RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Haarlem
Parketnummer : 15-327271-23
Raadkamernummer : 26-004046
Datum : 6 mei 2026
Beslissing van de meervoudige strafkamer op het bezwaar op grond van artikel 182, zesde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres],
voor deze procedure woonplaats kiezend op het kantoor van zijn raadsman,
mr. T. Meevis, Marconilaan 13, 5612 HM in Eindhoven,
hierna te noemen: de bezwaarde.
Feiten
Bij brief van 10 oktober 2025 heeft de raadsman namens de bezwaarde de rechter-commissaris verzocht om onder meer de volgende onderzoekshandeling te verrichten:
ten aanzien van feit 4: onderzoek naar de herkomst en wijze van opslag van het Excelbestand.
Dit verzoek is bij beslissing van 20 januari 2026 door de rechter-commissaris afgewezen, omdat volgens de rechter-commissaris onvoldoende is onderbouwd waarom dit onderzoek nodig zou zijn.
Procedure
Het bezwaarschrift is op 2 februari 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
De rechtbank heeft op 22 april 2026 het bezwaar in raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de bezwaarde, zijn advocaat mr. J. Vaneerdewegh (waarnemend voor mr. T. Meevis) en de officier van justitie in raadkamer gehoord.
Bezwaar
Het bezwaar richt zich tegen de weigering van de rechter-commissaris om de door de bezwaarde gewenste onderzoekshandeling te verrichten, te weten het doen van nader onderzoek naar de herkomst en wijze van opslag van het Excelbestand. Daartoe is aangevoerd dat dit bestand niet door de bezwaarde is opgesteld, aangevraagd of gekocht. Het Excelbestand is hem toegezonden door een derde partij in het kader van periodieke audit-rapportages, met als doel het signaleren van onrechtmatige content op het internet, zodat daarvan melding kan worden gemaakt bij hostingproviders teneinde verwijdering te bewerkstelligen. Het Excelbestand had dus uitsluitend een compliance- en meldingsdoel.
De raadsvrouw heeft het bezwaar in raadkamer toegelicht overeenkomstig de als bijlage I bijgevoegde spreekaantekeningen.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het bezwaarschrift ongegrond moet worden verklaard. Volgens de officier van justitie is onduidelijk hoe de gestelde relatie tussen de bezwaarde en de auditbedrijven is ontstaan en is het aan de bezwaarde om hier duidelijkheid over te geven. Er is geen noodzaak of relevantie om de onderzoekswens toe te wijzen met het oog op beantwoording van de vragen van artikelen 348 en 350 Sv.
Beoordeling
Vooropgesteld wordt dat de rechter-commissaris een verzoek als het onderhavige afwijst indien de gevraagde onderzoekshandeling niet kan bijdragen aan enige in de zaak te nemen beslissing. De rechtbank moet toetsen of de beslissing van de rechter-commissaris in het licht daarvan stand kan houden.
De raadsvrouw van de bezwaarde heeft in raadkamer toegelicht dat het verzoek zo moet worden begrepen dat de verdediging wenst dat één van de in alinea 23 van de spreekaantekeningen genoemde onderzoekshandelingen wordt verricht. Het gaat er volgens de raadsvrouw om dat de verdediging in staat wordt gesteld aan te tonen dat het Excelbestand door een derde aan de bezwaarde is toegestuurd, als onderdeel van een periodieke audit.
De rechtbank is van oordeel dat de in alinea 23 onder (b) van bijgevoegde spreekaantekeningen gevraagde onderzoekshandeling - te weten het opvragen van stukken met betrekking tot de (gestelde) auditrelatie tussen [naam 1] en het [naam 2]-platform - kan worden toegewezen. Naar het oordeel van de rechtbank is het verzoek op dit onderdeel voldoende onderbouwd en kan deze onderzoekshandeling, gelet op de inhoud van de (voorlopige) tenlastelegging, van belang zijn voor de te beantwoorden vragen van de artikelen 348 en 350 Sv.
Voor het overige wordt het verzoek afgewezen, omdat onvoldoende is onderbouwd waarom die onderzoekshandelingen (het horen van getuigen en het verrichten van aanvullend forensisch onderzoek naar het Excel-bestand), gelet op toewijzing van de hiervoor genoemde onderzoekshandeling, noodzakelijk zijn voor enige in de zaak te nemen beslissing.
De rechtbank zal het bezwaar dus gedeeltelijk gegrond verklaren.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het bezwaar gegrond ten aanzien van het verzoek in alinea 23 onder (b) van de spreekaantekeningen, zoals hierna vermeld;
- verklaart het bezwaar voor het overige ongegrond;
- vernietigt de beslissing van de rechter-commissaris van 20 januari 2026, voor zover de rechter-commissaris het verzoek tot nader onderzoek naar de herkomst en wijze van opslag van het Excelbestand heeft afgewezen;
- bepaalt dat de rechter-commissaris de volgende onderzoekshandeling zal verrichten:
de officier van justitie verzoeken om een vordering tot verstrekking van gegevens te richten aan [naam 1] (voorheen [naam 3]) en haar dochteronderneming [naam 4], strekkende tot overlegging van documenten, logs en/of andere gegevens die betrekking hebben op de
(eventuele) auditrelatie tussen voormelde ondernemingen en het [naam 2]-platform, over een periode van drie maanden te rekenen vanaf de aanmaakdata van het Excelbestand (2 augustus 2024 en 8 en 9 februari 2024) (een en ander op basis van artikel 126nd Sv of enige andere daartoe relevante wettelijke grondslag).
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Deze beslissing is gegeven door de raadkamer,
mr. F.V. Streiff, voorzitter,
mr. C.S. Schoorl en mr. P. Reemst, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. E. Saelens,
en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026.