ECLI:NL:RBNHO:2026:3657

ECLI:NL:RBNHO:2026:3657

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 07-04-2026
Datum publicatie 07-04-2026
Zaaknummer 15/219022-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

Veroordeling art. 6 WVW. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een verkeersongeval door zich aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend te gedragen. Een taakstraf van 240 uur en OBM 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/219022-25 (P)

Uitspraakdatum: 7 april 2026

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 24 maart 2026 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. K. Leyendeckers en van wat de verdachte en zijn raadsman mr. T. van der Goot, advocaat te Leeuwarden, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

primair

hij op of omstreeks 12 augustus 2024 te Hippolytushoef, gemeente Hollands Kroon als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), daarmede rijdende over de weg, de Burgerweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

- met een niet toegestane en/of onverantwoord hoge snelheid te rijden en/of

- bij het naderen van de kruising of splitsing met de Polderweg, zijn snelheid niet zodanig te regelen dat hij in staat zou zijn om zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of

- op de kruising of splitsing van die Burgerweg met de Polderweg, twee voor hem van rechts komende fietsers geen voorrang te verlenen en die bestuurders niet in staat te stellen ongehinderd hun weg te vervolgen maar

- met grote impact op te botsen tegen die twee vanaf de Polderweg het kruisingsvlak oprijdende fietsers,

waardoor een van die fietsers (genaamd [slachtoffer 1] ) werd gedood en/of aan die andere fietser (genaamd [slachtoffer 2] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten 20 gebroken ribben en/of een gecompliceerde enkelbreuk en/of een gebroken sleutelbeen en/of een breuk in schaambeen en/of 2 gebroken middenhandsbeentjes en/of een bloeding in de milt en/of een kleine klaplong, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair

hij op of omstreeks 12 augustus 2024 te Hippolytushoef, gemeente Hollands Kroon

als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto), daarmee rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Burgerweg,

- met een niet toegestane te hoge snelheid heeft gereden en/of

- bij het naderen van de kruising of splitsing met de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Polderweg, zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of

- op de kruising of splitsing van die Burgerweg met de Polderweg, twee voor hem van rechts komende fietsers geen voorrang heeft verleend en die bestuurders niet in staat heeft gesteld ongehinderd hun weg te vervolgen maar

- met grote impact is opgebotst tegen die twee vanaf de Polderweg het kruisingsvlak met de Burgerweg oprijdende fietsers, waarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht en/of door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit. Volgens de officier van justitie kan worden bewezen dat de verdachte zich als bestuurder zeer onoplettend en onvoorzichtig heeft gedragen waardoor een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het primair en subsidiair ten laste gelegde feit. Op de argumenten die hij daarvoor heeft aangedragen wordt hierna nader ingegaan.

Oordeel van de rechtbank

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.

Bewijsoverweging

Inleiding

Op 12 augustus 2024 heeft in Hippolytushoef een verkeersongeval plaatsgevonden. De verdachte reed als bestuurder in zijn bedrijfsauto over de Burgerweg. Op de kruising van de Burgerweg en de Polderweg is hij in botsing gekomen met twee van rechts, van de Polderweg, komende wielrenners. Als gevolg van dit ongeval is het slachtoffer [slachtoffer 1] overleden aan zijn verwondingen. Het slachtoffer [slachtoffer 2] heeft ernstig letsel opgelopen, waaronder meerdere botbreuken, een bloeding in de milt en een kleine klaplong.

Juridisch kader

De rechtbank moet beoordelen of de verdachte zich in het verkeer zodanig heeft gedragen dat het aan zijn schuld te wijten is dat het verkeersongeval, met overlijden en met zwaar lichamelijk letsel van de slachtoffers als gevolg, heeft plaatsgevonden. Het begrip “schuld” in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) houdt in dat minimaal sprake moet zijn geweest van een aanmerkelijke mate van verwijtbaar onvoorzichtig en/of onoplettend handelen. Er is sprake van zulke aanmerkelijke onvoorzichtigheid of onoplettendheid als de verdachte tekortschoot in vergelijking met een gemiddelde andere persoon in vergelijkbare omstandigheden en met een vergelijkbare hoedanigheid. Gedragingen met een hogere graad van verwijtbaarheid kunnen worden gekwalificeerd als zeer onvoorzichtig en/of onoplettend handelen en in zeer bijzondere gevallen als roekeloos handelen. Bij de beoordeling van de vraag of het verkeersgedrag van de verdachte aanmerkelijk dan wel zeer onvoorzichtig en/of onoplettend of roekeloos is geweest, gaat het om het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en ernst daarvan en de omstandigheden van het geval.

Het verweer van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte met een niet toegestane snelheid heeft gereden. Eén van de verbalisanten heeft genoteerd dat de maximale snelheid ter plaatse 60 kilometer per uur was, maar heeft ter toelichting daarop enkel verwezen naar artikel 21 onder a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV). In die bepaling staat echter dat buiten de bebouwde kom de volgende maximumsnelheden gelden: voor motorvoertuigen op autosnelwegen 130 kilometer per uur, op autowegen 100 kilometer per uur en op andere wegen 80 kilometer per uur. De verdachte reed op de Burgerweg en dat ligt buiten de bebouwde kom. Uit het dossier blijkt niet dat tijdelijke verkeersmaatregelen van kracht waren. Dat betekent dat de hoofdregel geldt en dat een maximum snelheid gold van 80 kilometer per uur.

Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte de wielrenners niet heeft gezien en dat hij hen ook niet heeft kunnen zien. De slachtoffers, die op hun racefiets zaten, kwamen met ongeveer 30 kilometer per uur aan fietsen, zij hebben de bocht naar links kort genomen en zij lagen vermoedelijk plat op de fiets waardoor zij, mogelijk vanwege het hoogstaande riet langs de Polderweg, aan het zicht van de verdachte werden onttrokken. Het kan de verdachte daarom niet worden verweten dat hij zijn voertuig niet op tijd tot stilstand heeft gebracht en de fietsers geen voorrang heeft verleend.

De raadsman heeft er voorts op gewezen dat het dossier geen vermijdbaarheidsanalyse bevat. Zo’n analyse is nodig om het causale verband tussen de gedragingen van de verdachte en het ontstaan van het ongeval vast te stellen, aldus de raadsman.

Beoordeling

De rechtbank stelt op basis van twee op ambtseed opgemaakte processen-verbaal in het dossier vast dat op de Burgerweg een maximale snelheid van 60 kilometer per uur gold. De enkele verwijzing van één van de verbalisanten naar artikel 21 sub a RVV is naar het oordeel van de rechtbank niet voldoende om te twijfelen aan de juistheid van de bevindingen van de verbalisanten dat de maximale snelheid ter plaatse 60 kilometer per uur was. De rechtbank neemt daarbij mede in aanmerking dat de verdachte bij de politie heeft verklaard dat hij dacht dat de toegestane snelheid ter plaatse 60 kilometer per uur was.

De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen in het dossier vast dat de verdachte met een niet toegestane snelheid heeft gereden. Uit het onderzoek is gebleken dat de verdachte op de Burgerweg op enig moment een snelheid heeft bereikt van ongeveer 108 kilometer per uur. De verdachte heeft daarna zijn snelheid geminderd. Op ongeveer veertien meter afstand van de botsplaats (‘de conflictzone’) bedroeg zijn snelheid ongeveer 74,6 kilometer per uur. Dit was één seconde voor de locatie van het ongeval. Deze snelheid lag beduidend hoger dan de toegestane maximumsnelheid van 60 kilometer per uur.

Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat op basis van het dossier niet kan worden uitgesloten dat beide wielrenners plat op hun racefiets lagen. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij met zijn onderarmen gesteund lag op de steunen van zijn ligstuur. Uit het forensisch onderzoek volgt evenwel dat de verdachte, nadat hij de bosschages langs de Burgerweg was gepasseerd, kort voor de kruising, vrij zicht had op de Polderweg. De rechtbank verwijst hiertoe – mede tegen de achtergrond dat volgens het FO onderzoek het zicht vlak voor de botsing niet werd belemmerd – naar afbeeldingen 53 en 54 op pagina 93 van het dossier en haar eigen waarneming dat op afbeelding 53 is te zien dat het riet lager is dan de wielkast van de het linker voorwiel van de witte auto, die op de Polderweg is gepositioneerd. Het verweer van de raadsman dat de verdachte voor de kruising de fietsers mogelijk niet heeft kunnen zien door hoogstaand riet, wordt daarom verworpen.

De raadsman heeft terecht gesteld dat aannemelijk is dat de fietsers ongeveer 30 kilometer per uur reden en de bocht mogelijk enigszins hebben afgesneden. Uit het onderzoek volgt dat zij kort voor de botsing een snelheid van 28 kilometer per uur hadden. De rechtbank is evenwel van oordeel dat de aard van de verkeerssituatie ter plaatse extra voorzichtigheid van de verdachte verlangde om aan het verkeer dat van rechts zou kunnen komen, voorrang te kunnen verlenen. De Burgerweg betrof een smalle weg en er naderde voor de verdachte een T-splitsing waar verkeer van rechts voorrang had. Tot kort voor die kruising was het zicht voor de verdachte op de Polderweg vanwege bosschages aan de rechterzijde van de Burgerweg, belemmerd. Juist het gebrek aan zicht op de Polderweg noopte niet enkel tot het rijden met de toegestane maximumsnelheid, maar tevens tot een aanpassing naar een snelheid waarbij de verdachte, bij het naderen van de kruising, in staat zou zijn de kruising te overzien, zodat hij in staat zou zijn voorrang te verlenen aan verkeer van rechts, ook als het verkeer van rechts ongeveer 30 kilometer per uur reed en wellicht enigszins de bocht naar links afsneed. De verdachte was met deze verkeerssituatie bekend, omdat hij daar, naar eigen zeggen, wekelijks reed.

De verdachte heeft weliswaar zijn snelheid geminderd toen hij de kruising naderde maar uit het onderzoek volgt dat hij zeer kort voor de botsing nog met een snelheid van 74,6 kilometer per uur reed. Door met een niet toegestane snelheid de kruising te naderen en voorts na te laten zijn snelheid verder af te stemmen op de aard van de verkeerssituatie, was de verdachte niet in staat de kruising goed te overzien, zich ervan te verzekeren dat er geen verkeer van rechts kwam en van rechts komend verkeer voorrang te verlenen.

Hoewel het dossier, zoals de raadsman heeft betoogd, geen vermijdbaarheidsanalyse bevat, komt de rechtbank op grond van deze feiten en omstandigheden, in samenhang bezien, tot de conclusie dat de verdachte de slachtoffers wel had kunnen zien en tijdig had kunnen stoppen als hij zijn snelheid zodanig had aangepast dat hij voldoende tijd had om te kunnen anticiperen op het verkeer dat van rechts kwam. De verdachte heeft dit nagelaten wat erin heeft geresulteerd dat hij geen voorrang heeft verleend aan de van rechts komende wielrenners, waardoor het ongeval is ontstaan, waarbij [slachtoffer 1] werd gedood en [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.

Slotsom

Gelet op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval – zoals hiervoor overwogen – beschouwt de rechtbank het verkeersgedrag van de verdachte als aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend en is zij daarom van oordeel dat het ongeval aan de verdachte zijn schuld te wijten is. De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 12 augustus 2024 te Hippolytushoef, gemeente Hollands Kroon als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), daarmede rijdende over de weg, de Burgerweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend,

- met een niet toegestane en onverantwoord hoge snelheid te rijden en

- bij het naderen van de kruising met de Polderweg, zijn snelheid niet zodanig te regelen dat hij in staat zou zijn om zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en

- op de kruising van die Burgerweg met de Polderweg, twee voor hem van rechts komende fietsers geen voorrang te verlenen en die bestuurders niet in staat te stellen ongehinderd hun weg te vervolgen maar

- op te botsen tegen die twee vanaf de Polderweg het kruisingsvlak oprijdende fietsers,

waardoor een van die fietsers (genaamd [slachtoffer 1] ) werd gedood en aan die andere fietser (genaamd [slachtoffer 2] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten 20 gebroken ribben en een gecompliceerde enkelbreuk en een gebroken sleutelbeen en een breuk in het schaambeen en twee gebroken middenhandsbeentjes en een bloeding in de milt en een kleine klaplong, is ontstaan.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood en waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is daarom strafbaar.

5. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is daarom strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast heeft de officier van justitie een ontzegging van de rijbevoegdheid gevorderd voor de duur van dertig maanden, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht bij een strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Hij heeft daarbij onder meer gewezen op het blanco strafblad van de verdachte, de lage recidivekans en het belang van de verdachte om zijn rijbewijs te behouden. Ook heeft de raadsman erop gewezen dat er een gesprek heeft plaatsgevonden met slachtoffer [slachtoffer 2] onder begeleiding van Perspectief Herstelbemiddeling.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een verkeersongeval door zich als bestuurder van een auto aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend in het verkeer te gedragen. Hij reed met een niet toegestane en onverantwoord hoge snelheid op een onoverzichtelijke T-splitsing af en kon daardoor niet op tijd stoppen en geen voorrang verlenen aan twee wielrenners die van rechts kwamen. Door dit ongeval is één van de slachtoffers komen te overlijden. Hierdoor is aan de nabestaanden van het slachtoffer groot en onherstelbaar leed toegebracht. Het andere slachtoffer, de broer van het gedode slachtoffer, heeft als gevolg van het ongeval zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Hij heeft onder meer twintig gebroken ribben en een bloeding in de milt opgelopen. Hij is twee dagen opgenomen op de Intensive Care en heeft vervolgens twee weken op de chirurgieafdeling gelegen waar hij meermalen is geopereerd. Uit zijn slachtofferverklaring op de zitting blijkt dat zijn herstel zes maanden heeft geduurd.

Persoon van de verdachte

Ook voor de verdachte heeft het ongeval grote gevolgen gehad. Zowel uit wat de verdachte op de zitting heeft verklaard als uit het reclasseringsrapport van 30 januari 2026, is gebleken dat het ongeval de verdachte zeer heeft aangegrepen en dat hij tot op heden gebukt gaat onder de gevolgen die het ongeval heeft gehad. Direct na het ongeval heeft de verdachte geprobeerd het slachtoffer [slachtoffer 1] te redden door hem te reanimeren. Met het slachtoffer [slachtoffer 2] heeft een gesprek plaatsgevonden dat zowel de verdachte als het slachtoffer als positief hebben ervaren.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad van de verdachte) van 18 februari 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld. Dit wordt dan ook niet in het nadeel van verdachte meegewogen.

Op te leggen straf

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit en de gevolgen voor de slachtoffers, het opleggen van een onvoorwaardelijke taakstraf passend is. Bij het bepalen van de hoogte heeft de rechtbank gekeken naar de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Volgens deze oriëntatiepunten geldt voor het veroorzaken van een verkeersongeval met fatale afloop voor een slachtoffer, waarbij sprake is van aanmerkelijke schuld, als uitgangspunt een taakstraf voor de duur van 240 uren en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van één jaar. Indien het ongeval heeft geleid tot zwaar lichamelijk letsel bij een slachtoffer, wordt uitgegaan van een taakstraf voor de duur van 120 uren en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf van 240 uren passend en geboden is.

7. Bijkomende straf

De rechtbank is daarnaast van oordeel dat aan de verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen moet worden ontzegd voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De rechtbank ziet – gelet op de persoonlijke belangen van de verdachte en de gevolgen die het ongeval nog steeds heeft voor de verdachte – in dit specifieke geval aanleiding om een deel van de rijontzegging voorwaardelijk op te leggen.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d van het Wetboek van Strafrecht;

artikel 6, 175, 179 WVW 1994.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het primair bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot het verrichten van 240 (tweehonderdveertig) uren taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 120 dagen hechtenis.

Veroordeelt de verdachte tevens tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Beveelt dat een gedeelte van deze bijkomende straf, groot zes (6) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op twee (2) jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. S.J. Riem, voorzitter,

mr. J.M. Jongkind en mr. A.H. Tiemens, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. J.J. van der Velden,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 april 2026.

Bijlage

De bewijsmiddelen

(…)

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. S.J. Riem
  • mr. J.M. Jongkind
  • mr. A.H. Tiemens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?