ECLI:NL:RBNHO:2026:3842

ECLI:NL:RBNHO:2026:3842

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 31-03-2026
Datum publicatie 10-04-2026
Zaaknummer 15/272226-23 ontneming
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

Onderzoek Signet. Ontneming. De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering. Tussen de veroordeelde en het Openbaar Ministerie is een schikking in de zin van artikel 511c Sv tot stand gekomen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/272226-23

Uitspraakdatum : 31 maart 2026

Verkort vonnis ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr)

Deze beslissing heeft betrekking op de vordering van de officier van justitie d.d. 19 augustus 2024 ten aanzien van feit 1 in de zaak onder bovenstaand parketnummer, strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, tweede lid, Sr in de zaak tegen:

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

hierna: de veroordeelde.

1. Vordering

De officier van justitie heeft bij vordering van 19 augustus 2024 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, Sr zal vaststellen op € 200.000,00 en dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

De officier van justitie baseert de vordering op het strafbare feit (feit 1) waarvoor de veroordeelde onder meer is gedagvaard om op 31 maart 2026 te verschijnen voor de meervoudige strafkamer in deze rechtbank.

2. Het verloop van de procedure

De officier van justitie heeft bovengenoemde vordering aanhangig gemaakt met de oproeping van de veroordeelde om te verschijnen op de terechtzitting van deze rechtbank op 16 september 2024.

Procesafspraken

Het verloop van de procesafspraken

Het Openbaar Ministerie en de verdediging hebben op 16 augustus 2024 voor het eerst de mogelijkheden besproken voor het maken van procesafspraken met betrekking tot de afdoening in de strafzaak. Voorafgaand aan de regiezitting van 16 september 2024 heeft de rechtbank vernomen dat tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging verschillende gesprekken zijn gevoerd in het kader van procesafspraken die zowel betrekking hebben op de strafzaak als de ontnemingsprocedure. Bij e-mail van 14 mei 2025 heeft de rechtbank een laatste versie van de conceptovereenkomst ontvangen met daarin het afdoeningsvoorstel en een opgave van de bewijsmiddelen. De rechtbank heeft vervolgens op 23 mei 2025 beslist dat, uitgaande van een globale bestudering van het dossier, het afdoeningsvoorstel een toereikende basis biedt voor een inhoudelijke behandeling van de straf- en ontnemingszaak. De behandeling van de zaak is op diezelfde datum aangehouden in verband met de medische situatie van de veroordeelde. De periode hierna is de gezondheid van de veroordeelde ernstig achteruitgegaan en is bij hem acute myeloide leukemie vastgesteld. Deze uitzonderlijke persoonlijke omstandigheden hebben ertoe geleid dat het Openbaar Ministerie en de verdediging nieuwe afspraken hebben gemaakt en in onderhavige zaak een schikking zijn aangegaan als bedoeld in artikel 511c van het Wetboek van Strafvordering (Sv).

Inhoud afspraken

Op 23 maart 2026 heeft de rechtbank een afschrift ontvangen van de schikking ex artikel 511c Sv die het Openbaar Ministerie en de veroordeelde zijn aangegaan. Deze schikking is op 18 maart 2026 ondertekend door de veroordeelde, en op 20 maart 2026 door de officier van justitie. De rechtbank is in het geheel niet betrokken geweest bij de totstandkoming hiervan.

De schikking omvat – voor zover betrekking hebbend op de ontnemingsvordering – aanbod dat het Openbaar Ministerie een ontnemingsvordering dan wel een verdere behandeling van de aanhangige ontnemingszaak achterwege laat c.q. deze van rechtswege laat beëindigen, indien aan de hieronder vermelde voorwaarden wordt voldaan:

de veroordeelde betaalt aan de Staat der Nederlanden een geldbedrag van € 10.595,-;

het Openbaar Ministerie zal het aanwezige conservatoir beslag (€ 10.595,-) aanwenden voor betaling van de schikking ex. 511c Sv, waarbij de veroordeelde afstand doet van de gegenereerde rente.

Inhoudelijke behandeling

Op de zitting van 31 maart 2026 heeft de rechtbank het voorgaande met partijen besproken.

3. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, onder verwijzing naar de schikkingsovereenkomst in de zin van artikel 511c Sv, niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie gevorderd.

4. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering tot ontneming.

5. Het oordeel van de rechtbank

Bij gelijktijdig gewezen vonnis van deze rechtbank van 31 maart 2026 is de veroordeelde conform de door hem en het Openbaar Ministerie overeengekomen procesafspraken veroordeeld in de strafzaak. Op 31 maart 2026 heeft de rechtbank een afschrift ontvangen van de schikkingsovereenkomst tussen het Openbaar Ministerie en de veroordeelde. De rechtbank stelt vast dat de schikkingsovereenkomst op 31 maart 2026 door de veroordeelde en het Openbaar Ministerie is ondertekend en dat daarmee een schikking tot stand is gekomen in de zin van artikel 511c Sv.

De rechtbank overweegt dat partijen met het overeenkomen van de schikking hebben beoogd dat de rechtbank geen inhoudelijke beslissing meer neemt op de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Uit de schriftelijke schikkingsovereenkomst volgt immers dat het Openbaar Ministerie de schikking aan de veroordeelde heeft aangeboden teneinde daarmee een ontnemingsvordering achterwege te laten dan wel een verdere behandeling van de aanhangige ontnemingszaak achterwege te laten. Daar komt bij dat uit de schikkingsovereenkomst volgt dat betaling van het overeengekomen geldbedrag, te weten € 10.595,-, zal plaatsvinden doordat het Openbaar Ministerie dit bedrag verhaalt c.q. in mindering brengt op het aanwezige conservatoir beslag (een geldbedrag van € 10.595,-), nadat ondertekening en retournering van de schikking is geschied.

De rechtbank zal daarom het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

6. Beslissing

De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter,

mr. M. Rigter en mr. A.M.C. de Haan, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. S. Snelder,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 31 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M. Rigter
  • mr. A.M.C. de Haan

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?