ECLI:NL:RBNHO:2026:4020

ECLI:NL:RBNHO:2026:4020

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 23-04-2026
Datum publicatie 15-04-2026
Zaaknummer C/15/374462
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Vraag of gemeente als eigenaar van theatergebouw geluidwerende maatregelen moet nemen ten behoeve van aangrenzende woning wordt bevestigend beantwoord. Gemeente heeft ruim een jaar lang toezeggingen gedaan hierover, die zij niet is nagekomen.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht

Zittingsplaats Haarlem

Zaaknummer: C/15/374462 / KG ZA 26-62

Vonnis in kort geding van 23 april 2026

in de zaak van

[de Parochie] ,

te [plaats],

eisende partij,

hierna te noemen: de Parochie,

advocaat: mr. W.Th. Post,

tegen

GEMEENTE ZANDVOORT,

te Zandvoort,

gedaagde partij,

hierna te noemen: de gemeente,

advocaten: mr. P.F.P. Nabben en mr. S.J.. Sattler.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 5

- de akte wijziging van eis met producties 6 en 7

- de vrijwillige verschijning van de gemeente- de akte met producties 1 t/m 9 van de gemeente- de mondelinge behandeling van 10 maart 2026- de pleitnota van de Parochie- de pleitnota van de gemeente.

Voor de mondelinge behandeling op 10 maart 2026 zijn verschenen namens de Parochie de heer [betrokkene 1] (pastoor) bijgestaan door mr. Post voornoemd en namens de gemeente de heer [betrokkene 2] (procesmanager) en de heer [betrokkene 3] (jurist), bijgestaan door mr. Nabben en mr. Sattler voornoemd.

Nadat partijen over en weer het woord hebben gevoerd is de verdere behandeling van de zaak pro forma aangehouden voor de duur van vier weken in afwachting van nader bericht van de advocaten over de gewenste voortzetting van de procedure.

Bij brief van 7 april 2026 heeft de Parochie laten weten dat partijen geen overeenstemming hebben kunnen bereiken en verzocht om vonnis te wijzen. De gemeente heeft bij brief van dezelfde datum verzocht om voortzetting van de mondelinge behandeling. De Parochie heeft tegen dit verzoek op 8 april 2026 bezwaar gemaakt.

De voorzieningenrechter heeft partijen bericht dat de aan het slot van de zitting gemaakte afspraken voorzien in vonnis, verlenging aanhouding of intrekking, niet in voortzetting. Vervolgens is vonnis bepaald op heden.

2. De feiten

De Parochie is eigenaar van een pastorie staande en gelegen aan het adres [adres]

te [plaats]. De gemeente is eigenaar van het aangrenzende gebouw, bekend als [het theater] (hierna: het theater). Beide gebouwen zijn tegen elkaar aangebouwd en slechts van elkaar gescheiden door een dunne tussenmuur.

De Parochie was lange tijd zowel eigenaar van het aangrenzende gebouw als van de pastorie. In de jaren tachtig heeft zij het aangrenzende gebouw verkocht en overgedragen aan de gemeente, die het vanaf dat moment heeft gebruikt voor toneelvoorstellingen, jazzconcerten en andere culturele activiteiten. De pastorie is als pastoorswoning in gebruik gebleven, thans in gebruik bij [betrokkene 1] voornoemd.

In 2021 heeft de gemeente besloten het theater ingrijpend te renoveren, om dit als laagdrempelig, multifunctioneel cultureel centrum voor jong en oud ‘klaar te maken voor de toekomst’. In het kader van de daartoe nodige planvorming heeft de Parochie op diverse momenten haar zorgen omtrent de (toekomstige) geluidsoverlast van het (toekomstige) theater aan de gemeente kenbaar gemaakt.

In dat kader zijn over en weer meerdere e-mails verzonden, waaronder de volgende berichten van de procesmanager van de gemeente, de heer [betrokkene 4], aan [betrokkene 1].

 in een e-mail van 11 juni 2024:

In het ontwerp is en in de uitvoering zal aandacht besteed worden aan de onder genoemde geluidslekken. Deze worden gedicht (hier is nu alleen een dubbele gipsplaat gebruikt).

 in een e-mail van 16 april 2025:

Volgens tekening wordt het geïsoleerd. Dinsdagmiddag heb ik bouwvergadering en ben ik ter plaatse. Ik zal het dan ter plaatse exact nagaan en koppel dan terug.

 in een e-mail van 23 april 2025

Er was wat verwarring op de uitvoeringstekening. Het isoleren gaat opgepakt worden.

