ECLI:NL:RBNHO:2026:4535

ECLI:NL:RBNHO:2026:4535

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 28-04-2026
Datum publicatie 28-04-2026
Zaaknummer 15-203844-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

Veroordeling voor overtreding van artikel 6 WVW. De verdachte heeft als bestuurder van een personenauto een verkeersongeval veroorzaakt door zich aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend te gedragen in het verkeer. Kort voor het ongeval heeft de verdachte de toegestane snelheid fors overschreden, terwijl er sprake was van hevige regenval en een nat wegdek. De verdachte is de controle over zijn auto kwijtgeraakt, in een slip terechtgekomen en op de rijbaan voor tegemoetkomend verkeer terecht gekomen, waar hij op de auto van het slachtoffer is gebotst. Door dit ongeval is het slachtoffer overleden. Opgelegd wordt een taakstraf van 240 uur en een rijontzegging van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15-203844-25 (P)

Uitspraakdatum: 28 april 2026

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 14 april 2026 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres]

,

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. E.V. Dam en van wat de verdachte en zijn raadsman mr. C.G. Peerik, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

De verdachte wordt vervolgd voor zijn betrokkenheid bij een botsing tussen twee personenauto’s op 27 juli 2023 op de Drie Merenweg (N205) in Cruquius. Bij dit ongeval is [slachtoffer] (hierna: het slachtoffer) om het leven gekomen.

Aan de verdachte is primair ten laste gelegd dat hij zich als bestuurder van een auto zo heeft gedragen, dat het ongeval aan zijn schuld te wijten is (overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, hierna: WVW). Subsidiair is hem ten laste gelegd dat hij gevaar of hinder op de weg heeft veroorzaakt (overtreding van artikel 5 WVW).

De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

2. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd om van de zaak kennis te nemen, de officier van justitie is ontvankelijk en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3. Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit. De officier van justitie gaat daarbij uit van aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag van de verdachte.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte van het primair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken, omdat niet kan worden vastgesteld dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW. Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat, indien de rechtbank wel uitgaat van schuld, hoogstens sprake is van onbewuste schuld. Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen die in bijlage II bij dit vonnis zijn opgenomen.

Bewijsmotivering

Feiten en omstandigheden

De rechtbank gaat op basis van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Op 27 juli 2023 omstreeks 8:45 uur heeft er een verkeersongeval plaatsgevonden op de Drie Merenweg (N205) te Cruquius. De verdachte reed die ochtend met zijn auto (een Mercedes Benz) op de N205 in de richting van Hoofddorp. Het slachtoffer reed in een auto (Chevrolet) op de N205 in tegenovergestelde richting. Het wegdek was nat en het regende hard. Kort voor het ongeval reed de verdachte met een snelheid gelegen tussen 147 en 152 kilometer per uur, waar 100 kilometer per uur was toegestaan. De verdachte is op enig moment de controle over zijn auto kwijt geraakt en in een slip terecht gekomen. Daarbij is hij over de verhoogde middengeleider gereden/geslipt, die beide rijbanen (met elk twee rijstroken) van elkaar scheidt. Vervolgens heeft de auto van de verdachte een roterende beweging gemaakt en is vrijwel dwars op rijstrook 1 van de andere rijbaan terechtgekomen, waar op dat moment het slachtoffer reed. Daarbij is de verdachte met de rechterzijde van zijn auto tegen de voorzijde van het voertuig van het slachtoffer gebotst. Door dit ongeval is het slachtoffer overleden.

Juridisch kader

De rechtbank moet beoordelen of de verdachte zich in het verkeer zodanig heeft gedragen dat het aan zijn schuld te wijten is dat het verkeersongeval heeft plaatsgevonden, met het overlijden van het slachtoffer als gevolg. Het begrip “schuld” in de zin van artikel 6 WVW houdt in dat minimaal sprake moet zijn geweest van een aanmerkelijke mate van verwijtbaar onvoorzichtig en/of onoplettend handelen. Er is sprake van aanmerkelijke onvoorzichtigheid of onoplettendheid als de verdachte tekortschoot in vergelijking met een gemiddelde andere persoon in vergelijkbare omstandigheden en met een vergelijkbare hoedanigheid.

Gedragingen met een hogere graad van verwijtbaarheid kunnen worden gekwalificeerd als zeer onvoorzichtig en/of onoplettend handelen en in zeer bijzondere gevallen als roekeloos handelen. Bij de beoordeling of sprake is van “schuld” en zo ja, in welke gradatie, gaat het om het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en ernst daarvan en de omstandigheden van het geval.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gehandeld en het ongeval daarom aan zijn schuld te wijten is. De verdachte heeft immers kort voor het ongeval bijna 50 kilometer te hard heeft gereden. Dat is een zeer forse overschrijding van de ter plaatse toegestane maximumsnelheid. Naast de hoge snelheid waarmee de verdachte kort voor het ongeval reed, was sprake van een nat wegdek en harde regenval. Naar het oordeel van de rechtbank kan het niet anders dan dat de verdachte doordat hij veel te hard reed, mogelijk in combinatie met de hevige regenval en het natte wegdek, in een slip terecht is gekomen en de controle over zijn voertuig is verloren. De verdachte is zodoende op de verkeerde weghelft terecht gekomen en op de auto van het slachtoffer gebotst. Dat de verdachte zich niet bewust was van het feit dat hij zo hard reed omdat het in zijn auto (een A-klasse) heel stil is en de weg overzichtelijk was, zoals de verdediging heeft aangevoerd, doet niet af aan dit oordeel. Van een bestuurder van een auto mag namelijk worden verwacht dat hij op zijn snelheid let, juist ook in een situatie waarin de weersomstandigheden (een nat wegdek en hevige regenval) om extra voorzichtigheid en oplettendheid vragen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 27 juli 2023 te Cruquius, gemeente Haarlemmermeer als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk Mercedes-Benz), daarmede rijdende over de weg, de N205 (Drie Merenweg), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend,- met een niet toegestane, onverantwoord hoge snelheid te rijden en de controle over het door hem bestuurde motorrijtuig te verliezen,- via de middengeleider op de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende verkeer terecht te komen en - met grote impact met een tegemoetkomende personenauto (Chevrolet) in botsing te komen,waardoor een ander, de bestuurster van die Chevrolet, (genaamd [slachtoffer] ) werd gedood.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de zitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is om die reden strafbaar.

5. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.

6. Motivering van de sancties

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur. Daarnaast heeft de officier van justitie een ontzegging van de rijbevoegdheid gevorderd voor de duur van één jaar.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om bij de strafbepaling rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en zijn berouwvolle houding. De raadsman heeft verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De ernst van het feit

De verdachte heeft als bestuurder van een auto aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gehandeld, waardoor een verkeersongeval heeft plaatsgevonden en het 26-jarige slachtoffer is komen te overlijden. Zoals is gebleken uit de zeer indringende verklaringen van de nabestaanden ter zitting heeft dit onvoorstelbaar veel verdriet veroorzaakt en zullen hun levens nooit meer hetzelfde zijn. Het leed van de nabestaanden zal ook door het opleggen van een straf aan de verdachte niet ongedaan gemaakt kunnen worden. De rechtbank realiseert zich dat geen enkele straf recht zal doen aan het gemis dat de nabestaanden hun leven lang nog zullen ervaren.

De persoon van de verdachte

De verdachte heeft na het ongeval een moeilijke periode gekend. Hij heeft verklaard dat hij een hersenbloeding heeft gehad en dat het niet goed gaat met zijn bedrijf. Ook heeft hij verklaard dat hij zijn rijbewijs nodig heeft om zijn werk te kunnen doen. Op de zitting is verder gebleken dat het lot van het slachtoffer de verdachte aangrijpt en dat hij begaan is met de nabestaanden. Uit het reclasseringsrapport van 7 april 2026 volgt dat de verdachte op psychosociaal vlak problemen ervaart, maar overigens een stabiel leven leidt. De reclassering heeft geadviseerd om bij een veroordeling een straf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden, omdat zij interventies of toezicht niet nodig vindt.

Verder blijkt uit het Uittreksel Justitiële Documentatie (strafblad) van de verdachte van 4 maart 2026 dat hij niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit, maar in 2021 en 2023 wel twee verkeersboetes opgelegd heeft gekregen wegens snelheidsovertredingen. De rechtbank weegt dit mee in het nadeel van de verdachte.

De op te leggen straf

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit, het opleggen van een onvoorwaardelijke taakstraf passend is. Bij het bepalen van de hoogte van de taakstraf heeft de rechtbank gekeken naar de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en naar de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Volgens deze oriëntatiepunten is het uitgangspunt voor aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijden waarbij een dodelijk slachtoffer is gevallen, een taakstraf van 240 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid van één jaar.

In onderhavige zaak vindt de rechtbank een ontzegging van de rijbevoegdheid als bijkomende straf op zijn plaats. Wel ziet de rechtbank gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding een deel van de ontzegging voorwaardelijk op te leggen.

Alles afwegende acht de rechtbank een taakstraf van 240 uren passend en geboden. De rechtbank zal naast de taakstraf een ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen voor de duur van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot het verrichten van 240 uren taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 120 dagen hechtenis.

Veroordeelt de verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden. Beveelt dat een gedeelte van deze bijkomende straf, groot 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E. van Kampen, voorzitter,

mr. M. Hoendervoogt en mr. C.H. de Jonge van Ellemeet, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. W.S. Speelman,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 april 2026.

Bijlage I

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

primair

hij op of omstreeks 27 juli 2023 te Cruquius, gemeente Haarlemmermeer als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, nmerk Mercedes-Benz), daarmede rijdende over de weg, de N205 (Drie Merenweg), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,- met een niet toegestane (onverantwoord) hoge snelheid te rijden en/of de controle over het door hem bestuurde motorrijtuig te verliezen,- via de middengeleider op de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende verkeer terecht te komen en/of- met grote impact met een tegemoetkomende personenauto (Chevrolet) in botsing te komen,waardoor een ander, de bestuurster van die Chevrolet, (genaamd [slachtoffer] ) werd gedood;

subsidiair hij op of omstreeks 27 juli 2023 te Cruquius, gemeente Haarlemmermeer als bestuurder van een voertuig (personenauto, merk Mercedes-Benz), daarmee rijdende op de weg, de N205 (Drie Merenweg),- met een niet toegestane (onverantwoord) hoge snelheid heeft gereden en/of de controle over het door hem bestuurde motorrijtuig is verloren,- via de middengeleider op de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende verkeer terecht is gekomen en/of- met grote impact met een tegemoetkomende personenauto (Chevrolet) in botsing is komen,door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?