ECLI:NL:RBNHO:2026:2788

ECLI:NL:RBNHO:2026:2788

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 10-03-2026
Datum publicatie 17-03-2026
Zaaknummer 15/317737-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

Poging diefstal met geweld na Marktplaats-afspraak. Toepassing ASR. Aangever herinnert zich het niet meer. Verwerping verweer vrijwillige terugtred ex. art. 46b. Deels voorwaardelijke straf met bijz vw + dadelijke uitvoerbaarheid. Beslissing beslag telefoon. Vordering BP toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/317737-25 (P)

Uitspraakdatum: 10 maart 2026

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 24 februari 2026 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres 1].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. J.A. Zwinkels en van wat de verdachte en zijn raadsman mr. J. Vermaat, advocaat te Rotterdam, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is, samengevat, primair ten laste gelegd dat hij op 13 november 2025 in Heerhugowaard een laptop met geweld heeft gestolen van [benadeelde], door naar zijn huis te gaan, de laptop uit zijn handen te trekken, hem te slaan in het gezicht en te duwen en vervolgens weg te rennen.

Subsidiair is hem ten laste gelegd een poging tot deze diefstal met geweld.

De volledige tenlastelegging is opgenomen in Bijlage 1.

2. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de zaak, de officier van justitie is ontvankelijk en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3. Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het primair tenlastegelegde en tot bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde. Naar de mening van de officier van justitie is sprake van een poging tot diefstal met geweld, omdat kan worden bewezen dat de verdachte de laptop uit de handen van de aangever heeft gepakt en hem daarna tegen het hoofd heeft geslagen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor het primair tenlastegelegde. Er is geen sprake van een voltooide diefstal, omdat de verdachte zich geen feitelijke heerschappij over de laptop heeft verschaft.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak primair ten laste gelegde feit Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat sprake is van een voltooide diefstal. Nadat de verdachte de plaats delict is ontvlucht, is de laptop op de oprit voor het huis van de aangever aangetroffen. De verdachte heeft de laptop dus niet meegenomen. Niet is gebleken dat de verdachte op een eerder moment een zodanige heerschappij over de laptop heeft gehad dat de diefstal als voltooid kan gelden. De rechtbank zal de verdachte dan ook van het primair ten laste gelegde feit vrijspreken.

Bewezenverklaring subsidiair ten laste gelegde poging

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde op grond van de bewijsmiddelen die in Bijlage 2 bij dit vonnis staan en licht dit hieronder toe.

Bewijsmotivering poging tot diefstal met geweld

De bewijsbeslissing van de rechtbank berust op de volgende, op de bewijsmiddelen gebaseerde feiten en omstandigheden.

De aangever heeft via Marktplaats een laptop te koop aangeboden en in de avond van 13 november 2025 met een geïnteresseerde bij de aangever in de straat afgesproken. Nadat de aangever bericht had gekregen dat de geïnteresseerde in de straat was, is hij met de laptop vanuit zijn slaapkamer naar beneden gelopen. Dit is het laatste wat de aangever zich vanaf enig moment nog van het incident kon herinneren.

De aangever is de voordeur uitgelopen en heeft kort daarop zijn vader om hulp geroepen. Hierop is de vader van de aangever naar buiten gerend, zag de aangever en de verdachte in een worsteling op de grond liggen en heeft zich daarin gemengd. De verdachte is weggerend en de laptop is op de oprit achtergebleven. De zus van de aangever heeft de drie mannen zien worstelen en zag, toen de verdachte was weggerend, dat haar broertje een bebloed gezicht had. Hij vertelde haar kort daarna dat de verdachte de laptop uit zijn handen had gepakt en hem daarna had geslagen.

De verdachte heeft in zijn verhoor bij de politie verklaard dat het de bedoeling was dat hij de laptop van de aangever zou stelen en dat hij op enig moment een klap heeft gegeven aan de aangever.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan, in die zin dat

hij op 13 november 2025 te Heerhugowaard, gemeente Dijk en Waard, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een laptop, die aan [benadeelde] toebehoorde, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze voorgenomen diefstal te doen volgen van geweld tegen die [benadeelde], te plegen met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,- zich naar de woning van die [benadeelde] (aan de [adres 2]) heeft begeven en- een laptop uit de handen van die [benadeelde] heeft gepakt en vervolgens- die [benadeelde] tegen het hoofd heeft geslagen en vervolgens - is weggerend,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat sprake is van vrijwillige terugtred als bedoeld in artikel 46b van het Wetboek van Strafrecht (Sr). De verdachte heeft verklaard dat hij naar het adres van de aangever is gegaan omdat hij de laptop moest stelen, maar dat hij de laptop eigenlijk niet wilde wegnemen. Nadat hij de laptop van de aangever in handen kreeg, heeft hij deze daarom direct teruggegeven. Toen de aangever hem hierop vreemd aankeek, heeft de verdachte hem (uit paniek) een klap gegeven. Dat de verdachte deze klap heeft gegeven, doet juridisch dan niet meer ter zake. Deze was niet bedoeld om te kunnen vluchten. Ten aanzien van de diefstal, waarvan het geweld slechts een strafverzwarende component is, was de verdachte immers al vrijwillig teruggetreden.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat een beroep op vrijwillige terugtred niet kan slagen, omdat de verklaring van de verdachte geen steun vindt in het dossier en niet geloofwaardig is.

Het oordeel van de rechtbank

Ingevolge artikel 46b Sr bestaat een poging of voorbereiding niet, indien het misdrijf niet is voltooid ten gevolge van omstandigheden van de wil van de dader afhankelijk, de zogenaamde vrijwillige terugtred. Daarvoor is voldoende dat die omstandigheden aannemelijk zijn geworden.

De rechtbank is van oordeel dat het scenario dat de verdachte heeft geschetst niet aannemelijk is geworden, omdat hiervoor geen steun is te vinden in het dossier en het haaks staat op wat de aangever aan zijn zus heeft verteld. Het laat zich bovendien moeilijk denken dat de verdachte eerst uit eigen beweging het te stelen goed zou hebben teruggegeven om daarna de aangever een klap in het gezicht te geven. De rechtbank verwerpt dus dit verweer.

Ook overigens is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken.

Het bewezenverklaarde levert op:

poging tot diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

5. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is daarom strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat, in lijn met het advies van de reclassering, het jeugdstrafrecht moet worden toegepast. De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie van 25 dagen waarvan 14 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, met een proeftijd van twee jaar. Daarbij heeft de officier van justitie gevorderd aan het voorwaardelijk deel de bijzondere voorwaarden te verbinden zoals geadviseerd door de reclassering en om die voorwaarden en het daarop uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar te verklaren. Daarnaast heeft de officier van justitie een werkstraf van 60 uur gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ook de toepassing van het jeugdstrafrecht bepleit en verzocht bij een strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De raadsman heeft verzocht aansluiting te zoeken bij het oriëntatiepunt voor straftoemeting jeugd van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht voor een poging tot diefstal met geweld, zijnde een werkstraf van 60 uur.

Oordeel van de rechtbank

De Wet Adolescentenstrafrecht (ASR)

De verdachte was ten tijde van het plegen van het feit 18 jaar en dus meerderjarig. Uitgangspunt is dat op eenieder die ten tijde van het strafbare feit meerderjarig is het volwassenstrafrecht wordt toegepast. De rechtbank kan echter op grond van artikel 77c Sr het sanctierecht voor jeugdigen toepassen bij een verdachte die ouder is dan 18 jaar maar niet ouder dan 23 jaar, indien de persoon van de verdachte of de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd hiervoor aanleiding geven.

De reclassering heeft in haar rapport van 17 februari 2026 geadviseerd het jeugdstrafrecht toe te passen. Zij ziet indicaties hiervoor op het gebied van de handelingsvaardigheden en de pedagogische mogelijkheden van de verdachte. De verdachte lijkt de consequenties van zijn handelen niet altijd te overzien en er zijn aanwijzingen voor impulsiviteit bij de verdachte. Ook lijkt hij makkelijk (negatief) beïnvloedbaar door bekenden. Daarnaast begrijpt de rechtbank uit het rapport van de reclassering dat ook positieve beïnvloeding van de verdachte nog mogelijk is, nu sprake is van een steunend en betrokken systeem.

De rechtbank is, gelet op het advies van de reclassering en de indruk die de verdachte op zitting heeft gemaakt, van oordeel dat het jeugdstrafrecht moet worden toegepast. Dit is van belang voor een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte en ook in het belang van de maatschappij, om de verdachte ervan te weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan strafbare feiten.

Motivering van de straf

Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek op de zitting is gebleken.

Ernst van het feit

De verdachte heeft zich op 13 november 2025 schuldig gemaakt aan een poging tot diefstal met geweld. Onder valse voorwendselen is een afspraak met het slachtoffer gemaakt om van hem een laptop te kopen. De verdachte heeft vervolgens ’s avonds laat bij de woning van het slachtoffer de laptop gepakt en hem op zijn hoofd geslagen. Na een worsteling op de oprit is de verdachte gevlucht. De op de oprit achtergelaten laptop bleek daarna beschadigd. Mede uit de toelichting op de schadevergoedingsvordering blijkt welke impact dit incident op het slachtoffer heeft gehad. Tot op heden kan hij zich niets meer herinneren van de mishandeling en hij heeft zes weken zijn werk als chauffeur in opleiding niet kunnen doen. Ook merkt hij dat hij nog vergeetachtig is en moeite heeft om zich te concentreren. De rechtbank kan niet anders dan concluderen dat de verdachte niet heeft stilgestaan bij de mogelijke gevolgen voor het slachtoffer. De rechtbank rekent dit de verdachte aan.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft gelet op het strafblad (Uittreksel Justitiële Documentatie) van de verdachte, gedateerd 12 februari 2026. Daaruit blijkt dat hij niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld en dit weegt dus niet in het nadeel mee.

Ook heeft de rechtbank gekeken naar het al genoemde reclasseringsrapport. De reclassering ziet risico’s op het gebied van financiën en in het sociale netwerk van de verdachte en in zijn beïnvloedbaarheid. Ook acht de reclassering het vanwege risicovolle signalen op het gebied van het psychosociaal functioneren van de verdachte van belang dat daarnaar meer diagnostisch onderzoek wordt gedaan. Dit onderzoek is in het kader van het huidige, recent gestarte schorsingstoezicht nog niet verricht. Hoewel de verdachte ook vrijwillig zou zijn gestart met een emotieregulatie- en weerbaarheidstherapie, is het voor de reclassering niet mogelijk geweest om deze behandeling te verifiëren en te toetsen of het recidiverisico daarmee voldoende afneemt. Om die reden heeft de reclassering naast enkele andere bijzondere voorwaarden, zoals een contact- en locatieverbod, ook verplichte ambulante behandeling geadviseerd.

De verdachte heeft zich bereid verklaard aan de geadviseerde voorwaarden mee te werken.

De op te leggen straf

Alles overziend acht de rechtbank, conform de eis van de officier van justitie, een jeugddetentie voor de duur van 25 dagen waarvan 14 dagen voorwaardelijk en met aftrek van voorarrest, passend en geboden. Het onvoorwaardelijk deel van de op te leggen jeugddetentie is gelijk aan de duur van het voorarrest. Aan het voorwaardelijk deel zal de rechtbank een proeftijd van twee jaar verbinden om de verdachte ervan te weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit. Aan het voorwaardelijk strafdeel zullen ook de bijzondere voorwaarden worden verbonden zoals geadviseerd door de reclassering. Daarnaast acht de rechtbank het passend om een werkstraf op te leggen van 60 uur.

Dadelijke uitvoerbaarheid

Zonder een beschermend kader van bijzondere voorwaarden moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank baseert dit op de in het reclasseringsrapport benoemde zorgen over het psychosociaal functioneren van de verdachte. Daarom beveelt de rechtbank dat de aan de voorwaardelijke veroordeling te verbinden bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn.

7. Bijkomende straf

De rechtbank is van oordeel dat het onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten de GSM iPhone, moet worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de zitting is gebleken dat de poging tot diefstal met geweld met behulp van deze telefoon, die aan de verdachte toebehoort, is begaan of voorbereid, aangezien het marktplaatsgesprek met de aangever op deze telefoon is gevoerd.

8. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Inleiding

[benadeelde] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 1.124,80, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 324,80 voor vergoeding van materiële schade en € 800,00 voor vergoeding van immateriële schade (smartengeld). De materiële schade bestaat uit reparatiekosten in verband met schade aan de laptop en een onherstelbaar beschadigde broek. Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Standpunten

De officier van justitie acht de vordering voldoende onderbouwd zodat deze in zijn geheel toegewezen moet worden. De verdediging heeft de vordering niet betwist.

Oordeel van de rechtbank

De vordering tot vergoeding materiële schade is voldoende onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bewezen verklaarde feit, voor het gevorderde bedrag. Nu de verdediging de schade ook niet heeft betwist, wijst de rechtbank de vordering tot vergoeding van materiële schade geheel toe.

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b van het Burgerlijk Wetboek onder meer mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen. In dit geval staat vast dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen als gevolg van de poging tot diefstal met geweld. Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken worden toegekend als schadevergoeding, is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde vergoeding billijk is. De rechtbank wijst daarom ook dit deel van de vordering van de benadeelde partij toe.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor hem doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 1.124,80 aan de Staat moet betalen. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 november 2025 tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald.

De betalingen die de verdachte aan de Staat verricht, komen in mindering op de betalingsverplichting aan de benadeelde partij. De verdachte mag de schadevergoeding ook rechtstreeks betalen aan de benadeelde partij. Als hij dat heeft gedaan, is hij niet langer verplicht om aan de Staat te betalen.

Gijzeling

Als een verdachte niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast. Gelet op de toepassing van het jeugdstrafrecht, vindt de rechtbank het echter niet passend om gijzeling (van de in het volwassenenstrafrecht gebruikelijke elf dagen) aan de schadevergoedingsmaatregel te verbinden. De rechtbank bepaalt de duur van de gijzeling daarom op nul dagen.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

33, 33a, 36f, 45, 77c, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 312 Sr.

10. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte primair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 25 (vijfentwintig) dagen.

Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 14 (veertien) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat:

Begeleiding door jeugdreclassering

De verdachte werkt mee aan het toezicht door de jeugdreclassering en meldt zich op afspraken met de jeugdreclassering zo vaak de jeugdreclassering dat nodig vindt.

Ambulante behandeling

De verdachte laat zich gedurende de proeftijd behandelen door de Waag, Youz of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. Ook werkt hij mee aan diagnostiek. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden en/of andere problematiek.

Contactverbod

De verdachte zal gedurende de proeftijd geen contact zoeken of hebben – direct of indirect – met [benadeelde], geboren op 1 januari 2006.

Locatieverbod (zonder elektronisch toezicht)

De verdachte bevindt zich gedurende de proeftijd niet in de plaats Heerhugowaard.

Dagbesteding

De verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van opleiding, betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur.

Ambulante begeleiding

De verdachte laat zich begeleiden door Coach E25, Geerlings en Benard, Next Step Coach, Coach Vooruit of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De begeleiding duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de begeleiding.

Geeft aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West de opdracht als bedoeld in artikel 77aa, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de verdachte gedurende de proeftijd – ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.

Beveelt dat de op grond van artikel 77z Sr gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 77aa Sr uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde jeugddetentie is in dit geval gelijk aan de door de verdachte in voorarrest doorgebrachte tijd.

Veroordeelt de verdachte tot het verrichten van 60 (zestig) uren werkstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 30 (dertig) dagen jeugddetentie.

Beslag

Verklaart verbeurd: 1 STK GSM iPhone (voorwerpnummer: 1796593).

Benadeelde partij

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde] geleden schade van € 1.124,80, bestaande uit € 324,80 als vergoeding voor de materiële en € 800,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 november 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [benadeelde] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.124,80, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 november 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt ten aanzien van de opgelegde schadevergoedingsmaatregel dat indien volledige betaling of volledig verhaal van het verschuldigde bedrag uitblijft gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 (nul) dagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Voorlopige hechtenis

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. Goedhart, voorzitter,

mr. C.H. de Jonge van Ellemeet en mr. I.M. Hendriks, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. Bleijendaal,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 10 maart 2026.

Bijlage 1

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Primair

hij op of omstreeks 13 november 2025 te Heerhugowaard, gemeente Dijk en Waard,

op de openbare weg ([adres 2]),

een laptop, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde], in

elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om

het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld

en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht

mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

-zich naar de woning van die [benadeelde] (aan de [adres 2]) te begeven en/of

-een laptop uit de handen van die [benadeelde] te trekken en/of pakken en/of

(vervolgens)

-die [benadeelde] in/op/tegen het gezicht, althans het hoofd, te slaan en/of te

stompen en/of

-die [benadeelde] tegen het lichaam te duwen en/of te trekken en/of (vervolgens)

-weg te rennen;

Subsidiair

hij op of omstreeks 13 november 2025 te Heerhugowaard, gemeente Dijk en Waard,

op de openbare weg ([adres 2]),

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

een laptop in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde], in

elk geval aan een ander toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich

wederrechtelijk toe te eigenen en deze voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te

doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld

tegen die [benadeelde], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of

gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

-zich naar de woning van die [benadeelde] (aan de [adres 2]) heeft begeven en/of

-een laptop uit de handen van die [benadeelde] heeft getrokken en/of gepakt en/of

(vervolgens)

-die [benadeelde] in/op/tegen het gezicht, althans het hoofd, heeft geslapen en/of

gestompt en/of

-die [benadeelde] tegen het lichaam heeft geduwd en/of getrokken en/of (vervolgens)

-is weggerend,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Bijlage 2

De bewijsmiddelen

(…)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?