ECLI:NL:RBNHO:2026:4146

ECLI:NL:RBNHO:2026:4146

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 09-04-2026
Datum publicatie 16-04-2026
Zaaknummer HAA 26/1986
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Sluiting woning op grond van artikel 13b Opiumwet. Verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tijdsverloop niet zodanig dat sluiting niet langer geschikt is.

Uitspraak

[verzoeker] , uit Haarlem, verzoeker

(gemachtigde: mr. S.N. de Jager),

en

de burgemeester van de gemeente Haarlem, de burgemeester

(gemachtigden: mr. M.P. Meurs, mr. Y Sergeant en mr. J. Lubbers).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit van de burgemeester van 26 maart 2026 om de woning en de schuur van verzoeker op het adres [adres] in Haarlem vanaf 10 april 2026 voor de duur van zes maanden te sluiten op grond van het bepaalde in artikel 13b van de Opiumwet.

Verzoeker heeft tegen het besluit van 26 maart 2026 bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om in verband met dat besluit een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 9 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigden van de burgemeester.

Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Feiten

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

3. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen.

4. Aan het besluit tot sluiting van de woning van verzoeker ligt ten grondslag een bestuurlijke rapportage van de politie, waarin is opgenomen dat:

- op 29 januari 2026 onder leiding van de rechter-commissaris een doorzoeking van de woning (en schuur) van verzoeker heeft plaatsgevonden;

- dat in de woning onder meer 18,698 kilogram henneptoppen is aangetroffen, alsmede 7,83 kilogram hasj en 5328 voor-gedraaide joints en een grote hoeveelheid drugsgerelateerde goederen, verpakkingsmateriaal waaronder gelabelde en gestickerde (gevulde en ongevulde) zakjes en cones, een ingerichte tafel om verpakkingen mee te sealen, een hasj-snijapparaat(verwarmd), en een slakkenhuis met koolstoffilter (ventilatie). Ook werd ramen aangetroffen met daaraan vastgeschroefde gordijnen en deuren met afgedichte bovenlichten.

In de schuur zijn ook voorgedraaide joints aangetroffen (195).

Toetsingskader

5. Uit artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet volgt dat de burgemeester bevoegd is om een woning te sluiten als in die woning (een handelshoeveelheid) drugs worden aangetroffen.

6. De burgemeester is bij toepassing van de bevoegdheid gebonden aan zijn Beleid. Dit beleid is opgenomen in de Beleidsregel Handhaving Opiumwet Woningen uit 2012, zoals gepubliceerd in het Gemeenteblad van de gemeente Haarlem van 8 mei 2017. Uit deze Beleidsregel volgt dat de burgemeester een woning voor de duur van zes maanden sluit als sprake is van een ernstig geval in de zin van he beleid en uit deze beleidsregel volgt voorts dat sprake is van een ernstig geval indien meer dan 5000 gram softdrugs is aangetroffen. Ook is sprake van een ernstig geval indien de feiten en omstandigheden wijzen op georganiseerde drugshandel.

Bevoegdheid sluiting en toepassing beleid

7. Gelet op de aangetroffen hoeveelheid softdrugs was de burgemeester bevoegd om de woning van verzoeker te sluiten. Gelet op de beleidsregels en gelet op de aangetroffen hoeveelheid softdrugs is sprake van een ernstig geval in de zin van de Beleidsregels, temeer nu hetgeen is aangetroffen in de woning wijst op georganiseerde drugshandel in de zin van de Beleidsregels. De burgemeester heeft daarom conform zijn beleid mogen besluiten tot een sluiting van de woning (en schuur) voor de duur van zes maanden.

Geschiktheid sluiting

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is de sluiting van de woning in dit geval een geschikt middel. Tijdsverloop tussen enerzijds het constateren van de overtreding en anderzijds het tijdstip waarop de burgemeester ingevolge zijn besluitvorming tot sluiting overgaat, kan ertoe leiden dat sluiting van een woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet redelijkerwijs niet meer zal bijdragen aan het bereiken van doelen die met een dergelijke sluiting worden gediend. Op zichzelf zou een burgemeester echter met sluiting van een woning ook na een tijdverloop van vier maanden de rol van de woning in het criminele drugscircuit nog teniet kunnen doen.

In dit geval is door de burgemeester mede beoogd om een einde te maken aan de bekendheid van het pand als drugspand.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is het tijdsverloop sinds de constatering van de overtreding op 29 januari 2026, een kleine drie maanden, gelet op de in de woning aangetroffen professionele situatie, niet zodanig lang dat op grond daarvan moet worden geoordeeld dat voornoemd doel van de sluiting niet meer kan worden bereikt. In de door verzoeker aangehaalde uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 16 juli 2025 oordeelde de Afdeling dat sluiting in dat geval na bijna vier maanden geen geschikt middel meer was. Aan dat oordeel lag echter niet alleen het tijdsverloop ten grondslag, maar ook de omstandigheid dat in deze woning een gezin woonde en dat de zoon aan wie de overtreding werd toegeschreven al voor de hoorzitting in bezwaar naar het buitenland was vertrokken.

Noodzakelijkheid

9. De voorzieningenrechter kan de burgemeester ook volgen in de stelling dat sluiting van de woning noodzakelijk is. Dat geen loop naar de woning is geconstateerd doet hieraan in dit geval niet af. Gelet op hetgeen is aangetroffen in de woning staat voor de voorzieningenrechter voldoende vast dat de woning een belangrijke schakel vormde in de keten van de georganiseerde drugshandel

Evenwichtigheid

De voorzieningenrechter ziet vooralsnog ook geen grond voor het oordeel dat sluiting in dit geval onevenwichtig is. Dat verzoeker door de sluiting gedurende zes maanden elders zal moeten wonen is ingrijpend, maar ook inherent aan een sluiting en is in dit geval geen bijzondere omstandigheid om van sluiting van de woning af te zien. Dat verzoeker door de sluiting op straat komt te staan is niet aannemelijk geworden. Bovendien kan verzoeker zich wenden tot de Brede Centrale Toegang voor een opvangplek, zo heeft de burgemeester onweersproken gesteld. Dat verzoeker gehecht is aan de woning, omdat hij die van zijn vader heeft geërfd, maakt het voorgaande niet anders. De woning van verzoeker is een koopwoning. De sluiting leidt er dus op zichzelf niet toe dat hij de woning kwijt raakt.

Dat de burgemeester het belang bij sluiting van de woning zwaarder heeft laten wegen dan het belang van verzoeker komt de voorzieningenrechter daarom niet onredelijk voor. De voorzieningenrechter acht in dit verband van belang dat het in dit geval gaat om sluiting van een woning waarin een uiterst professionele opslag van een aanzienlijke hoeveelheid softdrugs is aangetroffen, die naar de voorzieningenrechter aanneemt een belangrijke rol speelde in de keten van drugscriminaliteit.

Conclusie en gevolgen

11. De voorzieningenrechter oordeelt op grond van het voorgaande dat het bestreden besluit in bezwaar naar verwachting in stand zal blijven. De voorzieningenrechter ziet daarom geen grond voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de burgemeester de woning van verzoeker mag sluiten. Zoals ter zitting toegezegd, zal de burgemeester, anders dan in het bestreden besluit is aangegeven, niet eerder dan op 14 april 2026 overgaan tot sluiting, zodat verzoeker na de zitting nog enkele dagen heeft om zich daarop voor te bereiden.

12. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek afwijst, bestaat voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling geen aanleiding.

13. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 april 2026 door mr. E.J. van Keken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Degen, griffier.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E. Degen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?