ECLI:NL:RBNHO:2026:5032

ECLI:NL:RBNHO:2026:5032

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 06-05-2026
Datum publicatie 08-05-2026
Zaaknummer C/15/375869
Rechtsgebied Civiel recht; Goederenrecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

kort geding; artikel 3:29 BW; waardeloosverklaring inschrijving hypotheek; gesecureerde vordering afgelost; hypotheekhouder betreft een inmiddels ontbonden vennootschap waarvan het vermogen is vereffend.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht

Zittingsplaats Haarlem

Zaaknummer: C/15/375869 / KG ZA 26-134

Vonnis in kort geding van 6 mei 2026

in de zaak van

1. [eiser 1],

te [plaats],2. [eiser 2],

te [plaats],

eisende partijen,

hierna samen te noemen: [eisers] en afzonderlijk bij hun naam,

advocaat: mr. L.E. Schalk,

tegen

de ontbonden vennootschap

REGIOHOLD B.V.,

te Landsmeer,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Regiohold,

niet verschenen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding- de mondelinge behandeling van 21 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

2. De feiten

[eisers] zijn gezamenlijk eigenaar van de woning met tuin gelegen aan het [adres], [postcode] te [plaats] (hierna: de woning).

Regiohold, opgericht op 28 september 1999, was de persoonlijke vennootschap van [eiser 2]. Zij was enig aandeelhouder en bestuurder.

Op 26 augustus 2002 hebben [eisers] ten gunste van Regiohold een hypotheek laten vestigen op de woning ter waarde van € 398.192,13 “tot zekerheid voor de betaling van al hetgeen [Regiohold] blijkens zijn administratie van [[eisers],] te vorderen heeft of mocht hebben uit welken hoofde ook.” De hypotheek is op 27 augustus 2002 ingeschreven in de openbare registers.

Regiohold is bij aandeelhoudersbesluit ontbonden op 14 december 2018 met benoeming van [eiser 2] als vereffenaar.

Op 10 januari 2019 heeft [eiser 2] een brief geschreven aan de Kamer van Koophandel ‘inzake einde vereffening liquidatie Regiohold bv’ waarin onder meer staat:

“L.s.

Hiermee en met bijgevoegde documenten wil ik laten weten, dat per 1 januari 2019 alle schulden, vorderingen, bezittingen van de bv Regiohold zijn vereffend.

De bv is dus leeg.

Verder is vandaag een advertentie in de ECHO van 16 januari a.s. ingekocht waarin op

voorgeschreven wijze melding van de opheffing van de bv wordt gedaan.

Vereffening is in handen gelegd van de heer [eiser 1], [adres], [postcode] [plaats], telefoon [telefoonnummer], [e-mailadres]

Bij hem zijn ook alle boekingsbescheiden voor handen.”

Op 1 april 2019 is in het handelsregister geregistreerd dat de registratie van Regiohold is beëindigd in verband met einde liquidatie met ingang van 1 april 2019.

[eiser 1] is per die datum aangewezen als bewaarder boeken en bescheiden.

3. Het geschil

[eisers] vorderen dat de voorzieningenrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, de hypotheek waardeloos verklaart en bepaalt dat het vonnis in de plaats treedt van de in artikel 3:274 lid 1 BW bedoelde verklaring, en dat dit vonnis dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte voor elke rechtshandeling die nodig is tot doorhaling van hypothecaire inschrijving.

[eisers] leggen, verkort weergegeven, aan de vordering het volgende ten grondslag.

[eisers] hebben in 2002 een overeenkomst van geldlening gesloten met Regiohold voor een bedrag van € 294.957,00. Tot zekerheid van terugbetaling van de lening is ten gunste van Regiohold een hypotheek gevestigd op de woning van [eisers] Zij hebben de lening rond 2006 volledig afgelost. Regiohold had vervolgens, op verzoek van [eisers], bij authentieke akte dienen te verklaren dat de hypotheek was tenietgegaan zodat [eisers] die verklaring in de registers konden inschrijven. Dat is helaas per abuis niet gebeurd. Dit bleek recent na de koop door [eisers] van een nieuwbouwwoning. Zij wilden vervolgens een overbruggingshypotheek op de woning vestigen. Toen kwam aan het licht dat de hypotheek nog niet was doorgehaald. De geldverstrekker heeft genoegen genomen met een recht van tweede hypotheek, maar [eisers] willen de woning op korte termijn verkopen en moeten de woning dan vrij en onbezwaard kunnen leveren aan een derde.

4. De beoordeling

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De rechter moet daarom eerst beoordelen of [eisers] ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang hebben. [eisers] hebben hun spoedeisend belang bij de voorziening voldoende onderbouwd. [eisers] zullen namelijk de woning te koop gaan aanbieden in verband met de aanschaf van een nieuwbouwwoning en zullen bij de verkoop van de woning belemmerd worden als de registratie van de hypotheek niet is doorgehaald en Regiohold de daarvoor benodigde verklaring van waardeloosheid niet afgeeft.

Artikel 3:274, lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat wanneer een hypotheek is tenietgegaan, de schuldeiser verplicht is om aan de rechthebbende op het bezwaarde goed, bij authentieke akte een verklaring af te geven, dat de hypotheek is vervallen. In lid 3 van dit artikel is bepaald dat wanneer de vereiste verklaring niet wordt afgegeven artikel 3:29 BW van overeenkomstige toepassing is. Artikel 3:29 lid 1 BW bepaalt dat wanneer de vereiste verklaring niet wordt afgegeven de rechtbank de inschrijving waardeloos verklaart op vordering van de onmiddellijk belanghebbende(n).

Regiohold is ontbonden en de vereffening van haar vermogen is geëindigd. Een vennootschap in liquidatie houdt in geval van vereffening op te bestaan op het tijdstip dat de vereffening eindigt (artikel 2:19 lid 6 BW). Voor Regiohold is dat per 1 april 2019. Regiohold bestaat dus niet meer. Een rechtspersoon die niet meer bestaat, kan geen partij meer zijn in een procedure. [eisers] zullen daarom, voor zover hun vordering is gericht tegen Regiohold, daarin niet-ontvankelijk worden verklaard.

[eisers] zijn echter wel aan te merken als onmiddellijk belanghebbenden in de zin van artikel 3:29 lid 1 BW. Zij hebben een zelfstandig belang om de hypotheek waardeloos te (laten) verklaren omdat Regiohold die verklaring niet heeft afgegeven en dat ook niet meer kan doen. Dat zou wel kunnen als de vereffening wordt heropend op de voet van artikel 2:23c BW en een nieuwe vereffenaar wordt benoemd (die de verklaring dan kan geven), maar over de vraag of dat artikel analoog kan worden toegepast als de vereffening enkel bedoeld is om een verklaring van waardeloosheid af te geven wordt in de rechtspraak verschillend gedacht.

De stelling van [eisers] dat de geldlening waarvoor de hypotheek is gevestigd door hen is afgelost, vindt voldoende steun in het formulier van inschrijving ontbinding van Regiohold bij de Kamer van Koophandel en de brief van 10 januari 2019 van [eiser 2] in haar hoedanigheid van vereffenaar. Ook uit de door [eisers] overgelegde jaarrekening van Regiohold over 2018, de overgelegde aangifte vennootschapsbelasting over 2018 en de door [eisers] ondertekende verklaring blijkt dat de geldlening is afgelost. Op de mondelinge behandeling is door [eiser 1] toegelicht dat de woning eerst met een door Rabobank verstrekte lening was gefinancierd maar dat [eisers] ervoor hebben gekozen financiering vanuit Regiohold aan te trekken. Aflossing van de lening heeft, aldus [eisers], vervolgens plaatsgevonden door verrekening met uit te keren dividend. De voorzieningenrechter is van oordeel dat hiermee voldoende is komen vast te staan dat de hypotheek teniet is gegaan en dat de inschrijving daarvan in de openbare registers dus waardeloos is. De rechtbank zal de inschrijving van de hypotheek dan ook waardeloos verklaren.

Ten overvloede voegt de rechtbank aan het voorgaande toe dat de in dit vonnis te geven verklaring van waardeloosheid op grond van artikel 3:29 lid 4 BW niet eerder kan worden ingeschreven dan nadat dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan. Dit vonnis gaat pas in kracht van gewijsde als er geen rechtsmiddel meer tegen open staat. De hoger beroepstermijn bedraagt drie maanden.

Aangezien Regiohold niet (meer) bestaat, zullen [eisers], hoewel zij materieel in het gelijk zijn gesteld, de eigen kosten moeten dragen.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

verklaart [eisers] niet-ontvankelijk in hun vordering tegen Regiohold,

verklaart de inschrijving van de hypotheek ten gunste van Regiohold op

a. het woonhuis met erf, schuur en verder aan- en bijbehoren, plaatselijk bekend als [postcode] [plaats], [adres], kadastraal bekend gemeente [plaats], [kadaster nummer 1], groot zes are vijfentachtig centiare en;

b. een perceel tuingrond, gelegen bij [adres] te [plaats], kadastraal bekend gemeente [plaats], [kadaster nummer 2], groot twee are zevenendertig centiare;

waardeloos in de zin van artikel 3:29 van het Burgerlijk Wetboek (BW),

bepaalt dat [eisers] hun eigen proceskosten moeten dragen,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Pott Hofstede en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026.

1998

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand