ECLI:NL:RBNHO:2026:336

ECLI:NL:RBNHO:2026:336, Rechtbank Noord-Holland, 20-01-2026, 15.109696.25

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 20-01-2026
Datum publicatie 20-01-2026
Zaaknummer 15.109696.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

Verkeersongeval tussen auto en voetganger op het zebrapad. Vrijspraak voor artikel 6 WVW, veroordeling voor artikel 5 WVW.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15.109696.25 (P)

Uitspraakdatum: 20 januari 2026

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 23 december 2025 en 6 januari 2026 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [datum] 1992 te [plaats],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

Mercuriusstraat 15

1561PM Krommenie.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. E.V. Dam en van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. A.M. Demirer, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 10 januari 2024 te Krommenie, gemeente Zaanstad als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (een bestelauto), daarmede rijdende over de weg, de Weverstraat, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, - een voetgangersoversteekplaats te naderen en/of - de snelheid van de door hem bestuurde bestelauto niet (voldoende) te minderen, waardoor hij niet in staat was om het door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of niet voldoende uit te wijken en/of - onvoldoende te anticiperen op de situatie op de weg en/of - geen voorrang te verlenen aan een voetgangster ([slachtoffer]) die zich op de voetgangersoversteekplaats bevond en/of - tegen die voetgangster aan te rijden, waardoor die voetgangster ([slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, te weten een hersenkneuzing, een hersenbloeding en/of een sleutelbeenluxatie, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 10 januari 2024 te Krommenie, gemeente Zaanstad als bestuurder van een voertuig (een bestelauto), daarmee rijdende op de weg, de Weverstraat, - een voetgangersoversteekplaats is genaderd en/of - de snelheid van de door hem bestuurde bestelauto niet (voldoende) heeft geminderd, waardoor hij niet in staat was om het door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of niet voldoende uit te wijken en/of - onvoldoende heeft geanticipeerd op de situatie op de weg en/of - geen voorrang heeft verleend aan een voetgangster ([slachtoffer]) die zich op de voetgangersoversteekplaats bevond en/of - tegen die voetgangster aan is gereden, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het rijgedrag van de verdachte moet worden beoordeeld als aanmerkelijk onvoorzichtig en dat de verdachte daarom schuld heeft aan het ongeval in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW).

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte integraal dient te worden vrijgesproken. De verdachte heeft zich gedragen zoals van een normale en voorzichtige verkeersdeelnemer onder de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht. Daarom kan de verdachte geen schuld in de zin van artikel 6 WVW worden verweten en heeft hij zich evenmin schuldig gemaakt aan gevaarzettend gedrag in de zin van artikel 5 WVW.

Oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte primair ten laste is gelegd. De rechtbank komt wel tot bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn opgenomen.

Bewijsmotivering

Juridisch kader

Om tot een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit te komen, moet de verdachte schuld hebben in de zin van artikel 6 WVW. Of dat het geval is, hangt af van het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en de overige omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Er moet minimaal sprake zijn van aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend handelen. Dit betekent dat een enkele verkeersfout of een tijdelijk moment van onoplettendheid zonder bijkomende bijzondere omstandigheden, in het algemeen onvoldoende is voor het aannemen van schuld. Daar komt bij dat niet al uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer kan worden afgeleid dat sprake is van schuld zoals hiervoor genoemd.

Artikel 5 WVW verbiedt gedrag dat gevaar of hinder voor het verkeer op de weg veroorzaakt of kan veroorzaken. Het feit dat een aanrijding is ontstaan, leidt niet zonder meer tot een bewezenverklaring van het bestanddeel gevaar. Het veroorzaken of kunnen veroorzaken van gevaar op de weg vereist minst genomen een zekere mate van concreet gevaarscheppend gedrag. Dat kan hieruit bestaan dat wie zich in het verkeer van een gevaar bewust behoort te zijn, zichzelf niet in de gelegenheid stelt vast te stellen dat dit gevaar zich niet voordoet.

Feiten en omstandigheden

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting stelt de rechtbank het volgende vast.

Op 10 januari 2024 omstreeks 15:25 uur reed de verdachte als bestuurder van een bestelauto op de Weverstraat in Krommenie. De Weverstraat is een rechte klinkerweg binnen de bebouwde kom. Er geldt een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur. Op dat moment was er sprake van daglicht, het regende niet en de weg was droog. Niet is vastgesteld hoe hard de verdachte reed. Op de Weverweg stak [slachtoffer] (hierna: het slachtoffer) over op een voetgangersoversteekplaats (hierna: zebrapad). Vlak voor het zebrapad stond een verkeersbord om te waarschuwen dat bestuurders een zebrapad naderen. De verdachte heeft het slachtoffer geen voorrang verleend en heeft haar vervolgens aangereden. Het slachtoffer bevond zich op dat moment bijna halverwege de rijbaan, op de vierde witte streep van het zebrapad. Het slachtoffer heeft door de aanrijding ernstig letsel opgelopen. Uit het dossier volgt dat op het moment van de aanrijding de zon erg laag stond en dat dat mogelijk het zicht van de verdachte heeft gehinderd.

Vrijspraak artikel 6 WVW

Vaststaat dat de verdachte aan het slachtoffer, die zich op het zebrapad bevond, voorrang had moeten verlenen en dat hij dat niet heeft gedaan. Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij het zebrapad, het verkeersbord en het slachtoffer niet heeft gezien, omdat hij vlak voor het zebrapad verblind werd door de laagstaande zon en het mistig was. De verdachte had naar eigen zeggen zijn snelheid daarom geminderd en de zonneklep van de auto was naar beneden.

Naar het oordeel van de rechtbank kan, nu daarnaar geen onderzoek is gedaan, niet worden vastgesteld met welke snelheid de verdachte het zebrapad is genaderd. Wel is gebleken dat de zon, zoals de verdachte heeft verklaard, laagstond en het zicht daardoor mogelijk was gehinderd. Uit het dossier en het verhandelde op de zitting valt echter niet op te maken op welk moment en hoelang de verdachte door de zon verblind is geweest. Daarmee kan evenmin worden vastgesteld of de verdachte zijn snelheid niet of onvoldoende heeft aangepast. Ook kan niet worden vastgesteld dat de verdachte gedurende langere tijd niet goed heeft opgelet of dat sprake is geweest van meer dan een kort moment van verblinding. Het dossier bevat daarvoor onvoldoende informatie. Anders dan de officier van justitie heeft betoogd, kan naar het oordeel van de rechtbank aan het enkele niet voorrang verlenen aan het slachtoffer op het zebrapad, onder deze omstandigheden niet de conclusie worden getrokken dat de verdachte zich aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gedragen. De rechtbank spreekt de verdachte daarom vrij van het primair ten laste gelegde feit.

Artikel 5 WVW

Naar het oordeel van de rechtbank kan het handelen van de verdachte wel als gevaarzettend gedrag worden gekwalificeerd. De verdachte kan worden verweten dat hij bij het korte moment van verblinding zijn snelheid niet zodanig heeft aangepast dat hij zijn voertuig tijdig tot stilstand had kunnen brengen. Dit klemt te meer nu hij reed binnen de bebouwde kom, waar hij rekening kon en moest houden met andere verkeersdeelnemers en zebrapaden. Hierdoor heeft de verdachte het zebrapad en het slachtoffer niet opgemerkt en het slachtoffer geen voorrang verleend. Hiermee heeft de verdachte zich zodanig gevaarzettend gedragen dat een reële kans op een ongeval is ontstaan, welk ongeval zich vervolgens ook daadwerkelijk heeft voorgedaan. Op grond van het voorgaande acht de rechtbank het subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 10 januari 2024 te Krommenie, gemeente Zaanstad als bestuurder van een voertuig (een bestelauto), daarmee rijdende op de weg, de Weverstraat, - een voetgangersoversteekplaats is genaderd en - geen voorrang heeft verleend aan een voetgangster ([slachtoffer]) die zich op de voetgangersoversteekplaats bevond en - tegen die voetgangster aan is gereden, door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeersweg 1994.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis, alsmede tot een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en hem geen ontzegging van de rijbevoegdheid motorrijtuigen op te leggen in verband met het werk van de verdachte.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon en de draagkracht van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van het feit

De verdachte heeft als bestuurder van een bestelauto geen voorrang verleend aan een voetganger op een zebrapad waardoor een aanrijding is ontstaan. Het slachtoffer heeft hierbij ernstig letsel opgelopen. Uit de namens haar ter zitting voorgedragen slachtofferverklaring blijkt welke enorme impact het ongeval op het slachtoffer heeft gehad en nog steeds heeft. Zij heeft hier tot op de dag van vandaag nog veel last van.

Persoon van de verdachte

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met het strafblad van de verdachte (Uittreksel Justitiële Documentatie) van 12 december 2025, waaruit weliswaar blijkt dat de verdachte eerder voor (andersoortige) verkeersdelicten is veroordeeld. Ook houdt de rechtbank rekening met het over de verdachte uitgebrachte reclasseringsadvies van 11 december 2025. Hieruit komt naar voren dat op alle leefgebieden sprake is van stabiliteit en het risico op recidive wordt ingeschat op laag. De reclassering adviseert bij veroordeling over te gaan tot oplegging van een straf zonder bijzondere voorwaarden, omdat interventies of toezicht niet nodig wordt geacht. Op de zitting heeft de verdachte spijt betuigd en blijk gegeven van medeleven voor het slachtoffer. Na de aanrijding heeft de verdachte geprobeerd contact te zoeken met het slachtoffer, maar dat is niet gelukt omdat de gegevens van het slachtoffer niet aan hem werden verstrekt. Hij heeft aangegeven nog steeds open te staan voor een gesprek met het slachtoffer. De verdachte is zelfstandige in de elektrotechniek en heeft zijn rijbewijs nodig voor zijn werk.

Strafmaat

Omdat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt van het onder primair ten laste gelegde, is een lagere straf op zijn plaats dan door de officier van justitie gevorderd. De rechtbank heeft aansluiting gezocht bij straffen die voor soortgelijke gevallen worden opgelegd. De rechtbank realiseert zich dat de op te leggen straf in geen enkele verhouding staat tot de ernst van de gevolgen voor het slachtoffer.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een geldboete van 500 euro passend en geboden is. De rechtbank is verder van oordeel dat het opleggen van een ontzegging van de rijbevoegdheid gedurende 6 maanden op zijn plaats is. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het tijdsverloop sinds het ongeval, zal de rechtbank, deze ontzegging geheel voorwaardelijk opleggen en daaraan een proeftijd van twee jaar verbinden.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

23, 24, 24c, 63 van het Wetboek van Strafrecht.

5, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte primair ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een geldboete van € 500,- (vijfhonderd euro) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis.

Veroordeelt de verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden. Beveelt dat deze bijkomende straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op 2 jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.M.C. de Haan, voorzitter,

mr. M.E. Francke en K.I.E. Lammers, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier D.H. Geuze,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 januari 2026.

Bijlage

(…)

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A.M.C. de Haan
  • mr. M.E. Francke

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?