ECLI:NL:RBNHO:2026:3276

ECLI:NL:RBNHO:2026:3276

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 26-03-2026
Datum publicatie 26-03-2026
Zaaknummer 15/209114-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

Tussenvonnis. Tijdens de beraadslaging in raadkamer is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. De rechtbank komt daarom toe aan de beoordeling van het voorwaardelijk verzoek van de verdediging om een getuige te kunnen ondervragen. De rechtbank overweegt dat de getuige een getuige betreft ten aanzien van wie de verdediging het ondervragingsrecht nog niet heeft kunnen uitoefenen, terwijl deze getuige al, in het vooronderzoek of anderszins, een verklaring heeft afgelegd met een belastende strekking. De rechtbank overweegt dat zij op basis van de informatie in het dossier niet kan vaststellen dat zich een weigeringsgrond als bedoeld in artikel 288, eerste lid, onder b, Sv voordoet. De rechtbank zal de zaak naar de rechter-commissaris verwijzen voor het horen van de getuige. Heropening en hervatten op een nader te bepalen datum en tijdstip.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/209114-24

Uitspraakdatum: 26 maart 2026

Tegenspraak

Dit tussenvonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 12 maart 2026 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres]

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,

mr. R.H.I. van Dongen, en van wat door de verdachte en zijn raadsman, E.J. van Gils, advocaat te Amsterdam, waarnemend voor mr. C.A. Bouw, naar voren is gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2018 tot en met 31 december 2018 te Schermerhorn, gemeente Alkmaar, met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2010, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], te weten- het duwen en/of brengen en/of heen en weer bewegen van verdachte's vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer];

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2018 tot en met 31 december 2018 te Schermerhorn, gemeente Alkmaar, met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2010, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten - het duwen en/of brengen en/of heen en weer bewegen van verdachte's vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] en/of- het betasten van de vagina en/of de schaamlippen van die [slachtoffer].

2. Standpunten

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het primair en subsidiair ten laste gelegde wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

Subsidiair heeft de raadsman een voorwaardelijk verzoek gedaan tot het horen van de getuige [getuige 1], roepnaam [naam] (hierna: de getuige). Deze getuige heeft een belastende verklaring afgelegd. Immers, de getuigen [getuige 2] en [getuige 3] hebben twee gesprekken met deze getuige gevoerd omtrent de beschuldiging. Deze gesprekken zijn heimelijk opgenomen. De geluidsopnames van deze gesprekken zijn door de politie beluisterd en in processen-verbaal uitgewerkt. Voorts bevat het dossier een proces-verbaal waarin een verbalisant de inhoud van een telefoongesprek met de getuige heeft vastgelegd (hierna: de processen-verbaal).

De rechter-commissaris heeft op 12 november 2024 het verzoek van de verdediging om de getuige te horen toegewezen, maar heeft op 4 maart 2025 beslist om de getuige niet te horen, op de grond dat haar was gebleken dat het gegronde vermoeden bestond dat de gezondheid of het welzijn van de getuige door het afleggen van een getuigenverklaring in gevaar werd gebracht en dat belang zwaarder woog dan het belang van de verdediging om deze getuige te ondervragen.

Mocht de rechtbank aanleiding zien om voornoemde processen-verbaal of één daarvan als bewijsmiddel te gebruiken, dan verzoekt de raadsman om de getuige alsnog te kunnen horen. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat de (medische) informatie die tot de beslissing van de rechter-commissaris van 4 maart 2025 heeft geleid om haar niet als getuige te horen, gedateerd is.

3. Beraadslaging

De rechtbank heeft op de zitting van 12 maart 2026 de zaak inhoudelijk behandeld en op dezelfde dag het onderzoek gesloten. Tijdens de beraadslaging in raadkamer is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt.

In het requisitoir heeft de officier van justitie de processen-verbaal aangemerkt als steunbewijs voor de aangifte. De rechtbank kan dan ook niet uitsluiten dat zij bij een bewezenverklaring de processen-verbaal als bewijsmiddel zal bezigen.

De rechtbank komt daarom toe aan de beoordeling van het voorwaardelijk verzoek van de verdediging om [getuige 1], roepnaam [naam], als getuige te kunnen ondervragen.

De rechtbank overweegt dat de getuige een getuige betreft ten aanzien van wie de verdediging het ondervragingsrecht nog niet heeft kunnen uitoefenen, terwijl deze getuige al, in het vooronderzoek of anderszins, een verklaring heeft afgelegd met een belastende strekking. Zoals het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Hoge Raad in vaste jurisprudentie hebben neergelegd, moet het belang van de verdediging bij het oproepen en horen van deze getuige dan ook worden voorondersteld.

De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 288, eerste lid, onder b, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van het horen van een getuige kan worden afgezien wanneer een gegrond vermoeden bestaat dat de gezondheid of het welzijn van de getuige in gevaar wordt gebracht door het verhoor en het voorkomen van dat gevaar zwaarder weegt dan het belang de getuige te kunnen ondervragen. Er moet dan wel een reëel en objectief vast te stellen gevaar zijn en een substantiële dreiging voor aantasting van de gezondheid van de getuige.

De rechtbank overweegt dat zij op basis van de informatie in het dossier niet kan vaststellen dat zich een weigeringsgrond als bedoeld in artikel 288, eerste lid, onder b, Sv voordoet. De rechtbank overweegt daartoe dat de beslissing van de rechter-commissaris van 4 maart 2025 is gebaseerd op een e-mail van 27 februari 2025 van de getuige zelf met als bijlagen een medisch stuk van 16 mei 2020, een uitdraai van informatie uit het medisch dossier van de huisarts van de getuige en op mondelinge informatie van de officier van justitie. Deze bijlagen zijn niet in het dossier gevoegd. Evenmin blijkt uit de beslissing wat de mondelinge informatie van de officier van justitie behelst. De rechtbank kan deze informatie dan ook niet betrekken bij een beoordeling van de vraag of de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 288, eerste lid, onder b, Sv zich voordoet. Nu zich overigens geen informatie in het dossier bevindt omtrent de gezondheidssituatie van de getuige kan de rechtbank niet vaststellen dat er een reëel en objectief gevaar is dat er een substantiële dreiging is voor de aantasting van de gezondheid van de getuige als zij wordt gehoord. Ook is niet duidelijk of er maatregelen kunnen worden genomen die maken dat de getuige kan worden verhoord op een wijze die wel verantwoord is.

De rechtbank zal het onderzoek dan ook heropenen en het verzoek van de verdediging tot het horen van de getuige toewijzen.

Verwijzing naar de rechter-commissaris

De rechtbank zal de zaak naar de rechter-commissaris verwijzen voor het horen van de getuige [getuige 1], roepnaam [naam].

Indien de rechter-commissaris van oordeel is dat zich de weigeringsgrond van artikel 288, eerste lid, onder b, Sv voordoet, dan dient deze weigeringsgrond te worden onderbouwd aan de hand van recente (medische) informatie van een daartoe deskundig te achten persoon. Die informatie dient zo veel als mogelijk ook aan het dossier te worden toegevoegd.

Voorts dient te worden gemotiveerd dat er sprake is van een reëel en objectief vast te stellen gevaar en van een substantiële dreiging voor aantasting van de gezondheid van de getuige en dat het voorkomen van dat gevaar zwaarder weegt dan het belang om de getuige te kunnen ondervragen.

Ten behoeve van het hiervoor beschrevene zullen de stukken in handen worden gesteld van de rechter-commissaris.

Opdracht aan de officier van justitie

Hiernaast acht de rechtbank het voor de volledigheid van het onderzoek van belang dat de officier van justitie de volgende stukken zal toevoegen aan het dossier:

Ten behoeve van wat hiervoor is beschreven, acht de rechtbank het noodzakelijk het onderzoek ter terechtzitting te heropenen en hervatten op een nader te bepalen datum en tijdstip.

4. Beslissing

De rechtbank:

heropent het onderzoek ter terechtzitting;

schorst het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd;

stelt de stukken in handen van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, om:

- [getuige 1], roepnaam [naam], als getuige te horen;

- om te doen wat de rechter-commissaris in overleg met de officier van justitie en de raadsman, wenselijk of noodzakelijk acht;

geeft de officier van justitie de opdracht om de volgende stukken toe te voegen aan het dossier:

- de oorspronkelijke beeld-/geluidsopnames van de gesprekken waaraan [getuige 1] (roepnaam [naam]) heeft deelgenomen;

- de politieregistraties waarnaar de politie verwijst op dossierpagina 26;

- alle informatie die Veilig Thuis heeft vergaard aangaande [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2010, in de periode van 2018 tot en met 2023;

beveelt de oproeping van de verdachte, en de onmiddellijke kennisgeving daarvan aan zijn raadsman, tegen de datum en het tijdstip waarop het onderzoek op de zitting wordt hervat;

beveelt de officier van justitie om de benadeelde partij op de hoogte te stellen van de datum en het tijdstip van de volgende zitting.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit tussenvonnis is gewezen door:

mr. H. Bakker, voorzitter,

mr. J.M. Jongkind en mr. S.J. Riem, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. E. Saelens

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. H. Bakker
  • mr. J.M. Jongkind
  • mr. S.J. Riem

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?