ECLI:NL:RBNHO:2026:366

ECLI:NL:RBNHO:2026:366, Rechtbank Noord-Holland, 16-01-2026, C/15/373687/ KG RK 26/21

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 16-01-2026
Datum publicatie 21-01-2026
Zaaknummer C/15/373687/ KG RK 26/21
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Wraking

Samenvatting

De wrakingskamer wijst het verzoek tot wraking af, omdat de door verzoeker aangedragen gronden niet zien op de vrees voor mogelijke vooringenomenheid van de gewraakte rechter

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

beslissing

[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]

Wrakingskamer

zaaknummer / rekestnummer: C/15/373687/ KG RK 26/21

Beslissing van 16 januari 2026

Op het verzoek tot wraking ingediend door:

[verzoeker],

wonende te Alkmaar,

verzoeker.

Het verzoek is gericht tegen:

mr. H. de Jong,

hierna te noemen: de rechter.

1. Procesverloop

Verzoeker heeft op 14 januari 2026 schriftelijk de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, team Handel, Kanton & Bewind, locatie Alkmaar aanhangige bewindzaak met als zaaknummer BM 15653, hierna te noemen: de hoofdzaak.

De wrakingskamer heeft vervolgens op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek en bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.

2. De uitgangspunten

Bij beschikking van 4 november 2014 is het vermogen van verzoeker en van [betrokkene] onder bewind gesteld. [Naam] is bij beschikking van 12 januari 2024 benoemd tot (opvolgend) bewindvoerder.

Op 31 juli 2025 heeft verzoeker verzocht om de schuldsaneringsregeling op te heffen. De rechtbank heeft dit verzoek opgevat als een verzoek om het het ten behoeve van verzoeker ingestelde bewind op te heffen.

Bij brief van 2 december 2025 is verzoeker opgeroepen voor de op 20 januari

2026 geplande mondelinge behandeling van het opheffingsverzoek. In deze brief staat geschreven: “De rechter die uw zaak op de zitting behandelt is mr. H. de Jong.”

3. Het standpunt van verzoeker

Verzoeker heeft ter onderbouwing van het verzoek - kort gezegd – het volgende aangevoerd. Verzoeker heeft de rechtbank meerdere malen om opheldering gevraagd over het feit dat [Naam] al twee jaar de wekelijks aan verzoeker toekomende financiële toelage niet meer aan verzoeker heeft uitbetaald. De rechtbank heeft niet op deze informatieverzoeken gereageerd. Ook heeft de rechtbank niet gereageerd op de door verzoeker ingediende verzoeken tot controle van de incasso’s die verzoeker heeft betaald. Tot slot heeft de rechtbank niet gereageerd op de door verzoeker ingediende verzoeken om op de mondelinge behandeling van 20 januari 2026 te kunnen beschikken over een advocaat en tolk. Als gevolg van het voorgaande zijn de rechten van verzoeker op een eerlijk proces, juridische bijstand en bijstand van een tolk geschonden.

4. De beoordeling

Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert. Daarnaast kan een partij de indruk krijgen dat de rechter vooringenomen is. Beslissend daarvoor is of de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd is.

Uit het voorgaande volgt dat voor het toewijzen van een wrakingsverzoek vereist is dat verzoeker feiten en omstandigheden aanvoert die duiden op (de vrees voor) mogelijke vooringenomenheid van de rechter. De wrakingskamer stelt vast dat de door verzoeker aangedragen gronden hierop niet zien. Hiertoe overweegt de wrakingskamer als volgt.

Dat de rechter enige bemoeienis heeft gehad met de behandeling van de door verzoeker gedane verzoeken om informatie over de uitbetaling van zijn financiële toelage, blijkt nergens uit. Datzelfde geldt voor het verzoek tot controle op incasso’s. De klachten van verzoeker over de behandeling van deze verzoeken kunnen daarom geen betrekking hebben op de (on)partijdigheid van de rechter bij de behandeling van het door verzoeker gedane opheffingsverzoek.

Het is daarnaast in zaken zoals de hoofdzaak aan verzoeker zelf om zich als hij dat wil te voorzien van bijstand door een advocaat en/of een tolk. Dit is niet de taak van de rechter. Van bemoeiens van de rechter op dit punt is in dit geval ook niet gebleken.

Wat verzoeker hierover heeft aangevoerd, rechtvaardigt daarom evenmin enige vrees voor partijdigheid van de rechter.

De door verzoeker aangedragen gronden kunnen niet leiden tot wraking van de rechter. De wrakingskamer zal het verzoek afwijzen.

5. Beslissing

De rechtbank

wijst het verzoek af,

beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker en de rechter een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden,

beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.

Deze beslissing is gegeven door mr. mr. J.H. Gisolf, voorzitter, mr. D.D.M. Hazeu enmr. S.I.A.C. Angenent-Bakker, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2026.[concipiënt_initialen]

griffier voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. mr. J.H. Gisolf

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?