RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Haarlem
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/064837-23 (P)
Uitspraakdatum: 24 april 2026
Verstek
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 10 april 2026 in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] ,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie.
1. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij zich, kort en zakelijk weergegeven, heeft schuldig gemaakt aan:
Feit 1 Brandberg II
Feit 2 Zwaluw
De volledige tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officieren van justitie ontvankelijk zijn in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
3. Inleiding Onderzoek Brandberg II
Op 7 november 2015 omstreeks 01:49 uur is [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) in een woonwijk in Krommenie doodgeschoten. De dood van [slachtoffer 1] is het gevolg van functiestoornissen van vitale organen (primair het hart, de longen) en algehele weefselschade door doorgemaakt bloedverlies, opgelopen door een doorschot aan de rechterhelft van de borstkas.
Onderzoek Zwaluw
Uit onderzoek naar de Ennetcom-data is de verdenking ontstaan dat een aantal personen, waaronder de verdachte, in augustus en september 2015 voorbereidingen hebben getroffen om [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ) te vermoorden in Berlijn. In het kader van deze voorbereiding zouden de verdachten de beschikking hebben gehad over vuurwapens, patronen, auto’s, een motor en PGP-BlackBerry’s.
4. Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officieren van justitie
De officieren van justitie hebben gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten.
Oordeel van de rechtbank
Redengevende feiten en omstandigheden
De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen die in bijlage II bij dit vonnis zijn opgenomen.
Bewijsoverwegingen
Identificatie van de gebruiker van de e-mailadressen [account 1] @ennetcom.com, [account 2] @ennetcom.com en [account 3] @ennetcom.com (hierna: account [account 1] , [account 2] en [account 3] )
De rechtbank moet allereerst de vraag beantwoorden of bewezen kan worden dat de verdachte de gebruiker is geweest van de aan hem toegeschreven accounts [account 1] , [account 2] en [account 3] , waarmee de in het dossier belastende berichten zijn verstuurd.
De officieren van justitie komen – kort gezegd – tot deze conclusie op basis van de koppeling tussen de accounts [account 4] @ennetcom.biz, [account 5] @ennetcom.com en [account 6] @ennetcom.biz (hierna: [account 4] , [account 5] en [account 6] ) (deze accounts zijn door de officieren van justitie aangeduid als: de drie vetgedrukte accounts die onderdeel uitmaken van het zogenoemde groene Polo-cluster), waarin identificerende elementen aanwezig zijn die naar de verdachte wijzen, en de accounts [account 1] , [account 2] en [account 3] (door de officieren van justitie aangeduid als: de rode accounts). De officieren van justitie leggen deze koppeling op basis van de overeenkomsten in namen waaronder al deze accounts zijn opgeslagen door andere gebruikers.
Hoewel de rechtbank sterke aanwijzingen ziet in het dossier dat de verdachte de gebruiker is geweest van de accounts [account 4] , [account 5] en [account 6] , volgt de rechtbank de officieren van justitie niet in de conclusie dat de overeenkomsten in namen waaronder deze accounts en die van de rode accounts door andere gebruikers zijn opgeslagen, zodanig zijn dat op basis hiervan kan worden vastgesteld dat al deze accounts door de verdachte in gebruik zijn geweest. De rechtbank wijst er in dit verband op dat de door andere gebruikers aan deze accounts gegeven bijnamen, niet exact overeenkomen. Gelet op de verschillen in bijnamen waaronder de accounts [account 4] , [account 5] , [account 6] , [account 1] , [account 2] en [account 3] zijn opgeslagen door andere gebruikers, kan naar het oordeel van de rechtbank niet de verstrekkende conclusie worden getrokken dat de verdachte de gebruiker is geweest van al deze accounts.
In het kader van de identificatie van de gebruiker van de accounts [account 1] , [account 2] en [account 3] overweegt de rechtbank voorts dat de medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) op 5 maart 2015 als getuige heeft verklaard dat ‘ [bijnaam 1] ’ de bijnaam is van [naam] , dat [voornaam verdachte] de broer is van [naam] en dat hij [voornaam verdachte] kent. Uit onderzoek is gebleken dat deze broers [naam] en [voornaam verdachte] de broers [naam] (hierna: [naam] ) en zijn oudere broer [verdachte] , de verdachte, betreffen.
Op 30 oktober 2015 heeft [medeverdachte 1] contact met het account [account 7] @ennetcom.com, waarvan uit onderzoek is gebleken dat dit account in gebruik is geweest bij [naam] . In deze berichten laat [naam] aan [medeverdachte 1] weten hij een maand weg is, omdat hij een oude straf moet uitzitten.
Op 1 november 2015 stuurt de gebruiker van het account [account 2] aan [medeverdachte 1] : “Hoe is het [bijnaam 2] ik ben [bijnaam 3]” en in een volgend bericht “die ander is maand niet bereikbaar dat had die gezegd toch?”. In de daarop volgende dagen is er dagelijks contact tussen het account [account 2] en [medeverdachte 1] . Op 6 november 2015 stuurt de gebruiker van het account [account 3] aan [medeverdachte 1] : “Hoe is het broer dit is me nieuwe mail grote [bijnaam 2] .”. Door [medeverdachte 1] zijn de accounts [account 2] en [account 3] opgeslagen als respectievelijk ‘ [contactnaam 1] ’ en ‘ [contactnaam 2] ’.
Gelet op de verklaring van [medeverdachte 1] op 5 maart 2015 dat ‘ [bijnaam 1] ’ de bijnaam is van [naam] en de gebruiker van het account [account 3] zich op 1 november 2015 aan [medeverdachte 1] voorstelt als ‘grote [bijnaam 2] ’, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat de gebruiker van het account [account 3] de grote broer is van [naam] , te weten de verdachte. Daarbij betrekt de rechtbank dat ‘ [bijnaam 1] ’ hetzelfde klinkt als ‘ [bijnaam 2] ’ en dat uit onderzoek in de Ennetcom-data is gebleken dat de (bij)naam ‘ [bijnaam 1] ’ of een naam die daarop lijkt, maar heel beperkt voorkomt.
Uit het dossier blijkt dat het gebruik van de accounts [account 1] , [account 2] en [account 3] elkaar opvolgen in tijd en dat deze accounts door de gebruiker van het account [account 8] @ennetcom.com, waarvan is vast komen te staan dat dit account in gebruik is geweest bij de medeverdachte [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ), telkens worden opgeslagen onder de naam ‘ [contactnaam 3] ’. Op 6 november 2015 laat de gebruiker van het account [account 3] , waarvan de rechtbank hiervoor heeft vastgesteld dat dit account bij de verdachte in gebruik was, aan [medeverdachte 1] weten dat dit zijn nieuwe e-mail is. Dit sluit aan op de berichten die in de dagen daarvoor door de gebruiker van het account [account 2] met [medeverdachte 1] zijn gewisseld. De rechtbank leidt uit deze bevindingen af dat de accounts [account 1] , [account 2] en [account 3] in gebruik zijn geweest bij dezelfde persoon.
Gelet op het voorgaande – in onderling verband en samenhang bezien – is de rechtbank van oordeel dat vast is komen te staan dat de accounts [account 1] , [account 2] en [account 3] in de ten laste gelegde periode zijn gebruikt door de verdachte en dat hij met die accounts de berichten heeft verstuurd en heeft ontvangen die zich in het dossier bevinden.
Feit 1 Onderzoek Brandberg II
Met betrekking tot de rol van de verdachte bij de liquidatie van [slachtoffer 1] op 7 november 2015 in Krommenie overweegt de rechtbank het volgende. Gedurende de avond voorafgaand aan de liquidatie verstrekte [medeverdachte 1] op verzoek van de verdachte voortdurend informatie over de reisbewegingen van [slachtoffer 1] en de kleding, waaronder een kogelwerend vest, die hij droeg. [medeverdachte 1] bevond zich die avond samen met [slachtoffer 1] in Amsterdam. De verdachte heeft [medeverdachte 1] betaald om deze cruciale informatie te verstrekken. Daarnaast gaf de verdachte ook instructies aan [medeverdachte 1] . In dit verband wijst de rechtbank op het bericht dat de verdachte op 6 november 2015 om 18:28 uur aan [medeverdachte 1] stuurt, inhoudende: “Ok bro laat hem zuipen zodat ze bloed dun word door alcohol dan bloed die kankerrat sneller dood ze kanker moer”. Ook beschikte de verdachte over een persoon die als ‘spotter’ op het station aanwezig was waar [slachtoffer 1] zou aankomen en hem kon volgen op zijn route naar huis. Via [medeverdachte 2] hield de verdachte de schutters en chauffeur van de vluchtauto op de hoogte van de reisbewegingen en kleding van [slachtoffer 1] en bepaalde wanneer de schutters in actie moesten komen. De verdachte gaf de schutters ook instructies over de wijze waarop de liquidatie uitgevoerd moest worden. In dit verband wijst de rechtbank op het door [medeverdachte 2] doorgestuurde bericht van de verdachte aan één van de schutters op 7 november 2015 om 00:23 uur, inhoudende: “Hij is alleen broo aub zeg ze helemaal leeg magazijnen en door hoofd ballen nek armen benen tenen nagels zelfs als kan. Alles bloed en hij heb vest!”.
Hieruit leidt de rechtbank af dat de verdachte een onmisbare rol heeft vervuld bij de liquidatie en daarbij nauw en bewust heeft samengewerkt met de medeverdachten. De rechtbank acht daarmee wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de moord op [slachtoffer 1] op 7 november 2015.
Feit 2 Onderzoek Zwaluw
Met betrekking tot de rol van de verdachte bij de voorbereiding van de liquidatie van [slachtoffer 2] overweegt de rechtbank het volgende. Nadat de verdachte had vernomen dat [slachtoffer 2] in Berlijn was gezien, heeft hij samen met [medeverdachte 2] het plan opgevat om [slachtoffer 2] te laten liquideren. Ter uitvoering van dit plan heeft de verdachte een woning in Berlijn geregeld waar de beoogde uitvoerders konden verblijven in afwachting van het bericht dat [slachtoffer 2] was ‘gespot’ en zij in actie moesten komen. Daarnaast is de verdachte degene geweest die het transport van de vuurwapens, bestemd tot het begaan van de liquidatie, vanuit Nederland naar Berlijn heeft geregeld. De beoogde uitvoerders van de liquidatie hebben een aantal weken in de door de verdachte geregelde woning in Berlijn verbleven. De verdachte stond met één van de uitvoerders via een PGP-telefoon in contact en stelde een geldbedrag in het vooruitzicht voor de liquidatie. Daarbij gaf de verdachte instructies aan de beoogde uitvoerder over de rolverdeling tijdens en de wijze waarop de liquidatie uitgevoerd moest worden: [slachtoffer 2] moest vanaf een motor door zijn hoofd geschoten worden.
Hieruit leidt de rechtbank af dat de verdachte een onmisbare rol heeft vervuld bij de voorbereiding van de liquidatie en daarbij nauw en bewust heeft samengewerkt met de medeverdachten. De rechtbank acht daarmee wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van voorbereiding van moord op [slachtoffer 2] in de periode van 11 augustus 2015 tot en met 9 september 2015.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat
feit 1
[Onderzoek Brandberg II]
hij op 7 november 2015 te Krommenie, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met anderen, [slachtoffer 1] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door tezamen met zijn mededaders, meerdere malen met twee, in elk geval één, automatisch vuurwapen, te weten een geweer (merk Ceska Zbrojovka, kaliber 7,62x39mm) en een pistool (merk Glock, kaliber 9 mm Parabellum), meerdere kogels op die [slachtoffer 1] af te vuren, waardoor die [slachtoffer 1] in zijn borstkas en zijn borst werd geraakt, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden;
feit 2
[Onderzoek Zwaluw]
hij op tijdstippen gelegen in de periode van 11 augustus 2015 tot en met 9 september 2015 in Nederland en Berlijn tezamen en in vereniging met anderen, ter voorbereiding van het te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten moord als bedoeld in artikel 289 van het Wetboek van Strafrecht, op een persoon ( [slachtoffer 2] ), opzettelijk
- vuurwapens en
- patronen en
- een motor en
- PGP (zogenaamde Pretty Good Privacy) Blackberry‘s,
bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad.
Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
5. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
Het bewezen verklaarde levert op:
feit 1 primair: medeplegen van moord.
feit 2 primair: medeplegen van voorbereiding van moord.
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezen verklaarde zou ontbreken. Het bewezen verklaarde is daarom strafbaar.
6. Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is daarom strafbaar.
7. Motivering van de sanctie
Standpunt van de officieren van justitie
De officieren van justitie hebben gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 28 jaren en dat de gevangenneming van de verdachte zal worden bevolen.
Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich als medepleger schuldig gemaakt aan een moord en op een ander moment aan een voorbereiding daartoe.
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de liquidatie van [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] werd op 7 november 2015 in de nacht doodgeschoten in een woonwijk in Krommenie. In verband met een mogelijke aanslag op zijn leven, droeg [slachtoffer 1] een kogelwerend vest. Dat vest bleek uiteindelijk niet bestand te zijn tegen de vele schoten die op hem werden afgevuurd. Er is tenminste 29 keer geschoten: 17 keer met een automatisch geweer en 12 keer met een pistool. Veel omwonenden hebben de schietpartij gehoord en verschillende auto’s zijn beschadigd door de rondvliegende kogels.
Uit de PGP-berichten kan worden afgeleid dat de moordaanslag op [slachtoffer 1] al vanaf 31 oktober 2015 werd voorbereid. Zelfs een bezoek van [slachtoffer 1] aan een kinderverjaardag en aan een drukbezocht café werden als momenten besproken om de liquidatie uit te voeren. De inhoud van het intensieve berichtenverkeer tussen [medeverdachte 1] , de verdachte en de schutters van de liquidatie en de sms-berichten tussen [medeverdachte 1] en [slachtoffer 1] is zeer schokkend. In de nacht van 6 op 7 november 2015 is [medeverdachte 1] met [slachtoffer 1] in Amsterdam gaan stappen. Terwijl zij samen op pad waren, gaf [medeverdachte 1] stiekem informatie over de reisbewegingen en de kleding van [slachtoffer 1] door aan de verdachte. Deze informatie was cruciaal om de liquidatie te laten slagen. De verdachte instrueerde [medeverdachte 1] om [slachtoffer 1] alcohol te laten drinken zodat zijn bloed dunner zou worden waardoor hij sneller dood zou bloeden. De informatie die de verdachte van [medeverdachte 1] ontving over de reisbewegingen en kleding van [slachtoffer 1] gaf hij vervolgens door aan [medeverdachte 2] die in direct contact stond met de schutters en de chauffeur van de vluchtauto. Ook beschikte de verdachte over een spotter op het station waar [slachtoffer 1] zou aankomen en hem kon volgen op zijn route naar huis. De verdachte bepaalde wanneer de schutters in actie moesten komen en gaf hen ook instructies voor de uitvoering van de liquidatie. De schutters moesten het magazijn helemaal legen, waardoor [slachtoffer 1] geen schijn van kans had om aan de dood te ontsnappen.
Naast het onnoemelijke leed en verdriet bij de nabestaanden, ontstaat er door dergelijk handelen grote onrust en een gevoel van onveiligheid in de samenleving. Er is in een woonwijk in het wilde weg geschoten met een pistool en een automatisch vuurwapen. Hierdoor liepen omstanders het risico geraakt te worden of ongewild getuige te zijn van levensgevaarlijk vuurwapengeweld.
Daarnaast heeft de verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de voorbereiding van de liquidatie van [slachtoffer 2] in Berlijn. Dat [slachtoffer 2] uiteindelijk niet daadwerkelijk het leven heeft gelaten, is geenszins aan het handelen van de verdachte te danken, maar aan de omstandigheid dat [slachtoffer 2] kennelijk niet (meer) op de beoogde plek van uitvoering aanwezig was op de verschillende momenten dat naar hem is gezocht. De verdachte was de initiator van het plan om [slachtoffer 2] te liquideren en heeft een onmisbare rol gespeeld in de voorbereiding daarvan. De voorbereiding van de liquidatie was in een zeer vergevorderd stadium en met dat doel hebben de verdachten geladen vuurwapens, een motor en PGP-telefoons voorhanden gehad. De verdachte had een woning geregeld in Berlijn als uitvalsbasis waar de beoogde uitvoerders een aantal weken hebben verbleven in afwachting van het bericht dat [slachtoffer 2] was ‘gespot’ en zij in actie moesten komen. Ook het transport van de vuurwapens die bestemd waren tot het begaan van de beoogde liquidatie vanuit Nederland naar Berlijn is door de verdachte geregeld. De verdachte stond met één van de beoogde uitvoerders in contact en stelde een geldbedrag (‘een zware bonus’) in het vooruitzicht voor de liquidatie. Ook gaf de verdachte aan de beoogde uitvoerder instructies over de rolverdeling tijdens en de wijze van de uitvoering van de liquidatie. Het plan was om [slachtoffer 2] vanaf een motor, eventueel op klaarlichte dag en in een drukke winkelstraat, dood te schieten. Dit zou ‘sowieso’ met een ‘headshot’ gebeuren om er zeker van te zijn dat [slachtoffer 2] zou komen te overlijden.
De verdachte heeft zich aan uitzonderlijk zware misdrijven schuldig gemaakt. Een levensdelict behoort tot de ergste misdrijven die het Wetboek van Strafrecht kent. De verdachte maakte deel uit van een groep personen die op nietsontziende wijze beslissen over leven en dood, kennelijk gedreven door de wens om onwelgevallige personen uit de weg te ruimen. Hoewel de verdachte niet zelf [slachtoffer 1] heeft doodgeschoten en ook [slachtoffer 2] niet zelf zou doodschieten, heeft hij anderen tegen betaling ertoe aangezet buitensporig geweld te gebruiken. Uit de berichten volgt dat de verdachte er alles aan gelegen was dat de beoogde doelwitten zouden sterven. Er werd ook rekening gehouden met de mogelijkheid dat meer mensen dan alleen het beoogde doelwit het leven zouden moeten laten. Daarbij wordt de waarde van een mensenleven schaamteloos uitgedrukt in geld: voor iedere ‘motherfucker erbij’ wordt extra geld uitgekeerd. Het kennelijke gemak waarmee de verdachte bereid is geweest om over andermans leven te beschikken, getuigt naar het oordeel van de rechtbank van een schokkende gewetenloosheid.
Persoon van de verdachte
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het strafblad van de verdachte, gedateerd 7 april 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld.
Op te leggen straf
De bewezen verklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze feiten zijn gepleegd, zijn zó ernstig, dat een langdurige gevangenisstraf passend en geboden is. De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de gevangenisstraf gekeken naar straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd en naar de verhouding van de op te leggen straf met de straffen die aan de medeverdachten zijn opgelegd. Van (persoonlijke) omstandigheden die strafverminderend dienen mee te wegen is niet gebleken. De rechtbank vindt de door de officieren van justitie geëiste gevangenisstraf van 28 jaren passend en zal deze dan ook opleggen.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
Bevel gevangenneming
Bij dit vonnis zal de verdachte worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 28 jaren ter zake van medeplegen van moord en medeplegen van voorbereiding van moord. Dit zijn feiten waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Er bestaan ernstige bezwaren tegen de verdachte.
De rechtbank is van oordeel dat hiernaast ook gronden voor voorlopige hechtenis aanwezig zijn, namelijk ernstig gevaar voor vlucht en een gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid, welke de onverwijlde vrijheidsbeneming vordert, namelijk (kort gezegd) de geschokte rechtsorde.
Wat betreft de eerste grond, neemt de rechtbank in aanmerking dat van de verdachte al vanaf eind 2010 geen adres meer bekend is, de dagvaarding en de oproepingen daarom aan het Openbaar Ministerie zijn betekend en dat de verdachte op geen van de zittingsdagen is verschenen. De verdachte is tot op heden onvindbaar. Op grond van het voorgaande moet er naar het oordeel van de rechtbank ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte zich aan de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf zal onttrekken.
Wat betreft de tweede grond, stelt de rechtbank in de eerste plaats vast dat sprake is van een veroordeling voor feiten waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van twaalf jaren of meer is gesteld. Voorts is de rechtbank van oordeel dat door de feiten de rechtsorde ernstig is geschokt. Liquidaties en ook voorbereidingen daarvan schokken de rechtsorde ernstig en zorgen voor toenemende maatschappelijke verontwaardiging, getuige ook de aanwezige pers tijdens de zitting en de mediaberichtgeving over deze zaak. Gelet op de aard en de ernst van de feiten en de rol die de verdachte daarbij heeft gespeeld, acht de rechtbank aannemelijk dat het thans (na veroordeling) op vrije voeten blijven van de verdachte een zodanig publiek onbehagen teweeg zal brengen, dat dit zal leiden tot maatschappelijke onrust.
De vordering tot gevangenneming zal daarom worden toegewezen.
8. Toepasselijke wettelijke voorschriften
De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:
artikel 46, 47, 57, 289 van het Wetboek van Strafrecht.
9. Beslissing
De rechtbank:
Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3 weergegeven.
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.
Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 28 (achtentwintig) jaren.
Beveelt de gevangenneming van de verdachte, welk bevel apart is geminuteerd.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. M. Rigter, voorzitter,
mr. G.D. Kleijne en mr. I.A. Groenendijk, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. J. Dommershuijzen,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 april 2026.
Bijlage I De tenlastelegging
feit 1
[Onderzoek Brandberg II]
hij op of omstreeks 7 november 2015 te Krommenie, gemeente Zaanstad, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door tezamen met zijn mededader(s), althans alleen, (meerdere malen) met twee, in elk geval één, (automatisch(e)) vuurwapen(s), te weten een geweer (merk Ceska Zbrojovka, kaliber 7,62x39mm) en/of een pistool (merk Glock, kaliber 9 mm Parabellum), een of meerdere kogel(s) op die [slachtoffer 1] af te vuren, waardoor die [slachtoffer 1] in zijn borstkas en/of zijn borst, althans in zijn lichaam, werd geraakt, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of een of meerdere andere perso(o)n(en) op of omstreeks 7 november 2015 te Krommenie, gemeente Zaanstad, in elk geval in Nederland, [slachtoffer 1] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft/hebben beroofd, door tezamen met zijn/hun mededader(s), althans alleen, (meerdere malen) met twee, in elk geval één, (automatisch(e)) vuurwapen(s), te weten een geweer (merk Ceska Zbrojovka, kaliber 7,62x39mm) en/of een pistool (merk Glock, kaliber 9mm
Parabellum), een of meerdere kogel(s) op die [slachtoffer 1] af te vuren, waardoor die [slachtoffer 1] in zijn borstkas en/of zijn borst, althans in zijn lichaam, werd geraakt, ten gevolge
waarvan die [slachtoffer 1] is overleden,
welk feit verdachte in of omstreeks de periode 1 oktober 2015 tot en met 7 november 2015 te Amsterdam en/of te Krommenie, gemeente Zaanstad, in elk geval in Nederland, en/of in Marokko, opzettelijk heeft uitgelokt door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld,
bedreiging of misleiding en/of door het (telkens) verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen, hierin bestaande dat verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 4] en/of die andere perso(o)n(en) de opdracht heeft gegeven om die [slachtoffer 1] te liquideren en/of ter zake (telkens) aanwijzingen en/of instructies heeft gegeven en/of een
beloning in het vooruitzicht heeft gesteld en/of aan die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 4] en/of die andere perso(o)n(en) informatie heeft verschaft over waar die [slachtoffer 1] zich bevond;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of een of meerdere andere perso(o)n(en) op of omstreeks 7 november 2015 te Krommenie, gemeente Zaanstad, in elk geval in Nederland, [slachtoffer 1] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft/hebben beroofd, door tezamen met zijn/hun mededader(s), althans alleen (meerdere malen) met twee, in elk geval één, (automatisch(e)) vuurwapen(s), te weten een geweer (merk Ceska Zbrojovka, kaliber 7,62x39mm) en/of een pistool (merk Glock, kaliber 9mm
Parabellum), een of meerdere kogel(s) op die [slachtoffer 1] af te vuren, waardoor die [slachtoffer 1] in zijn borstkas en/of zijn borst, althans in zijn lichaam werd geraakt, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2015 tot en met 7 november 2015 te Amsterdam , in elk geval in Nederland, en/of in Marokko, (telkens) medeplichtig is geweest door het (telkens) opzettelijk verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen en/of door (telkens) opzettelijk behulpzaam te zijn, hierin bestaande dat verdachte tezamen met zijn mededader(s), althans alleen, aan die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 4] en/of die andere perso(o)n(en) (telkens) informatie heeft verschaft over de plek waar die [slachtoffer 1] kon worden geliquideerd/doodgeschoten en/of waar de schutter(s) zich kon(den) opstellen/schuilhouden en/of waar die [slachtoffer 1] zich bevond en/of over de bewegingen van die [slachtoffer 1] en/of over de kleding en/of het kogelwerend vest dat die [slachtoffer 1] droeg.
feit 2
[Onderzoek Zwaluw]
hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 11 augustus 2015 tot en met 9 september 2015 te Amsterdam en/of Aalsmeer, in elk geval in Nederland, en/of Berlijn, in elk geval in Duitsland, en/of te Malaga en/of Marbella, in elk geval in Spanje, en/of Marokko tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten moord als bedoeld in artikel 289 van het Wetboek van Strafrecht, op een persoon ( [slachtoffer 2] ), opzettelijk
- één of meerdere ((vol)automatische) vuurwapen(s) (in elk geval (een) Glock(s) en/of AK(‘s)) en/of
- één of meerdere patro(o)n(en) en/of
- één of meerdere (gestolen en/of gehuurde) (personen)auto(’s) en/of
- een motor en/of
- één of meerdere PGP (zogenaamde Pretty Good Privacy) Blackberry(‘s),
bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of uitgevoerd en/of doorgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 11 augustus 2015 tot en met 9 september 2015 te Amsterdam en/of Aalsmeer, in elk geval in Nederland, en/of Berlijn, in elk geval in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten moord als bedoeld in artikel 289 van het Wetboek van Strafrecht, op een persoon ( [slachtoffer 2] ), opzettelijk
- één of meerdere ((vol)automatische) vuurwapen(s) (in elk geval (een) Glock(s) en/of AK(‘s)) en/of
- één of meerdere patro(o)n(en) en/of
- één of meerdere (gestolen en/of gehuurde) (personen)auto(’s) en/of
- een motor en/of
- één of meerdere PGP (zogenaamde Pretty Good Privacy) Blackberry(‘s),
bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of uitgevoerd en/of doorgevoerd en/of voorhanden heeft gehad,
welk feit hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en) (te weten [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 10] ), althans alleen, op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 11 augustus 2015 tot en met 9 september 2015 te Amsterdam en/of Aalsmeer, in elk geval in Nederland, en/of Berlijn, in elk geval in Duitsland, en/of te Malaga en/of Marbella, in elk geval in Spanje, en/of Marokko al dan niet door tussenkomst van een of meer ander(en), door giften en/of beloften, en/of door misbruik van gezag en/of door geweld en/of bedreiging en/of misleiding en/of door het verschaffen van middelen en/of inlichtingen en/of gelegenheid, opzettelijk heeft uitgelokt, door:
- een woning aan de Helmholtzstrasse in Berlijn te regelen en/of laten regelen en/of
- één op meerdere wapen(s) en munitie te regelen en/of (vervolgens) te laten vervoeren naar Berlijn en/of
- als contactpersoon en/of opdrachtgever te fungeren van [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] en/of
- aan [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 9] (een) instructie(s) en/of opdracht(en) te geven en/of
- een taakverdeling voor het uitvoeren van de moord te maken en/of (vervolgens) te bespreken en/of
- aan [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of een of meer ander(en) geld te (laten) betalen of in het vooruitzicht te stellen en/of onkosten te vergoeden voor het uitvoeren van de moord.