RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Haarlemmermeer
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/094464-23 (P)
Uitspraakdatum: 4 mei 2026
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 20 april 2026 in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] .
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. S.P. Visser en van wat de verdachte en zijn raadsvrouw (mr. C. de Vries, advocaat te Amsterdam) naar voren hebben gebracht.
1. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2017 tot en met 10 januari 2023 te Almere en/of Den Helder en/of Schagen en/of Naarden, gemeente Gooise Meren, en/of elders in Nederland en/of in België, één of meerdere voorwerpen (te weten:+ een personenauto (van het merk Mercedes-Benz, type GLC 220 D 4Matic) en/of+ een horloge (van het merk Rolex, type Datejust) en/of+ een of meerdere contante en/of girale geldbedrag(en) (van in totaal (ongeveer) EUR 116.546,48, althans enig geldbedrag) en/of+ twee (schouder)tassen (van het merk Louis Vuitton)heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van die (voornoemde) voorwerpen gebruik heeft gemaakt en/of de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of wie die (voornoemde) voorwerpen voorhanden had, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig waren uit enig (eigen) misdrijf.
2. Voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
3. Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot partiële vrijspraak van het ten laste gelegde feit, namelijk voor zover dit betrekking heeft op de twee tassen. Voor het overige heeft de officier van justitie gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken.
Oordeel van de rechtbank
Partiële vrijspraak
Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat de twee onder de verdachte aangetroffen tassen daadwerkelijk van het merk Louis Vuitton zijn (en geen namaakproducten betreffen). De waarde van de tassen kan dus niet worden vastgesteld, waardoor ook niet kan worden bewezen dat deze van enig misdrijf afkomstig zijn. De verdachte wordt hiervan dus vrijgesproken.
Redengevende feiten en omstandigheden
De rechtbank komt voor het overige tot bewezenverklaring van witwassen op grond van de bewijsmiddelen in de bijlage bij dit vonnis.
Bewijsoverweging
Juridisch kader
Voor een bewezenverklaring van witwassen moet vast komen te staan dat de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn en dat de verdachte dit wist of redelijkerwijs kon vermoeden. Het onderzoek in de onderhavige zaak heeft geen direct bewijs opgeleverd voor een criminele herkomst van de in de tenlastelegging opgenomen voorwerpen. Indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen tussen de voorwerpen en een bepaald misdrijf, kan niettemin bewezen worden geacht dat de voorwerpen ‘uit enig misdrijf’ afkomstig zijn, indien de aangedragen feiten en omstandigheden van dien aard zijn, dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Als dit het geval is, dan mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van deze voorwerpen. Een dergelijke verklaring moet concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn. Zodra het door de verdachte geboden tegenwicht daartoe aanleiding geeft, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te (laten) doen naar de, uit de verklaring van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van de voorwerpen. Uit de resultaten van dat onderzoek zal ten slotte moeten blijken of met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de voorwerpen waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst hebben en dus of een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.
Vermoeden van witwassen
De eerste vraag die de rechtbank bij haar beoordeling van de verdenking van witwassen moet beantwoorden, is of sprake is van een vermoeden van witwassen. De rechtbank stelt in dat verband de volgende feiten en omstandigheden vast.
Uit het onderzoek naar de bankrekeningen van de verdachte is onder meer gebleken dat in de jaren 2017 tot en met 2022 een totaalbedrag van € 133.357, - in contanten op de bankrekening van de verdachte is gestort en in dezelfde periode een totaalbedrag van € 13.080,52 in contanten is opgenomen.
Op 10 januari 2023 is onder de verdachte onder meer een Mercedes GLC 220 D 4MATIC met kenteken [kenteken] en een heren polshorloge, merk Rolex (met een waarde van € 11.000,-) in beslag genomen.
De rechtbank stelt vast dat het bij de Belastingdienst bekende inkomen van de verdachte de hoge contante stortingen en het bezit van de Mercedes en de Rolex niet kunnen verklaren. De verdachte had in de periode van 2017 tot en met 2021 jaarlijks een bruto inkomen tussen de
€ 3.556,23 en € 22.708,32. De rechtbank acht deze feiten en omstandigheden van dien aard, dat zij het vermoeden van een criminele herkomst van het in de tenlastelegging genoemde geldbedrag, de Mercedes en de Rolex zonder meer rechtvaardigen.
Verklaringen van de verdachte
Gelet op het vermoeden van witwassen mag vervolgens van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geldbedrag, de Mercedes en de Rolex die concreet, min of meer verifieerbaar is en niet op voorhand als hoogst onwaarschijnlijk is aan te merken.
