RECHTBANK NOORD-HOLLAND
de burgemeester van de gemeente Bergen, de burgemeester
Zittingsplaats Alkmaar
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 26/1756
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 april 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
de besloten vennootschap Sancti Proeflokaal B.V., uit Egmond aan Zee, verzoekster
gemachtigde: mr. C.J. Koenen, advocaat te Amsterdam,
en
gemachtigde: gemachtigde mr. S.A.J. van der Horst, advocaat te Hoofddorp.
Als derde-partij nemen aan de zaak deel [naam 1] en [naam 2] uit Egmond aan den Hoef
gemachtigde: mr. G.L.M. Teeuwen, advocaat te Amsterdam.
Procesverloop
Met de uitspraak van 26 augustus 2026 (HAA 25/3134) heeft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening getroffen inhoudende de schorsing van de aan verzoekster voor zijn horeca-inrichting aan de [adres] te Egmond aan de Hoef verleende vrijstelling exploitatievergunning en verleende terrasvergunning, beide van 17 april 2025.
Verzoekster heeft verzocht om opheffing van de getroffen voorlopige voorziening voor zover de voorziening ziet op de verleende terrasvergunning.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 23 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens verzoekster de gemachtigde vergezeld door [naam 3] , gevolmachtigde, de gemachtigde van de burgemeester vergezeld door [naam 4] (projectmanager herontwikkeling Slotkwartier), de beide derde-partijen en de gemachtigde van derde-partij.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
Beoordeling door de voorzieningenrechter
De burgemeester heeft verzoekster op 22 september 2025 een exploitatievergunning heeft verleend die exploitatie van de horeca-inrichting (weer) mogelijk maakt, met daarin opgenomen als toegestane openingstijden 10.00 tot 22.00 uur. De voorzieningenrechter stelt daarnaast vast dat het bezwaar van de derde-partijen tegen de verleende terrasvergunning alleen betrekking heeft op het terras aan de achterzijde en niet op het terras aan de voorzijde. Onvoldoende aannemelijk is dat zij (relevante) hinder ondervinden van gebruik van het terras aan de voorzijde, nu zij niet aan de [straat] maar achter de horeca-inrichting wonen. Het college verzet zich niet tegen het gebruik van dat terras. In dat geval weegt het belang van verzoekster bij het kunnen exploiteren van de horeca-inrichting aan de [adres] te Egmond aan de Hoef met het terras aan de voorzijde zwaarder dan het belang van de derde-partijen bij het gesloten houden van het terras aan de voorzijde. In de lopende bezwaarprocedure zal nader moeten worden beoordeeld of gebruik van het achterterras al dan niet kan worden toegestaan.
De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek toe zoals hiervoor omschreven. Voor het overige blijft de schorsing van de terrasvergunning gehandhaafd. Dat betekent dat alleen het terras aan de voorzijde onmiddellijk in gebruik kan worden genomen.
De voorzieningenrechter ziet voorts aanleiding het dictum in de uitspraak van 26 augustus 2026 te verduidelijken. Uit de overwegingen in de uitspraak blijkt reeds dat de voorlopige voorziening dient te vervallen twee weken nadat de burgemeester heeft beslist op het bezwaar van de derde-partijen tegen de terrasvergunning en de vrijstelling exploitatievergunning. De voorzieningenrechter ziet geen grond die termijn voor onderhavige opheffing anders te stellen.
Omdat het verzoek wordt toegewezen, krijgt verzoekster een vergoeding voor haar proceskosten. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van verzoekster een verzoekschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. De burgemeester moet ook het door verzoekster betaalde griffierecht aan haar vergoeden.
Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 april 2026 door mr. R.H.M. Bruin, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. A.F. Hermus-Zoetmulder, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: