ECLI:NL:RBNHO:2026:4699

ECLI:NL:RBNHO:2026:4699

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 01-05-2026
Datum publicatie 30-04-2026
Zaaknummer 15/221270-25 en 15/282999-23 (tul)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

Veroordeling voor schennisplegingen, diefstallen en mishandeling. De feiten worden in (licht) verminderde mate aan de verdachte toegerekend. De verdachte wordt veroordeeld voor een gevangenisstraf van 100 dagen met aftrek van voorarrest. De vorderingen benadeelde partij wegens immateriële schade worden niet-ontvankelijk verklaard. De vordering tot tenuitvoerlegging wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 15/221270-25 en 15/282999-23 (tul)

Uitspraakdatum: 1 mei 2026

Tegenspraak (art. 279 van het Wetboek van Strafvordering (Sv))

Verkort strafvonnis (art. 138b Sv)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 17 april 2026 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1982 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres 1] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van het standpunt van de officier van justitie, mr. J. Zwinkels, en van hetgeen door de raadsvrouw van de verdachte, mr. P.E.M. Metri, advocaat te Zaandam, naar voren is gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1 hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 juni 2025 tot en met 5 augustus 2025 te Purmerend

in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Feit 2 hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 juli 2025 tot en met 1 augustus 2025 te Purmerend, opzettelijk op een niet openbare plaats, te weten - een woning (gelegen aan de [adres 2] ), terwijl een of meerdere personen, te weten [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , daarbij zijns ondanks tegenwoordig was en/of opzettelijk in het openbaar, te weten Driegangpad (ten overstaan van in ieder geval [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] ) en/of Tramplein (ten overstaan van in ieder geval [slachtoffer 6] ), een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten zijn penis te tonen en/of zijn penis aan te raken;

Feit 3 hij op of omstreeks 1 augustus 2025 te Purmerend een kind beneden de leeftijd van zestien jaren en/of een persoon die zich voordeed als een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [slachtoffer 7] (geboren op [geboortedatum 2] ) getuige heeft doen zijn van een handeling en/of een visuele weergave van seksuele aard en/of met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door zijn penis te tonen en/of zijn penis aan te raken;

Feit 4 hij op of omstreeks 25 juli 2025 te Purmerend [slachtoffer 8] heeft mishandeld, door die [slachtoffer 8] hard vast te pakken.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Standpunten van de partijen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de vier ten laste gelegde feiten.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de ten laste gelegde feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4. Bewijs

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn opgenomen. De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten aanvulling worden opgenomen.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

Feit 1 hij in de periode van 18 juni 2025 tot en met 5 augustus 2025 te Purmerend

toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Feit 2 hij op meerdere tijdstippen in de periode van 26 juli 2025 tot en met 1 augustus 2025 te Purmerend, opzettelijk op een niet openbare plaats, te weten een woning (gelegen aan de [adres 2] ) terwijl een persoon, te weten [slachtoffer 2] daarbij zijns ondanks tegenwoordig was en opzettelijk in het openbaar, te weten Driegangpad (ten overstaan van [slachtoffer 4] ) en Tramplein (ten overstaan van [slachtoffer 6] ), handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten zijn penis te tonen en/of zijn penis aan te raken;

Feit 3 hij op 1 augustus 2025 te Purmerend een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [slachtoffer 7] (geboren op [geboortedatum 2] ) getuige heeft doen zijn van een handeling die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door zijn penis te tonen;

Feit 4 hij op 25 juli 2025 te Purmerend [slachtoffer 8] heeft mishandeld, door die [slachtoffer 8] hard vast te pakken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

6. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert op:

Feit 1:

diefstal, meermaals gepleegd

De eendaadse samenloop van

Feit 2:

opzettelijk in het openbaar en op een niet openbare plaats, terwijl een persoon daarbij zijns ondanks tegenwoordig is handelingen die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid verrichten, meermaals gepleegd

en

Feit 3:

een kind beneden de leeftijd van zestien jaren getuige doen zijn van een handeling van seksuele aard op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren

Feit 4:

mishandeling

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezen verklaarde zou ontbreken. Het bewezen verklaarde is dus strafbaar.

7. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

8. Motivering van de sanctie

Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van honderd dagen, met aftrek van voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die lager is dan (of gelijk is aan) het voorarrest. Zij heeft daarbij verwezen naar de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht en naar uitspraken in vergelijkbare zaken.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek is gebleken.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een reeks strafbare feiten: schennisplegingen, diefstallen en mishandeling. De verdachte heeft contact gezocht met twee onbekende vrouwen die ’s nachts op een bankje op een taxi wachtten, waarna hij onverhoeds zijn geslachtsdeel uit zijn broek heeft gehaald en aangeraakt. Ongeveer een week later heeft hij twee minderjarige vrouwen lastig gevallen en zijn geslachtsdeel getoond, terwijl zij in de avond op een bankje zaten. Ook heeft de verdachte aangebeld bij een woning waar een moeder en haar vierjarige dochter aanwezig waren en hij heeft voor de voordeur schennis gepleegd door zijn penis te tonen. De slachtoffers zijn op deze manier op ongewenste en hoogst onaangename wijze plotseling geconfronteerd met het geslachtsdeel van de verdachte. Dit gedrag is respectloos en kan als intimiderend worden ervaren.

Daarnaast heeft de verdachte een 70-jarige vrouw mishandeld door haar stevig vast te pakken. De verdachte heeft hiermee een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.

Tot slot heeft de verdachte meerdere diefstallen gepleegd, wat voor winkeliers, werknemers en andere slachtoffers veel overlast en schade veroorzaakt. De verdachte heeft hiermee laten zien geen respect te hebben voor andermans eigendom.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft gelet op het strafblad van de verdachte waaruit blijkt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een winkeldiefstal en voor een poging tot zware mishandeling. Bovendien liep de verdachte in een proeftijd ten tijde van het plegen van de onderhavige strafbare feiten. De rechtbank weegt deze omstandigheden ten nadele van de verdachte mee bij de straftoemeting.

De rechtbank heeft daarnaast kennisgenomen van het over de verdachte uitgebrachte reclasseringsrapport van 2 april 2026. Uit dit rapport komt naar voren dat de verdachte geen huisvesting, dagbesteding of een steunend sociaal netwerk heeft. Bij de verdachte is sprake van complexe problematiek. Het risico op recidive, letsel en onttrekking aan de voorwaarden is volgens de reclassering hoog. De reclassering vindt interventies en hulp op zichzelf nodig, gelet op de problematiek van de verdachte en het hoge recidiverisico. Maar de reclassering ziet geen mogelijkheden om met interventies de risico’s te beperken of het gedrag van de verdachte te veranderen, omdat zij niet over de daarvoor noodzakelijke, gespecialiseerde kennis beschikt. De reclassering vindt, met de psycholoog en de psychiater, dat het enige werkbare kader een tbs-maatregel met dwangverpleging zou zijn. De reclassering ziet geen mogelijkheden om binnen een voorwaardelijk kader uitvoering te geven aan de behandeling die nodig is. De verdachte wil namelijk niet meewerken aan reclasseringsbegeleiding, heeft geen hulpvraag, wil niet stoppen met het gebruik van middelen en wil niet klinisch worden opgenomen. In het verleden aan de verdachte opgelegde zorg- en reclasseringstrajecten hebben niet geleid tot gedragsverandering of afname van het recidiverisico. De reclassering adviseert daarom een straf zonder bijzondere voorwaarden aan de verdachte op te leggen.

Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het over de verdachte uitgebrachte Pro Justitia rapport van 6 maart 2026, opgesteld door E. Stam (GZ-psycholoog) en J.E. Julsing (psychiater). De conclusie van de deskundigen luidt dat bij de verdachte sprake is van een licht verstandelijke beperking, een psychotische stoornis en stoornissen in het gebruik van alcohol, cocaïne en cannabis. Volgens de deskundigen was de verdachte voorafgaand en ten tijde van de onderhavige feiten niet psychotisch. De licht verstandelijke beperking van de verdachte en de stoornissen in middelengebruik waren ten tijde van het plegen van de feiten wel steeds aanwezig. Ten aanzien van de diefstallen en de mishandeling adviseren de deskundigen deze feiten in licht verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen. Ten aanzien van de schennisplegingen en het seksueel corrumperen van een minderjarige adviseren de deskundigen deze feiten in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.

De deskundigen schrijven verder dat een behandeling in het kader van een voorwaardelijke gevangenisstraf niet tot nauwelijks kans van slagen heeft, omdat de verdachte zegt niet mee te willen werken en omdat hij vanwege zijn stoornissen moeite zal hebben zich aan de voorwaarden te houden. Het enige kader dat volgens de deskundigen werkzaam zou kunnen zijn, is tbs met dwangverpleging.

De rechtbank neemt de conclusies van de deskundigen over toerekenbaarheid over en zal de feiten in (licht) verminderde mate aan de verdachte toerekenen.

De op te leggen straf

Gelet op de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. Bij het bepalen van de hoogte daarvan heeft de rechtbank gelet op straffen die in vergelijkbare zaken door rechters zijn opgelegd.

Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf van honderd dagen, met aftrek van voorarrest, passend.

9. Vorderingen benadeelde partijen

De vordering van [slachtoffer 7]

Namens de benadeelde partij [slachtoffer 7] heeft haar wettelijke vertegenwoordiger [slachtoffer 2] een vordering tot schadevergoeding van € 550,00 ingediend, wegens immateriële schade die [slachtoffer 7] als gevolg van het onder feit 3 ten laste gelegde zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

De vordering van [slachtoffer 2]

Namens de benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft mr. P.P. van Rhijn een vordering tot schadevergoeding van € 500,00 ingediend, wegens immateriële schade die zij als gevolg van het onder feit 2 ten laste gelegde zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standspunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7] volledig kan worden toegewezen. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen tot een bedrag van € 300,00. Voor het overige moet de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair verzocht de benadeelde partijen in hun vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht de gevorderde immateriële schadevergoedingen te matigen. De raadsvrouw heeft erop gewezen dat er geen onderbouwing is voor geestelijk letsel en dat uit de aard van de normschending niet zonder meer de conclusie kan worden getrokken dat sprake is van een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’.

Het oordeel van de rechtbank

Artikel 6:106 BW geeft een limitatieve opsomming van gevallen waarin deze bepaling recht geeft op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen. In dit geval, omdat niet is gebleken dat de benadeelde partijen fysiek letsel hebben opgelopen, zou het alleen kunnen gaan om ‘een aantasting in de persoon op andere wijze’. Van een dergelijke aantasting is in ieder geval sprake als de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld.

Ook als het bestaan van geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. In zo’n geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in de persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor de benadeelde partij zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon. Hiervan is niet reeds sprake bij de enkele schending van een fundamenteel recht.

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partijen geen gegevens hebben verstrekt waaruit blijkt dat zij door het strafbare feit geestelijk letsel hebben opgelopen. Het bestaan van (geestelijk) letsel bij de benadeelde partijen kan daarom niet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld.

De rechtbank neemt zonder meer aan dat een schennispleging en het seksueel corrumperen als in een zaak als deze, gevoelens van onbehagen en boosheid tot gevolg kunnen hebben en dat slachtoffers hiervan geruime tijd last kunnen blijven houden. Hoewel deze gevoelens invoelbaar en voorstelbaar zijn, impliceren deze echter niet zonder meer ‘geestelijk letsel’ bij de benadeelde en zijn deze ook anderszins niet zonder meer aan te merken als een ‘aantasting in de persoon’ zoals bedoeld in artikel 6:106 BW. De rechtbank overweegt in dit verband dat de aard en de ernst van de onderhavige normschending – te weten het geconfronteerd worden met een onbekende man die zijn geslachtsdeel kortstondig toont, zonder enige fysieke aanraking – in dit geval niet zodanig zijn dat de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde partijen zo voor de hand liggen, dat ook zonder nadere onderbouwing een aantasting in de persoon, in de vorm van immateriële schade, kan worden aangenomen. De rechtbank wil hierbij benadrukken dat zij hiermee niet beoogt om de ervaringen van de benadeelde partijen te bagatelliseren. Op dit moment zijn echter te weinig concrete gegevens bekend om aan de hiervoor genoemde juridische toets te voldoen.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de benadeelde partijen in beginsel in de gelegenheid moeten worden gesteld om nader te onderbouwen dat zij als gevolg van het handelen van verdachte (geestelijk) letsel hebben opgelopen. Omdat dit echter zou betekenen dat de onderliggende strafzaak moet worden aangehouden en dit een onevenredige belasting van het strafproces oplevert, zal de rechtbank de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen verklaren. De benadeelde partijen kunnen de vorderingen aan de burgerlijke rechter voorleggen.

De benadeelde partijen en de verdachte zullen ieder de eigen proceskosten dragen.

10. Vordering tot tenuitvoerlegging

Bij vonnis van 26 september 2024 in de zaak met parketnummer 15/282999-23 heeft de politierechter in de rechtbank Noord-Holland de verdachte ter zake van een poging tot zware mishandeling en een bedreiging met brandstichting veroordeeld tot onder meer een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van dertig dagen. Ten aanzien van die voorwaardelijke straf is de proeftijd op twee jaren bepaald, onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en onder de bijzondere voorwaarden van een meldplicht en een contactverbod.

Ter zitting heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging zal afwijzen. Daarnaast heeft hij de rechtbank verzocht om de aan de voorwaardelijke straf verbonden bijzondere voorwaarden te wijzigen, in die zin dat een locatieverbod op het adres van de benadeelde partijen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 7] zal worden toegevoegd als bijzondere voorwaarde.

De raadsvrouw heeft verzocht de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen en de reeds eerder opgelegde bijzondere voorwaarde ‘meldplicht’ op te heffen.

De rechtbank heeft bij het onderzoek ter terechtzitting bevonden dat zij bevoegd is over de vordering te oordelen en dat de officier van justitie daarin ontvankelijk is.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering moet worden afgewezen. Voor een wijziging van de bijzondere voorwaarden bij de eerder opgelegde voorwaardelijke straf, zoals door de officier van justitie verzocht, ziet de rechtbank geen aanleiding. Gelet op de omstandigheden waaronder de feiten 2 en 3 zijn gepleegd, zijn er onvoldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat de verdachte anders dan op willekeurige wijze bij de woning van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 7] is verschenen. Het is dan ook niet aannemelijk dat de verdachte in herhaling zal vallen ten aanzien van specifiek deze benadeelde partijen en een locatieverbod is daarom niet geboden.

Ook voor het opheffen van de bijzondere voorwaarde ‘meldplicht’, zoals door de raadsvrouw verzocht, ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding. Die meldplicht is immers in een andere zaak opgelegd en de rechtbank heeft onvoldoende informatie om te oordelen of deze meldplicht kan komen te vervallen.

11. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

55, 57, 251, 254b, 300, 310 van het Wetboek van Strafrecht.

12. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 5 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 6 vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 100 (honderd) dagen.

Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 7] niet-ontvankelijk in de vordering.

Bepaalt dat de benadeelde partijen en de verdachte ieder telkens de eigen proceskosten dragen.

Wijst af de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland in de zaak met parketnummer 15/282999-23 opgelegde voorwaardelijke straf.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. P. Reemst, voorzitter,

mr. G.D. Kleijne en mr. A. Stronkhorst, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van der Meij

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 mei 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. P. Reemst
  • mr. G.D. Kleijne
  • mr. A. Stronkhorst

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand