ECLI:NL:RBNHO:2026:4003

ECLI:NL:RBNHO:2026:4003

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 19-02-2026
Datum publicatie 14-04-2026
Zaaknummer 15-045729-25 en 15-295818-23 (ttz.gev.) (P)
Rechtsgebied Strafrecht; Strafprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Jeugd strafzaak; zeden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie & Jeugd

Locatie Haarlem

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer: 15-045729-25 en 15-295818-23 (ttz.gev.) (P)

Uitspraakdatum: 19 februari 2026

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting met gesloten deuren van 5 februari 2026 in de zaak tegen:

[de verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] ,

feitelijk verblijvende op het adres [adres] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

[officier van justitie] en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S.W. Kuijpers, advocaat te Haarlem, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

15-045729-25

Feit 1

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 juli 2024 toten met 20 december 2024 te Beverwijk, althans in Nederland,met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten: [de benadeelde partij 1](geboren op [geboortedatum] ),een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit hetseksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten het een en/ofmeermalen:- stoppen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [de benadeelde partij 1] ;

Feit 2

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 juli 2024 toten met 20 december 2024 te Beverwijk, althans in Nederland,met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten: [de benadeelde partij 1](geboren op [geboortedatum] ),een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten het een en/of meermalen:- likken aan en/of betasten van de vagina en/of de schaamstreek van die [de benadeelde partij 1] ;

Feit 3

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 6 augustus 2022tot en met 30 juni 2024 te Beverwijk, althans in Nederland,met [de benadeelde partij 1] , geboren op [geboortedatum] , die toen de leeftijd van twaalfjaren nog niet had bereikt,een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of medebestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [de benadeelde partij 1] ,te weten het een en/of meermalen:- stoppen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [de benadeelde partij 1]

Feit 4

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2023tot en met 30 juni 2024 te Beverwijk en/of te Vilsteren, gemeente Ommen, althans inNederland,met [de benadeelde partij 1] , geboren op [geboortedatum] , die toen de leeftijd van zestienjaren nog niet had bereikt,buiten echt,een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het een en/ofmeermalen:- likken aan en/of betasten van de vagina en/of de schaamstreek van die [de benadeelde partij 1] ;

15-295818-23

hij op of omstreeks 20 augustus 2023 te Vilsteren, gemeente Ommen, althans in Nederland,door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een anderefeitelijkheid[de benadeelde partij 2] (geboren op [geboortedatum] )heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtigehandelingen,te weten het (over een bikinibroekje heen) betasten van de vagina van die [de benadeelde partij 2] ,en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweldof die andere feitelijkheid uit het:- onverhoeds (over een bikinibroekje heen) betasten van de vagina van die [de benadeelde partij 2]en/of- hebben van een overwicht op die [de benadeelde partij 2] (door het leeftijdsverschil tussenverdachte en die [de benadeelde partij 2] ),en/of (aldus) voor die [de benadeelde partij 2] een zodanig bedreigende en/of overweldigendesituatie heeft doen ontstaan dat zij zich niet aan de seksuele handeling(en) metverdachte kon onttrekken en/of durfde te onttrekken.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten. Het bewijs van de feiten 1 en 3 onder parketnummer 15-045729-25 ziet de officier van justitie als volgt: verdachte heeft verklaard dat hij een keer betrapt is toen hij zijn penis toonde aan zijn zusje van toen vijf jaar oud. Verdachte heeft verder verklaard dat hij een andere keer zijn penis in de mond van zijn zusje heeft gedaan. Daarbij is hij niet betrapt.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geconcludeerd tot vrijspraak van de onder parketnummer

15-045729-25 als feit 1 en 3 ten laste gelegde feiten. Volgens de verdediging kan op basis van het dossier niet worden vastgesteld wanneer de betreffende handeling heeft plaatsgevonden, laat staan dat dat in de tenlastegelegde periode was.

Ten aanzien van de feiten 2 en 4 onder datzelfde parketnummer concludeert de verdediging dat de verdachte deels dient te worden vrijgesproken, omdat niet wettig en overtuigend is bewezen dat hij aan de vagina van het slachtoffer heeft gelikt. Het DNA-onderzoek levert hiervoor geen bewijs: via bijvoorbeeld het wasgoed kan zijn DNA immers ook op haar onderbroek zijn gekomen. Bovendien is de onderbroek slechts op enkele plekken onderzocht op de aanwezigheid van DNA van de verdachte.

De verdediging zal zich ten aanzien van het feit onder parketnummer 15-295818-23 refereren aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak feit 1 en feit 3 onder parketnummer 15-045729-25 Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen wat de verdachte onder parketnummer 15-045729-25 als feit 1 en feit 3 ten laste is gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Het slachtoffer heeft tijdens het studioverhoor verteld dat de verdachte “mega vaak” zijn penis in haar mond heeft gestopt. De verdachte heeft bekend dat dit één keer is gebeurd. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte in elk geval één keer zijn penis in de mond van het slachtoffer heeft gestopt. De rechtbank kan op basis van het procesdossier en het besprokene op zitting echter niet vaststellen wanneer dit gebeurde, dus ook niet of de verdachte dit in de ten laste gelegde periode heeft gedaan. De verdachte heeft verklaard dat dit lang geleden is gebeurd en hij zich niet kan herinneren wanneer hij dit heeft gedaan, niet precies en niet bij benadering. Bij de rechter-commissaris heeft de verdachte verklaard dat dit plaatsvond “voor de eerste zaak”, te weten voor 20 augustus 2023. Het studioverhoor van het slachtoffer geeft evenmin aanwijzingen om nadere vaststellingen te kunnen doen over wanneer dit gebeurde. Ook overigens bevat het dossier daarvoor geen aanknopingspunten.

De verdachte zal daarom moeten worden vrijgesproken van feit 1 en 3.

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 15-045729-25 ten laste gelegde feiten 2 en 4 (ten aanzien van het betasten van de vagina) en het onder 15-295818-23 ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.

Bewijsmotivering

Ten aanzien van het ten laste gelegde feit 2 heeft de verdachte bekend dat hij de vagina van het slachtoffer heeft betast. De verdachte ontkent echter dat hij haar daar heeft gelikt. De vraag die voorligt is dus of de verdachte het slachtoffer ook heeft aangerand door te likken aan haar vagina. De rechtbank oordeelt als volgt.

Juridisch kader

Bij de beoordeling van het bewijs stelt de rechtbank voorop dat zedenzaken zich doorgaans kenmerken door het gegeven dat slechts twee personen aanwezig waren bij de ten laste gelegde seksuele handelingen; het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Dat is ook in deze zaak het geval.

Op grond van artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, niet uitsluitend worden aangenomen op grond van de verklaring van één getuige. Om tot een bewezenverklaring te komen moet de rechtbank eerst beoordelen of de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar en daarmee bruikbaar is voor het bewijs. Wanneer daarop bevestigend antwoord kan worden gegeven, is de vervolgvraag of deze verklaring voldoende wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. Voor een bewezenverklaring kan het voldoende zijn dat de verklaring van het slachtoffer op onderdelen steun vindt in andere bewijsmiddelen, afkomstig van een andere bron dan het slachtoffer.

Betrouwbaarheid verklaring slachtoffer

Het slachtoffer heeft op 20 december 2024 direct na de handelingen van de verdachte bij haar moeder aangegeven dat de verdachte aan haar vagina heeft gelikt. Ook in het studioverhoor heeft het slachtoffer, ondanks haar jonge leeftijd, gedetailleerd en consistent verteld wat de verdachte heeft gedaan en hoe hij dat heeft gedaan. Ook het woordgebruik van het slachtoffer komt authentiek en passend bij haar leeftijd over. De rechtbank ziet dan ook geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer.

Steunbewijs

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat geen steunbewijs in het dossier aanwezig is voor de verklaring van het slachtoffer dat de verdachte aan haar vagina heeft gelikt. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt.

Allereerst heeft de moeder van het slachtoffer verklaard dat het slachtoffer direct na de handelingen van de verdachte heeft aangegeven dat de verdachte aan haar vagina heeft gelikt. Verder heeft het slachtoffer tijdens het studioverhoor verklaard dat de verdachte haar onderbroek heeft uitgetrokken en dat de verdachte met zijn handen de heupen van het slachtoffer heeft vastgehouden terwijl hij haar vagina likte. Deze verklaring van het slachtoffer vindt bevestiging in de DNA-onderzoeken die zijn uitgevoerd op de onderbroek die het slachtoffer tijdens het incident droeg. Op de onderbroek zijn verschillende DNA-sporen met hoge bewijskracht afkomstig van de verdachte gevonden. De DNA-sporen zijn gevonden op de linker- en rechterkant van de tailleband van de onderbroek en aan de binnenzijde aan de voorkant ter hoogte van het kruis van de onderbroek. De rechtbank stelt vast dat deze plekken aansluiten bij wat volgens het slachtoffer door verdachte is gedaan.

