RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11594740 \ CV EXPL 25-1750
Uitspraakdatum: 11 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn, Duitsland
eiseres
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft
gevestigd te Keulen, Duitsland
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigden: mr. J. Nooij en mr. N. van der Graaf (Russell Advocaten)
De zaak in het kort
AirHelp vordert compensatie van de vervoerder vanwege een vertraagde vlucht. Daardoor heeft een passagier een aansluitende vlucht gemist en is hij met een vertraging van meer dan drie uur op de bestemming aangekomen. De vervoerder stelt dat de vertraging het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden, namelijk (onder meer) vertraging bij het ijsvrij maken van het toestel en latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Het verweer slaagt en de vordering wordt afgewezen.
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 1 december 2024 vervoeren van Bilbao, Portugal, via Frankfurt, Duitsland, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vluchtcombinatie LH1443 en LH996.
De vervoerder heeft vlucht LH1443 van Bilbao naar Frankfurt (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft de aansluitende vlucht gemist en is omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee hij met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen.
De passagier heeft zijn eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 37,50 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht de compensatie moet voldoen van € 250,-.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.
De vervoerder voert aan dat de vlucht in kwestie onderdeel was van de rotatievlucht Frankfurt – Bilbao – Frankfurt (vluchtnummers LH1142 en LH1143). Vlucht LH1142 van Frankfurt naar Bilbao werd met een vertraging van 1 uur en 18 minuten uitgevoerd. Deze vertraging had de volgende oorzaken:- 1 uur en 10 minuten door het (wachten op) het ijsvrij maken van het toestel;- 5 minuten door een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding;- 2 minuten door een vertraagde vliegtuigsleper;- 1 minuut door een langere bloktijd.
Deze vertraging werkte met 1 uur en 13 minuten door op de vlucht in kwestie. Vervolgens kreeg de vlucht in kwestie een latere vertrektijd opgelegd door de luchtverkeersleiding. Hierdoor is de vlucht met 1 uur en 40 minuten vertraging vertrokken en met 1 uur en 32 minuten vertraging aangekomen. Daardoor miste de passagier de aansluitende vlucht. De passagier is omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee hij met een vertraging van meer dan drie uur op de bestemming is aangekomen.
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder voldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat de vertraging van vlucht LH1142 voor de duur van 1 uur en 10 minuten het gevolg was van (het wachten) op het ijsvrij maken van het toestel (de-icing). Zowel het wachten op het ijsvrij maken als het ijsvrij maken zelf kunnen een buitengewone omstandigheid vormen, mits dat voldoende wordt onderbouwd. Het is daarbij aan de betrokken luchtvaartmaatschappij om omstandigheden aan te voeren waarom het ijsvrij maken van het toestel in het betreffende geval niet inherent was aan de normale uitvoering van de bedrijfsactiviteit van deze luchtvaartmaatschappij en dat zij daarop ook geen daadwerkelijke invloed kon uitoefenen. Dat geldt ook voor eventuele congestie op de luchthaven of problematiek bij de grondafhandelaar in de uitvoering daarvan.
In dit geval heeft de vervoerder voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de omstandigheden bij vlucht LH1142 waren aan te merken als buitengewoon. Met name heeft hij voldoende onderbouwd dat er congestie ontstond op de luchthaven, waardoor er een lange wachttijd ontstond. AirHelp heeft deze (feitelijke) gang van zaken ook niet betwist. Naar het oordeel van de kantonrechter kon in dit geval daarom niet van de vervoerder verwacht worden dat hij met deze omstandigheden rekening hield in de planning van de vlucht. Daarmee was de vertraging van vlucht LH1142 voor de duur van 1 uur en 10 minuten het gevolg van buitengewone omstandigheden.
Daarnaast heeft de vervoerder voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vertraging van vlucht LH1142 met vijf minuten is opgelopen door een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding. De enkele omstandigheid dat het vluchtrapport een intern document betreft, betekent niet, zoals AirHelp aanvoert, dat hieraan een lage(re) mate van bewijskracht toekomt. Als de luchtverkeersleiding een toestel een latere vertrektijd oplegt, heeft dit niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden opgevolgd. Dit is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder. Daarmee was ook dit gedeelte van de vertraging van vlucht LH1142 het gevolg van buitengewone omstandigheden.
De vervoerder heeft verder voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vertraging van vlucht LH1142 voor de duur van 1 uur en 13 minuten doorwerkte op de vlucht in kwestie. Omdat daarbij 5 minuten zijn ingehaald, kunnen de oorzaken van de overige vertraging van vlucht LH1142 in het midden blijven.
De vervoerder heeft tot slot voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de overige vertraging van de vlucht in kwestie het gevolg was van een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding, hetgeen, zoals hiervoor overwogen, in beginsel een buitengewone omstandigheid is. AirHelp heeft dit onvoldoende gemotiveerd betwist. De achterliggende reden voor het opleggen van de beperking (in dit geval de weersomstandigheden) doet niet af aan de plicht van een luchtvaartmaatschappij om de instructies van de luchtverkeersleiding altijd op te volgen. Daarmee was de gehele vertraging van de vlucht in kwestie het gevolg van buitengewone omstandigheden. Vast staat dat de passagier hierdoor de aansluitende vlucht heeft gemist. De langdurige vertraagde aankomst van de passagier op de eindbestemming was het gevolg van (de doorwerking) van buitengewone omstandigheden.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. De vervoerder stelt in dit verband dat hij de vertraging niet kon voorkomen maar dat hij onderweg zo veel mogelijk tijd heeft ingehaald. Daarnaast heeft hij de passagier omgeboekt op de eerst beschikbare alternatieve vlucht naar de eindbestemming.
Het verweer slaagt. AirHelp heeft dit onvoldoende gemotiveerd betwist. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van de vervoerder kon worden verwacht. Daarmee heeft hij alle maatregelen getroffen. De vordering van AirHelp zal worden afgewezen.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten komen voor rekening van AirHelp, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
5. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 174,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder, en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 43,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,
vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter