RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Alkmaar
Meervoudige kamer
Parketnummer: 14.010385.92
Uitspraakdatum: 20 januari 2026
Beslissing ex artikel 6:6:10 eerste lid Wetboek van Strafvordering (Sv)
op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling van
[betrokkene] ,
geboren op [datum] 1964 te [plaats].
thans verblijvende bij GGZ Centraal, locatie Kastanjehof, te Amersfoort,
hierna: de betrokkene,
met twee jaar.
1. De procedure
Bij vonnis van deze rechtbank van 31 augustus 1993 is aan de betrokkene de maatregel van
terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd, wegens, zakelijk weergegeven, meermaals beschadigen en onbruikbaar maken van goederen van anderen, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en poging tot doodslag.
De termijn van de terbeschikkingstelling nam een aanvang op 15 september 1993.
De termijn is de laatste keer verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 19 september 2023 met twee jaar.
De onderhavige vordering is op 29 juli 2025 bij de rechtbank ingediend.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken, waaronder:
Op 2 september 2025 is de vordering op een openbare zitting behandeld. De betrokkene, de deskundige van de kliniek [naam 2], en middels een videoconferentie de onafhankelijke gedragsdeskundige gz-psycholoog Beijer, zijn gehoord. Verder waren aanwezig de officier van justitie en de raadsman van de betrokkene, mr. M.A.J. Witlox, advocaat te [plaats].
Naar aanleiding van het verhandelde op 2 september 2025 heeft de rechtbank het onderzoek op de zitting voor onbepaalde tijd, maar niet langer dan drie maanden, aangehouden, en de officier van justitie de opdracht gegeven de mogelijkheden van een zorgmachtiging te laten onderzoeken.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het op 18 november 2025 door het openbaar ministerie ingediende verzoekschrift tot het verlenen van een zorgmachtiging ten behoeve van de betrokkene en de daarbij behorende stukken.
Op 30 november 2025 heeft de onafhankelijk deskundige gz-psycholoog Beijer aanvullend gerapporteerd.
Op 23 december 2025 is de behandeling van de vordering op een openbare zitting voortgezet. De betrokkene, de deskundige van de kliniek [naam 2] en middels een videoconferentie de onafhankelijke gedragsdeskundige gz-psycholoog Beijer, zijn gehoord. Verder waren aanwezig de officier van justitie en de raadsman van betrokkene, mr. M.A.J. Witlox, advocaat te [plaats].
Van het verhandelde tijdens deze zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.
2. Het advies van de kliniek
Het advies van de kliniek houdt, voor zover relevant, het volgende in:
Sinds 2022 verblijft de betrokkene in FPC Van der Hoevenkliniek, De Voorde afdeling Kastanjehof. Middels onbegeleid verlof werkt de betrokkene dagelijks op het terrein. Er is sprake van een psychiatrisch stabiel toestandsbeeld. De betrokkene is ingesteld op psychiatrische medicatie en is medicatietrouw en behandeltrouw. Desondanks ervaart de betrokkene nog achterdocht en waanideeën. Hij beseft dat hij altijd hulpbehoevend zal zijn bij alledaagse zaken, zoals het koken en het onderhoud van zijn kamer. In de huidige situatie van transmuraal verblijf in Kastanjehof met onbegeleide verlofstappen is het risico op terugval in gewelddadig gedrag ingeschat als laag. Dit risico wordt tevens ingeschat als laag voor de situatie van verblijf bij Emerhese of soortgelijke instelling middels een zorgmachtiging. De verwachting is dat zowel zijn behandeltrouw als responsiviteit ongewijzigd zullen blijven. Daar zijn zowel de omgeving als begeleiding/behandeling gericht op autisme, waarbij veel structuur en duidelijkheid wordt geboden. Indien de tbs-maatregel zou komen te vervallen bij verblijf in een passende vervolgvoorziening, wordt een beperkte toename in het risico op terugval in gewelddadig gedrag verwacht. Indien de tbs-maatregel of zorgmachtiging per direct zou worden beëindigd en de betrokkene op straat zou komen te staan, wordt het risico op terugval in gewelddadig gedrag ingeschat als matig tot hoog. De kans op ongeoorloofde afwezigheid wordt als minimaal ingeschat. Bij oplopende spanning zal de betrokkene terugkeren naar zijn verblijfsafdeling. Zowel het huidige behandelingsteam van Kastanjehof als het toekomstige behandelingsteam van Emerhese staan achter de beslissing van het omzetten van de tbs-maatregel in een zorgmachtiging. Geadviseerd wordt de terbeschikkingstelling te beëindigen, mits verdere behandeling plaatsvindt binnen het kader van een zorgmachtiging in het kader van de Wet Verplichte GGZ.
De deskundige [naam 2] heeft bij de behandeling van de vordering op de zitting van 2 september 2025 namens de kliniek dit advies gehandhaafd en nader toegelicht.
De betrokkene verblijft momenteel op Kastanjehof van GGZ Centraal. In de samenwerking
met Kastanjehof is iets veranderd. Het is nu mogelijk om op deze afdeling te verblijven op basis van zowel een tbs-maatregel als een zorgmachtiging. Dit houdt in geval van een verblijf op basis van een zorgmachtiging in dat het forensisch toezicht wordt beëindigd en dit toezicht bij de reguliere GGZ komt te liggen. Het recidiverisico in de huidige situatie wordt als laag ingeschat. Hoewel de stoornis van de betrokkene nog aanwezig is, blijft dit risico laag als de tbs-maatregel van de betrokkene wordt beëindigd en een zorgmachtiging wordt verleend. Er zou voor de betrokkene in die situatie nauwelijks iets veranderen.
Op de zitting van 23 december 2025 heeft de deskundige [naam 2] dit advies gehandhaafd. Het rapport van deskundige Beijer van 30 november 2025 geeft geen aanleiding het advies aan te passen. Allereerst is er inmiddels een nieuwe regiebehandelaar aangesteld en dat heeft niet tot problemen geleid. Daarnaast loopt het onderzoek naar een mogelijke stoornis binnen het autismespectrum. De medicatie loopt goed en risico’s worden niet gezien. Kastanjehof heeft de betrokkene goed in zicht. De overgang naar een vervolgplek wordt begeleid. Daarin ziet de kliniek evenmin risico’s.
3. De adviezen van de onafhankelijke gedragsdeskundigen
Het advies van de psychiater
Blijkens het rapport van 3 april 2025 heeft de betrokkene niet willen meewerken aan het onderzoek door de psychiater M. Maksimović, zodat geen risicoanalyse geen beschrijving van het risicomanagement heeft kunnen plaatsvinden.
Het advies van de psycholoog
In het rapport van de psycholoog M.M. Beijer van 30 april 2025 is onder meer het volgende opgenomen:
Door de jaren heen is steeds overeenstemming over de aanwezigheid van een chronisch psychotische stoornis, te weten schizofrenie. De belangrijkste risicofactoren voortkomend vanuit de pathologie zijn chronisch psychotische ontregeling, zeer gebrekkige copingvaardigheden, gebrek aan ziekte- en probleembesef en het ontbreken van maatschappelijke inbedding. De psychotische stoornis beïnvloedt het gedrag van de betrokkene in sterke mate. Ondanks medicamenteuze behandeling blijft sprake van een chronisch psychotisch toestandsbeeld. Het gebruik van medicatie en de aanwezigheid van hulpverlening en toezicht wordt als noodzakelijk gezien om de wereld voor de betrokkene voorspelbaar en daarmee veilig te houden. De huidige structuur, het toezicht en de controle kunnen binnen het huidige tbs-kader gewaarborgd worden. Bij het wegvallen daarvan schat rapporteur de kans op verdere ontregeling in als hoog. De inschatting op gewelddadig gedrag binnen het huidige klinische verblijf wordt als laag ingeschat. Het risico op gewelddadig gedrag zonder de huidige maatregel wordt bij aanwezigheid van stresserende factoren als matig tot hoog ingeschat. De betrokkene is naar inschatting van de rapporteur aangewezen op een langdurige klinische verblijfsplek. Gezien de pathologie van de betrokkene blijft het van belang dat er zicht is op de risicofactoren en dat hij in kleine stapjes kan wennen aan een nieuwe omgeving. In de periode van een overgang naar een nieuwe plek en een periode daaropvolgend blijft betrokkenheid vanuit de kliniek gewenst. De betrokkene kan daarmee stapsgewijs wennen aan andere behandelaren en toezichthouders. De inschatting is dat de stappen die nog in het resocialisatietraject gezet moeten worden langer dan een jaar, mogelijk langer dan twee jaar, in beslag gaan nemen. Geadviseerd wordt de tbs-maatregel met twee jaar te verlengen en de verpleging te continueren.
Op 30 november 2025 heeft de deskundige Beijer naar aanleiding van het verhandelde op de zitting van 2 september 2025 aanvullend gerapporteerd. In dit rapport is onder meer ten aanzien van een overgang van een tbs-maatregel naar een zorgmachtiging het volgende opgenomen:
Rapporteur is van mening dat koersen op een uitstroom naar de reguliere GGZ passend is. Er zijn twee aspecten die rapporteur van belang vindt om mee te wegen in het advies. De
eerste betreft het kunnen organiseren van continuïteit van zorg en ten tweede dat de
betrokkene kan doorstromen naar een voor hem passende vervolglocatie.
Ten aanzien van het eerste aspect blijkt dat de regiebehandelaar na december 2025 niet
langer bij de behandeling van de betrokkene betrokken zal zijn. Daardoor komt de continuïteit van de zorg grotendeels te vervallen. Een nieuwe regiebehandelaar en/of psychiater kan op basis van eigen professionele inzichten de medicatie wijzigen, waarmee er een kans op ontregeling ontstaat. Het tweede aspect betreft het niet weten wat de vervolglocatie zal zijn. Met het ingaan van een zorgmachtiging ligt de verantwoordelijkheid voor de uitstroom en het organiseren van het benodigde risicomanagement bij de Kastanjehof en een nieuwe regiebehandelaar. Met een tbs-maatregel blijft die verantwoordelijkheid bij de Van der Hoevenkliniek liggen. In ieder geval is de Kastanjehof geen langdurige verblijfsafdeling. Vanuit dit gegeven en de onbekendheid over de visie van een nieuwe regiebehandelaar, is het niet duidelijk of deze de koers van de kliniek volgt en toeziet op het kunnen doorstromen naar een afdeling op het terrein van GGZ-Centraal.
Anders dan in de rapportage van 30 april 2025, waarbij nog onbekend was dat de koers
gericht is op het uitstromen op het voor de betrokkene bekende terrein van GGZ-Centraal, adviseert rapporteur nu geen verlenging van de maatregel met twee jaar. Indien zicht zou zijn op een passende vervolglocatie en de continuïteit van zorg geborgd zou zijn, dan kan rapporteur zich vinden in het beëindigen van de tbs-maatregel en het overgaan naar een zorgmachtiging. Gezien de onzekerheden ten aanzien van de benodigde continuïteit van zorg, komt rapporteur alles beschouwend tot het advies om de huidige maatregel met een jaar te verlengen.
Op de zitting van 23 december 2025 heeft de deskundige Beijer het advies gehandhaafd.
4. Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege met dien verstande dat, gelet op de aanvullende rapportage van de deskundige Beijer, nu wordt gevorderd de tbs-maatregel met één jaar te verlengen.
De officier van justitie heeft in het bijzonder het volgende naar voren gebracht. De diagnose autisme is nog niet vastgesteld en de komst van een nieuwe regiebehandelaar is onduidelijk. De stabiele zorg onder verantwoordelijkheid brengen binnen een zorgmachtiging blijft daarom een risico. De betrokkene is goed op weg, maar hulp blijft altijd noodzakelijk. De overgang naar een nieuwe plek moet langzaam geschieden.
5. Het standpunt van de betrokkene
De betrokkene is het niet eens met de vordering van de officier van justitie en heeft verzocht de vordering af te wijzen. Hij verzoekt om een zorgmachtiging te verlenen.
Namens de betrokkene heeft de raadsman in het bijzonder het volgende naar voren gebracht.
De betrokkene zit al 30 jaar in de tbs met dwangverpleging en wil dat de tbs-maatregel overgaat in een zorgmachtiging. De deskundige Beijer ziet twee problemen: een nieuwe regiebehandelaar en de onduidelijkheid met betrekking tot de vervolgplek. De kliniek is echter van mening dat de betrokkene er klaar voor is. Inmiddels is een nieuwe regiebehandelaar aangesteld en de betrokkene kan op dezelfde plek blijven als een zorgmachtiging wordt verleend. Met betrekking tot de gevaarzetting zijn de risico’s in kaart gebracht en deze zijn voldoende gewaarborgd. De raadsman heeft verzocht de vordering strekkende tot verlenging van de tbs-maatregel af te wijzen.
6. De beoordeling
Uit het advies van de kliniek en de evaluatie van de behandeling blijkt dat nog steeds sprake is van een stoornis bij de betrokkene, te weten schizofrenie. Het recidivegevaar wordt – onder de huidige maatregel, waarbij de betrokkene structuur, begeleiding en toezicht wordt geboden – als laag ingeschat. De inschatting van de kliniek is dat een zorgmachtiging op basis van de Wet forensische zorg (Wfz) en de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voldoende is om goede begeleiding en structuur te blijven bieden, opdat het recidiverisico laag blijft. Een verblijf en behandeling in het kader van de tbs is daarmee volgens de kliniek niet langer noodzakelijk. De vervolgplek voor de betrokkene zal zorgvuldig gemonitord worden en hij zal daarbij worden begeleid. De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het advies van de kliniek te twijfelen en neemt dit advies over. Wat de onafhankelijke gedragsdeskundige gz-psycholoog Beijer hier tegenover heeft gesteld, acht de rechtbank van onvoldoende gewicht. Na het verlenen van een zorgmachtiging zal de plek van de betrokkene immers niet meteen wijzigen. Bovendien is inmiddels een nieuwe regiebehandelaar aangesteld en dat heeft niet tot problemen geleid.
De vordering van de officier van justitie om een zorgmachtiging te verlenen, wijst de rechtbank bij afzonderlijke beschikking van vandaag toe. Met de daarmee opgelegde en voor de betrokkene verplichte zorg blijft het recidiverisico op een aanvaardbaar (laag) niveau. Op die manier kan een vloeiende overgang naar het civiele kader plaatsvinden en is een beëindiging van de tbs-maatregel mogelijk. Kortom, met verlening van de zorgmachtiging vereist de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen niet langer de verlenging van de tbs. De rechtbank zal daarom de vordering tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling dan ook afwijzen en de tbs-maatregel beëindigen.
7. De beslissing
De rechtbank:
Wijst af de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] waardoor de terbeschikkingstelling eindigt.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Deze beslissing is gegeven door
mr. M.E. Francke, voorzitter,
mrs. A.M.C. de Haan en K.I.E. Lammers, rechters,
in tegenwoordigheid van D.H. Geuze, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026.