Voornoemde factoren zijn redengevend voor het oordeel dat de verdachte wel gelikt heeft aan de vagina van het slachtoffer. De enkele verklaring van de verdachte dat zijn DNA op de onderbroek van het slachtoffer terecht zal zijn gekomen omdat hij met het slachtoffer in een huis woonde en het wasgoed altijd op een hoop lag, is onvoldoende om dit te ontkrachten. Deze stelling, die pas op zitting voor het eerst werd ingenomen, is niet concreet onderbouwd en niet aannemelijk geworden. Verder levert de stelling geen verklaring op voor de bij de aangifte aansluitende plekken op de onderbroek waar het DNA is aangetroffen. Dat niet is onderzocht of ook elders op de onderbroek nog DNA van de verdachte te vinden was, zoals de verdediging heeft aangevoerd, is daarbij irrelevant.

Conclusie

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat het dossier steunbewijs bevat voor de verklaring van het slachtoffer, waardoor is voldaan aan het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv. Het bestandsdeel likken aan de vagina en/of schaamstreek van het slachtoffer van feit 2 is daarmee wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 15-045729-25 ten laste gelegde feiten 2 en 4 en het onder 15-295818-23 ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

15-045729-25

Feit 2

hij op 20 december 2024 te Beverwijk, met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [de benadeelde partij 1] , geboren op [geboortedatum] , seksuele handelingen heeft verricht, te weten likken aan en betasten van de vagina van die [de benadeelde partij 1] ;

Feit 4

hij op 20 augustus 2023 te Vilsteren, gemeente Ommen, met [de benadeelde partij 1] , geboren op

[geboortedatum] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een ontuchtige handeling heeft gepleegd, te weten het betasten van de vagina van die [de benadeelde partij 1] .

15-295818-23

hij op 20 augustus 2023 te Vilsteren, gemeente Ommen, door een andere feitelijkheid [de benadeelde partij 2] (geboren op [geboortedatum] ) heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, te weten het over het bikinibroekje heen betasten van de vagina van die [de benadeelde partij 2] en bestaande die andere feitelijkheid uit het

- onverhoeds over het bikinibroekje heen betasten van de vagina van die [de benadeelde partij 2] en

- hebben van overwicht op die [de benadeelde partij 2] (door het leeftijdsverschil tussen verdachte en die [de benadeelde partij 2] ) en aldus voor die [de benadeelde partij 2] een zodanig overweldigende situatie heeft doen ontstaan dat zij zich niet aan de seksuele handeling met verdachte kon en/of durfde te onttrekken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het

verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

15-045729-25

Feit 2: aanranding in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaren.

Feit 4: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen.

15-295818-23

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dus strafbaar.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6. Motivering van de sancties

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gedragsbeïnvloedende maatregel voor de duur van twaalf maanden en een jeugddetentie van tien maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en onder de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) en een contactverbod met de slachtoffers en een locatieverbod (de wijk [wijk] te Beverwijk). De officier van justitie vordert tevens de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden.

. Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat bij het bepalen van de strafmaat rekening moet worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte is een first offender. Daarnaast zijn stoornissen bij hem geconstateerd die tijdens het begaan van de strafbare feiten aanwezig waren waardoor de feiten in verminderde mate aan hem kunnen worden toegerekend. De verdachte kan zich vinden in de gevorderde gedragsbeïnvloedende maatregel en wil graag bij het [behandelinstelling] ( [behandelinstelling] ) aan zijn toekomst blijven werken. De verdediging kan zich niet vinden in een voorwaardelijke jeugddetentie zoals geadviseerd door de Raad. De verdachte heeft namelijk bijna een half jaar in voorlopige hechtenis gezeten, omdat het lang duurde voordat een passende plek was gevonden. Dit heeft grote impact op hem gehad en was zwaar. Hij heeft kortom bijna de helft van de maximum straf al uitgezeten. Een voorwaardelijk strafdeel acht de verdediging daarom niet proportioneel.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Aard en ernst feiten

De verdachte heeft op 20 augustus 2023 zijn halfzusje en een vakantievriendinnetje van zijn halfzusje aan hun vagina betast. De meisjes waren aan het spelen in de stacaravan en genoten van hun vakantie toen de verdachte dit plots deed. De verdachte heeft met zijn handelen ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de meisjes. Daarnaast heeft de verdachte zijn positie als oudere broer misbruikt. De meisjes konden zich niet tegen de verdachte verzetten, hij was immers zes/zeven jaar ouder en veel groter. De verdachte heeft geen aandacht gehad voor de consequenties van zijn handelen op de twee nog erg jonge meisjes. Zijn eigen gevoelens heeft hij voorop gesteld. De rechtbank rekent de verdachte dit zwaar aan.

De verdachte heeft na 20 augustus 2023 behandeling gehad voor zijn problematiek bij De Waag. Ondanks deze behandeling kon de verdachte zich niet beheersen en is hij opnieuw ernstig de fout ingegaan door opnieuw onzedelijk aan zijn halfzusje te zitten. Op

20 december 2024 ging hij een stap verder dan 20 augustus 2023. Terwijl zijn halfzusje nietsvermoedend een filmpje aan het kijken was op het bed van haar ouders, heeft de verdachte haar aangerand. Deze handelingen waren volgens het slachtoffer een geheimpje tussen haar en haar broer. De verdachte heeft het feit gepleegd in de woning van het gezin. Dit is bij uitstek een plek waar het slachtoffer zich veilig had moeten kunnen voelen en onbezorgd moet kunnen opgroeien. Door het handelen van de verdachte is het gevoel van veiligheid en onbezorgdheid bij zijn halfzusje volledig weggenomen. Ook dit keer heeft de verdachte zijn positie als oudere broer ernstig misbruikt. Het slachtoffer had vertrouwen in haar broer, maar dit vertrouwen heeft hij ernstig geschonden en mogelijk onherstelbaar beschadigd. Ook bij het plegen van dit feit heeft de verdachte niet gedacht aan de gevolgen van zijn handelen voor zijn halfzusje. Het feit is gepleegd in de familiesfeer, waardoor sprake is van een grote impact op de familie van het slachtoffer en de verdachte.

Persoonlijke omstandigheden

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank het op naam

van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie van 20 december 2025 in aanmerking genomen waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.

Ook heeft de rechtbank kennis genomen van het psychiatrisch rapport van 10 november 2025 en het psychologisch rapport van 10 november 2025. De rapporteurs zijn het grotendeels met elkaar eens en kort samengevat houden hun bevindingen het volgende in.

De verdachte heeft een autismespectrumstoornis (ASS) en is zwakbegaafd. Daarnaast is sprake van ouder-kindrelatieproblematiek, een negatieve invloed van ouderlijke relatieproblemen en een verstoorde relatie met zijn halfbroertje en halfzusje. Dit beschreven beeld was tijdens de bewezenverklaarde feiten aanwezig. Daarom wordt geadviseerd de bewezenverklaarde feiten verminderd aan de verdachte toe te rekenen. Het recidiverisico wordt matig tot hoog ingeschat, indien de verdachte niet wordt behandeld voor zijn problematiek. Zowel de psychiater als de psycholoog adviseren daarom een gedragsbeïnvloedende maatregel. De psychiater adviseert deze maatregel voor de duur van een jaar en de psycholoog adviseert de maatregel op te leggen voor zolang de behandeling nodig is. Zij geven beiden aan dat de verdachte langdurige behandeling nodig heeft binnen ( [behandelinstelling] ) vanwege zijn cognitieve beperkingen (ASS en zwakbegaafdheid). Er worden ontwikkelmogelijkheden gezien bij de verdachte wanneer de behandeling en begeleiding op maat en op zijn niveau worden aangeboden. De behandeling zal naar verwachting met vallen en opstaan gaan, omdat de verdachte aangeleerde alternatieve gedragingen in verschillende situaties moet inzetten, waarbij het niet ondenkbaar is dat hij zal terugvallen in eigen aangeleerde patronen. Het kan dan helpend zijn dat de verdachte de consequenties van zijn gedrag ervaart door een time-out binnen de JJI.

De rechtbank kan zich verenigen met de conclusies van voornoemde rapporten om het bewezen verklaarde in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.

De rechtbank heeft ook kennisgenomen van het rapport van de Raad van 27 januari 2026. De Raad heeft geadviseerd een gedragsbeïnvloedende maatregel op te leggen in de vorm van individuele en systemische behandeling vanuit [behandelinstelling] te [plaats] , danwel [plaats] . De Raad adviseert in dat kader ook dat de verdachte een adequate dagbesteding moet hebben, zich moet houden aan de afspraken met de jeugdreclassering en dat deze voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn. De Raad ziet – net als de gedragsdeskundigen – de gedragsbeïnvloedende maatregel als het juiste kader om sturing te geven aan de groei en ontwikkeling van de verdachte. Daarnaast adviseert de Raad een deels voorwaardelijke jeugddetentie, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het aantal dagen die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De Raad adviseert daarbij als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:

zal verblijven bij [behandelinstelling] te [plaats] , danwel [plaats] ;

zich zal inzetten voor de behandeling en begeleiding bij [behandelinstelling] en zich zal houden aan de daar gestelde huisregels;

zal meewerken aan individuele en systemische behandeling vanuit [behandelinstelling] of een soortgelijke organisatie zolang als door de behandelinstelling nodig wordt bevonden voor het verkleinen van de kans op recidive;

zich zal inzetten voor het behouden van een zinvolle dagbesteding zoals school;

op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met de slachtoffers zolang de jeugdreclassering dat nodig acht.

De Raad adviseert dat voornoemde voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte weer een misdrijf zal begaan waarbij de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen in gevaar is.

De Raad schat het algemene recidive risico van de verdachte in op midden. De verdachte beschikt op dit moment niet over de juiste vaardigheden om weloverwogen en sociaal geaccepteerde keuzes te maken. Dit is een duidelijk hoge risicofactor. Om de zorgen over de verdachte weg te nemen is het nodig dat hij intensieve, langdurige, ambulante behandeling en begeleiding krijgt vanaf de huidige behandelplek [behandelinstelling] .

Ter terechtzitting heeft de Raad hieraan toegevoegd dat de verdachte zich goed aan de schorsingsvoorwaarden houdt en te zien is dat hij een groei heeft doorgemaakt sinds hij bij [behandelinstelling] verblijft. De verdachte heeft de motivatie om iets van zijn leven te maken. Het heeft lang geduurd voordat een geschikte plek voor de verdachte werd gevonden, wat niet aan de verdachte persoonlijk is te wijten. Het is positief dat de verdachte zichzelf steeds meer begint open te stellen. Tegelijkertijd geeft hij ook nog steeds aan dat zijn handelingen zouden zijn uitgelokt en spreekt hij over wraak op zijn stiefmoeder en vader. De Raad vindt dit zorgelijk. Ook is de verdachte nog niet volledig open over de feiten waarvan hij wordt verdacht. [behandelinstelling] is de aangewezen partij om daarover met de verdachte in gesprek te gaan. De behandeling en begeleiding staan nog aan het begin. De behandeling moet volgens de Raad voorop staan, in plaats van school en stage. De verdachte heeft nog een lange weg te gaan. Het is daarom goed dat de verdachte langer bij [behandelinstelling] kan blijven. Dit kan goed geborgd worden in de gedragsbeïnvloedende maatregel.

Namens de jeugdreclassering is ter terechtzitting het volgende aangegeven. Volgens [behandelinstelling] laat de verdachte een stijgende lijn zien in de gesprekken die hij voert binnen de behandeling. De stijgende lijn is vooral te zien op het praktisch gebied van school, stage en het naleven van de schorsingsvoorwaarden. De jeugdreclassering vindt het zorgelijk dat de verdachte nog steeds de uitspraak doet dat zijn vader en stiefmoeder zijn handelen hebben uitgelokt en hij de feiten heeft gepleegd als wraakactie. Deze uitspraken moeten worden meegenomen in de gesprekken bij [behandelinstelling] . De behandelaren zullen meer de diepte in moeten gaan met de verdachte, maar daarvoor is steeds minder tijd vanwege school en de stage van de verdachte.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank verder nog het volgende overwogen. De verdachte heeft niet voor alle feiten volledige openheid van zaken gegeven en hij legt jammer genoeg de verantwoordelijkheid voor zijn gedrag deels bij anderen. Dit terwijl hij juist zelf na de feiten in 2023 ambulante behandeling kreeg en wel voelde maar niet heeft aangegeven dat zijn echte problemen daarbij niet aangepakt werden. Daarmee kijkt hij weg van zijn eigen verantwoordelijkheid en lijkt hij het laakbare van zijn handelen niet te (willen) zien. Dit wordt dan ook negatief meegewogen bij het bepalen van de straf.

Gedragsbeïnvloedende maatregel

De rechtbank is van oordeel dat de ernst van de begane misdrijven aanleiding geven tot de oplegging van de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige en dat de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een gedragsbeïnvloedende maatregel en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. Gezien zijn problematiek is de noodzaak van behandeling en begeleiding voor de verdachte duidelijk. In het kader van zijn schorsingsvoorwaarden staat de verdachte onder behandeling en begeleiding vanuit [behandelinstelling] en verblijft hij daar ook. Het is van belang dat dit wordt voortgezet en stevig wordt geborgd. De verdachte heeft ter terechtzitting ook aangegeven dat hij gemotiveerd is voor de gedragsbeïnvloedende maatregel en daaraan wil meewerken. Binnen het kader van de gedragsbeïnvloedende maatregel kan de juiste sturing worden gegeven voor een positieve ontwikkeling van de verdachte. De rechtbank zal daarom bepalen dat de verdachte gedurende de maatregel intern bij [behandelinstelling] te [plaats] , dan wel [plaats] , moet verblijven. Daarnaast moet de verdachte meewerken aan individuele en systemische behandeling vanuit het [behandelinstelling] , zodat hij kan werken aan zijn problematiek en daarmee de kans op recidive kan worden verkleind.

De rechtbank acht het van belang dat in deze behandeling ook aandacht is voor de wraakgevoelens van de verdachte en dat in de behandelgesprekken de diepte wordt gezocht, zodat duidelijk wordt waar bepaalde gedragingen en gedachten van de verdachte vandaan komen. Daarnaast moet de verdachte passende dagbesteding hebben in de vorm van school, stage en/of werk. Hierbij merkt de rechtbank op dat de behandeling en begeleiding van de verdachte altijd voorrang dient te hebben op zijn dagbesteding. Ten slotte moet de verdachte zich gedurende de maatregel houden aan de afspraken met de jeugdreclassering.

De rechtbank zal aan de gedragsbeïnvloedende maatregel een vervangende jeugddetentie verbinden, indien de verdachte niet naar behoren meewerkt aan de tenuitvoerlegging van de maatregel. De rechtbank acht daartoe een termijn van maximaal zes maanden voldoende als stok achter de deur, zodat de verdachte zich blijft inzetten voor de noodzakelijke behandeling en begeleiding vanuit [behandelinstelling] .

(Voorwaardelijke) jeugddetentie

Alles afwegende is de rechtbank daarnaast van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf moet worden opgelegd. De rechtbank is echter van oordeel dat de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder de verminderde toerekenbaarheid, reden geven om enigszins af te wijken van de straf zoals gevorderd door de officier van justitie. De rechtbank zal daarom een jeugddetentie opleggen voor de duur van 297 dagen, met aftrek van de 177 dagen die de verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte daarvan, te weten 120 dagen, vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit. Daarnaast zal de rechtbank de gevorderde bijzondere voorwaarden aan de op te leggen straf verbinden. Deze voorwaarden zijn van belang, zodat de behandeling en de begeleiding van de verdachte, ook na afloop van de gedragsbeïnvloedende maatregel, nog voldoende zijn geborgd.

Dadelijke uitvoerbaarheid gedragsbeïnvloedende maatregel en bijzondere voorwaarden

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf dat is gericht tegen en gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten aanranding van een minderjarige jonger dan twaalf jaar, ontuchtige handelingen plegen met iemand beneden de zestien jaar en feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Gelet op het matige tot hoge recidiverisico en het feit dat de noodzakelijke behandeling en begeleiding van de verdachte nog in de beginfase zit, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een strafbaar feit zal begaan. Daarbij betrekt de rechtbank dat de verdachte een deel van de feiten heeft gepleegd terwijl hij al onder ambulante behandeling was (geweest) voor de eerder voorgevallen feiten. Daarnaast is de dadelijke uitvoerbaarheid in het belang van de verdachte, zodat de behandeling en de begeleiding direct kan worden voortgezet. De rechtbank zal daarom bevelen dat het programma waar de gedragsbeïnvloedende maatregel uit bestaat en de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn.

7. Vordering benadeelde partij [de benadeelde partij 1] en schadevergoedingsmaatregel

De wettelijk vertegenwoordiger [de wettelijk vertegenwoordiger] , heeft namens het slachtoffer [de benadeelde partij 1] , een vordering tot schadevergoeding ingediend van totaal € 24.349,00 die de benadeelde partij als gevolg van de ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel. Ook is verzocht hieraan de BEM-clausule te verbinden. De gevorderde schadevergoeding is opgebouwd uit een bedrag van € 9.349,00 aan materiële schade en € 15.000,00 euro aan immateriële schade.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering.

De verdediging heeft betwist dat de studievertraging van het slachtoffer een (direct) gevolg is geweest van de ten laste gelegde feiten, wijzend op de bijlage met de schoolverklaring. Daaruit blijkt dat het slachtoffer extra hulp nodig had voor rekenen en lezen en dat een dyslexieonderzoek is verricht. Het is onder deze omstandigheden aannemelijk dat het slachtoffer daardoor is blijven zitten.

Ten aanzien van de gevorderde vergoeding van de opgenomen verlofdagen door de vader van benadeelde partij is de verdediging van mening dat deze kosten onvoldoende zijn onderbouwd. En ook hiervan kan niet worden vastgesteld dat dit een rechtstreeks gevolg is van de ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij dient dan ook niet-ontvankelijk verklaard te worden ten aanzien van de gevorderde materiële schade.

De verdediging stelt zich verder op het standpunt dat de hoogte van de immateriële schadevergoeding sterk gematigd moet worden. De benadeelde partij is namelijk niet professioneel behandeld en er is geen psychiatrisch erkend ziektebeeld vastgesteld. Daarnaast kunnen niet alle ten laste gelegde seksuele handelingen worden bewezen en kan niet worden vastgesteld dat de benadeelde partij gedurende twee jaar seksueel is misbruikt door de verdachte.

De rechtbank oordeelt ten aanzien van de gevorderde materiële schade als volgt.

De rechtbank acht voldoende onderbouwd en komen vast te staan dat er rechtstreeks verband is tussen het bewezenverklaarde en de studievertraging. Uit de overgelegde verslagen van de coachgesprekken met het slachtoffer blijkt dat het bewezenverklaarde tussen het slachtoffer en de verdachte steeds naar voren komt, de impact die het op het slachtoffer heeft gehad en dat doubleren voor haar een veilige basis biedt. Dat het slachtoffer een dyslexieonderzoek heeft gehad en moeite had met lezen en rekenen doet hier in dit geval dan ook niet aan af.

De rechtbank zal de gevorderde kosten aan studievertraging dan ook toewijzen.

Ten aanzien van de verplaatste schade, te weten de opgenomen verlofdagen van de vader van het slachtoffer, oordeelt de rechtbank dat – mede in het licht van wat uit bovengenoemde gesprekverslagen spreekt – voldoende aannemelijk is dat de vader vrije dagen heeft moeten opnemen voor bijstand van het slachtoffer bij de verschillende gesprekken die zij heeft moeten hebben naar aanleiding van het bewezenverklaarde. Ook dit deel van de vordering zal worden toegewezen.

Ten aanzien van de immateriële schade oordeelt de rechtbank als volgt. Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.

Gelet op de aard en ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde, is de rechtbank van oordeel dat zij door het strafbare feit op andere wijze in haar persoon is aangetast. De benadeelde partij heeft voldoende concrete gegevens overgelegd waaruit de ernst van de gevolgen blijkt. Zoals hierboven al uiteengezet, blijkt deze ernst voldoende uit de gesprekverslagen met de coach.

De rechtbank is echter van oordeel dat het gevorderde bedrag aan immateriële schade gematigd dient te worden. De vordering is namelijk gebaseerd op meer feiten dan bewezenverklaard. Voor het bepalen van de hoogte van de schadevergoeding heeft de rechtbank acht geslagen op onder meer de Rotterdamse Schaal. De Rotterdamse schaal geeft als bovengrens voor feiten als bewezenverklaard een bedrag van € 6.500,00 voor de meest ernstige gevallen. De rechtbank ziet in dit geval aanleiding om een hoger bedrag tot te wijzen, gelet op de aard van de feitelijke handelingen, de omstandigheden daarvan, de familiaire verhouding waarin de feiten zijn gepleegd en de frequentie van de feiten. De rechtbank acht een bedrag van € 10.000,00 billijk. De rechtbank zal de vordering dan ook tot dit bedrag toewijzen en voor het overige niet-ontvankelijk verklaren.

Ten aanzien van de materiële en immateriële schadevergoeding zal de rechtbank het toegewezen bedrag vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 december 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder parketnummer 15-045729-25 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: aanranding van een minderjarige onder de twaalf en ontuchtige handelingen plegen bij een persoon onder de zestien jaar] aanleiding voor de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

BEM-clausule

De rechtbank zal bepalen dat de schadevergoeding die betaald moet worden als gevolg van deze uitspraak, te weten een bedrag van € 19.349,00, moet worden gestort op een ten behoeve van [de benadeelde partij 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , reeds geopende spaarrekening met een zogenoemde BEM-clausule. Een dergelijke BEM-clausule is bedoeld ter bescherming van de belangen van de minderjarige. De minderjarige en haar wettelijke vertegenwoordiger kunnen aldus slechts met toestemming van de kantonrechter over het vermogen van de minderjarige beschikken tot zij achttien jaar is.

8. Vordering benadeelde partij [de benadeelde partij 2] en schadevergoedingsmaatregel

De wettelijk vertegenwoordiger [de wettelijk vertegenwoordiger] , heeft namens het slachtoffer

[de benadeelde partij 2] , een vordering tot schadevergoeding ingediend van totaal € 1.345,57 die de benadeelde partij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel. De gevorderde schadevergoeding is opgebouwd uit een bedrag van € 95,57 aan materiële schade en € 1.250,00 aan immateriële schade.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering.

De verdediging heeft betwist dat causaal verband bestond tussen de behandeling van het slachtoffer en het ten laste gelegde feit. Daarvoor ontbreekt informatie over de inhoud van de behandeling. De benadeelde dient dus ten aanzien van de met de behandeling verband houdende gevorderde materiële schade niet-ontvankelijk te worden verklaard. Ten aanzien van de immateriële schade stelt de verdediging zich op het standpunt dat het gevorderde bedrag gematigd moet worden, omdat geen strafverzwarende omstandigheden aanwezig zijn.

De rechtbank oordeelt als volgt. Ten aanzien van de materiële schade acht de rechtbank voldoende onderbouwd dat er rechtstreeks verband is tussen het bewezenverklaarde en de behandeling. Met de bijlage en het ter zitting naar voren gebrachte is voldoende aannemelijk geworden dat de behandeling die het slachtoffer heeft gehad bij FIER! betrekking had op het bewezenverklaarde handelen van de verdachte. De gevorderde reiskosten zijn - naar onbetwist is – gemaakt in verband met die behandeling en staan daarmee in voldoende rechtstreeks verband met het bewezenverklaarde feit.

Ten aanzien van de immateriële schade is de rechtbank van oordeel – onder herhaling van het toepasselijke toetsingskader dat hierboven is opgenomen – dat gelet op de aard en ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde, aan te nemen is dat zij door het strafbare feit op andere wijze in haar persoon is aangetast. De benadeelde partij heeft voldoende concrete gegevens overgelegd waaruit blijkt dat zij als gevolg van het bewezenverklaarde behandeling heeft moeten ondergaan bij FIER!.

De hoogte van de gevorderde immateriële schadevergoeding komt de rechtbank billijk voor.

Gelet op het voorgaande zal de vordering tot schadevergoeding worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 augustus 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder parketnummer 15-295818-23 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: feitelijke aanranding van de eerbaarheid] aanleiding voor de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 36f, 77a, 77g, 77i, 77w, 77wa, 77wc, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 246 (oud), 247 (oud) en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder parketnummer 15-045729-25 als feit 1 en feit 3 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 2 en 4 onder parketnummer 15-045729-25 en het feit onder parketnummer 15-295818-23 heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder de parketnummers 15-045729-25 en 15-295818-23 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de onder parketnummers 15-045729-25 en 15-295818-23 bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 297 (tweehonderdzevenennegentig) dagen. Beveelt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot 120 (honderdtwintig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

Geeft opdracht aan De William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering gevestigd te Amsterdam, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat de op grond van artikel 77z gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 77aa uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, te weten 177 dagen, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht.

Legt aan de verdachte op de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige voor de duur van twaalf maanden, die bestaat uit:

- intern verblijf bij het [behandelinstelling] ( [behandelinstelling] ), op het adres [adres] , danwel de [behandelinstelling] locatie te [plaats] ;

- het volgen van individuele en systemische therapie vanuit [behandelinstelling] ;

- het inzetten voor het behouden of verkrijgen van een zinvolle dagbesteding zoals school, stage en/of werk;

- zich houden aan de afspraken met de jeugdreclassering.

De William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, heeft tot taak de ondersteuning van de tenuitvoerlegging van de maatregel.

Beveelt dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van maximaal 6 (zes) maanden als de veroordeelde niet naar behoren meewerkt aan de tenuitvoerlegging van de maatregel.

Beveelt dat het programma waaruit de gedragsbeïnvloedende maatregel bestaat, dadelijk uitvoerbaar is.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [de wettelijk vertegenwoordiger], als wettelijk vertegenwoordiger van [de benadeelde partij 1] , geleden schade tot een bedrag van

€ 19.349,00, bestaande uit € 9.349,00 voor de materiële en € 10.000,00 voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 december 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [de wettelijk vertegenwoordiger] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van benadeelde partij

[de wettelijk vertegenwoordiger] , als wettelijk vertegenwoordiger van [de benadeelde partij 1] , de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 19.349,00 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 december 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 0 dagen jeugddetentie.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding tot een bedrag van € 19.349,00 zal worden gestort op een ten behoeve van [de benadeelde partij 1] , geboren op

[geboortedatum] , geopende spaarrekening met een BEM-clausule.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [de wettelijk vertegenwoordiger], als wettelijk vertegenwoordiger van [de benadeelde partij 2] , geleden schade tot een bedrag van € 1.345,57, bestaande uit € 95,57 voor de materiële en € 1.250,00 voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, aan

[de wettelijk vertegenwoordiger] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van benadeelde partij

[de wettelijk vertegenwoordiger] , wettelijk vertegenwoordiger van [de benadeelde partij 2] , de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.345,57 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 0 dagen jeugddetentie.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.K. Mireku, voorzitter,

mr. P.E. van der Veen en mr. F.W. van Dongen, rechters, allen tevens kinderrechter,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. G.J.M. Loos,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 19 februari 2026.

Mr. P.E. van der Veen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A.K. Mireku
  • mr. P.E. van der Veen
  • mr. F.W. van Dongen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?