ECLI:NL:RBNHO:2026:4083

ECLI:NL:RBNHO:2026:4083

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 13-04-2026
Datum publicatie 16-04-2026
Zaaknummer 15-159534-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

Vrijspraak van mensenhandel als bedoeld in artikel 273f, eerste lid aanhef en onder 3º Sr. De rechtbank acht onvoldoende omstandigheden aanwezig om aan te nemen dat aangeefster op het moment van aanwerven (of kort daarna) op substantiële wijze in haar keuzevrijheid was beperkt. Onder de in het vonnis genoemde omstandigheden geen sprake van een situatie dat uitbuiting door de verdachte op het moment van aanwerven kan worden verondersteld.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlemmermeer

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15-159534-24 (P)

Uitspraakdatum: 13 april 2026

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 30 maart 2026 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. A.M. de Leeuw en van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. V.P.J. Tuma, advocaat te Arnhem, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 27 juli 2023 tot en met 24 april 2024 te Schiphol en/of Broek in Waterland en/of Amsterdam en/of Vianen en/of (elders in) Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, een ander of anderen, te weten [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] ) heeft aangeworven met het oogmerk die [slachtoffer] in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Standpunten van partijen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken vanwege het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.

Oordeel van de rechtbank De verdachte wordt verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel als bedoeld in artikel 273f, eerste lid aanhef en onder 3º Sr, gepleegd tegen [slachtoffer] (verder te noemen: ‘de aangeefster’).

Juridisch kader

Op grond van art. 273f, eerste lid, aanhef en onder 3°, Sr wordt als schuldig aan mensenhandel gestraft hij die ‘een ander aanwerft, medeneemt of ontvoert met het oogmerk die ander in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling’. De term ‘aanwerven’ als bedoeld in art. 273f lid 1 onder 3° Sr heeft de betekenis van iedere daad waardoor een persoon wordt aangeworven teneinde die persoon in een ander land tot prostitutie te brengen, zonder dat hoeft te blijken dat de wijze van aanwerving de keuzevrijheid heeft beperkt (zie HR 18 april 2000, NJ 2000/443).

Volgens vaste rechtspraak zijn de gedragingen genoemd in art. 273f lid 1 onder 3° Sr – het aanwerven, medenemen en/of ontvoeren – alleen strafbaar als zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld (zie HR 17 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:857). Dit betekent dat deze gedragingen pas als 'mensenhandel' kunnen worden bestraft indien uit de bewijsvoering volgt dat aan die voorwaarde is voldaan. 'Uitbuiting' moet worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel van art. 273f, eerste lid aanhef en onder 3º Sr (zie onder andere HR 17 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:857). Niet is vereist dat met een ‘oogmerk van uitbuiting’ is gehandeld.

Het begrip ‘uitbuiting’ is niet in de wet gedefinieerd. De vraag of - en zo ja, wanneer - sprake is van 'uitbuiting' in de zin van art. 273f Sr, is niet in algemene termen te beantwoorden, maar is sterk verweven met de omstandigheden van het geval (zie HR 25 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:1026). In geval van prostitutiewerkzaamheden kan van uitbuiting sprake zijn indien de prostituee niet of slechts in verminderde mate de mogelijkheid heeft een vrije keuze te maken met betrekking tot het al dan niet aangaan of voortzetten van zijn of haar relatie tot de exploitant (zie onder andere HR 27 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI7099, r.o. 2.4.3). Verder kan een rol spelen in hoeverre sprake is van een mate van afhankelijkheid en ongelijkwaardigheid van de prostituee in relatie tot de exploitant.

Feiten en omstandigheden

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt het volgende. De aangeefster is afkomstig uit Colombia en heeft vanaf haar achttiende een netwerk opgebouwd met behulp waarvan zij in de periode 2016 tot en met 2023 vrijwillig in de prostitutie heeft gewerkt in verschillende delen van de wereld (onder meer in China, de Bahama’s, Chili, Griekenland, Suriname en Zuid-Korea). Bij haar terugkeer naar Colombia, in juli 2023, maakte zij een tussenstop in Parijs en besloot zij in West-Europa te blijven om te blijven werken in de prostitutie. Zij kwam vervolgens via haar netwerk – en dus op eigen initiatief – in contact met de verdachte.

De verdachte heeft de aangeefster telefonisch laten weten dat hij haar kon helpen om in Nederland te werken als prostituee en onder welke voorwaarden dit zou zijn. De aangeefster zou met de verdachte en een compagnon gaan samenwerken, de verdiensten zouden 50/50 verdeeld worden en de verdachte zou zorgen voor huisvesting voor de aangeefster. De aangeefster heeft akkoord gegeven op deze voorwaarden en is de volgende dag zelfstandig en op eigen kosten per trein naar Amsterdam gereisd. Op 28 juli 2023 is zij aangekomen in Amsterdam, waar ze door de verdachte is opgehaald en meegenomen naar Rotterdam. Een dag later is de aangeefster door de verdachte naar een appartement in Amsterdam gebracht, waar zij verbleef met een dame, [naam] , die ook voor de verdachte werkte. In het appartement werden aan de aangeefster de regels uitgelegd en wat er van haar verwacht werd. Zij zou als escort buitenshuis werken, mocht haar privénummer niet aan klanten geven en mocht niet buiten de verdachte en zijn compagnon om met klanten afspreken. Daarnaast werden de prijzen besproken en zou een account aangemaakt worden voor de aangeefster op de website kinky. Zij had daar zelf professionele foto’s voor meegenomen. Over deze eerste dagen heeft de aangeefster verklaard dat zij even de tijd nam om uit te rusten en bij te komen en om kennis te maken met [naam] . De eerste vijf dagen werkte zij met haar account, omdat de verdachte het account van de aangeefster nog niet gereed had. Daarna werd er gewerkt met haar eigen account. Alles was op dat moment goed en zij had nooit het gevoel dat zij in gevaar was. De verdachte zorgde voor verblijf voor de aangeefster, beheerde haar advertentie op kinky, zorgde voor promotie hiervan en bracht haar naar de klanten toe.

Na verloop van tijd veranderde de relatie tussen de aangeefster en de verdachte, zij kregen niet enkel een zakelijke relatie maar ook een liefdesrelatie. De aangeefster heeft verklaard dat de verdachte haar begon te mishandelen, haar eigendommen vernielde en haar vrijheid inperkte. Op 5 oktober 2023 heeft de aangeefster zich voor het eerst gemeld bij de politie in Amsterdam. De politie heeft een informatief gesprek gevoerd met de aangeefster, waarin zij aangaf dat zij een maand met de verdachte had samengewerkt toen zijn houding veranderde. Hij wilde dat zij een normale baan en een opleiding zou volgen en niet meer zou werken, hij zou haar ‘uit het wereldje halen’. Zij heeft toen geen aangifte gedaan, omdat zij bang was voor de verdachte. Zij is vervolgens naar hem teruggekeerd, waarna volgens haar de mishandelingen, vernielingen en inperkingen verergerden. Ook ging zij weer voor hem werken in de prostitutie. Op 24 april 2024 heeft de aangeefster zich gemeld bij de Koninklijke Marechaussee op Schiphol, waar zij enkele weken later aangifte heeft gedaan van mensenhandel tegen de verdachte.

Toepassing van het juridisch kader

Aanwerven

Op grond van de vastgestelde feiten is de rechtbank van oordeel dat de verdachte de aangeefster heeft aangeworven om in Nederland in de prostitutie te gaan werken. Dit wordt door verdachte ook niet betwist. Dat de aangeefster zelf contact met de verdachte heeft gezocht om in Nederland in de prostitutie te kunnen werken en dat zij zelfstandig naar Nederland is gereisd, doet daar niet aan af, gelet op de hiervoor beschreven brede en feitelijke definitie van ‘aanwerven’.

Uitbuiting

De volgende vraag is of het aanwerven is begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld. Daarbij kijkt de rechtbank naar omstandigheden op het moment van aanwerven en kort daarna. Daaronder rekent de rechtbank in dit geval het moment dat aangeefster in Parijs verbleef en contact opnam met de verdachte tot aan het moment dat aangeefster is geïnstalleerd in het appartement in Amsterdam en aan de slag gaat met de prostitutiewerkzaamheden.

De rechtbank heeft in ogenschouw genomen dat er op dat moment omstandigheden aanwezig waren die erop wezen dat de verhouding tussen aangeefster en de verdachte niet volledig gelijkwaardig was en dat aangeefster in zekere mate afhankelijk was van de verdachte. Zo sprak aangeefster niet de Nederlandse taal, beschikte zij niet over een vergunning om in Nederland als prostituee te werken en was zij voor de uitvoering van de prostitutiewerkzaamheden afhankelijk van de verdachte; hij regelde immers haar promotie, onderdak en het vervoer naar de klanten.

De rechtbank meent niettemin dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om aan te nemen dat aangeefster op het moment van aanwerven (of kort daarna) op substantiële wijze in haar keuzevrijheid was beperkt. Uit alles blijkt dat zij onafhankelijk haar eigen beslissingen kon nemen en heeft genomen: zij heeft zelf besloten om in West-Europa te blijven om hier als prostituee te gaan werken, ze is actief op zoek gegaan naar prostitutiewerk in Nederland en heeft zelf haar vervoer naar Nederland geregeld en bekostigd. Voordat zij naar Nederland kwam was zij op de hoogte van de voorwaarden waaronder zij in Nederland zou komen te werken en zij heeft hiermee ingestemd. Die voorwaarden waren niet dusdanig nadelig voor de aangeefster dat om die reden al uitbuiting kan worden aangenomen. Ook de andere aspecten die duiden op een zekere mate van ongelijkwaardigheid en afhankelijkheid, maken niet dat de aangeefster – in relevante mate – in haar keuzevrijheid was beperkt. Er zijn ook geen aanwijzingen dat de aangeefster – door de situatie en/of door de verdachte – niet, of alleen in beperkte mate, vrij was om weer te vertrekken of de werkrelatie met de verdachte niet voort te zetten. Onder al deze omstandigheden is geen sprake van een situatie dat uitbuiting door de verdachte op het moment van aanwerven kan worden verondersteld.

De rechtbank acht het tot slot van belang dat aangeefster over die eerste periode zelf heeft verklaard dat zij zich veilig voelde en dat de werkzaamheden gingen zoals verwacht. Dat er na verloop van tijd een andere situatie is ontstaan, waarin de aangeefster en de verdachte kennelijk gevoelens voor elkaar ontwikkelden en waarbij mogelijk wel sprake is geweest van uitbuiting, maakt niet dat over het onder art. 273f lid 1 onder 3° Sr ten laste gelegde aanwerven anders moet worden geoordeeld. De rechtbank kan immers niet vaststellen dat die latere (mogelijke) uitbuitingssituatie voorzienbaar was of onderdeel uitmaakte van een vooropgezet plan.

Conclusie

De rechtbank acht op grond van het voorgaande niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit en zal de verdachte vrijspreken.

4. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen

De rechtbank is van oordeel dat het onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten een Apple iPhone X, dient te worden teruggegeven aan de verdachte.

5. Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 145.071,47 ingediend (zoals ter zitting bijgesteld) tegen de verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat nu niet wettig en overtuigend is bewezen wat aan de verdachte is tenlastegelegd, de benadeelde partij niet in de vordering, die betrekking heeft op dat ten laste gelegde feit, kan worden ontvangen.

Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering.

6. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

1 STK GSM, voorwerpnummer: PL2700-24-101693-1.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. H. Bakker, voorzitter,

mr. I.A.M. Tel en mr. S.H. Bouwers, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.D.C. Schoenmaker,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 april 2026.

mr. H. Bakker is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. H. Bakker
  • mr. I.A.M. Tel
  • mr. S.H. Bouwers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?