RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 12000207 \ CV EXPL 25-8186
Vonnis van 22 april 2026
in de zaak van
de naamloze vennootschap,PWN WATERLEIDINGBEDRIJF NOORD-HOLLAND,
gevestigd te Velserbroek,
eisende partij,
hierna te noemen: PWN,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;- de conclusie van antwoord;- de conclusie van repliek;- de mondelinge dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Het geschil
PWN vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van facturen voor de levering van water, te vermeerderen met nevenvorderingen die zien op het beëindigen van de levering, rente en kosten. In de dagvaarding stelt zij – kort weergegeven – dat zij aan [gedaagde] uit hoofde van een overeenkomst water heeft geleverd op het in de dagvaarding genoemde leveringsadres.
[gedaagde] heeft de vordering erkend.
3. De beoordeling
[gedaagde] heeft de vordering erkend, zodat deze in beginsel volledig voor toewijzing gereed ligt, behoudens het navolgende.
Ambtshalve toetsing van algemene voorwaarden: Algemene Voorwaarden voor de levering van drinkwater (1 januari 2002) en Tarievenregeling PWN 2025
Incasso- en rentebeding
Omdat PWN buitengerechtelijke incassokosten en rente vordert, heeft de kantonrechter ambtshalve beoordeeld of PWN in de overeenkomst, de algemene voorwaarden of de tarievenregeling een regeling heeft opgenomen over incassokosten en rente, die zodanig afwijkt van de wet dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld. Dit wordt beoordeeld aan de hand van de regels die van toepassing waren op het moment van totstandkoming van de overeenkomst. In dit geval is dat 2002. De kantonrechter concludeert dat PWN geen oneerlijk incasso- of rentebeding hanteert.
Voor de goede orde merkt de kantonrechter wel op dat – anders dan PWN stelt – in de algemene voorwaarden 2002 geen artikel 15 lid 6 is opgenomen. In artikel 17 lid 1 van de algemene voorwaarden 2002 is vermeld wanneer sprake is van verzuim en in artikel 17 lid 3 van de algemene voorwaarden 2002 is bepaald dat redelijke buitengerechtelijke kosten verschuldigd zijn en wordt verwezen naar de tarievenregeling. Wel wijst de kantonrechter erop dat onduidelijk is welk extra bedrag verschuldigd zou kunnen zijn, nu hiervoor wordt verwezen naar de tarievenregeling en hierover geen bepaling is terug te vinden in de tarievenregeling 2025. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat geen extra bedrag verschuldigd kan zijn.
PWN heeft een bedrag aan vervallen wettelijke rente gevorderd. Zij vordert deze rente vanaf 13 december 2022, terwijl op dat moment een deel van de hoofdsom nog niet opeisbaar was. PWN heeft niet gespecificeerd over welk deel van de hoofdsom en over welke periode voor dat deel van de hoofdsom de rente is berekend. De kantonrechter kan daardoor niet beoordelen of er een grondslag voor deze vordering bestaat. Daarom wordt dit onderdeel van de vordering afgewezen. De verdere rente zal worden toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding.
Deelbetaling
[gedaagde] heeft een bedrag van in totaal € 500,00 voldaan. Dit bedrag strekt, gelet op het bepaalde in artikel 6:44 BW en wat hiervoor is overwogen, eerst in mindering op de toewijsbare buitengerechtelijke kosten (€ 184,51). Daarna resteert nog € 315,49 voor de betaling van de hoofdsom. Dit bedrag komt in mindering op de thans toewijsbare hoofdsom van € 1.652,78, zodat nu nog kan worden toegewezen een bedrag van € 1.337,29 aan hoofdsom.
Waterafsluiting en nevenvorderingen
Gelet op de ingrijpende gevolgen van de nevenvorderingen acht de kantonrechter het redelijk dat [gedaagde] nog veertien dagen de tijd krijgt om de betalingsachterstand te voldoen, om zo te voorkomen dat zij van water wordt afgesloten. Dit betekent dat als [gedaagde] niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de betalingsachterstand voldoet, PWN het water mag afsluiten.
De vordering om te bepalen dat PWN niet tot heraansluiting zal hoeven over te gaan indien [gedaagde] niet de toegewezen hoofdsom en de kosten van afsluiting heeft voldaan, betreft een mogelijke toekomstige situatie die pas kan worden beoordeeld als die daadwerkelijk aan de orde is. Deze vordering wordt daarom afgewezen.
Betalingsregeling
[gedaagde] heeft om een betalingsregeling verzocht. PWN heeft aangegeven dat zij (nog) geen betalingsregeling wil treffen. De wet biedt de kantonrechter niet de mogelijkheid om PWN een betalingsregeling op te leggen.
PWN heeft wél aangegeven dat [gedaagde] na vonniswijzing contact met haar kan opnemen om te bezien of het sluiten van een nieuwe betalingsregeling tot de mogelijkheden behoort. Als een dergelijke betalingsregeling wordt getroffen en nagekomen kan tenuitvoerlegging van dit vonnis wellicht alsnog worden voorkomen. [gedaagde] dient daarom voor het treffen van een betalingsregeling zo snel mogelijk contact met de gemachtigde van PWN op te nemen.
Proceskosten
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van PWN worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
120,78
- griffierecht
€
397,00
- salaris gemachtigde
€
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
€
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.060,28
4. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan PWN te betalen een bedrag van € 1.337,29, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 26 november 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] om aan PWN te betalen te betalen een bedrag van € 101,00 per maand, voor iedere maand vanaf 4 mei 2024, met dien verstande dat deze bedragen gelden als voorschot en verrekend moeten worden met het bedrag dat [gedaagde] na afloop van de betreffende periode daadwerkelijk verschuldigd zal blijken te zijn;
voor het geval [gedaagde] niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan de veroordelingen onder 4.1 en 4.2. voldoet:
bepaalt dat PWN op grond van artikel 558 onder b Rv gerechtigd is werkzaamheden op of aan een onroerende zaak te verrichten, te weten werkzaamheden om te komen tot het afsluiten van de wateraansluiting van het pand op het verbruiksadres [adres] te [plaats];
veroordeelt [gedaagde] op grond van artikel 558 onder b Rv te gedogen dat de PWN de werkzaamheden verricht om te komen tot het afsluiten van de wateraansluiting van het pand op het verbruiksadres;
bepaalt dat PWN ter uitvoering van de werkzaamheden tot het afsluiten van de wateraansluiting gerechtigd is tot tijdelijke en (gedeeltelijke) ontruiming van de woning op het verbruiksadres over te gaan;
veroordeelt [gedaagde] om aan PWN te betalen een bedrag van € 337,90 inclusief btw ten titel van de kosten ten behoeve van het deactiveren van de wateraansluiting;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.060,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.
De griffier De kantonrechter