Op 14 september 2025 schreef [betrokkene 1] aan [betrokkene 4] dat hij het werk bezocht heeft maar nog geen aangepaste situatie heeft gezien.

Op 16 september 2025 reageerde [betrokkene 4] als volgt: Wanneer de spiegelwand hier geplaatst zal worden, wordt gelijk de isolatie geplaatst.

Op 15 oktober 2025 heeft een telefoongesprek plaatsgevonden tussen [betrokkene 4] en [betrokkene 1]. [betrokkene 1] heeft daarin zijn zorg uitgesproken omdat hij nog steeds moest constateren dat er geen geluidswerende maatregelen waren getroffen, terwijl de oplevering van het theater steeds dichterbij kwam. [betrokkene 4] heeft toegezegd dat de gehele wand aan de zijde van de pastorie nog geïsoleerd zou worden.

In een e-mail van 18 november 2025 heeft [betrokkene 1] over dit telefoongesprek in een e-mail aan [betrokkene 4] geschreven:

(…)

Op 15 oktober verzekerde je mij telefonisch dat de gehele wand aan de zijde van de pastorie toch nog geïsoleerd zou worden, behalve dan het gedeelte waar al isolatiemateriaal is aangebracht voor het akoestisch scherm.

Afgelopen week was ik afwezig, vanmorgen hoorde ik wederom de bouwvakkers met elkaar overleggen, dus ben ik even naar binnen gelopen om te vragen of zij iets weten van geluidsisolatie van de betreffende wand. Mij werd verzekerd dat dit niet meer gaat gebeuren, behalve dan achter het beperkte aantal vierkante meters van de geplande spiegels, wat maar een fractie is van de gehele muur die [het theater] immers deelt met de pastorie.

Ik hoop natuurlijk van jou te horen dat dit een misverstand is en wel degelijk nog een uitgebreidere geluidsisolatie op de planning staat. Als dat niet zo is voorzie ik problemen, omdat het geluid binnen de pastorie, de aangrenzende woning van [het theater], dan zeker niet binnen de wettelijke normen zal blijven.

Zoals al vaker aangegeven betreft mijn zorg natuurlijk mijn eigen woonsituatie, maar ook eventuele toekomstige ontwikkelingen wanneer de pastorie niet meer als zodanig gebruikt zal worden. Geluidsoverlast zoals die nu te verwachten valt maakt het feitelijk onmogelijk een andere bestemming voor de pastorie te vinden.

In een e-mail van 26 november 2025 heeft [betrokkene 4] hierop als volgt geantwoord:

Isolatie wordt volgende week aangebracht (voorbereiding is gestart door het aanbrengen van rachelwerk, zie bijgaande foto). Isolatie volgt volgende week en hierna worden spiegels aangebracht.

In een e-mail van 28 november 2025 heeft [betrokkene 5] ([betrokkene 5]), secretaris van de parochie, bij wethouder [betrokkene 6] ([betrokkene 6]) acute aandacht gevraagd voor de zorgen van de Parochie over de geluidsoverlast en de geplande oplevering van het theater op 1 december 2025.

Op 1 december 2025 heeft een bijeenkomst plaatsgevonden in de pastorie waarbij [betrokkene 1], [betrokkene 6], [betrokkene 4] en [betrokkene 5] met elkaar gesproken hebben. [betrokkene 1] heeft een e-mail met een verslag van wat er tijdens deze bespreking is besproken rondgestuurd aan de deelnemers aan het gesprek. Dit verslag houdt onder meer het volgende in:

(…)

Je hebt mij uitgelegd dat je gedurende de werkzaamheden aan [het theater] veronderstelde dat het voldoende zou zijn als de onderste strook van de mandelige wand geïsoleerd zou zijn, door een akoestische strook waarin tegelijk geluidwerend materiaal gebruikt wordt.

(…)

Ik heb aangegeven dat de rode markering op de foto die je liet zien niet voldoende is, geluidsisolatie is nodig tot aan de bovenrand van de muur, dat erkende je.

(…)

Op mijn vraag gaf je aan op de hoogte te zijn van de geldende wettelijke geluidsnormen, in het bijzonder bij horeca waaraan een theater gelijk te stellen is. In dat geval geldt dat van de toegestane geluidsnorm nog eens 10dB afgetrokken moet worden vanwege muziek. Dit was bij jou bekend, en je gaf aan dat bij het gebruikte materiaal met deze normen rekening gehouden wordt en zal worden.(…)

Je hebt toegezegd de komende dagen met de architect te overleggen hoe de geluidsisolatie kan worden aangebracht. In januari staat een paar maal een theaterstuk gepland in [het theater] als test, de officiële opening is gepland op 14 februari 2026.

Vóór die datum zal de geluidsisolatie zijn aangebracht.

Op 16 december 2025 hebben [betrokkene 1] en [betrokkene 4] overleg gehad over de twee mogelijke oplossingsrichtingen. Eén van de voorgestelde oplossingsrichtingen zou inhouden dat er geluidsisolerende maatregelen zouden worden genomen vanuit de pastorie door het plaatsen van een voorzetwand met daarachter isolatiemateriaal in de pastorie. [betrokkene 4] heeft in de pastorie vervolgens zelf meteen vastgesteld dat deze optie alleen al vanwege de afwerking in de pastorie niet mogelijk was en heeft die optie geschrapt. Het was evident dat de geluidswerende voorzieningen moesten worden getroffen vanuit het theater.

In een e-mail van 19 december 2025 aan [betrokkene 1] schreef [betrokkene 4] hierover:

We hebben elkaar dinsdag gesproken over de oplossing voor het geluid vanuit

theater (…) richting de woning. (…) De oplossing voor het isoleren vanuit de woning viel direct af.

Gisteren heb ik met onze akoestisch adviseur gesproken (ZRI uit Den Haag) Het isoleren vanuit de binnenzijde van het theater is een goede oplossing. Zij werken dit uit en stemmen dit af met onze architect, zodat ook aan de esthetische eisen wordt voldaan. (…). ZRI is woensdag 7 januari in het theater aanwezig om geluidstesten te doen en kunnen dan gelijk metingen doen tussen het theater en de woning. (…) Aan de hand van de metingen kunnen ze ook het juiste isolatiepakket bepalen. (…)

Op 12 januari 2026 heeft het akoestisch adviesbureau, ZRi, metingen verricht in zowel de Parochie als het theater.

Op 16 januari 2026 heeft [betrokkene 5] per e-mail bij [betrokkene 4] geïnformeerd naar de stand van zaken. Op deze e-mail kwam geen reactie, waarna [betrokkene 5] zich in een e-mail van 22 januari 2026, in cc aan [betrokkene 6], nogmaals tot [betrokkene 4] heeft gewend. Deze e-mail houdt het volgende in:

(…)

We weten dat er inmiddels een geluidstechnisch adviesbureau namens de gemeente metingen heeft gedaan. Graag zouden wij de bevindingen daarvan vernemen. (…)

Ook zouden we graag vernemen waaruit de isolatiewerkzaamheden die u zal laten doen, zullen bestaan en wanneer die gepland zijn te zullen worden uitgevoerd. Dan komt ook de vraag op hoe die zich verhouden tot de geplande opening van 14 februari a.s. (…)

In reactie op deze e-mail werd [betrokkene 5] direct op 22 januari 2026 gebeld door de heer [betrokkene 2] ([betrokkene 2]) van de gemeente. [betrokkene 2] had het dossier van het theater overgenomen van [betrokkene 4] en vroeg enig respijt om in te lezen. Hij heeft toegezegd een week later op de kwestie terug te komen. Die toezegging is hij niet nagekomen.

Op 30 januari 2026 heeft de advocaat van de Parochie de gemeente gesommeerd uiterlijk 3 februari 2026 te bevestigen dat de gemeente het theater niet in gebruik zal nemen voordat zij afdoende en duurzame maatregelen heeft genomen (en deze ook daadwerkelijk heeft uitgevoerd) tegen geluidsoverlast dan wel geluidsoverbrenging naar de Parochie. In deze brief heeft de advocaat ook gewezen op paragraaf 6.2.3 van het Omgevingsplan Gemeente [plaats].

In reactie op deze sommatie heeft [betrokkene 2] in een e-mail van 3 februari 2026 het volgende meegedeeld:

(…) Ik zou dan ook graag op korte termijn een afspraak willen maken met de heer [betrokkene 5] en de heer [betrokkene 1]. (…)

In uw brief verzoekt u om een concrete toezegging te doen rond het treffen van geluidswerende maatregelen. Helaas kunnen wij aan dit verzoek niet op de gevraagde termijn gehoor geven. In de eerste plaats niet omdat het voor mij nog niet duidelijk is of er geluidwerende maatregelen nodig zijn en indien dat het geval is, welke maatregelen dan precies getroffen dienen te worden. Wij zijn in afwachting van de rapportage van het adviesbureau dat door ons is ingeschakeld en dat ook ter plaatse metingen heeft verricht. (…) In de tweede plaats zijn de kosten die met eventuele maatregelen zijn gemoeid niet voorzien en dat betekent dat de gemeenteraad daarvoor budget dient vrij te maken. Dergelijke besluitvorming kan helaas niet op korte termijn plaatsvinden.

Ik wil dan ook voorstellen dat we op korte termijn met elkaar in gesprek gaan (…)

Op 9 februari 2026 heeft inderdaad een gesprek plaatsgevonden tussen de Parochie en de gemeente, maar dit gesprek heeft niet geleid tot een oplossing.

In een brief van 10 februari 2026 heeft de gemeente aan de Parochie geschreven:

(…) In de eerste plaats willen wij ons verontschuldigen voor de ontstane situatie. De heer [betrokkene 1] heeft tijdig aandacht gevraagd voor geluidsoverlast vanuit [het theater] en daar is onvoldoende mee gedaan. Recent is uit metingen gebleken dat de beperkte geluidwerende voorzieningen die zijn aangebracht, niet het noodzakelijke effect hebben.

Wij willen dat graag rechtzetten.

Onze oplossingsrichting bestaat uit twee sporen:

1. Lange termijn: er moeten adequate geluidwerende voorzieningen worden getroffen zodat het theater voldoet aan de van toepassingen zijnde normen en voorschriften.

2. Korte termijn: In goed overleg met u en de exploitant van het theater worden tijdelijke

maatregelen getroffen die er voor zorgen dat de geluidsoverlast waar mogelijk wordt beperkt.

(…)

Lange termijn

Adviesbureau ZRi heeft in januari 2026 metingen verricht waaruit blijkt dat het geluid vanuit het theater onvoldoende geweerd wordt. Bovendien is gebleken dat met de oplossing die de toenmalige procesmanager eind december 2025 heeft voorgesteld niet het gewenste resultaat kan worden bereikt. Wij laten op korte termijn onderzoeken welke maatregelen noodzakelijk zijn en zullen die dan ook in het theater doorvoeren. (…)

Korte termijn

(…) Wij stellen voor de actuele programmering te handhaven en voor nieuwe geluidsoverlast gevende activiteiten een maximum aantal per maand af te spreken. Om de geluidsoverlast van de reeds geplande activiteiten zoveel mogelijk te beperken, zullen de volgende maatregelen worden genomen:

In de theaterzaal wordt een decibelmeter gemonteerd waardoor de geluidstechnicus van dienst de geluidproductie kan beperken tot een nader te bepalen waarde. Voor veel activiteiten is een dergelijke begrenzing mogelijk maar bij bepaalde optredens is dat niet realistisch. Wij zullen Beleef Zandvoort vragen deze activiteiten in beeld te brengen. Uitgangspunt daarbij is dat het om een beperkt aantal optredens per maand zou moeten gaan.

De activiteiten in de theaterzaal moeten uiterlijk om 23:00 uur worden beëindigd zodat de deuren van de theaterzaal vanaf dat moment kunnen worden gesloten. Gebruik van de foyer na 23:00 uur is wel toegestaan.

Onderzocht zal worden of het plaatsen van verplaatsbare geluidwerende schermen een serieuze bijdrage kan leveren aan het dempen van het geluid bij activiteiten waarbij de decibelmeter niet kan worden ingezet.

Bij Beleef Zandvoort wordt een contactpersoon aangesteld voor de heer [betrokkene 1] met wie hij gedurende de periode tot 30 juni a.s, maar zeker ook op de avonden met een programmering, contact kan onderhouden. Het doel daarvan is om in goed overleg kansen op beperking van geluidsoverlast zo veel mogelijk te benutten.

Voorbehouden

Zoals gisteren besproken, zal voor het realiseren van de geluidwerende maatregelen op de lange termijn budget bij de gemeenteraad dienen te worden aangevraagd. Het college zal zich tot het uiterste inspannen om dit budget te verkrijgen maar kan hierover niet zelfstandig beslissen.

Na het overleg met u is er gisteren een overleg met Beleef Zandvoort geweest waarin de

bovenstaande oplossingsrichting is besproken. Het bestuur van de stichting is zich bewust van de noodzaak om afspraken te maken teneinde een sluiting van het theater te voorkomen. Tegelijkertijd acht de stichting zich ook gebonden aan afspraken, die met uitvoerende partijen en organisaties die ruimten hebben gehuurd, zijn gemaakt en die mogelijk strijdig zijn met de bovenstaande uitgangspunten. Het bestuur heeft enige tijd nodig om hier onderzoek naar te doen en komt hier nog op terug.

Op 14 februari 2026 is het theater geopend.

Ook overleg tussen partijen na die datum heeft niet tot overeenstemming geleid.

In een brief van 5 maart 2026 heeft ZRi haar bevindingen ten tijde van de metingen op 12 januari 2026 aan de gemeente doen toekomen.

3. Het geschil

De Parochie vordert na eiswijziging -samengevat- dat de voorzieningenrechter bij vonnis, waar mogelijk uitvoerbaar bij voorraad

A. de gemeente veroordeelt om in het theater zodanige akoestische en/of bouwkundige voorzieningen uit te voeren c.q. aan te brengen, te voltooien binnen 30 dagen na betekening van dit vonnis, dat daardoor de op grond van het vigerende Omgevingsplan van de gemeente Zandvoort geldende geluidsnormen (tevens de normen van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer), te weten:

"Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) mag binnen aan· of inpandige gevoelige gebouwen, zoals woningen, niet meer bedragen dan:

35 dB(A) in de dagperiode tussen 07:00 en 19:00 uur,

30 dB(A) in de avondperiode tussen 19:00 en 23:00 uur,

25 dB(A) in de nachtperiode tussen 23:00 en 07:00 uur,

waarbij in geval van muziekgeluid telkens nog een aftrek van 10 dB dient te worden toegepast",

in de pastorie niet (langer) worden overschreden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom, en daarnaast

de gemeente veroordeelt om, na de betekening van dit vonnis en zolang de gemeente niet aan de Parochie heeft aangetoond dat de sub A. bedoelde akoestische en/of bouwkundige voorzieningen in het theater zijn uitgevoerd c.q. aangebracht, het ertoe te leiden dat geluid, afkomstig uit het theater, gemeten binnen in de Pastorie, voldoet aan de normen zoals genoemd in petitum sub A. (met andere woorden: het ertoe te leiden dat dit geluid de daar genoemde geluidsniveaus niet overschrijdt), op straffe van verbeurte van een dwangsom, althans

een zodanige billijke, passende ordemaatregel treft met het oog op het voorkomen of verminderen van geluidsoverlast in de pastorie, als de voorzieningenrechter in goede justitie geboden acht;

