ECLI:NL:RBNHO:2026:4090

ECLI:NL:RBNHO:2026:4090

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 14-04-2026
Datum publicatie 16-04-2026
Zaaknummer 15/098919-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het handelen in cocaïne voor een periode van zes maanden. Daarnaast heeft de verdachte zich ook schuldig gemaakt aan het bezit van 22,79 gram cocaïne. Een gevangenisstraf voor de duur van 210 dagen, waarvan 105 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/098919-23

Uitspraakdatum: 14 april 2026

Tegenspraak

Verkort strafvonnis (art. 138b Wetboek van Strafvordering)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 31 maart 2026 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres]

.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. J. Zwinkels en van wat de verdachte en zijn raadsman mr. J.T.H.M. Mühren, advocaat te Purmerend, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1: hij in of omstreeks de periode van 12 april 2021 tot en met 12 april 2023 te Zaandijk, gemeente Zaanstad en/of Purmerend, en/of elders in Nederland, opzettelijk heeft bereid, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Feit 2:

hij op of omstreeks 12 april 2023, te Zaandijk, gemeente Zaanstad en/of Purmerend, opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid (ongeveer 40 wikkels) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van beide ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van feit 1 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de bewezenverklaarde periode moet worden beperkt tot één jaar, namelijk van 12 april 2022 tot en met 12 april 2023.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd ten aanzien van de bewezenverklaring van beide ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van feit 1 heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de bewezenverklaarde periode moet worden beperkt tot maximaal zes maanden.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte de bewezen verklaarde feiten heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn opgenomen.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten aanvulling worden opgenomen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, in die zin dat:

Feit 1: hij in de periode van 12 oktober 2022 tot en met 12 april 2023 in Nederland, opzettelijk heeft verkocht, een hoeveelheid cocaïne.

Feit 2:

hij op 12 april 2023, te Zaandijk, gemeente Zaanstad, opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid cocaïne.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

Feit 2:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dus strafbaar.

5. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 150 dagen, waarvan 45 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van de tijd die de verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Daarbij heeft de officier van justitie gevorderd dat aan de verdachte een taakstraf wordt opgelegd voor de duur van 150 uren (bij niet of niet naar behoren verrichten van die taakstraf te vervangen door 75 dagen hechtenis).

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht bij een strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte waaronder de positieve ontwikkeling die hij na het begaan van de strafbare feiten heeft doorgemaakt, zijn proceshouding en het feit dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het handelen in cocaïne voor een periode van zes maanden. Daarnaast heeft de verdachte zich ook schuldig gemaakt aan het bezit van 22,79 gram cocaïne. Bij zijn fouillering is een groot aantal wikkels aangetroffen met daarin cocaïne. Cocaïne is sterk verslavend en het gebruik ervan kan ernstige gevolgen hebben voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de gebruikers. De handel in en het gebruik van verdovende middelen gaan bovendien vaak gepaard met verschillende vormen van (ernstige) criminaliteit. Daarnaast plegen gebruikers van cocaïne geregeld strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof. Door zijn handelen heeft de verdachte een bijdrage geleverd aan de instandhouding van deze gevolgen.

Persoon van de verdachte

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het uittreksel Justitiële documentatie (strafblad) van de verdachte van 19 februari 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijken feiten en na onderhavige feiten geen nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd. Dit wordt dan ook niet in het nadeel van de verdachte meegewogen.

Verder heeft de rechtbank gelet op wat de verdachte op de zitting heeft verklaard over zijn persoonlijke omstandigheden en wat hierover uit het dossier blijkt. De rechtbank heeft ook kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 23 maart 2026, waarin de verklaring van de verdachte wordt ondersteund. Uit dit rapport blijkt dat het goed gaat met de verdachte. Hij heeft een stabiel inkomen en heeft samen met zijn partner een koopwoning. Gedurende een lange periode, te weten sinds zijn schorsing in 2023 heeft hij zich aan de schorsingsvoorwaarden gehouden en is hij ook niet meer in beeld gekomen bij justitie. In combinatie met het lage recidiverisico ziet de reclassering geen noodzaak voor reclasseringsinterventies of toezicht.

Op te leggen straf

De rechtbank heeft bij de toemeting van de straf gekeken naar de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Straf (LOVS), die voor het met enige regelmaat verkopen/afleveren/verstrekken van harddrugs voor de duur van drie tot zes maanden als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden vermelden. Voor het bezit van harddrugs tussen 10 en 50 gram gaan de oriëntatiepunten uit van een taakstraf voor de duur van 80 uren.

Bij de bepaling van de modaliteit en duur van de straf heeft de rechtbank ook rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen een strafzaak in eerste aanleg dient te zijn behandeld en geëindigd als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). De verdachte is op 13 april 2023 in verzekering gesteld en gehoord. De inhoudelijke behandeling van de zaak heeft op 31 maart 2026 plaatsgevonden en de rechtbank doet uitspraak op 14 april 2026. Dit betekent dat de redelijke termijn met 12 maanden is overschreden. De rechtbank zal als gevolg hiervan een lagere (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf aan de verdachte opleggen.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 210 dagen, waarvan 105 dagen voorwaardelijk, passend en geboden is. Aldus wordt aan de verdachte een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf opgelegd die niet langer is dan de duur die de verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De rechtbank zal daaraan een proeftijd verbinden van één jaar.

7. Beslag

Onder de verdachte zijn in beslag genomen en nog niet teruggegeven:

- 115 EUR (Omschrijving: G: 1475393 IBG 12-04-2023);

- 90 EUR (Omschrijving: G: 1475405 IBG 12-04-2023);

- 1 STK Personenauto [kenteken] );

- 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: pl1100-2023058640-1475412, zwart, merk: Apple iPhone) (de rechtbank begrijpt: de iPhone 7);

- 1 - STK Telefoontoestel (Omschrijving: pl1100-2023058640-1475416, zwart, merk: Apple iPhone) (de rechtbank begrijpt: de iPhone 11).

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de geldbedragen, de personenauto en de iPhone 11 dienen te worden verbeurd verklaard. Ten aanzien van de iPhone 7 heeft de officier zich op het standpunt gesteld dat deze kan worden teruggegeven aan de verdachte.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van de iPhone 7 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de overige goederen heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat die dienen te worden teruggegeven aan de verdachte.

Oordeel van de rechtbank

Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat het onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: pl1100-2023058640-1475416, zwart, merk: Apple iPhone) (de rechtbank begrijpt: de iPhone 11);

dient te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken het

onder 1 bewezen verklaarde feit met behulp van dat voorwerp, dat aan de verdachte toebehoort, is begaan.

De rechtbank is van oordeel dat de onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 115 EUR (Omschrijving: G: 1475393 IBG 12-04-2023);

- 90 EUR (Omschrijving: G: 1475405 IBG 12-04-2023);

dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het onder 1 bewezen verklaarde feit met betrekking tot die voorwerpen, die aan de verdachte toebehoren, zijn begaan. Uit het dossier is gebleken dat het geld bestaat uit coupures van €20,-, €10,- en €5,-. Op de dag van de aanhouding van de verdachte is door verbalisanten waargenomen dat de verdachte meerdere kortdurende dealcontacten had. De getuigen [getuigen] hebben bij hun verhoor verklaard dat zij die dag door betaling met dergelijke coupures cocaïne bij de verdachte hebben gekocht. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat het aangetroffen geld afkomstig was en diende voor de handel in verdovende middelen.

Teruggave

De rechtbank is van oordeel dat het onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: pl1100-2023058640-1475412, zwart, merk: Apple iPhone) (de rechtbank begrijpt: de iPhone 7);

dient te worden teruggegeven aan de verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat het onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- 1 STK Personenauto [kenteken] ;

dient te worden teruggegeven aan [naam] , aangezien die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 33, 33a, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

artikel 2 en 10 van de Opiumwet.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Bepaalt dat de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 210 dagen, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 105 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op één jaar bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd:

- 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: pl1100-2023058640-1475416, zwart, merk: Apple iPhone);

- 115 EUR (Omschrijving: G: 1475393 IBG 12-04-2023);

- 90 EUR (Omschrijving: G: 1475405 IBG 12-04-2023).

Gelast de teruggave aan de verdachte van:

- 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: pl1100-2023058640-1475412, zwart, merk: Apple iPhone).

Gelast de teruggave aan de rechthebbende, zijnde [naam] , van:

- 1 STK Personenauto [kenteken] .

Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. N. Rogmans, voorzitter,

mr. A.K. Korteweg en mr. A.H. Tiemens, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. C.B.A.F. Burggraaf,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. N. Rogmans
  • mr. A.K. Korteweg
  • mr. A.H. Tiemens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?