ECLI:NL:RBNHO:2026:3312

ECLI:NL:RBNHO:2026:3312

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 18-02-2026
Datum publicatie 27-03-2026
Zaaknummer 15/219671-24 (P)
Rechtsgebied Strafrecht; Strafprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

Jeugdstrafrecht. Medeplegen van zware mishandeling wettig en overtuigend bewezen. Vrijspraak voor primair ten laste gelegde poging tot medeplegen van doodslag. JDET 1 maand voorwaardelijk proeftijd 2 jaren met als bijzondere voorwaarde één jaar verplicht contact met jeugdreclassering. WS 100 uur. Vordering BP gedeeltelijk hoofdelijk toegewezen met toepassing van Rotterdamse schaal.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie & Jeugd

Locatie Alkmaar

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer: 15/219671-24 (P)

Uitspraakdatum: 18 februari 2026

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen met gesloten deuren van 3 en 4 februari 2026 in de zaak tegen:

[de verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van:

- de vordering van de officier van justitie, [officier van justitie] , en van wat:- de verdachte en zijn raadsman mr. R.J. Wortelboer, advocaat te Heerhugowaard;

- [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) en- de aangever [de benadeelde partij] (hierna: het slachtoffer of de benadeelde partij) en zijn raadsvrouw mr. M.F. van der Sleen, advocaat te Alkmaar

naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 26 juni 2024 te Alkmaar tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om [de benadeelde partij] opzettelijk van het leven te beroven,

- die [de benadeelde partij] onder dreiging (van gebruik van een taser) naar een steeg, althans een

afgelegen plek, heeft meegenomen en/of

- meermaals met gebalde vuisten in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd, althans

het lichaam, heeft geslagen tengevolge waarvan die [de benadeelde partij] ten val is gekomen en/of

- meermalen met kracht tegen/in/op het gezicht en/of hoofd, althans het lichaam,

heeft geslagen terwijl die [de benadeelde partij] op de grond lag en/of

- meermalen met kracht en/of met geschoeide voet tegen/in/op het gezicht en/of

het hoofd, althans het lichaam, heeft geschopt en/of getrapt terwijl [de benadeelde partij] op de

grond lag en/of

- ( daarbij) 'maak hem dood, sla hem dood', althans woorden van gelijke strekking,

heeft geroepen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 26 juni 2024 te Alkmaar tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [de benadeelde partij] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten

- een breuk in de voor- en zijwand van de kaak(bijholte) en/of

- een breuk in de voor- en zijwand van de voorhoofdholte(s) en/of

- een breuk in de neus,

heeft toegebracht, door

- meermaals met gebalde vuisten in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd, althans

het lichaam, te slaan ten gevolge waarvan die [de benadeelde partij] ten val is gekomen en/of

- meermalen met kracht tegen/in/op het gezicht en/of hoofd, althans het lichaam,

te slaan terwijl die [de benadeelde partij] op de grond lag en/of

- meermalen met kracht en/of met geschoeide voet tegen/in/op het gezicht en/of

het hoofd, althans het lichaam, te schoppen en/of te trappen terwijl [de benadeelde partij] op de

grond lag;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 26 juni 2024 te Alkmaar openlijk, te weten, aan de [straat] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,

in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [de benadeelde partij] , door

- die [de benadeelde partij] onder dreiging (van gebruik van een taser) naar een steeg, althans een

afgelegen plek, mee te nemen en/of

- zich in die steeg te begeven en daar om/rond die [de benadeelde partij] te gaan staan (waardoor

deze zich niet, althans minder makkelijk, aan het geweld kon onttrekken) en/of

- meermaals met gebalde vuisten in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd, althans

het lichaam, van die [de benadeelde partij] te slaan tengevolge waarvan die [de benadeelde partij] ten val is gekomen

en/of

- meermalen met kracht tegen/in/op het gezicht en/of hoofd, althans het lichaam,

van die [de benadeelde partij] te slaan terwijl die voornoemde [de benadeelde partij] op de grond lag en/of

- meermalen met kracht en/of met geschoeide voet tegen/in/op het gezicht en/of

het hoofd, althans het lichaam, van die [de benadeelde partij] te schoppen en/of te trappen terwijl

voornoemde [de benadeelde partij] op de grond lag en/of

- ( daarbij) 'maak hem dood, sla hem dood', althans woorden van gelijke strekking,

te roepen.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het primair en subsidiair ten laste gelegde feit en tot bewezenverklaring van het meer subsidiair ten laste gelegde feit, de openlijke geweldpleging.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit om de verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde.

Oordeel van de rechtbank

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt, anders dan de officier van justitie en de verdediging tot bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.

Bewijsmotivering medeplegen zware mishandeling

De verdachte heeft verklaard dat hij erbij heeft gestaan in de steeg toen het slachtoffer werd geschopt en geslagen, maar zelf geen geweld heeft gepleegd jegens het slachtoffer.

De rechtbank stelt met de officier van justitie vast dat er op 26 juni 2024 een vooropgezet plan bestond om het slachtoffer op te wachten met een grote groep jongens en hem naar een steeg te leiden. In slechts drie minuten tijd is daar de telefoon van het slachtoffer afgepakt en een video van de telefoon van het slachtoffer opgenomen met de telefoon van een van de medeverdachten. Vervolgens is het slachtoffer door meerdere personen, waaronder de verdachte, geslagen en geschopt.

Het slachtoffer heeft aangegeven door meerdere jongens te zijn geschopt en geslagen.

Uit de verklaring van de medeverdachte [de medeverdachte 1] blijkt dat de verdachte een van de vijf jongens was, die tijdens het slaan en schoppen in de steeg om het slachtoffer heen stonden. In het dossier bevindt zich verder een WhatsApp-gesprek tussen de verdachte en zijn medeverdachte [de medeverdachte 2] van 27 juni 2024, de dag na de mishandeling van het slachtoffer. In dit gesprek bespreken beide verdachten met elkaar wat er met het slachtoffer is gebeurd en dat hij zijn neus gebroken heeft en zijn kaak gescheurd. De verdachte zegt daarbij onder meer: “Broer ik en [naam] hadden hem kanker hard” en “Enige die sloegen” “Ik jij [naam] en [naam] ”, en “Al ging dat (de rechtbank leest: het alarm van de fiets van het slachtoffer) niet af we hadden hem echt dede geslagen”. Op de zitting heeft de verdachte desgevraagd verklaard dat met dede wordt bedoeld dood.

Op de zitting heeft de verdachte aangegeven dat het gesprek op WhatsApp tussen hem en [de medeverdachte 2] ontstond omdat de verdachte erbij wilde horen (of anders gezegd: vanuit groepsdruk).

De rechtbank acht de verklaring van de verdachte over dit belastende gesprek op WhatsApp niet aannemelijk, nu de verdachte tijdens dit gesprek op meerdere momenten op eigen initiatief aangeeft dat hij samen met anderen het slachtoffer heeft geslagen en de verdachte bovendien zelf het gesprek met de medeverdachte is gestart. De verklaring van de verdachte dat het gesprek zou zijn ingegeven door de drang om “erbij te horen” vindt bovendien op geen enkele andere wijze ondersteuning in het dossier.

Op basis van het voorgaande staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat de verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met de medeverdachten bij de mishandeling van het slachtoffer. Daargelaten dat de verdachte zich op geen enkel moment heeft gedistantieerd heeft de rechtbank, zoals hiervoor overwogen, vastgesteld dat de verdachte ook zelf geweld heeft gebruikt tegen het slachtoffer door hem te slaan.

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank verder van oordeel dat het letsel van het slachtoffer, bestaande uit onder andere meerdere breuken in het gezicht, kan worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel.

De rechtbank acht aldus het medeplegen van zware mishandeling wettig en overtuigend bewezen.

Vrijspraak poging tot het medeplegen van doodslag Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen wat de verdachte primair ten laste is gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken. De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat om aan te nemen dat het opzet van de verdachte was gericht op de dood van het slachtoffer.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 26 juni 2024 te Alkmaar tezamen en in vereniging met anderen aan [de benadeelde partij] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten

- een breuk in de voor- en zijwand van de kaak(bijholte) en

- een breuk in de voor- en zijwand van de voorhoofdholte(s) en

- een breuk in de neus,

heeft toegebracht, door

- meermaals met gebalde vuisten in het gezicht en tegen het hoofd te slaan ten gevolge waarvan die [de benadeelde partij] ten val is gekomen en

- meermalen (met kracht) in het gezicht en tegen het hoofd en het lichaam te slaan terwijl die [de benadeelde partij] op de grond lag en

- meermalen (met kracht) en met geschoeide voet in het gezicht en tegen het hoofd en het lichaam te schoppen terwijl [de benadeelde partij] op de grond lag.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op: medeplegen van zware mishandeling.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.

6. Motivering van de sancties

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van een maand met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarde verplicht contact met de jeugdreclassering. De officier van justitie heeft daarnaast gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 100 uren.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit om in het geval van een bewezenverklaring de verdachte niet te veroordelen tot een voorwaardelijke jeugddetentie. De noodzaak van verplicht contact met de jeugdreclassering als bijzondere voorwaarde is onvoldoende onderbouwd.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft het slachtoffer samen met anderen zwaar mishandeld. Het slachtoffer is door medeverdachten naar een steeg geleid waar een groep jongens, waaronder de verdachte, op hem stond te wachten. Eenmaal in de steeg is het slachtoffer door de verdachte en zijn medeverdachten geschopt en geslagen waardoor hij meerdere breuken in zijn gezicht en een hersenschudding heeft opgelopen. Het slachtoffer kon geen kant op en moest zich in zijn eentje zien te verweren tegen een grote groep oudere jongens. De verdachte heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en hem samen met anderen pijn en letsel toegebracht. Het slachtoffer is zelfs even buiten bewustzijn geweest tijdens het schoppen en slaan door de groep.

De ervaring leert bovendien dat slachtoffers van misdrijven als deze vaak langdurig psychische klachten ondervinden. Uit de vordering tot schadevergoeding en de schriftelijke slachtofferverklaring blijkt ook dat de gebeurtenissen op 26 juni 2024 traumatiserend zijn geweest en het nog jonge leven van het slachtoffer hebben veranderd. Het slachtoffer is nog steeds vaak bang, op zijn hoede en vertrouwt anderen minder snel. Er is bij het slachtoffer PTSS vastgesteld, waarvoor hij al een jaar in behandeling is geweest maar met onvoldoende resultaat gehad. Hij staat nu op de wachtlijst voor intensievere begeleiding. Verder ervaart het slachtoffer nog dagelijks hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid en concentratieproblemen en loopt het slachtoffer met een neiging naar links.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie van 6 januari 2026 waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld;

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport van 12 januari 2026 van [raadsonderzoeker] , als raadsonderzoeker verbonden aan de Raad voor de Kinderbescherming. De Raad adviseert de verdachte te veroordelen tot een voorwaardelijke jeugddetentie met daarbij een onvoorwaardelijke werkstraf. Indien het aandeel van de verdachte groter is dan hij aangeeft, is verplicht contact met de jeugdreclassering als bijzondere voorwaarde noodzakelijk.

Met betrekking tot de aan de verdachte op te leggen straf heeft de rechtbank verder nog meegewogen dat er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn voor de afdoening van jeugdstrafzaken.

Gelet op de ernst van het feit is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat alleen een jeugddetentie op zijn plaats is. Uit het rapport van de Raad blijkt echter dat de verdachte sinds het delict een positieve ontwikkeling laat zien, zowel thuis als op school. De verdachte heeft een duidelijk toekomstperspectief en ook zijn omgeving ziet een positieve gedragsverandering bij hem. De kans op recidive wordt door de Raad dan ook als laag ingeschat. De rechtbank is daarom met de Raad en de officier van justitie van oordeel dat een onvoorwaardelijke jeugddetentie niet passend is. De rechtbank komt daarom uit op een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van één maand. Vanwege de kanttekeningen van de rechtbank ten aanzien van de door de verdachte afgelegde verklaring over het delict acht de rechtbank verplicht contact met de jeugdreclassering voor de duur van een jaar daarbij noodzakelijk om een delictbespreking mogelijk te maken. De rechtbank zal daarom een voorwaarde van die strekking aan de voorwaardelijke jeugddetentie verbinden.

Daarnaast acht de rechtbank een werkstraf voor de duur van 100 uren noodzakelijk. Op die manier ervaart de verdachte ook direct na het uitspreken van dit vonnis een consequentie van zijn handelen op 26 juni 2024.

7. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [de benadeelde partij] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 54.871,47 ingediend tegen de verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het ten laste gelegde feit, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. Op de terechtzitting heeft de advocaat van de benadeelde partij toegelicht dat het gevorderde bedrag voor de beschadigde Nike schoenen (onderdeel van de schadepost ‘beschadigde spullen en gemist genot’) wordt bijgesteld van € 189,95 naar € 169,95. Het totaal gevorderde bedrag komt daarmee uit op € 54.851,47. De gestelde schade bestaat uit:

- de mantelzorg door de ouders: € 8.208,-;- de kosten van het verstrekken van medische informatie: € 15,93;- reiskosten: € 20,59;- beschadigde spullen en gemist genot: € 1.606,95 en- smartengeld: € 45.000,-.Met betrekking tot de materiële schade waarvoor geen bewijsstukken kunnen worden overgelegd, is de rechtbank verzocht gebruik te maken van de schattingsbevoegdheid. De benadeelde partij verzoekt de toe te wijzen schade hoofdelijk op te leggen. De vordering moet worden beschouwd als een voorschot op de definitief te bepalen schade, omdat het slachtoffer nog niet volledig is hersteld.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier heeft het standpunt ingenomen dat de gehele vordering hoofdelijk kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren en bij toewijzing van immateriële schadevergoeding het bedrag (drastisch) te matigen.

Het oordeel van de rechtbank

Geen onevenredige belasting strafgeding

Mede gelet op het grote belang dat benadeelde partijen erbij hebben op een eenvoudige wijze schadeloos gesteld te worden voor de schade die zij door een strafbaar feit hebben geleden, moet worden voorkomen dat de strafrechter vaker dan nodig gebruik maakt van de bevoegdheid een benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk te verklaren omdat de strafrechter vindt dat de behandeling daarvan een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. Anders dan door de verdediging is bepleit, ziet de rechtbank geen aanleiding om aan te nemen dat de vordering te laat is ingediend of dat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Materiële schade

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade tot een bedrag van € 1.018,52 rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit. Hieronder zet de rechtbank uiteen hoe deze materiële schade is opgebouwd.

Mantelzorg ouders

Voor de mantelzorg die door de ouders van het slachtoffer is verleend, is een totaalbedrag van € 8.208,- gevorderd. Deze gevorderde schade wordt betwist door de verdediging. De rechtbank stelt vast dat deze gevorderde schade inderdaad onvoldoende is onderbouwd om voor volledige toewijzing in aanmerking te komen. Het is echter voorstelbaar dat het slachtoffer gedurende een korte periode na de pleegdatum mantelzorg nodig heeft gehad. Op basis van de overgelegde medische informatie gaat de rechtbank uit van één uur per dag gedurende een periode van twee weken. De rechtbank is met de benadeelde partij van oordeel dat € 18,- per uur een redelijk bedrag is voor het uitvoeren van mantelzorg. De rechtbank zal, gelet op de gegeven onderbouwing, conform de vordering uitgaan van een bedrag van € 18,- per uur en deze schadepost daarom toewijzen tot een bedrag van € 252,- (veertien maal één uur per dag à € 18,-).

Kosten medische informatie

Voor de kosten van het verstrekken van medische informatie is € 15,93 gevorderd. De rechtbank zal de vordering in zoverre toewijzen, omdat deze schadepost niet inhoudelijk is betwist en deze kosten bovendien zijn onderbouwd met een factuur.

Reiskosten

Verder is namens de benadeelde partij € 20,59 aan reiskosten gevorderd. De rechtbank zal de vordering daarom ook in zoverre toewijzen, omdat deze schadepost niet inhoudelijk is betwist.

Beschadigde spullen en gemist genot

Schoenen

Namens de benadeelde partij is € 169,95 gevorderd voor de schoenen die hij tijdens het delict droeg en die hierdoor beschadigd zijn geraakt. De rechtbank is, de betwisting door de verdediging in aanmerking genomen, van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan of en in hoeverre de schoenen van de benadeelde partij door de zware mishandeling beschadigd zijn geraakt. Het dossier bevat slechts een printscreen van het type schoenen die de benadeelde op 26 juni 2024 droeg en foto’s van deze schoenen vóór 26 juni 2024 toen zij nog niet beschadigd waren. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom in zoverre niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

T-shirt en sportbroek

Ook is namens de benadeelde partij € 30,- gevorderd voor de kleding die door het delict beschadigd is geraakt. De verdediging heeft ook deze schadepost betwist. De rechtbank constateert dat het dossier een foto bevat van de benadeelde partij van direct na de zware mishandeling. Op deze foto zijn bloedspatten op de kleding zichtbaar. Deze schadepost is derhalve onvoldoende betwist, zodat de rechtbank de vordering in zoverre zal toewijzen.

Telefoon

Namens de benadeelde partij is € 700,- gevorderd voor de telefoon die tijdens de gebeurtenissen beschadigd is geraakt. Ook deze schadepost is door de verdediging betwist wegens onvoldoende onderbouwing. Uit het politieverhoor van de medeverdachte [de medeverdachte 1] blijkt echter dat hij de telefoon van het slachtoffer direct na afloop van het delict in handen kreeg en zag dat de telefoon “helemaal kapot en gebarsten” was, waarna hij de telefoon vlakbij het slachtoffer heeft neergelegd. De benadeelde partij heeft bovendien een factuur van deze telefoon van 12 november 2023 à € 800,- overgelegd. De rechtbank beschouwt deze schadepost daarmee als voldoende onderbouwd en zal de vordering daarom ook in zoverre toewijzen.

Fatbike

Namens de benadeelde partij is € 650,- gevorderd voor de fatbike die tijdens het delict beschadigd is geraakt. De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat deze schadepost onvoldoende is onderbouwd. Uit het dossier blijkt inderdaad dat het alarm van de fatbike tijdens het delict is afgegaan, maar verdere details of foto’s van schade van de fatbike ontbreken. De rechtbank kan daarom niet vaststellen of en in hoeverre de fatbike beschadigd is geraakt en of een reparatie van de fatbike nog tot de mogelijkheden behoorde. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom in zoverre niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

Gemist genot

Verder is namens de benadeelde partij € 57,- gevorderd, gelijk aan twee maanden contributie van de sportschool van de benadeelde aangezien hij gedurende deze periode niet kon kickboksen door zijn klachten. De rechtbank is, gegeven de betwisting van deze schade door de verdediging, van oordeel dat deze schadepost onvoldoende is onderbouwd. Hoewel het begrijpelijk is dat de benadeelde vanwege zijn letsel enige tijd minder of geen gebruik heeft kunnen maken van zijn sportschoolabonnement, had het door de betwisting van deze schade op de weg van de benadeelde gelegen om deze schade nader te onderbouwen, bijvoorbeeld met een factuur van zijn sportschool. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom in zoverre niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

Smartengeld

Tot slot is namens de benadeelde partij een bedrag van € 45.000,- gevorderd aan immateriële schade. Vergoeding van de immateriële schade komt de rechtbank billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. Anders dan de verdediging heeft gesteld, hoeft er geen sprake te zijn van een medische eindsituatie om toe te kunnen komen aan het toekennen van immateriële schadevergoeding. Er is ook geen aanleiding om aan te nemen dat het ontbreken van een medische eindsituatie in de weg staat aan het gebruik van de zogenaamde Rotterdamse schaal. De rechtbank zal de omvang van de immateriële schadevergoeding vaststellen op basis van de huidige beschikbare medische informatie over de benadeelde partij. Bovendien staat naar het oordeel van de rechtbank, met de door de benadeelde partij gegeven motivering en onderbouwende stukken, vast dat het (psychisch) letsel van de benadeelde partij is veroorzaakt door de zware mishandeling gepleegd op 26 juni 2024, waarmee het causale verband een gegeven is.

De rechtbank ziet aanleiding om wat de schedelbeschadiging betreft aan te sluiten bij de in de Rotterdamse schaal benoemde categorie B (meerdere breuken van botten in het gezicht), omdat uit de medische stukken blijkt dat er sprake is van een deviatie (scheefstand) van de neus van het slachtoffer die blijvend van aard is. Omdat deze deviatie op dit moment minimaal is, er verder geen sprake is van misvorming in het gezicht en nog onduidelijk is of een neuscorrectie na het achttiende levensjaar nodig zal zijn, acht de rechtbank een bedrag billijk dat lager is dan de geadviseerde bandbreedte.

Ten aanzien van de PTSS-klachten zal de rechtbank de verdediging volgen in het subsidiaire standpunt om aan te sluiten bij categorie C (middelzwaar), omdat de zware mishandeling op dit moment nog geen twee jaar geleden heeft plaatsgevonden en het nog onduidelijk is hoe de PTSS-klachten zich verder zullen ontwikkelen en zullen voortduren.

Anders dan door de benadeelde partij is gesteld, gaat de rechtbank voorbij aan de toepassing van de aanbeveling om bij blijvend letsel bij kinderen jonger dan veertien jaar het smartengeld met 25% te verhogen, omdat, zoals hiervoor aangegeven, de deviatie van de neus van de benadeelde op dit moment minimaal van aard is en vooralsnog niet vaststaat hoe het toestandsbeeld van de benadeelde eruit ziet na 26 juni 2026. De rechtbank ziet wel aanleiding om aan te sluiten bij de aanbeveling om het smartengeld met 25% te verhogen omdat er bij de verdachten sprake is geweest van opzet op het toebrengen van letsel. Alles overziend acht de rechtbank een bedrag van € 10.000,- billijk, zodat de rechtbank de vordering ook in zoverre zal toewijzen. De benadeelde partij wordt voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.

Conclusie

Samengevat zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toewijzen tot een bedrag van € 11.018,52, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd. Daarnaast moet de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld nihil. De benadeelde partij wordt voor het overige niet-ontvankelijk verklaard.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder punt 3.4. bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: het medeplegen van een zware mishandeling] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 36f, 47, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 302 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte primair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van één maand.

Beveelt dat deze jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.

Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich gedurende één jaar meldt bij de Jeugd- en Gezinsbeschermers te Alkmaar op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen en zich blijft melden bij deze instelling, zo frequent en zo lang de jeugdreclassering dat noodzakelijk acht.

Geeft opdracht aan De Jeugd- en Gezinsbeschermers, gevestigd te [adres] , een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Stelt verder als voorwaarden dat de veroordeelde is gehouden om, ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking te verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan te bieden en medewerking te verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht.

Veroordeelt verdachte tot het verrichten van 100 (honderd) uren taakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 50 (vijftig) dagen jeugddetentie.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [de benadeelde partij] geleden schade tot een bedrag van € 11.018,52 (elfduizend en achttien euro en tweeënvijftig eurocent), bestaande uit € 10.000,- voor de immateriële en € 1.018,52 voor de materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [de benadeelde partij] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een van de medeverdachten is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [de benadeelde partij] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 11.018,52 (elfduizend en achttien euro en tweeënvijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 0 dagen gijzeling, met dien verstande dat toepassing van de vervangende jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een van de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.G. van Roest, voorzitter,

mr. E.C.M. van Mierlo en mr. N. Cuvelier, rechters, allen tevens kinderrechter,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. D.A.C. Sinnige,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 februari 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. E.G. van Roest
  • mr. E.C.M. van Mierlo
  • mr. N. Cuvelier

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?