een en ander met veroordeling van de gemeente in de kosten van dit geding, inclusief de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De Parochie legt aan de vorderingen ten grondslag dat de gemeente haar herhaaldelijk gedane toezegging dat geluidwerende voorzieningen zouden worden aangebracht in het theater om geluidsoverlast voor de pastorie zoveel mogelijk te voorkomen dan wel te brengen binnen de daarvoor geldende normen, tot op heden niet is nagekomen. De Parochie wijst er op dat het theater voor een paar miljoen euro ingrijpend is verbouwd met het oog op een aanzienlijk intensiever gebruik dan voorheen aan de orde was. Waar aanvankelijk ongeveer eenmaal per twee weken een activiteit plaatsvond dat enige geluidsoverlast kon veroorzaken, is de verwachting dat in de nieuwe opzet een aantal keer per week sprake zal zijn van dergelijke activiteiten, waarbij geldt dat de geluidsinstallatie van het theater nu veel professioneler is waardoor de kans op geluidsoverlast in strijd met de geluidsnormen uit het Omgevingsplan aanzienlijk is toegenomen.

De gemeente voert verweer. Zij betwist dat de beweerde overtreding van de geluidsnormen zoals in het petitum van de dagvaarding aangegeven zonder meer onrechtmatige hinder oplevert. Zij voert aan dat de enkele overtreding van wettelijk vastgelegde normen voor een actie uit onrechtmatige daad onvoldoende is en dat uit artikel 5:37 BW voortvloeit dat ter beantwoording van de vraag of sprake is van onrechtmatige hinder een groot aantal factoren in beschouwing moet worden genomen, waaronder de aard, ernst en duur van de hinder, de daardoor veroorzaakte schade, in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waaronder de plaatselijke omstandigheden.

De gemeente wijst er op dat voor de civielrechtelijke beoordeling in het onderhavige geval de volgende omstandigheden van bijzonder belang zijn:

a. de gestelde geluidhinder wordt veroorzaakt in een gebouw dat eerder eigendom was van de gehinderde en is verkocht aan de partij die de gestelde hinder veroorzaakt,

b. de gestelde geluidhinder wordt veroorzaakt door een activiteit die de gehinderde destijds ook zelf verrichtte,

c. de gehinderde is als geen ander bekend met de geluidgevoeligheid van het gebouw;

d. bij verkoop zijn geen gebruiksbeperkingen of een aangepaste koopprijs overeengekomen,

e. de geluidgevoeligheid van het aangrenzende gebouw en de functie waarvoor het gebouw gebruikt wordt, zijn niet anders dan die de afgelopen 45 jaar zijn geweest,

f. de Parochie heeft aan haar zijde niets gedaan aan geluidsisolatie, terwijl de gemeente nu aanbiedt aanvullende maatregelen te treffen,

g. de ruimtes in de pastorie die grenzen aan het theater worden niet permanent gebruikt. Kennelijk bevinden zich aangrenzend een logeer- en een vergaderkamer. De slaapkamer van de pastoor bevindt zich aan de andere kant van het gebouw. De tussenliggende kamers en gang vormen dus een relevante geluidsbuffer.

Daarnaast beroept de gemeente zich nog op een door verjaring verkregen erfdienstbaarheid, op grond waarvan de Parochie geluidhinder van het aangrenzende dorpstheater moet dulden. In dat verband voert de gemeente aan dat het theater als dorpstheater al zo’n 100 jaar in een belangrijke behoefte van de dorpsbewoners voorziet en dat door de pastorie niet eerder geklaagd is over geluidoverlast. De gemeente voegt hieraan toe dat geluidshinder uiteraard binnen het redelijke moet blijven, maar dat daarvoor relevant is dat de geluidsisolatie van het theater is of wordt verbeterd en dat aanvullend een akoestische voorzetwand wordt aangeboden. De gemeente wijst erop dat de voorstellingen al zijn ingepland en dat mede gelet daarop de gevorderde termijn om aanpassingen aan te brengen in het theater onaanvaardbaar is, ook omdat aannemers langlopende planningen en volle agenda’s hebben. Zij benadrukt dat zij daags voor de mondelinge behandeling nog een voorstel heeft voorgelegd aan de Parochie om een geluidswerende voorzetwand te plaatsen, gebaseerd op het rapport van ZRi, maar dat de Parochie dit voorstel ten onrechte heeft afgewezen, terwijl dit is wat de Parochie steeds heeft gevraagd.

Tenslotte voert de gemeente aan dat het opleggen van een dwangsom niet nodig zal zijn omdat zij een eventueel rechterlijk vonnis zal nakomen.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Spoedeisend belang

Het spoedeisend belang vloeit evident voort uit de aard van de vordering. Het theater is inmiddels geopend en tot tenminste eind juni 2026 staan veel activiteiten gepland die mogelijk geluidsoverlast kunnen veroorzaken.

Anders dan de gemeente lijkt te veronderstellen is de primaire grondslag van de vordering van de Parochie niet onrechtmatige hinder, maar nakoming van een door de gemeente gedane toezegging. In het hiervoor in r.o. 2.11 aangehaalde gespreksverslag, waarin die toezegging wordt weergegeven, wordt gerefereerd aan de ‘geldende wettelijke geluidnormen’, waarmee evident wordt gedoeld op de normen uit het ter plaatse geldende Omgevingsplan. De gemeente heeft de weergave van die toezegging, die op zichzelf aan duidelijkheid niets te wensen overlaat, niet betwist. Dat betekent dat in dit geding uitgangspunt moet zijn dat de gemeente heeft toegezegd dat zij de renovatie zodanig zal uitvoeren dat de geluidsbelasting binnen de pastorie, als blijkend uit een daartoe uit te voeren meting, blijft binnen de grenzen die daarvoor op grond van het Omgevingsplan zijn gesteld. De gemeente heeft niet betwist dat dit de grenzen zijn die in het petitum zijn opgenomen. Op deze vaststellingen stuiten alle hiervoor sub 3.4 weergegeven argumenten af.

Ook het beroep van de gemeente op een door haar verkregen erfdienstbaarheid gaat niet op. Om te beginnen gaat de gemeente er zonder enige toelichting van uit dat zij het bezit van deze erfdienstbaarheid heeft, hetgeen bij een recht, bevoegdheid of mogelijkheid om op gezette tijden een uit de aard der zaak wisselende en ook niet gekwantificeerde mate van geluidsoverlast te veroorzaken een wat lichtvaardige aanname moet worden geacht.

Verder valt op dat de gemeente voetstoots aanneemt dat de geluidsoverlast die vóór de renovatie gebruikelijk was, na de renovatie niet zal toenemen, hetgeen in het licht van het oogmerk om het gebouw klaar te maken voor de toekomst en voor een meer intensief gebruik niet zonder meer als feitelijkheid kan worden beschouwd. Die aanname steekt ook schril af tegen het gegeven dat de gemeente tijdens de planvorming op geen enkel moment aan de pastoor heeft laten weten dat het met de geluidsoverlast wel mee zal vallen, dat hij al jaren zonder klachten te uiten in die situatie heeft verkeerd en dat hij het niet zo somber moet inzien. Bij dit een en ander verdient opmerking dat een door bevrijdende verjaring ontstane erfdienstbaarheid zo beperkt mogelijk moet worden opgevat (T&C BW art 5:72, aant. 4).

Zoals de voorzieningenrechter de gemeente ter zitting heeft voorgehouden is het inmiddels afgekomen akoestisch rapport van ZRi weliswaar een stap vooruit, maar is het niet afdoende voor de opvatting dat aan de geluidsnormen wordt voldaan, omdat in het rapport wordt gerekend met afname van de geluidsbelasting op de gevel als gevolg van de aanbevolen maatregelen, terwijl de normen refereren aan de verwachte geluidsbelasting binnen het belaste gebouw. Nu de gemeente de Parochie een jaar lang diverse keren met een kluitje in het riet heeft gestuurd, is er voor een lankmoedige benadering van deze inspanningen geen ruimte meer.

Daarmee is de voorzieningenrechter toe aan de vraag welke interventie in het onderhavige geval passend is. Daarbij is het vertrekpunt uiteraard dat niemand tot het onmogelijke is gehouden. Dat betekent dat bij een termijnstelling voor het treffen van voorzieningen de aard van de nog uit te voeren werkzaamheden en de door personeelskrapte overspannen markt aan de aanbodkant in het oog moeten worden gehouden. Daarbij dient wel te worden opgemerkt dat de gemeente al enige maanden rekening heeft kunnen houden met het feit dat er iets moet gebeuren, maar dat het benodigde gevoel van urgentie (en een daaraan aangepast tempo) ook op de zitting aan de kant van de gemeente nog niet in het oog sprong, terwijl het theater nieuwe stijl in weerwil van herhaalde toezeggingen op Valentijnsdag feestelijk is geopend en sedertdien in vol bedrijf is.

Dat brengt mee dat de voorzieningenrechter de volgende beslissing geboden acht.

Door de gemeente is nog aangevoerd dat bij een eventuele veroordeling het opleggen van een dwangsom niet nodig is omdat zij een eventueel vonnis zal naleven. Gelet echter op de vele toezeggingen die de gemeente in het verleden aan de Parochie heeft gedaan om afdoende geluidswerende maatregelen aan te brengen, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om te oordelen dat een prikkel tot nakoming van het vonnis niet kan worden gemist. Als de gemeente aan de veroordeling voldoet zal zij van die dwangsom geen hinder ondervinden en als zij aan de veroordeling niet kan voldoen staat haar een onmogelijkheidsverweer open..

De gemeente is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van de Parochie (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van worden tot op heden begroot op:

griffierecht € 735,00

salaris advocaat € 1.177,00

nakosten € 189,00 (plus de verhoging als vermeld in de beslissing)

totaal € 2.101,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

veroordeelt de gemeente om in het theater zodanige akoestische en/of bouwkundige voorzieningen voor te bereiden en aan te brengen, dat daardoor de op grond van het vigerende Omgevingsplan van de gemeente Zandvoort geldende geluidsnormen (tevens de normen van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer), te weten:

het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) mag binnen aan· of inpandige gevoelige gebouwen, zoals woningen, niet meer bedragen dan:

• 35 dB(A) in de dagperiode tussen 07:00 en 19:00 uur,

• 30 dB(A) in de avondperiode tussen 19:00 en 23:00 uur,

• 25 dB(A) in de nachtperiode tussen 23:00 en 07:00 uur,

waarbij in geval van muziekgeluid telkens nog een aftrek van 10 dB dient te worden toegepast,

in de pastorie niet (langer) worden overschreden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van:

 € 10.000 € 10.000 indien niet binnen zes weken na betekening van dit vonnis een plan van aanpak is overgelegd, voorzien van een akoestische berekening, waaruit blijkt dat de in het plan voorgestelde maatregelen, uitgaande van een in het plan gespecificeerde maximale geluidslast, zullen leiden tot een geluidslast binnen de pastorie die blijft binnen de volgende grenzen:

• 35 dB(A) in de dagperiode tussen 07:00 en 19:00 uur,

• 30 dB(A) in de avondperiode tussen 19:00 en 23:00 uur,

• 25 dB(A) in de nachtperiode tussen 23:00 en 07:00 uur,

waarbij in geval van muziekgeluid telkens nog een aftrek van 10 dB dient te worden toegepast,

€ 10.000 indien niet binnen twee maanden na betekening van het vonnis een opdrachtbevestiging wordt overgelegd van een door de gemeente ingeschakeld bedrijf dat deze werkzaamheden gaat uitvoeren, en

€ 1.000 per dag voor iedere dag dat na vijf maanden na betekening van dit vonnis de werkzaamheden niet zijn afgerond,

met een maximum aan de te verbeuren dwangsommen van in totaal € 40.000,00,

veroordeelt de gemeente om, na de betekening van dit vonnis en zolang de gemeente niet aan de Parochie heeft aangetoond dat de hiervoor in 5.1 bedoelde akoestische en/of bouwkundige voorzieningen in het theater zijn uitgevoerd c.q. aangebracht, aan de Parochie te betalen een bedrag van € 5.000,00 per maand als budget voor het inkopen van alternatieve overnachtingsmogelijkheden door de pastoor, voor iedere maand die verstrijkt tot de voltooiing van het aanbrengen van de geluidswerende voorzieningen, met dien verstande dat de pastoor dat geld alleen kan claimen indien en voor zover hij die voorzieningen ook daadwerkelijk inkoopt en daarvan schriftelijk bewijs aan de gemeente overlegt,

veroordeelt de gemeente in de proceskosten van de Parochie, begroot op € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als de gemeente niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over deze kosten met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, als deze kosten niet binnen de genoemde termijn na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2026.

1155

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?