ECLI:NL:RBNHO:2026:2350

ECLI:NL:RBNHO:2026:2350

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 29-01-2026
Datum publicatie 09-03-2026
Zaaknummer 374043 HA RK 26-17
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Wraking
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Wrakingskamer. Uit de feiten volgt dat verzoekster het verzoek om wraking heeft gedaan nadat de voorzieningenrechter uitspraak in de hoofdzaak had gedaan. Dat een proces-verbaal van de uitspraak nog niet aan partijen is verzonden, betekent niet dat de voorzieningenrechter de zaak nog behandelt. De wrakingskamer kan haar verzoek tot wraking daarom niet meer inhoudelijk behandelen. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

beslissing

[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]

Wrakingskamer

zaaknummer / rekestnummer: 374043 HA RK 26-17

Beslissing van 29 januari 2026

Op het verzoek tot wraking ingediend door:

[verzoekster] ,

wonende te Bloemendaal,

verzoekster,

Het verzoek is gericht tegen:

mr. M. Jurgens,

hierna te noemen: de voorzieningenrechter.

1. Procesverloop

Verzoekster heeft op 22 januari 2026 bij e-mailbericht van 17.04 uur de wraking verzocht van de voorzieningenrechter in de bij deze rechtbank, team Bestuur Algemeen / VK, aanhangige zaak met als zaaknummer HAA 26/289, hierna te noemen: de hoofdzaak. Wederpartij in de hoofdzaak is het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bloemendaal.

De voorzieningenrechter heeft op maandag 26 januari 2026 op verzoek van de wrakingskamer inlichtingen verstrekt.

De wrakingskamer heeft verzoekster op 26 januari 2026 in de gelegenheid gesteld op de inlichtingen te reageren. Verzoekster heeft op dinsdag 27 januari 2026 gereageerd.

2. De beoordeling

Op grond van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter die de zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Die bepaling brengt mee dat een verzoek tot wraking alleen inhoudelijk kan worden behandeld als een rechter de zaak nog behandelt. Zodra de rechter uitspraak heeft gedaan, is geen sprake meer van behandeling van de zaak door die rechter.

De voorzieningenrechter heeft de hoofdzaak behandeld op de zitting van 22 januari 2026. Verzoekster heeft de zitting op aandringen van de voorzieningenrechter gedurende de behandeling verlaten. De houding en bejegening van verzoekster vormden daarvoor, aldus de voorzieningenrechter, de aanleiding. De rechter heeft daarna, rond 15.40 uur, buiten aanwezigheid van verzoekster mondeling uitspraak gedaan op het verzoek om voorlopige voorziening in de hoofdzaak.

In haar reactie van 27 januari 2026 is verzoekster inhoudelijk ingegaan op haar verzoek tot wraking. Op het feit dat zij haar verzoek heeft ingediend nadat de voorzieningenrechter uitspraak had gedaan en de procesrechtelijke consequenties daar van, is zij niet ingegaan.

Uit de feiten volgt dat verzoekster het verzoek om wraking heeft gedaan nadat de voorzieningenrechter uitspraak in de hoofdzaak had gedaan. Dat een proces-verbaal van de uitspraak nog niet aan partijen is verzonden, betekent niet dat de voorzieningenrechter de zaak nog behandelt. De wrakingskamer kan haar verzoek tot wraking daarom niet meer inhoudelijk behandelen. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is, beslist de wrakingskamer om het verzoek zonder zitting af doen. Artikel 8:18, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, zoals dat vanaf 1 januari 2026 luidt, maakt dat mogelijk.

De rechtbank zal het verzoek niet-ontvankelijk verklaren. Daarmee is het verzoek tot wraking afgedaan. De voorzieningenrechter dient in de hoofdzaak nog wel het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak aan partijen te zenden.

3. Beslissing

De rechtbank

verklaart het verzoek tot wraking van de rechter niet-ontvankelijk,

beveelt de griffier onverwijld aan verzoekster, de voorzieningenrechter en de wederpartij in de hoofdzaak een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden.

Deze beslissing is gegeven door mr. R.H.M. Bruin, voorzitter, mr. E. Jochem en mr. H.A. Pott Hofstede, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van B.R. van Tongeren, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2026.[concipiƫnt_initialen]

griffier voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. R.H.M. Bruin
  • mr. E. Jochem
  • mr. H.A. Pott Hofstede

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?