RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer / rekestnummer: C/15/374596 / HA RK 26-26
Beschikking van 7 mei 2026
in de zaak van
[verzoeker] ,
te [plaats 1],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker],
advocaat: mr. L. Bosch,
tegen
[verweerder] ,
te [plaats 2],
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder],
advocaat: mr. S.H.J. Buitenkamp.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met 5 producties, ingekomen op 6 februari 2026
- het na opvraag door de rechtbank nagezonden gewaarmerkte uittreksel uit het Centraal Testamentenregister
- het verweerschrift met 5 producties en 2 bijlagen, ingekomen op 23 maart 2026.
Beide partijen hebben de rechtbank verzocht de zaak op de stukken af te doen en af te zien van een mondelinge behandeling.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2. De feiten
Op 1 november 2025 is in [plaats 3] overleden [erflaatster], geboren in [plaats 3] op [geboortedatum] 1936 (hierna: erflaatster). De laatste woonplaats van erflaatster was [plaats 3].
Erflaatster heeft niet in een testament over haar nalatenschap beschikt. Zij heeft als haar erfgenamen achtergelaten haar zoons:- [verzoeker] - [verweerder].
De familieverhoudingen tussen [verzoeker] en [verweerder] zijn ernstig verstoord.
De nalatenschap is beneficiair aanvaard.
3. Het verzoek en het verweer
[verzoeker] verzoekt de rechtbank op grond van artikel 4:203 lid 1 onder a Burgerlijk Wetboek (BW) bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad mr. M. Glebbeek te benoemen tot vereffenaar van de nalatenschap van erflaatster.
Aan het verzoek heeft [verzoeker] ten grondslag gelegd dat tussen partijen geen enkel vertrouwen bestaat en dat zij niet kunnen samenwerken, als gevolg waarvan de nalatenschap van erflaatster onbeheerd en onverdeeld blijft.
[verweerder] voert verweer tegen de door [verzoeker] aangevoerde feiten, maar hij verzet zich niet tegen toewijzing van het verzoek en refereert zich terzake aan het oordeel van de rechtbank.
4. De beoordeling
De in artikel 4:206 BW genoemde personen hebben de rechtbank verzocht te beschikken op basis van de stukken.. De rechtbank heeft daarom afgezien van het houden van een mondelinge behandeling van het verzoek.
Het verzoek tot benoeming van een vereffenaar is op de wet gegrond en zal worden toegewezen.
Mr. M. Glebbeek heeft zich bereid verklaard om als vereffenaar van de nalatenschap op te treden.
De rechtbank ziet aanleiding om deze beschikking op de voet van artikel 288 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
5. De beslissing
De rechtbank
benoemt
mr. M. Glebbeek, verbonden aan de Erfrechtdeskundige B.V.,
kantoorhoudende te Bruynvisweg 16 te (1531 AZ) Wormer,
tot vereffenaar van de nalatenschap van:
[erflaatster],
geboren te [plaats 3] op [geboortedatum] 1936,
met als laatste woonplaats [plaats 3],
overleden op 1 november 2025 te [plaats 3],
verzoekt en – voor zoveel nodig – beveelt de vereffenaar om binnen zes maanden na heden aan de kantonrechter van deze rechtbank (locatie Alkmaar) verslag te doen van de voortgang van de vereffening,
draagt de griffier op de benoeming van deze vereffenaar onverwijld in het boedelregister in te schrijven,
draagt de vereffenaar op de benoeming bekend te maken in de Staatscourant,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.B. van den Heuvel en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2026.
1155