ECLI:NL:RBNHO:2026:2599

ECLI:NL:RBNHO:2026:2599

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 12-03-2026
Datum publicatie 12-03-2026
Zaaknummer 11408462 \ CV EXPL 24-3104
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Tussenuitspraak
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Ambtshalve toetsing. Verstek. Tussenvonnis. Voldaan aan precontractuele informatieverplichtingen. Prijswijzigingsbeding vooralsnog oneerlijk. Incassokostenbeding eveneens oneerlijk en vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Zaanstad

Zaaknr./rolnr.: 11408462 \ CV EXPL 24-3104

Uitspraakdatum: 12 maart 2026

Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

BMW Financial Services Nederland B.V.

te Breda

de eisende partij

gemachtigde: Jongejan Wisseborn gerechtsdeurwaarders

tegen

[gedaagde]

te [plaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1. De procedure

De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2. De beoordeling

De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 1.084,17, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.

De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.

Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten

De eisende partij heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten.

Ambtshalve toetsing van oneerlijke bedingen

De kantonrechter moet onderzoek doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Algemene voorwaarden kunnen ook in de overeenkomst zelf zijn opgenomen. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).

Artikel 5 van de overeenkomst bevat een prijswijzigingsbeding. Dat luidt als volgt:‘5.2 Lessor heeft in de volgende gevallen het recht de Leaseprijs na aflevering aan te passen:

Als de verzekeringspremies (…) of andere door de overheid opgelegde kosten verhoogd worden. Ook brengt Lessor u eventuele hieruit voortkomende rentekosten in rekening. U krijgt 30 dagen van tevoren bericht hierover. (…)

Als de reparatie- en onderhoudskosten verhoogd worden. Lessor mag deze verhoging alleen doorvoeren als het arbeidsloon en de prijzen van onderdelen samen in één kalenderjaar meer dan 3% zijn gestegen ten opzichte van het prijsniveau op het moment dat de Overeenkomst met u werd afgesloten. Voor de vaststelling van het stijgingspercentage wordt uitgegaan van de gegevens van de BOVAG en het Centraal Bureau voor de Statistiek. Deze gegevens zijn bindend. Als geen van deze instanties gegevens verstrekt, baseert Lessor zich op vergelijkbare gegevens die volgens Lessor een goede benadering zijn.’

Dit beding valt onder punt 1 onder j en l en punt 2 sub b en d van de bijlage bij Richtlijn 93/13/EEG. Deze bijlage bevat een indicatieve en niet uitputtende lijst van bedingen die als oneerlijk kunnen worden aangemerkt. Op grond van deze punten in samenhang met vaste jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie is een prijswijzigingsbeding slechts aanvaardbaar wanneer de gronden voor de prijswijziging in de overeenkomst of algemene voorwaarden worden genoemd en deze een geldige reden voor wijziging vormen. Het beding moet ook voldoen aan het transparantievereiste. Dit transparantievereiste moet ruim worden uitgelegd, en impliceert dat een normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde consument bij het sluiten van de overeenkomst in staat moet worden gesteld om de concrete werking van het beding te begrijpen, en op basis van duidelijke en begrijpelijke criteria de – mogelijk aanzienlijke – economische gevolgen van het beding voor zijn financiële verplichtingen te beoordelen. De bedingen dienen duidelijk en begrijpelijk te zijn opgesteld. Het betrokken beding moet voor de consument niet alleen grammaticaal duidelijk en begrijpelijk zijn, maar de economische redenen voor de toepassing van het contractuele beding en het verband van dat beding met andere bedingen van de overeenkomst moeten voor die consument eveneens duidelijk en begrijpelijk zijn. De consument dient verder een reële mogelijkheid te hebben om de overeenkomst op te zeggen in het geval van een eenzijdige wijziging.

Aan de hiervoor genoemde vereisten voldoet het prijswijzigingsbeding niet. Weliswaar wordt bij de vaststelling van de hoogte van de reparatie- en onderhoudskosten – die kennelijk in de leaseprijs verwerkt zijn – aangeknoopt bij de indexen van de BOVAG dan wel het CBS, maar het staat de eisende partij ook vrij bij gebreke aan deze gegevens de prijs te wijzigen aan de hand van ‘vergelijkbare gegevens’. Welke gegevens dat zijn wordt niet gespecificeerd, hetgeen de eisende partij in staat stelt om naar eigen inzicht de prijs te wijzigen. Daarmee zijn de economische gevolgen van de toepassing van dit beding onduidelijk. Bovendien is niet gebleken dat de consument bij een prijswijziging de mogelijkheid heeft om de overeenkomst op te zeggen.

Gelet hierop wordt dit beding vermoed oneerlijk te zijn. De kantonrechter is daarom voornemens om het prijswijzigingsbeding te vernietigen en het gedeelte van de gevorderde leaseprijzen dat hoger is dan de oorspronkelijk overeengekomen leaseprijs af te wijzen. De eisende partij zal in de gelegenheid worden gesteld om zich uit te laten over dit voorlopig oordeel. Hetzelfde geldt voor het prijswijzigingsbeding in artikel 4.3 van de algemene voorwaarden, dat gelijkluidend is aan dit beding in de overeenkomst.

De eisende partij stelt dat op de overeenkomst de ‘Algemene voorwaarden keurmerk private lease’ (hierna: de keurmerkvoorwaarden) van toepassing zijn. Dit standpunt volgt de kantonrechter niet. Uit de overeenkomst blijkt immers dat alleen de ‘Algemene voorwaarden private lease’ (hierna: de algemene voorwaarden) van de eisende partij en de ‘Verzekeringsvoorwaarden’ van toepassing zijn. De keurmerkvoorwaarden worden niet in de overeenkomst genoemd. Bovendien is de overgelegde kopie van de algemene voorwaarden geparafeerd door de gedaagde partij en die van de keurmerkvoorwaarden niet. Daarom gaat de kantonrechter ervan uit dat de keurmerkvoorwaarden niet op de overeenkomst van toepassing zijn en zal de kantonrechter deze niet toetsen op (on)eerlijkheid.

Artikel 3.5 van de algemene voorwaarden betreft een incassokostenbeding. Dat luidt als volgt:

‘3.5. Als u niet of niet op tijd een betalingsverplichting bent nagekomen, dan heeft Lessor het recht de vordering uit handen te geven aan onder meer incassobureau. Alle buitengerechtelijke incassokosten zijn dan voor uw rekening. (…)’.

De formulering van dit beding suggereert dat het beding dat de incassokosten al verschuldigd zijn zodra de vordering uit handen wordt gegeven, terwijl de wettekst voorschrijft dat éérst nog een zogenoemde veertiendagenbrief moet worden verstuurd. Hiervan mag niet worden afgeweken. Op dat punt is het beding onduidelijk en voldoet het niet aan de wettelijke vereisten. Uit het woord ‘betalingsverplichting’ kan niet worden afgeleid dat dit de verplichting van de huurder inhoudt om binnen de wettelijke betalingstermijn van veertien dagen zoals bedoeld in de veertiendagenbrief over te gaan tot algehele betaling. Dat de eisende partij wel een veertiendagenbrief aan de gedaagde partij heeft verstuurd en in zoverre feitelijk heeft voldaan aan artikel 6:96 lid 5 BW, doet daaraan niet af. Of de eisende partij de consument ook daadwerkelijk aan de bedongen afspraken houdt, is voor de beoordeling van de (on)eerlijkheid van het beding namelijk niet relevant. Daarmee is het beding oneerlijk.

De eisende partij heeft zich in de dagvaarding op het standpunt gesteld dat het beding niet oneerlijk is. De kantonrechter gaat er daarom vanuit de eisende partij geen behoefte heeft om zich daar verder nog over uit te laten. De kantonrechter volgt de eisende partij niet in haar standpunt gelet op hetgeen hiervoor is overwogen en vernietigt artikel 3.5 van de algemene voorwaarden. Dat betekent dat de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.

De overige bedingen uit de algemene voorwaarden die op de vordering van toepassing zijn, te weten de artikelen 3.3., 4.2, 8.5, 14.2 en 15.2, zijn door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.

Conclusie

De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel omtrent de oneerlijkheid van het hiervoor genoemde beding.

Als aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die hij geraden acht.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3. De beslissing

De kantonrechter:

verwijst de zaak naar de rol van 9 april 2026 om de eisende partij in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel zoals hiervoor is overwogen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W.S.J. Thijs

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand