RECHTBANK NOORD-HOLLAND
beslissing
Verschoningskamer
zaaknummer / rekestnummer: C/15/376362/ HA RK 26-71
Beslissing van 1 april 2026
Op het verzoek tot verschoning ingediend door:
Mr. J.J. Dijk
hierna te noemen: de rechter.
1. Procesverloop
De rechter heeft op 1 april 2026 schriftelijk verzocht zich te mogen verschonen in de bij deze rechtbank, team Handel, Kanton & Insolventie aanhangige zaak met als zaaknummer T2605375 (door de rechter aangeduid als rekstnr C/15/367887 FT RK 25/547), hierna te noemen: de hoofdzaak.
2. De beoordeling
Een rechter kan verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
De rechter heeft ter onderbouwing van het verzoek het volgende aangevoerd:
Ik heb op 13 februari 2025 vonnis (C/15/359992 / KG ZA 24-721) gewezen in een kort geding tussen dezelfde partijen waarbij het ging om de vraag of voornoemde schuldeiser het executoriale beslag dat zij had gelegd op de inboedel van mevrouw [naam 1] ten uitvoer mocht leggen. Het WSNP verzoek betreft in wezen dezelfde materie.
Ik ben dus bepaald niet onbevooroordeeld in de WSNP zaak en zou mij daarom graag verschonen.
In het licht van het in 2.1 weergegeven uitgangspunt dient beoordeeld te worden of de door de kantonrechter aangevoerde argumenten voldoende grond bieden voor toewijzing van het verzoek tot verschoning. Dat is het geval. Het kort geding waarin de rechter op 13 februari 2025 vonnis heeft gewezen en het protest door [naam 2] en haar directeur [naam 3] tegen het verzoek tot toelating van mevrouw [naam 1] hebben betrekking op dezelfde materie.
Hetgeen de kantonrechter aan haar verzoek tot verschoning ten grondslag heeft gelegd, kan gelet op die feiten in dit geval bij (een van) de partijen leiden tot objectief gerechtvaardigde vrees van schade aan de rechterlijke onpartijdigheid, omdat de rechter zich in de eerdere zaak tussen dezelfde partijen over de vergelijkbare materie reeds heeft uitgesproken.
De aangevoerde feiten en omstandigheden vormen derhalve een grond voor verschoning. De rechtbank zal het verzoek daarom toewijzen.
3. 3. Beslissing
De rechtbank
wijst het verzoek van de rechter tot verschoning toe,
bepaalt dat de hoofdzaak verder zal worden behandeld door een andere rechter en beveelt dat die zaak daartoe in handen wordt gesteld van de voorzitter van het team Handel, Kanton & Insolventie, locatie Haarlem,
beveelt de griffier onverwijld aan de rechter en de partijen in de hoofdzaak een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.J. Wolfs, voorzitter, mr. R.H.M. Bruin en
mr. C.W.M. Giesen, leden van de verschoningskamer, in tegenwoordigheid van
de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.