RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11913338 \ CV EXPL 25-3747 (rvk)
Uitspraakdatum: 6 mei 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1. [eiser 1] ,
te [plaats 1]
2. [eiser 2] ,
te [plaats 2]
eisende partijen
verder te noemen: [eiser 1] en [eiser 2]
gemachtigde: mr. M. Verheij
tegen
de besloten vennootschap MED Medemblik B.V.
te Medemblik
gedaagde
verder te noemen: MED Medemblik
procederend bij dhr. D. Versteeg
1. Het procesverloop
[eiser 1] en [eiser 2] heeft bij dagvaarding van 24 september 2025 een vordering tegen MED Medemblik ingesteld. MED Medemblik heeft schriftelijk geantwoord.
[eiser 1] en [eiser 2] heeft hierop schriftelijk gereageerd. Gelet op deze schriftelijke reactie heeft de kantonrechter besloten dat de mondelinge behandeling niet gehouden hoefde te worden en MED Medemblik is in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op de toelichting van [eiser 1] en [eiser 2] . MED Medemblik heeft niet gereageerd.
2. De feiten
[eiser 1] en [eiser 2] zijn op grond van wet- en regelgeving belast met de inning van vergoedingen voor auteursrechten op muziekwerken.
MED Medemblik heeft een horecagelegenheid waarin muziek wordt afgespeeld.
Zowel [eiser 1] als [eiser 2] hebben met MED Medemblik een licentie-overeenkomst gesloten voor het muziekgebruik.
3. De vordering
[eiser 1] vordert dat de kantonrechter MED Medemblik veroordeelt tot betaling van € 2.128,56, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 25 september 2025. Zij legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat MED Medemblik op grond van de licentie-overeenkomst is gehouden jaarlijks een vergoeding te betalen. Ondanks betalingsverzoeken voldoet MED Medemblik de factuur van 15 februari 2025 van € 1.419,11 niet. [eiser 1] heeft daarom de aanvankelijke korting van € 709,45 (33,33%) alsnog in rekening gebracht.
[eiser 2] vordert dat de kantonrechter MED Medemblik veroordeelt tot betaling van € 3.352,77, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 25 september 2025. Zij legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat MED Medemblik op grond van de licentie-overeenkomst is gehouden jaarlijks een vergoeding te betalen. Ondanks betalingsverzoeken voldoet MED Medemblik de factuur van 4 april 2025 van € 1.765,63 en de factuur van € 469,66 niet. [eiser 2] heeft daarom de aanvankelijke korting van € 1.117,48 (33,33%) alsnog in rekening gebracht.
[eiser 1] en [eiser 2] hebben om tot betaling te komen hun incassogemachtigde ingeschakeld en deze heeft voor beide vorderingen tezamen buitengerechtelijke werkzaamheden verricht, zoals het versturen van aanmaningen en sommaties. [eiser 1] en [eiser 2] maken daarom aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten van € 822,20.
Gelet op het betalingsverzuim maken [eiser 1] en [eiser 2] ook aanspraak op de wettelijke handelsrente van € 249,50, gerekend tot 29 augustus 2025.
4. Het verweer
MED Medemblik betwist de vordering. Zij voert aan – samengevat – dat de facturen van [eiser 1] en [eiser 2] niet kloppen omdat bij de berekening van de vergoedingen is uitgegaan van een verkeerd vloeroppervlak van de horecagelegenheid van MED Medemblik. Die horecagelegenheid is door [eiser 1] en [eiser 2] ingeschaald in de categorie 450m², terwijl de werkelijke oppervlakte 160 m² is en daarmee in de categorie 100-200 m² valt. Dat verschil heeft aanzienlijke financiële gevolgen. MED Medemblik heeft bovendien nooit een licentie-overeenkomst met [eiser 1] of met [eiser 2] ondertekend. Dat MED Medemblik de facturen van een eerder jaar heeft betaald, maakt niet dat er een overeenkomst tot stand is gekomen.
5. De beoordeling
Naar aanleiding van het verweer van MED Medemblik heeft [eiser 1] en [eiser 2] de vordering verder onderbouwd. Daarbij is ook ingegaan op het verweer van MED Medemblik.
Nu uit die onderbouwing blijkt hoe de vorderingen van [eiser 1] en [eiser 2] zijn opgebouwd en MED Medemblik daarop niet meer heeft gereageerd en daar dus ook geen bezwaren tegen heeft aangevoerd, zal de kantonrechter de vorderingen van [eiser 1] en [eiser 2] toewijzen.
[eiser 1] en [eiser 2] vorderen een bedrag van € 822,20 aan buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter constateert dat dit bedrag hoger is dan het wettelijk tarief. Omdat [eiser 1] en [eiser 2] niet gemotiveerd hebben gesteld dat de werkelijke buitengerechtelijke kosten hoger zijn geweest en dat het redelijk was om buitengerechtelijke kosten te maken tot dit bedrag, zal de kantonrechter conform het rapport BGK-integraal gebruik maken van de matigingsbevoegdheid van artikel 242 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de kosten toewijzen volgens het wettelijke tarief dat hoort bij de hoofdsom waartoe de gedaagde partij zal worden veroordeeld, te weten een bedrag van € 649,07.
Gelet op het betalingsverzuim is MED Medemblik de wettelijke handelsrente verschuldigd. Deze zal worden toegewezen zoals gevorderd.
De proceskosten komen voor rekening van MED Medemblik, omdat zij ongelijk krijgt.
MED Medemblik is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
122,35
- griffierecht
€
543,00
- salaris gemachtigde
€
678,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.487,35
6. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt MED Medemblik tot betaling aan [eiser 1] van € 2.128,56 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over dat bedrag vanaf 24 september 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
veroordeelt MED Medemblik tot betaling aan [eiser 2] van € 3.352,77 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over dat bedrag vanaf 24 september 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
veroordeelt MED Medemblik tot betaling aan [eiser 1] en [eiser 2] van € 649,07 aan buitengerechtelijke incassokosten,
veroordeelt MED Medemblik tot betaling aan [eiser 1] en [eiser 2] van € 249,50 aan wettelijke handelsrente, gerekend tot 29 augustus 2025,
veroordeelt MED Medemblik in de proceskosten van € 1.487,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als MED Medemblik niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter