Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 februari 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Cocensus, verweerder.
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/1523
(gemachtigde: mr. P.J. de Groen),
en
Procesverloop
Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2024 een aanslag reclamebelasting opgelegd.
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de aanslag gehandhaafd.
Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 januari 2026 te Haarlem.
Namens eiseres is de gemachtigde verschenen, bijgestaan door [naam 1] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 2] .
Overwegingen
Feiten
1. Eiseres is opgericht op 29 maart 2001 en in het handelsregister zijn haar activiteiten omschreven als “Beheer van onroerend goed” en “Het beheren en beschikken over registergoederen”. In het bedrijfspand van eiseres wordt onder de naam [eiseres] een onderneming uitgeoefend waarvan de activiteiten bestaan uit het produceren, prepareren, verhandelen en vermarkten van bloembollen en vaste planten.
2. Het et desbetrebedrijfspand is geheel nieuw gebouwd in 2014 en bestaat uit ruimten voor bijeenkomsten, industrie en kantoor en heeft een totale gebruiksoppervlakte van 12.818 m². Een deel van de gevels van het pand is bedekt met blauwe gevelplaten. Voor het beweegbare toegangshek staat een zuil met daarop de twee bedrijfslogo’s en het adres van de onderneming. De bedrijfslogo’s bestaan uit de in blauwe letters weergegeven bedrijfsnaam met daarnaast – enigszins geabstraheerd weergegeven – op het ene logo een [afbeelding] en op het andere logo [afbeelding 2] .
3. Met dagtekening 31 december 2024 heeft verweerder eiseres de onderhavige aanslag opgelegd. Op het aanslagbiljet is onder meer het volgende vermeld:
Belasting/beschikking: Reclamebelasting
Periode: 1-1-2024 tot 1-1-2025
Objectnummer en omschrijving: [adres] , [postcode] [vestigingsplaats]
Berekend met: 204,80
Bedrag: € 15.000
4. Eiseres heeft tegen de aanslag bezwaar gemaakt. Bij de bestreden uitspraak op bezwaar heeft verweerder de aanslag gehandhaafd. Op 11 maart 2025 heeft eiseres daartegen langs digitale weg beroep ingesteld.
Geschil 5. In geschil is of de aanslag terecht en naar het juiste bedrag is opgelegd, waarbij meer specifiek in geschil is of de blauwe gevelbeplating onderdeel is van een reclame-uiting.
6. Eiseres stelt dat de aanslag ten onrechte is opgelegd en heeft daarvoor aangevoerd dat in 2014 de architect van het bedrijfspand heeft gekozen voor blauwe gevelbeplating in de kleur RAL 5002, terwijl de reclamebelasting pas in 2024 is ingevoerd. De blauwe gevelbeplating was en is niet bedoeld om daarmee reclame te maken. De gevelbeplating heeft een andere kleur blauw dan het blauw in de bedrijfslogo’s dat wordt gebruikt als de bedrijfskleur. Vanaf de openbare weg is het logo van de onderneming niet goed zichtbaar en bovendien is dit logo aangebracht op het deel van de gevel dat in een rode kleur is uitgevoerd. Verder stelt eiseres dat het bedrijfspand niet zichtbaar is vanaf de openbare weg in de zin van de Verordening omdat het staat aan het einde van een doodlopende weg.
7. Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vernietiging van de aanslag.
8. Verweerder stelt dat de aanslag terecht en naar het juiste bedrag is opgelegd en heeft daarvoor aangevoerd dat de kleur blauw van de gevelbeplating nagenoeg gelijk is aan die van de bedrijfslogo’s en bij de gevelbeplating dus sprake is van een bedrijfskleur die volgens de jurisprudentie meegenomen kan worden in de reclamebelasting. De door verweerder overgelegde foto’s zijn genomen vanaf de openbare weg en daaruit blijkt dat de gevelbeplating vanaf de openbare weg zichtbaar is. Verder stelt verweerder dat uit een nameting is gebleken dat de oppervlakte van de blauwe gevelbeplating 310,60 m² is, en dus groter dan de 204,80 m² waarmee is gerekend, maar daarmee nog steeds valt binnen de tariefklasse voor 200 m² tot 400 m².
9. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.
Beoordeling van het geschil
10. Bij besluit van 23 november 2023 heeft de raad van de gemeente [gemeente] de Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting [gemeente] 2024 (hierna: de Verordening) vastgesteld.
11. De artikelen 1, 2 en 5 van de Verordening luiden als volgt:
“Artikel 1 Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. aankondiging: een openbare aankondiging in letters, cijfers, tekens, symbolen, logo’s, vormen, kleuren of een reclamevoorwerp, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg;
b. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij directe of indirecte steun vindt in of op de grond, en welke naar omstandigheden beoordeeld bij elkaar horen;
c. gevel: het gedeelte van een gebouw dat, met uitzondering van het dak, van buitenaf zichtbaar is;
d. openbare aankondiging: Een aankondiging is openbaar indien het publiek vanaf de openbare weg de aankondigingen visueel kan waarnemen;
e. weg: weg als bedoeld in artikel 1m eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet.
“Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam reclamebelasting wordt een directe belasting geheven voor een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg.”
“Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief
1. De reclamebelasting wordt geheven naar de oppervlakte van de openbare aankondiging.
2. Het tarief bedraagt per kalenderjaar waarin het belastbaar feit zich voordoet:
Voor openbare aankondigingen die zichtbaar zijn van de openbare weg gelden de volgende tarieven voor de opgetelde oppervlakten:
tot 25 m2 – € 0 per m2;
tussen 25 m2 en 50 m2 - € 750 euro;
tussen 50 m2 en 100 m2 - € 2.500 euro;
tussen 100 m2 en 200 m2 - € 7.500 euro;
tussen 200 m2 en 400 m2 - € 15.000 euro; en
groter dan 400 m2 € - 30.000 euro.”
12. Het geschil spitst zich toe op de vraag of het deel van de buitenmuren van het bedrijfspand dat is bedekt met de blauwe gevelplaten behoort tot een openbare (reclame)aankondiging als bedoeld in artikel 1, onder a en d, en artikel 2 van de Verordening. Uit hetgeen partijen ter zitting over en weer hebben aangevoerd is naar voren gekomen dat indien de blauwe gevelplaten daar niet toe behoren, de oppervlakte van hetgeen daar wel toe behoort minder is dan 25 m² en de aanslag daarom zou moeten worden vernietigd.
13. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres met hetgeen hij daarvoor heeft aangevoerd en aan stukken heeft overgelegd aannemelijk gemaakt dat de blauwe gevelplaten ooit om een architectonische reden zijn aangebracht en niet waren bedoeld om daarmee reclame te maken. Ook heeft eiseres voldoende aannemelijk gemaakt dat de gevelplaten een andere kleur blauw hebben dan het blauw van de bedrijfslogo’s dat als bedrijfskleur wordt gebruikt. Dit brengt dit de rechtbank tot het oordeel dat het deel van de buitenmuren van het pand dat is bedekt met de blauwe gevelplaten niet behoort tot een openbare aankondiging ter zake waarvan op grond van het daartoe bepaalde in de Verordening reclamebelasting is verschuldigd. Gelet op hetgeen is overwogen in 12 heeft dit tot gevolg dat het beroep gegrond is en de aanslag moet worden vernietigd. Al hetgeen partijen voor het overige hebben aangevoerd behoeft daarmee geen beoordeling meer.
Proceskosten
14. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868, namelijk 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934 en een wegingsfactor 1. Voor vergoeding van de kosten van het bezwaar is geen aanleiding omdat gesteld noch gebleken is dat eiseres in de bezwaarfase gebruik heeft gemaakt van professionele rechtsbijstand.
Beslissing
De rechtbank:
₋ verklaart het beroep gegrond;
₋ vernietigt de uitspraak op bezwaar;
₋ vernietigt de aanslag;
₋ bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
₋ veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.868;
₋ draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 385 aan eiseres te vergoeden;
₋ veroordeelt verweerder tot vergoeding van de wettelijke rente over de vergoeding van de proceskosten en het griffierecht vanaf vier weken na de openbaarmaking van deze uitspraak, dan wel, indien dit een later gelegen datum is, vier weken na de datum waarop de opgaaf van een bankrekening op naam van eiseres door verweerder is ontvangen tot aan de dag van algehele voldoening.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Walderveen, rechter, in aanwezigheid van
H. van Lingen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2026.
griffier voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift per post verzonden op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer).
U kunt digitaal beroep instellen via www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen: