ECLI:NL:RBNHO:2026:4721

ECLI:NL:RBNHO:2026:4721

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 04-02-2026
Datum publicatie 30-04-2026
Zaaknummer 11993589 \ CV EXPL 25-4676
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

ambtshalve toetsing (pre)contractuele informatieplichten en oneerlijke bedingen

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 11993589 \ CV EXPL 25-4676

Uitspraakdatum: 4 februari 2026

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Budget Thuis B.V., voorheen genaamd NutsServices B.V., handelend onder de naam BudgetEnergie

gevestigd te Amsterdam

de eisende partij

gemachtigde: Yards Deurwaardersdiensten

tegen

[gedaagde]

te [plaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1. De procedure

De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2. De beoordeling

De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 759,95 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten.

Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten

De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 onder a, b, c, e, f, g, h, i, j, o en p en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit ter bescherming van de consument. De handelaar moet gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan deze plichten is voldaan. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).

De precontractuele informatieplichten

De eisende partij heeft in de dagvaarding gesteld dat zij heeft voldaan aan de hiervoor genoemde precontractuele informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 BW. Ter onderbouwing hiervan heeft zij schermafdrukken van het aanmeldproces voorzien van een toelichting overgelegd.

Uit deze toelichting en stukken blijkt niet (voldoende) dat de eisende partij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst aan de informatieplichten als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 onder o BW heeft voldaan. Op grond van dat artikel dient het de consument duidelijk te zijn onder welke voorwaarden hij de overeenkomst op kan zeggen. De consument moet tijdens het bestelproces duidelijk op deze informatie worden gewezen zonder dat hij deze informatie zelf moet opzoeken. In dit geval blijkt uit artikel 4 van de leveringsovereenkomst en uit artikel 21.2 en 21.3 van de algemene voorwaarden dat de overeenkomst tussentijds met inachtneming van een opzegtermijn van 30 dagen kan worden opgezegd, maar dat de consument dan wel een opzegvergoeding moet betalen. De kantonrechter is van oordeel dat de gedaagde partij hiermee niet op duidelijke en begrijpelijke wijze op de hoogte is gebracht van deze informatie. De gedaagde partij had er vóór het sluiten van de overeenkomst tenminste expliciet op gewezen moeten worden dát deze informatie in de algemene voorwaarden te vinden is. Uit de stellingen in de dagvaarding en de overgelegde stukken blijkt niet dat de gedaagde partij op die informatie is gewezen tijdens het bestelproces. De eisende partij heeft daardoor niet aangetoond dat aan deze informatieplicht is voldaan.

De kantonrechter zal voor deze schending een sanctie toepassen.

De eisende partij heeft wel voldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de verplichting die uit artikel 6:230v lid 3 BW voortvloeit.

De contractuele informatieplicht

Voor wat betreft de contractuele informatieplicht (artikel 6:230v lid 7 BW) heeft de eisende partij voldoende gesteld en onderbouwd dat deze is nagekomen.

Welke sancties horen hierbij?

Gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) en het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad moet de kantonrechter aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn.

In deze zaak heeft de eisende partij de essentiële precontractuele informatieplicht zoals opgenomen in artikel 6:230m lid 1 onder o BW geschonden. Met het oog op voornoemde Europeesrechtelijke beginselen en jurisprudentie van het HvJ EU en de Hoge Raad, zal de kantonrechter de overeenkomst gedeeltelijk vernietigen, te weten voor 20% van de door de gedaagde partij verschuldigde hoofdsom. Daarbij wordt (mede) toepassing gegeven aan de artikelen 3:40 lid 2 en 3:41 BW, en aan de artikelen 6:193b, 6:193d, 6:193f en 6:193j BW, omdat de schending van de informatieplichten ook een oneerlijke handelspraktijk is.

Ambtshalve toetsing van de Leveringsovereenkomst (hierna: de overeenkomst) en de Algemene voorwaarden van Budget Energie voor levering van elektriciteit en gas aan kleinverbruikers 2017 (geldig vanaf 1 april 2017) (hierna: de algemene voorwaarden)

De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest, gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).

Eindnota

In de algemene voorwaarden is ten aanzien van de eindnota een beding (artikel 12.3) opgenomen. De kantonrechter is van oordeel dat dit beding niet als oneerlijk kan worden aangemerkt.

Rentebeding

Artikel 12.6 van de algemene voorwaarden betreft een rentebeding: “(…) Betaalt u te laat? Dan informeren wij u eerst schriftelijk of digitaal dat u in verzuim bent. U krijgt dan nog veertien kalenderdagen de tijd om te betalen zonder dat wij hiervoor extra kosten in rekening brengen. Ook informeren wij u over de gevolgen als u niet alsnog binnen deze veertien kalenderdagen betaalt. Dan moet u ons de gewone wettelijke rente betalen.(…)”

Het rentebeding in artikel 12.6 van de algemene voorwaarden is in overeenstemming met de regeling in artikel 6:119 BW. Daarbij speelt mee dat partijen een betalingstermijn zijn overeengekomen en dat de consument (pas) de wettelijke rente is verschuldigd als hij niet binnen de hiervoor genoemde termijn van veertien kalenderdagen heeft betaald. Dit beding is daarom niet oneerlijk.

Buitengerechtelijke incassokosten

Artikel 12.6 van de algemene voorwaarden ziet ook op de incassokosten. Dit beding is op zichzelf niet oneerlijk, omdat het beding in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten.

In een bijlage bij de overeenkomst is ook een beding opgenomen over de buitengerechtelijke incassokosten en dat beding luidt als volgt:

‘Kosten bij te late betaling.

Betaalt u te laat? Dan sturen we u een herinnering. Voor elke factuur die niet binnen de herinneringstermijn van veertien dagen is betaald, brengen wij incassokosten in rekening.

Het gaat dan om incassokosten van 15% van het factuurbedrag met een minimum van € 40,-‘

De kantonrechter oordeelt dat het beding oneerlijk is, omdat het bedrag wat aan incassokosten in rekening kan worden gebracht niet is begrensd in omvang. Hierdoor biedt het beding de mogelijkheid om meer incassokosten bij een consument in rekening te brengen dan volgt uit het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Dat maakt het beding oneerlijk.

Omdat de eisende partij zich in de dagvaarding op het standpunt heeft gesteld dat de overeenkomst en de algemene voorwaarden geen onredelijk bezwarende bedingen bevatten, gaat de kantonrechter er vanuit dat de eisende partij geen behoefte heeft om zich daar verder nog over uit te laten. De kantonrechter vernietigt daarom artikel 3.6 uit de Polisvoorwaarden Basisverzekering natura. Dit heeft tot gevolg dat de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.

Wat is toewijsbaar?

Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 607,96 (€ 759,95 X 0,80) toewijsbaar.

Verschenen rente

De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom en gelet op artikel 12.6 van de algemene voorwaarden) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.

Conclusie en kosten

De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen.

De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen ingaande de 15e dag na de datum van betekening van dit vonnis.

3. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 607,96, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 11 november 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

€ 120,78 wegens dagvaardingskosten,

€ 340,00 wegens griffierecht en

€ 135,00 wegens salaris gemachtigde

vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten ingaande de 15e dag na de datum van betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W.S.J. Thijs

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand