ECLI:NL:RBNHO:2026:4859

ECLI:NL:RBNHO:2026:4859

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 23-04-2026
Datum publicatie 04-05-2026
Zaaknummer HAA 26/1756
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

Vovo toegewezen. Gedeeltelijke opheffing schorsing terrasvergunning. Exploitatievergunning verleend die exploitatie van de horeca-inrichting (weer) mogelijk maakt, met daarin opgenomen als toegestane openingstijden 10.00 tot 22.00 uur. Bezwaar van de derde-partijen tegen de verleende terrasvergunning heeft alleen betrekking op het terras aan de achterzijde en niet op het terras aan de voorzijde. Onvoldoende aannemelijk is dat zij (relevante) hinder ondervinden van gebruik van het terras aan de voorzijde, nu zij achter de horeca-inrichting wonen. Het college verzet zich niet tegen het gebruik van dat terras. In dat geval weegt het belang van verzoekster bij het kunnen exploiteren van de horeca-inrichting met het terras aan de voorzijde zwaarder dan het belang van de derde-partijen bij het gesloten houden van het terras aan de voorzijde. In de lopende bezwaarprocedure zal nader moeten worden beoordeeld of gebruik van het achterterras al dan niet kan worden toegestaan.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

de burgemeester van de gemeente Bergen, de burgemeester

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 26/1756

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 april 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

de besloten vennootschap Sancti Proeflokaal B.V., uit Egmond aan Zee, verzoekster

gemachtigde: mr. C.J. Koenen, advocaat te Amsterdam,

en

gemachtigde: gemachtigde mr. S.A.J. van der Horst, advocaat te Hoofddorp.

Als derde-partij nemen aan de zaak deel [naam 1] en [naam 2] uit Egmond aan den Hoef

gemachtigde: mr. G.L.M. Teeuwen, advocaat te Amsterdam.

Procesverloop

Met de uitspraak van 26 augustus 2026 (HAA 25/3134) heeft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening getroffen inhoudende de schorsing van de aan verzoekster voor zijn horeca-inrichting aan de [adres] te Egmond aan de Hoef verleende vrijstelling exploitatievergunning en verleende terrasvergunning, beide van 17 april 2025.

Verzoekster heeft verzocht om opheffing van de getroffen voorlopige voorziening voor zover de voorziening ziet op de verleende terrasvergunning.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 23 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens verzoekster de gemachtigde vergezeld door [naam 3] , gevolmachtigde, de gemachtigde van de burgemeester vergezeld door [naam 4] (projectmanager herontwikkeling Slotkwartier), de beide derde-partijen en de gemachtigde van derde-partij.

Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

Beoordeling door de voorzieningenrechter

De burgemeester heeft verzoekster op 22 september 2025 een exploitatievergunning heeft verleend die exploitatie van de horeca-inrichting (weer) mogelijk maakt, met daarin opgenomen als toegestane openingstijden 10.00 tot 22.00 uur. De voorzieningenrechter stelt daarnaast vast dat het bezwaar van de derde-partijen tegen de verleende terrasvergunning alleen betrekking heeft op het terras aan de achterzijde en niet op het terras aan de voorzijde. Onvoldoende aannemelijk is dat zij (relevante) hinder ondervinden van gebruik van het terras aan de voorzijde, nu zij niet aan de [straat] maar achter de horeca-inrichting wonen. Het college verzet zich niet tegen het gebruik van dat terras. In dat geval weegt het belang van verzoekster bij het kunnen exploiteren van de horeca-inrichting aan de [adres] te Egmond aan de Hoef met het terras aan de voorzijde zwaarder dan het belang van de derde-partijen bij het gesloten houden van het terras aan de voorzijde. In de lopende bezwaarprocedure zal nader moeten worden beoordeeld of gebruik van het achterterras al dan niet kan worden toegestaan.

De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek toe zoals hiervoor omschreven. Voor het overige blijft de schorsing van de terrasvergunning gehandhaafd. Dat betekent dat alleen het terras aan de voorzijde onmiddellijk in gebruik kan worden genomen.

De voorzieningenrechter ziet voorts aanleiding het dictum in de uitspraak van 26 augustus 2026 te verduidelijken. Uit de overwegingen in de uitspraak blijkt reeds dat de voorlopige voorziening dient te vervallen twee weken nadat de burgemeester heeft beslist op het bezwaar van de derde-partijen tegen de terrasvergunning en de vrijstelling exploitatievergunning. De voorzieningenrechter ziet geen grond die termijn voor onderhavige opheffing anders te stellen.

Omdat het verzoek wordt toegewezen, krijgt verzoekster een vergoeding voor haar proceskosten. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van verzoekster een verzoekschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. De burgemeester moet ook het door verzoekster betaalde griffierecht aan haar vergoeden.

Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 april 2026 door mr. R.H.M. Bruin, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. A.F. Hermus-Zoetmulder, griffier.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand