ECLI:NL:RBNHO:2026:4915

ECLI:NL:RBNHO:2026:4915

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 06-05-2026
Datum publicatie 06-05-2026
Zaaknummer 15/022809-22
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Geldige dagvaarding. Vrijspraak. Hoewel er een aanmerkelijke kans (een reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid) heeft bestaan dat de baby zwaar lichamelijk letsel zou oplopen, acht de rechtbank op basis van het voorliggende dossier niet aannemelijk dat de verdachte de aanmerkelijke kans op (zwaar) lichamelijk letsel bij de baby bewust heeft aanvaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/022809-22

Uitspraakdatum: 6 mei 2026

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 22 april 2026 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,

mr. R.P. Peters, en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman, mr. G.M. Terlingen, advocaat te Wognum, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is primair ten laste gelegd dat hij – kort en zakelijk weergegeven – in de periode van 27 december 2021 tot en met 30 december 2021 in Enkhuizen heeft geprobeerd zijn ongeveer twee maanden oude dochter (hierna: de baby) zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, door haar met kracht bij haar hand te pakken en/of haar arm naar achteren te bewegen of trekken, althans forse krachtsinwerkingen op het lichaam van de baby uit te oefenen.

Dit feit is subsidiair ten laste gelegd als een mishandeling.

De volledige tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

2. Voorvragen

De geldigheid van de dagvaarding

De raadsman van de verdachte heeft bepleit dat de dagvaarding (op zijn minst) partieel nietig is, omdat in de tenlastelegging geen enkele concrete handeling wordt beschreven.

Een dagvaarding moet een opgave inhouden van het ten laste gelegde feit en die opgave moet voldoende feitelijk en voldoende duidelijk zijn, zodat de verdachte weet wat hem wordt verweten (artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (Sv)). Of daaraan is voldaan, hangt af van de bewoordingen waarin de tenlastelegging is gesteld en het dossier waarop zij is gebaseerd.

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij geprobeerd heeft zijn kind zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door haar arm naar achteren te bewegen dan wel aan haar arm te trekken, althans door een of meer forse krachtsinwerkingen op haar lichaam uit te oefenen. Gelezen in samenhang met het dossier, waaronder de medische rapporten, moet het de verdachte duidelijk zijn geweest waartegen hij zich moest verweren. Ter terechtzitting is ook niet gebleken dat de verdachte niet zou weten waartegen hij zich moest verdedigen.

De tenlastelegging is dus voldoende duidelijk en voldoet aan de eisen van artikel 261 Sv. Het verweer wordt verworpen.

Overige voorvragen

De rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de zaak, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair betoogd dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte opzettelijk – al dan niet in voorwaardelijke zin – de baby heeft geprobeerd zwaar lichamelijk letsel toe te brengen of heeft mishandeld. Subsidiair heeft de raadsman verzocht geen straf of maatregel op te leggen, gelet op de uitkomst van het onderzoek van Veilig Thuis, het tijdsverloop sinds het ten laste gelegde feit en het ontbreken van enig strafrechtelijk na te streven doel.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal eerst vaststellen welke letsels bij de baby zijn geconstateerd en wat de oorzaken van die letsels kunnen zijn geweest. Vervolgens zal de rechtbank stilstaan bij de vraag of het de verdachte is geweest die deze letsels heeft toegebracht en of hij dit met opzet heeft gedaan.

Welke letsels zijn bij de baby geconstateerd en wat zijn de oorzaken van de letsels?

Een forensisch arts van het KNMG heeft op basis van röntgenfoto’s de volgende breuken bij de baby geconstateerd: een breuk in de linker bovenarm, een breuk in het linker sleutelbeen, drie ribbreuken aan de rechter achterzijde van de borstkas en één ribbreuk aan de linker achterzijde van de borstkas. Er zijn geen aanwijzingen voor een onderliggende botaandoening of skeletafwijking bij de baby.

Ribbreuken

Ribbreuken bij jonge kinderen worden in het merendeel van de gevallen veroorzaakt door een forse krachtsinwerking op de borstkas. Gebruikelijke verzorgingshandelingen gaan met onvoldoende kracht gepaard om ribben te laten breken. De aanwezigheid van meerdere ribbreuken is daarom sterker gerelateerd aan een niet-accidentele oorzaak dan een enkele ribbreuk. Naar het oordeel van de deskundige zijn de ribbreuken bij de baby op basis van het aantal daarvan, de beschikbare literatuur en de afwezigheid van een verklarend mechanisme voor de breuken waarschijnlijker onder de hypothese niet-accidenteel (toegebracht) dan onder de hypothese accidenteel (niet toegebracht).

Op basis van deze bevindingen vindt de rechtbank het aannemelijk dat de letsels aan de ribben zijn toegebracht. De rechtbank kan echter niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat het de verdachte is geweest die deze letsels aan de ribben heeft toegebracht. Het dossier bevat geen informatie over de handelingen die de ribbreuken kunnen hebben veroorzaakt en de baby is in de ten laste gelegde periode door meerdere personen verzorgd. De verdachte kan daarom niet verantwoordelijk worden gehouden voor het toebrengen van de ribbreuken.

Breuk linker bovenarm (humerus)

Uit het rapport van de deskundige blijkt dat de geboorte als oorzaak voor de breuk in de bovenarm is uitgesloten. De verdachte heeft verklaard dat hij de baby vanuit een reflex op haar zij heeft gedraaid door aan haar arm te trekken nadat zij begon over te geven. Volgens de deskundige kan deze verklaring qua mechanisme passen bij een zogenaamde ‘Hymel manoeuvre’, waarbij een kind een breuk in de bovenarm kan oplopen bij het omrollen van de buik richting de rug of vice versa. Hoewel het hier om een zeldzaam accidenteel mechanisme gaat, is het niet uit te sluiten dat dit een passende verklaring zou kunnen zijn voor de breuk van de linker bovenarm. Alles overziend heeft de deskundige geconstateerd dat de breuk van de bovenarm ongeveer even waarschijnlijk is onder de hypothese niet-accidenteel (toegebracht) als onder de hypothese accidenteel (niet toegebracht).

Gelet op het vorenstaande kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat sprake is van een niet-accidentele krachtsinwerking. De rechtbank is daarom van oordeel dat de verdachte met betrekking tot dit letsel geen strafrechtelijk verwijt kan worden gemaakt, waardoor de verdachte van het toebrengen van dit letsel moet worden vrijgesproken.

Breuk linker sleutelbeen (clavicula)

Accidentele breuken van het middelste deel van het sleutelbeen, zoals het geval was bij

de baby, komen zelden voor bij kinderen jonger dan drie jaar. Volgens de deskundige is de breuk van het sleutelbeen alles overziend iets waarschijnlijker onder de hypothese niet-accidenteel (toegebracht) dan onder de hypothese accidenteel (niet toegebracht). De deskundige heeft ter terechtzitting verklaard dat het zeer onaannemelijk is dat dit letsel door het reponeren van een zondagsarm door de kinderarts is ontstaan. Ook heeft de deskundige op de zitting toegelicht dat normale verzorgingshandelingen vrijwel nooit tot een botbreuk kunnen leiden en dat voor het ontstaan van de breuk in het sleutelbeen een (zeer) hevige krachtsinwerking nodig is, temeer omdat botten van jonge kinderen elastischer zijn en dus minder snel breken dan volwassen botten.

Op basis van de bevindingen van de deskundige is de rechtbank van oordeel dat voldoende vaststaat dat de verdachte het letsel aan het linker sleutelbeen van de baby heeft toegebracht.

De vraag is vervolgens of de verdachte opzet heeft gehad – al dan niet in voorwaardelijke zin – op het toebrengen van (zwaar) lichamelijk letsel bij de baby. Uit het dossier blijkt niet dat de verdachte uit is geweest op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij de baby. Van zogenoemd vol opzet is daarom geen sprake.

Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier (zwaar) lichamelijk letsel bij de baby – is aanwezig wanneer de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dit gevolg zal intreden. Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad kan worden afgeleid dat voor het aannemen van voorwaardelijk opzet op het toebrengen van (zwaar) lichamelijk letsel is vereist dat (i) de ten laste gelegde gedraging een aanmerkelijke kans op (zwaar) lichamelijk letsel in het leven heeft geroepen, (ii) de verdachte ten tijde van de gedraging wetenschap heeft gehad van die aanmerkelijke kans en (iii) hij die aanmerkelijke kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard dan wel op de koop heeft toegenomen.

Hoewel er een aanmerkelijke kans (een reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid) heeft bestaan dat de baby zwaar lichamelijk letsel zou oplopen, acht de rechtbank op basis van het voorliggende dossier niet aannemelijk dat de verdachte de aanmerkelijke kans op (zwaar) lichamelijk letsel bij de baby bewust heeft aanvaard. Daartoe wordt het volgende overwogen.

Toen de verdachte dacht dat hij de arm van de baby mogelijk had gebroken, heeft hij zijn partner direct gewaarschuwd en zij zijn samen naar het ziekenhuis gegaan. Ook is de verdachte van meet af aan open geweest over de (verzorgings)handelingen die hij bij de baby had uitgevoerd en tot welk mogelijk letsel dat bij de baby had geleid. Uit de tapgesprekken volgt dat de partner van de verdachte meent dat de verdachte zijn eigen krachten niet kent en soms lomp is geweest bij het uitvoeren van verzorgingshandelingen. De rechtbank stelt verder vast dat de verdachte een blanco strafblad heeft en Veilig Thuis in een brief van 7 maart 2023 constateert dat het onderzoek naar het gezin van de verdachte positief – namelijk met een score van 9,5 – is afgesloten.

Deze omstandigheden leveren naar het oordeel van de rechtbank een contra-indicatie op voor het door de verdachte aanvaarden van het mogelijke gevolg van zijn handelen.

Conclusie

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

4. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. C.S. Schoorl, voorzitter,

mr. P. Reemst en mr. F.V. Streiff, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. E. Saelens

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 6 mei 2026.

Bijlage I – de tenlastelegging

hij een of meermalen in of omstreeks de periode van 27 december 2021 tot en met 30 december 2021 te Enkhuizen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten zijn kind [naam] (geboren [geboortedatum 2]) (telkens) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen - zijn kind (met kracht) bij haar hand heeft gepakt en/of haar arm naar achter heeft bewogen, althans een of meer (forse) krachtsinwerkingen op het lichaam van zijn dochter heeft uitgeoefend,- zijn kind (met kracht) aan haar arm heeft getrokken, althans een of meer (forse) krachtsinwerkingen op het lichaam van zijn dochter heeft uitgeoefend,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij één of meermalen in of omstreeks de periode van 27 december 2021 tot en met 30 december 2021 te Enkhuizen (telkens) zijn kind, te weten [naam] (geboren [geboortedatum 2]) heeft mishandeld door - haar (met kracht) bij haar hand te pakken en/of haar arm naar achter te bewegen, althans een of meer (forse) krachtsinwerkingen op het lichaam van zijn kind uit te oefenen,- haar (met kracht) aan haar arm te trekken, althans een of meer (forse) krachtsinwerkingen op het lichaam van zijn kind uit te oefenen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand