ECLI:NL:RBNHO:2026:341

ECLI:NL:RBNHO:2026:341, Rechtbank Noord-Holland, 20-01-2026, 15.027874.24

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 20-01-2026
Datum publicatie 20-01-2026
Zaaknummer 15.027874.24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

Veroordeling voor bezit MDMA + bezit pepperspray. Bewijsoverweging voor wetenschap van aanwezigheid van MDMA.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15.027874.24 (P)

Uitspraakdatum: 20 januari 2026

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 23 december 2025 en 6 januari 2026 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [datum] 1992 te [plaats],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. E.V. Dam en van wat de verdachte en haar waarnemend raadsman mr. M. Pieplenbosch, advocaat te Koog aan de Zaan, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1 zij op of omstreeks 23 januari 2024 te Alkmaar tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, - ongeveer 16.000 pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende XTC en/of - ongeveer 62,85 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of - ongeveer 480,4 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine zijnde MDMA en/of amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2 zij op of omstreeks 23 januari 2024 te Alkmaar een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten 3 bussen pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van de verdachte heeft zich ten aanzien van het eerste gedachtestreepje in het onder 1 ten laste gelegde feit op het standpunt gesteld dat de verdachte hiervan partieel moet worden vrijgesproken, aangezien er geen bewijs is dat de verdachte wist of de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat er verdovende middelen in de doos zaten. Zowel voor het plegen als het medeplegen geldt dat de verdachte niet opzettelijk heeft gehandeld. Voor het medeplegen is daarnaast een vorm van gezamenlijke machtsuitoefening vereist en ook daarvoor ontbreekt bewijs, aldus de raadsman. Ten aanzien van de overige gedachtestreepjes in het onder 1 ten laste gelegde feit en het onder 2 ten laste gelegde feit heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn opgenomen.

Bewijsmotivering ten aanzien van feit 1

De rechtbank verwerpt het verweer van de verdachte dat zij niet wist dat in haar woning verdovende middelen lagen en dat ten aanzien van (mede)plegen geen sprake is van opzet en overweegt daartoe als volgt.

Naar aanleiding van een melding van huiselijk geweld komt de politie op 24 januari 2024 in de woning van de verdachte. Zij woont daar op dat moment samen met haar partner, medeverdachte [naam]. Wanneer de verbalisanten zoekend in de woning rondkijken, zien zij in de slaapkamer van de verdachte en de medeverdachte een openstaande doos met daarin een groot aantal zakken met gele pillen met het Warner Bros logo. Bij verder onderzoek in de woning treffen de verbalisanten op verschillende plekken, waaronder in een vriesvak, kledingkist en dressoirkast, meer verdovende middelen aan. Onder een jas op de keukentafel wordt eenzelfde zak met pillen als in voormelde doos aangetroffen In totaal zijn ongeveer 16.000 pillen aangetroffen. Uit onderzoek van het NFI blijkt dat deze pillen MDMA bevatten.

In beide telefoons van de verdachte zijn berichten aangetroffen die gaan over verdovende middelen. In een bericht van 21 januari 2024 biedt de verdachte 1000 gele Warner Bros pillen, 250 mg, voor € 0,50 per stuk aan aan ene “ K”. Daarop wordt positief gereageerd door “ K”. “K” stuurt op 23 januari 2024 dat hij de pillen morgen (op 24 januari 2024) zou willen ophalen, waarop de verdachte reageert met “Ja is goed hoor”. De rechtbank stelt vast dat dergelijke pillen op 24 januari 2024 in grote getalen zijn aangetroffen in de woning van de verdachte en de medeverdachte. Hieruit volgt niet alleen dat zij wetenschap had van de aanwezigheid van de pillen, maar dat de pillen zich bovendien in haar machtssfeer hebben bevonden. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank sprake van opzet op het aanwezig hebben.

Ten aanzien van het ten laste gelegde medeplegen overweegt de rechtbank dat de medeverdachte heeft verklaard dat hij de pillen in de woning heeft binnengebracht en daar heeft bewaard. De medeverdachte woonde bij de verdachte en had een sleutel van haar woning. Hieruit en uit het hiervoor overwogene, leidt de rechtbank af dat de verdachte en de medeverdachte op de hoogte waren van de aanwezigheid van de drugs in de woning en dat deze drugs zich in de machtssfeer van beiden bevond. De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van het medeplegen van het opzettelijke aanwezig hebben van ongeveer 16.000 pillen met MDMA.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

1 zij op 23 januari 2024 te Alkmaar tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad, - ongeveer 16.000 pillen van een materiaal bevattende MDMA en - 62,85 gram van een materiaal bevattende MDMA en - 480,4 gram, van een materiaal bevattende amfetamine.

2 zij op 23 januari 2024 te Alkmaar een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten 3 bussen pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad.

Gelet op de tenlastelegging inzake de medeverdachte [naam] gaat de rechtbank uit van een kennelijk verschrijving in de onderhavige tenlastelegging ten aanzien van feit 1, eerste aandachtsstreepje, waarin de officier van justitie XTC in plaats van MDMA ten laste heeft gelegd. Dit onderdeel van de tenlastelegging zal de rechtbank verbeterd lezen.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in haar verdediging.

Hetgeen aan de verdachte onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten:

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

ten aanzien van feit 2:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 255 dagen, waarvan 240 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en met een proeftijd van twee jaren, alsmede tot het verrichten van een taakstraf voor de duur van 240 uren, bij niet of onvoldoende verrichten van die taakstraf te vervangen door 120 dagen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van de verdachte heeft verzocht aan de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf met daarnaast een onvoorwaardelijke taakstraf op te leggen.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid MDMA, waaronder ongeveer 16.000 pillen, en amfetamine. De grote hoeveelheid harddrugs lag deels open en bloot in de woning en in de koelkast/vriezer. Het voorhanden hebben van een dergelijke handelshoeveelheid harddrugs is een feit dat bijdraagt aan het gebruik van harddrugs in de samenleving. Door het plegen van een dergelijk delict wordt de volksgezondheid ernstig bedreigd. Daarnaast heeft het gebruik van harddrugs vaak tot gevolg dat de gebruikers ervan vermogensdelicten plegen, teneinde de verslavende middelen te kunnen betalen. Dergelijke feiten leiden daarom behalve tot schade aan de volksgezondheid, tevens tot onrust in de samenleving, gevoelens van onveiligheid en financiële schade en is in toenemende mate ontwrichtend voor de samenleving. Bovendien brengt de productie van dit soort pillen grote risico’s voor mens en milieu met zich, waarbij de rechtbank wijst op de chemische processen bij de productie van pillen met MDMA in een illegaal drugslaboratorium, de ongecontroleerde opslag van chemicaliën ten behoeve van het productieproces en de dumping van drugsafval. De verdachte heeft met haar gedrag bijgedragen aan deze keten van criminele activiteiten.

Voorts heeft de verdachte drie busjes pepperspray voorhanden gehad. Het ongecontroleerde bezit van pepperspray brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen mee.

De persoon van de verdachte:

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het strafblad van de verdachte (Uittreksel Justitiële Documentatie) van 16 december 2025, waaruit blijkt dat de verdachte op 28 juli 2016 voor een Opiumwetdelict onherroepelijk is veroordeeld. Deze veroordeling zal de rechtbank gelet op het tijdsverloop niet meewegen bij de bepaling van de strafmaat.

In het reclasseringsadvies van 10 juli 2024 wordt het recidiverisico ingeschat op gemiddeld en wordt een (deels) voorwaardelijke straf met diverse bijzondere voorwaarden geadviseerd. Uit het reclasseringsrapport van 8 december 2025 blijkt echter dat zich sindsdien bij de verdachte positieve ontwikkelingen hebben voorgedaan. Zo is het alcohol- en cannabisgebruik verminderd en heeft zij een traumabehandeling gevolgd. Het risico op recidive is verlaagd naar laag-gemiddeld. Gerapporteerd wordt dat de verdachte blijk geeft gemotiveerd te zijn tot gedragsverandering en de reclassering acht haar in staat om de hulpverlening in vrijwillig kader voort te zetten Het is daarom niet noodzakelijk om toezicht te blijven houden en de reclassering adviseert dus bij een veroordeling een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen.

Strafmaat

Bij het bepalen van de hoogte van de straffen heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd. De oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht hanteren voor het aanwezig hebben van harddrugs met een gewicht tussen 8 en 9 kilo (uitgaande van 0,5 gram per pil) als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 26 maanden. Voor het bezit van pepperspray wordt een geldboete van € 290,00 als uitgangspunt genomen.

Gelet op de oriëntatiepunten ten aanzien van het aanwezig hebben van harddrugs ligt een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf in beginsel in de rede.

Op 9 februari 2024 is de voorlopige hechtenis van de verdachte onder voorwaarden geschorst en sindsdien heeft zij positieve ontwikkelingen laten zien. Het risico op recidive is verlaagd en zij is, ook gelet op hetgeen zij ter zitting naar voren heeft gebracht, nog steeds gemotiveerd om tot een blijvende gedragsverandering te komen. De rechtbank is van oordeel dat het opleggen van een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf deze positieve ontwikkeling te veel zal doorkruisen.

Alles afwegende is de rechtbank dan ook van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat deze gevangenisstraf vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, opdat de verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit.

De rechtbank is van oordeel dat hiernaast een taakstraf van 180 uur moet worden opgelegd met aftrek van de tijd dat de verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Voor elke dag die de verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht wordt twee uur van de taakstraf afgetrokken.

7. Vermogensmaatregel

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

3 x BUS Pepperspray, dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het onder 2 bewezenverklaarde feit met betrekking tot die voorwerpen is begaan en het ongecontroleerde bezit van die voorwerpen is in strijd met de wet of het algemeen belang.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 57 van het Wetboek van Strafrecht;

2 en 10 van de Opiumwet en

26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) MAANDEN met bevel dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot het verrichten van 180 (honderdtachtig) uren taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 90 (negentig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht, met dien verstande dat voor elke dag die de verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht twee uren taakstraf, subsidiair één dag hechtenis, in mindering worden gebracht.

Onttrekt aan het verkeer:

3 x BUS Pepperspray.

Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.E. Francke, voorzitter,

mr. A.M.C. de Haan en mr. K.I.E. Lammers, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier D.H. Geuze,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 januari 2026.

Bijlage

(…)

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.E. Francke
  • mr. A.M.C. de Haan
  • mr. K.I.E. Lammers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?