RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/376552 / JU RK 26-549
Datum uitspraak: 15 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] .
Advocaat: mr. A. Krimm kantoorhoudende te Haarlem.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift van 18 februari 2026 met bijlagen, ontvangen op 7 april 2026;
de brief van de Raad voor de Kinderbescherming van 5 maart 2026, ontvangen op 7 april 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door de waarnemend advocaat, mr. H. Carrière;
- [vertegenwoordiger van de GI] , als vertegenwoordiger van de GI.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover op 14 april 2026 een mail gestuurd naar de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft gemaild.
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
[de minderjarige] verblijft op een groep van [accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] .
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 april 2019 [de minderjarige] onder toezicht gesteld. De ondertoezichtstelling is nadien steeds verlengd, laatstelijk bij beschikking van 28 maart 2025, tot 19 april 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 juni 2020 een machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg, welke machtiging bij beschikking van 11 oktober 2023 is omgezet in een machtiging voor uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. Deze machtiging is nadien steeds verlengd, laatstelijk bij beschikking van 28 maart 2025, tot 19 april 2026.
3. Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen tot aan haar meerderjarigheid. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. Het standpunt van de moeder
De moeder is het eens met de verzoeken, in het belang van [de minderjarige] , maar noemt nog wel dat er in het verzoekschrift dingen staan die naar haar beleving niet helemaal kloppen.
5. De mening van de minderjarige
[de minderjarige] wil graag dat de ondertoezichtstelling wordt verlengd. Ze geeft aan dat de band met de moeder stabiel, maar dat er nog wel discussies zijn. Zij weet dat er escalaties zullen plaatsvinden als zij langer bij de moeder zou gaan wonen. Bij [accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] gaat het niet zo goed in de zin dat er veel jongeren zijn die zich niet aan de regels houden, waardoor er veel geluidsoverlast is ’s nachts. [de minderjarige] doet haar best om op tijd op school aan te komen, maar dit lukt niet altijd, mede vanwege de geluidsoverlast op de woonplek. Over 1 á 2 maanden gaat ze verhuizen naar een kamer boven, waar het rustiger is. Verder werkt ze nog steeds bij de [supermarkt] en heeft zij een stabiele vriendengroep. Als zij 18 jaar wordt is er een mogelijkheid om naar een studio te verhuizen, waarbij er ook financiële steun geregeld wordt. n.
6. De beoordeling
[de minderjarige] is, na een periode van instabiliteit qua woonplekken, op 5 februari 2026 geplaatst bij [accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] , waar zij ook de nodige begeleiding krijgt. Eerdere plaatsingen op groepen zijn niet goed verlopen. Vanuit [accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] zal toegewerkt worden naar zelfstandigheid en een passende zelfstandige woonplek voor de toekomst, rekening houdend met haar ontwikkelingsbehoeften. Daarbij zal ook aandacht zijn voor hoe [de minderjarige] omgaat met regels en autoriteit op de woongroep. Voor het optimaal kunnen profiteren van de begeleiding bij [accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] en het goed zicht krijgen op [de minderjarige] en haar behoeftes, is het volgens de GI belangrijk dat [de minderjarige] in ieder geval doordeweeks op de woongroep verblijft. De GI is aan het nagaan bij de gemeente of een weekendverblijf bij de moeder mogelijk is.
Op school functioneert zij inmiddels deels goed: zij heeft positief contact met medeleerlingen en de mentor. Haar hoge schoolverzuim blijft een aandachtspunt, waarbij de precieze oorzaak nog onvoldoende inzichtelijk is. De hulpverlening blijft nauw samenwerken met school om verzuim te monitoren en daar waar nodig te ondersteunen, zodat [de minderjarige] haar studie kan voltooien.
Verder is (nog steeds) sprake van een onvoorspelbaar, emotioneel contact met de moeder. Het is noodzakelijk dat er wordt toegewerkt naar duidelijke, haalbare en door beiden gedragen afspraken. Daarbij zal de moeder worden ondersteund in het versterken van haar opvoedvaardigheden en het bieden van structuur, en zal [de minderjarige] (moeten) leren om zich te houden aan gestelde kaders.
Verder is van belang dat [de minderjarige] nog niet openstaat voor behandeling voor haar onderliggende problematiek, waardoor deze onvoldoende wordt aangepakt. Ook hiervoor zal de komende periode aandacht zijn.
Gezien bovenstaande factoren is er nog steeds sprake van een actuele ernstige bedreiging in de ontwikkeling van [de minderjarige] . Vanwege de eigen problematiek van [de minderjarige] en haar opvoed-/ontwikkelingsbehoeftes in samenhang bezien met de opvoedvaardigheden van de moeder, is het niet haalbaar en niet in het belang van de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] dat zij bij de moeder woont, ook niet na haar meerderjarigheid.
De verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing zijn daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt deze maatregelen tot [datum] .
De beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
7. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot [datum] ;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot [datum] ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Ok, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier. De beslissing is schriftelijk uitgewerkt op 15 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.