De contante geldbedragen
De verdachte heeft verklaard dat hij in de ten laste gelegde periode werkzaam was als zelfstandig kapper. Hij werd door zijn klanten contant betaald en aan het einde van de maand stortte hij het geld op zijn rekening. De verdachte stelt dat hij per abuis deze inkomsten niet heeft doorgegeven aan de Belastingdienst. Inmiddels heeft hij een aantal suppleties omzetbelasting ingediend bij de Belastingdienst om dit te corrigeren.
Naar het oordeel van de rechtbank is deze verklaring van de verdachte onvoldoende concreet en verifieerbaar. De verdachte heeft weliswaar stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij suppleties heeft ingediend bij de Belastingdienst, maar hij heeft ter zitting verklaard dat deze suppleties enkel zijn gebaseerd op de contante stortingen op zijn rekening. De verdachte heeft verder geen stukken overgelegd ter onderbouwing van zijn werkzaamheden als kapper, zoals een boekhouding, agenda met afspraken of een klantenbestand. Dit betekent dat de verdachte het witwasvermoeden niet heeft weerlegd. De rechtbank concludeert daarom dat het niet anders kan zijn dan dat de contante stortingen – direct of indirect – uit enig misdrijf afkomstig zijn en dat de verdachte dit wist.
De Mercedes
De verdachte heeft verklaard dat hij de Mercedes voor € 12.000,- heeft gekocht met geld dat hij heeft geleend van een vriend. De verdachte zou de Mercedes contant betaald hebben. Met de verkoop van zijn BMW zou de verdachte de lening later hebben terugbetaald. Ter onderbouwing van zijn verklaring heeft de verdachte een aankoopnota overgelegd van de Mercedes voor een bedrag van € 11.495,-. De verdachte wil niet vertellen wie de vriend is van wie hij geld heeft geleend en hij heeft geen stukken overgelegd die zien op die lening of op de verkoop van de BMW waaruit blijkt dat hij die BMW voor een bedrag van € 22.000,- heeft verkocht.
Naar het oordeel van de rechtbank is deze verklaring van de verdachte onvoldoende concreet en verifieerbaar. Dat hij een bedrag van een vriend heeft geleend, is niet te controleren. Bovendien blijkt uit de inkoopfactuur van het autobedrijf dat de BMW van de verdachte heeft gekocht dat hij met de verkoop van de BMW niet de (gehele) aankoop van de Mercedes kon bekostigen, aangezien de verdachte voor de BMW een bedrag van € 8.400,- heeft ontvangen, waarvan € 5.400,- contant is voldaan. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte het witwasvermoeden niet heeft weerlegd en dat het dus niet anders kan zijn dan dat de Mercedes– direct of indirect – uit enig misdrijf afkomstig is en dat de verdachte dit wist.
De Rolex
De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij geld heeft gespaard tijdens zijn werk bij Tata Steel in het verleden en dat hij contant geld beschikbaar had door het handelen in auto’s. De Rolex heeft hij voor € 12.000,- bij een handelaar van dit spaargeld gekocht. Hij heeft het bedrag in vier termijnen betaald.
Naar het oordeel van de rechtbank is ook deze verklaring van de verdachte onvoldoende concreet en verifieerbaar. De verdachte heeft niet verklaard wanneer hij het horloge heeft aangeschaft. De verdachte heeft ook niet genoemd wie de betreffende handelaar was en hij heeft ook geen aankoopnota overgelegd. Nu onbekend is gebleven op welk moment het horloge is aangekocht, is ook niet te verifiëren of hij in die periode contante inkomsten heeft gehad door de verkoop van auto’s met behulp waarvan hij het horloge heeft kunnen aanschaffen. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte het witwasvermoeden onvoldoende heeft ontzenuwd en dat het niet anders kan zijn dan dat de Rolex– direct of indirect – uit enig misdrijf afkomstig is en dat de verdachte dit wist.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, in die zin dat:
hij in de periode van 1 januari 2017 tot en met 10 januari 2023 in Nederland, voorwerpen, te weten:een personenauto (van het merk Mercedes-Benz, type GLC 220 D 4Matic) eneen horloge (van het merk Rolex, type Datejust) encontante geldbedragen heeft verworven, voorhanden gehad en/of van die voorwerpen gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.
Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
4. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
Het bewezenverklaarde levert op:
witwassen.
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dus strafbaar.
5. Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
6. Motivering van de sanctie
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden. Daarbij heeft de officier van justitie gevorderd dat aan de verdachte een boete van € 10.000,- zal worden opgelegd.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht bij een strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, alsmede met de overschrijding van de redelijke termijn en het feit dat de verdachte in de afgelopen vijf jaren niet is veroordeeld een soortgelijk feit.
Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan witwassen. De verdachte had een Rolex horloge voorhanden en reed in een Mercedes terwijl hij niet over voldoende legale inkomsten of anderszins over financiële middelen beschikte om dit te kunnen bekostigen. Daarbij heeft de verdachte gedurende een periode van zes jaar contante geldbedragen op zijn rekening gestort terwijl hij de herkomst van deze geldbedragen niet heeft kunnen onderbouwen. Witwassen vormt een ernstige bedreiging voor de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan, omdat de inkomsten uit misdrijven op deze manier aan het zicht van justitie worden onttrokken.
Persoon van de verdachte
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het strafblad van de verdachte (het Uittreksel Justitiële Documentatie van 11 maart 2026), waaruit blijkt dat de verdachte in de afgelopen vijf jaren niet voor soortgelijke feiten is veroordeeld. De rechtbank weegt het strafblad dan ook niet in het nadeel van de verdachte mee. Verder heeft de rechtbank gelet op wat de verdachte ter terechtzitting heeft verklaard over zijn persoonlijke omstandigheden en wat hierover uit het dossier blijkt.
Op te leggen straf
Bij het bepalen van de aan de verdachte op te leggen straf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke gevallen voor feiten als de onderhavige zijn opgelegd en aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Gelet hierop, en op de waarde van de witgewassen voorwerpen, zou in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan de orde zijn.
Bij de bepaling van de modaliteit en duur van de straf heeft de rechtbank ook rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen een strafzaak in eerste aanleg dient te zijn behandeld en geëindigd als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). De rechtbank is van oordeel dat de redelijke termijn op 27 januari 2023 (de datum van het eerste verhoor) is aangevangen, omdat de verdachte toen in redelijkheid de verwachting kon hebben dat hij vervolgd zou worden voor witwassen. De inhoudelijke behandeling van de zaak heeft op 20 april 2026 plaatsgevonden en de rechtbank doet uitspraak op 4 mei 2026. Dit betekent dat de redelijke termijn met ruim vijftien maanden is overschreden. De rechtbank zal als gevolg hiervan geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan de verdachte opleggen.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van vier maanden moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat deze straf vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaar, om de verdachte ervan te weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit. Daarnaast zal de rechtbank aan de verdachte een taakstraf opleggen voor de duur van 180 uur. De rechtbank ziet geen aanleiding om in aanvulling op deze straffen ook nog een geldboete op te leggen, zoals door de officier van justitie gevorderd.
7. Beslag
Onder de verdachte zijn in beslag genomen en nog niet teruggegeven:
- 1 STK Personenauto [kenteken] (Omschrijving: PL0900-2023010303-2843358, Grijs, merk: Mercedes Benz, chassisnr: [nummer] , bouwjaar 2018);- 1 STK Horloge (Omschrijving: Goednummer: 770629, Rolex);- 1 STK Tas (Omschrijving: Goednummer: 770626, Louis Vuitton);- 1 STK Tas ((Omschrijving: Goednummer: 770628, Louis Vuitton).
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de Mercedes en de Rolex dienen te worden verbeurd verklaard. Ten aanzien van de tassen heeft de officier zich op het standpunt gesteld dat deze kunnen worden teruggegeven aan de verdachte.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat alle goederen dienen te worden teruggegeven aan de verdachte.
Oordeel van de rechtbank
Verbeurdverklaring
De rechtbank is van oordeel dat de Mercedes en de Rolex dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het witwassen met betrekking tot deze voorwerpen, die aan de verdachte toebehoren, is begaan.
Teruggave
De rechtbank is van oordeel dat de onder de verdachte in beslag genomen tassen dienen te worden teruggegeven aan de verdachte, nu hij ten aanzien van deze goederen partieel is vrijgesproken.
8. Toepasselijke wettelijke voorschriften
De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:
artikel 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 63 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.
9. Beslissing
De rechtbank:
Verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.
Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 [vier] maanden, met bevel dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot het verrichten van 180 [honderdtachtig] uren taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 90 [negentig] dagen hechtenis.
Verklaart verbeurd:
- 1 STK Personenauto [kenteken] (Omschrijving: PL0900-2023010303-2843358, Grijs, merk: Mercedes Benz, chassisnr: [nummer] , bouwjaar 2018);- 1 STK Horloge (Omschrijving: Goednummer: 770629, Rolex).
Gelast de teruggave aan de verdachte van:
- 1 STK Tas (Omschrijving: Goednummer: 770626, Louis Vuitton);- 1 STK Tas ((Omschrijving: Goednummer: 770628, Louis Vuitton).
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. M. Rigter, voorzitter,
mr. I.M. Hendriks en mr. E. van Kampen, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. C.B.A.F. Burggraaf,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 mei 2026.
Bijlage
De bewijsmiddelen
(…)