betaling van de hoofdsom; - € 290,70 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten.
De passagiers baseren hun verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege een instapweigering op de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 per passagier.Daarnaast verzoeken zij de vervoerder te veroordelen tot betaling van de door hen gemaakte meerkosten voor een alternatieve vlucht naar Amsterdam (€ 738,02).
De vervoerder betwist het verzochte. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
De passagiers hebben zich op het standpunt gesteld dat aan hen tegen hun wil de instap op de vlucht is geweigerd. De vervoerder heeft dit (gemotiveerd) betwist. De passagiers waren namelijk te laat bij de gate, aldus de vervoerder. De kantonrechter overweegt dat het tot de eigen verantwoordelijkheid van passagiers behoort om zich tijdig bij de gate te melden voor vertrek van hun vlucht, hetgeen zij hebben nagelaten. Het weigeren van instap wegens het te laat verschijnen bij de gate is geen instapweigering in de zin van de Verordening, maar het gevolg van het niet voldoen aan de instapvoorwaarden. Het verzoek van de passagiers zal daarom worden afgewezen. De overige verweren van de vervoerder behoeven derhalve geen bespreking meer.
Omdat de passagiers in het ongelijk worden gesteld zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De verzochte rente wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.5. De beslissing
De kantonrechter:
wijst het verzochte af;
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 217,00 aan salaris gemachtigde;en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 108,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datumin het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open