ECLI:NL:RBNHO:2026:5109

ECLI:NL:RBNHO:2026:5109

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 15-04-2026
Datum publicatie 11-05-2026
Zaaknummer C/15/375877 / JU RK 26-461
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

OTS. Ernstige ontwikkelingsbedreiging kinderen ivm heftige ruzies en spanningen thuis. Regie van de GI is nodig. Toewijzen voor kortere duur dan gevraagd, omdat kinderrechter vinger aan de pols wil houden ivm ontbreken vaste jeugdbeschermer.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Haarlem

Zaaknummer: C/15/375877 / JU RK 26-461

Datum uitspraak: 15 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming te Haarlem,

hierna te noemen: de Raad,

over

[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ( [land] ),

hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,

[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ( [land] ),

hierna te noemen: [de minderjarige 2] ,

[de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 3] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

De gecertificeerde instelling de Jeugd- & Gezinsbeschermers te Haarlem

hierna te noemen: de GI,

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats] ,

hierna gezamenlijk te noemen: de ouders.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 19 maart 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 april 2026. Daarbij waren aanwezig:

de moeder, bijgestaan door een tolk Spaans;

de vader, bijgestaan door een tolk Pools;

de Raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ;

de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .

De kinderrechter heeft [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

[de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] wonen bij de ouders.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] .

De biologische vader van [de minderjarige 1] is [biologische vader] . Hij heeft geen gezag en heeft [de minderjarige 1] niet erkend.

De biologische vader van [de minderjarige 2] is [biologische vader] . Hij heeft

[de minderjarige 2] erkend, maar heeft geen gezag.

De biologische vader van [de minderjarige 3] is de vader. De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 3] .

3. Het verzoek

De Raad verzoekt [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] onder toezicht te stellen voor de duur van één jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De Raad heeft het verzoek als volgt onderbouwd.

Er is sprake van een bedreigde ontwikkeling van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] . De kinderen zijn al jarenlang getuige van ruzies tussen de ouders. Deze ruzies kunnen zo heftig zijn dat de politie er aan te pas moet komen. Dit levert spanningen op bij de kinderen, wat tot continue alertheid leidt. Deze spanning en stress is schadelijk voor de ontwikkeling van de kinderen. Bij [de minderjarige 1] wordt gezien dat ze taken op zich neemt die niet bij haar leeftijd passen en dat ze wordt belast met volwassenproblematiek. Er zijn daarnaast zorgen over het schoolverzuim van [de minderjarige 1] , waardoor in november 2025 de leerplichtambtenaar betrokken is. Ook is het de vraag of de ouders over voldoende opvoedvaardigheden beschikken om met het pubergedrag van [de minderjarige 1] om te gaan. Zo heeft de moeder tijdens een ruzie [de minderjarige 1] in het gezicht geslagen. Voor alle kinderen geldt dat de Raad zich zorgen maakt of ze voldoende aandacht en begeleiding van de ouders krijgen. De tot dusver ingezette vrijwillige hulpverlening heeft nog niet tot het gewenste resultaat geleid. Er is een patroon zichtbaar waarbij de ouders aan de ene kant aangeven dat zij openstaan voor hulpverlening, maar dit aan de andere kant niet nakomen of toelaten. Een verplicht kader is dan ook nodig.

4. De standpunten

De moeder

De moeder is inmiddels akkoord met de ondertoezichtstelling. Ze ziet in dat hulp thuis nodig is. De moeder heeft ter zitting verder naar voren gebracht dat ze graag wil scheiden, omdat de kern van de problemen tussen de ouders zit.

De vader

De vader is het eens met de ondertoezichtstelling en meent dat hulp in een gedwongen kader nodig is. De vader zou graag hulp krijgen bij de ondersteuning van het pubergedrag van [de minderjarige 1] en vindt het fijn als een derde persoon mee kan denken in de thuissituatie.

De GI

De GI geeft aan dat hulpverlening ingezet kan worden voor het pubergedrag van [de minderjarige 1] . Met betrekking tot de financiële problematiek van de ouders en hun verschil van inzicht daarover, zou door de GI gezocht kunnen worden naar een geschikte externe organisatie die daarbij kan helpen. Voor de relatieproblematiek tussen de ouders, zouden de ouders aangemeld kunnen worden voor bijvoorbeeld mediation. Op dit moment is geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar voor dit gezin, dus er zal geen echte regie gevoerd worden. De aanvraag voor de genoemde hulpverlening kan wel vast in gang gezet worden.

5. De mening van de minderjarigen

[de minderjarige 1]

geeft aan dat het over het algemeen goed gaat thuis. Er is soms wel ruzie tussen de moeder en de vader. Wanneer dit gebeurt, negeert [de minderjarige 1] de ruzie en gaat ze televisie kijken. [de minderjarige 1] vindt niet dat hulp thuis verplicht zou moeten zijn. [de minderjarige 1] vindt het lastig om op tijd op school te komen. Ze wordt ‘s ochtends vaak laat wakker en heeft ’s avonds moeite met in slaap vallen. Op school ontvangt [de minderjarige 1] hulp en praat ze elke dinsdag met een mevrouw over hoe het thuis gaat.

[de minderjarige 2]

geeft aan dat het thuis wisselend gaat. Er zijn ruzies tussen de moeder en de vader en hier heeft hij last van. Wanneer er ruzies zijn, trekt [de minderjarige 2] zich terug op zijn kamer. Hij wil dat de ruzies stoppen.

6. De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Gelet op het feit dat de moeder de Peruaanse nationaliteit bezit en de vader de Poolse nationaliteit, heeft deze zaak een internationaal karakter. Gelet hierop dient eerst de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht toekomt.

Aangezien de gewone verblijfplaats van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] zich in Nederland bevindt, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe. Vervolgens is de vraag aan de orde welk recht op de verzoeken van toepassing is. Dat is in dit geval het Nederlands recht.

Ondertoezichtstelling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

De ontwikkeling van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] wordt ernstig bedreigd, omdat ze langdurig worden blootgesteld aan heftige ruzies en spanningen thuis. Het is de ouders tot op heden niet gelukt om op een constructieve manier met elkaar om te gaan en volwassenproblematiek buiten de kinderen te laten. De continue aanwezigheid van spanning en stress is schadelijk voor de ontwikkeling van de kinderen. Daarnaast is het schoolverzuim van [de minderjarige 1] zorgelijk en hebben de ouders op dit moment onvoldoende opvoedvaardigheden om goed om te gaan met het pubergedrag van [de minderjarige 1] . De ouders bieden op dit moment te weinig rust en veiligheid aan alle drie de kinderen en het is voor de ontwikkeling van de kinderen noodzakelijk dat hier op korte termijn verandering in komt.

De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de ouders een ambivalente houding laten zien ten opzichte van hulpverlening. Het ene moment geven de ouders aan dat ze openstaan voor hulp en het andere moment laten ze het afweten of komen ze afspraken niet na. Het is belangrijk dat een regievoerder komt die de benodigde hulpverlening voor het gezin kan inzetten en waarborgen.

De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter ziet aanleiding om het verzoek voor een deel toe te wijzen en voor een deel aan te houden. De GI heeft ter zitting naar voren gebracht dat geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar is voor dit gezin. De kinderrechter vreest daarom dat de benodigde hulp niet tijdig ingezet zal worden en acht het dan ook wenselijk om een vinger aan de pols te houden. Hoewel geen sprake is van een levensbedreigende situatie, is de situatie van de kinderen ernstig genoeg om een ondertoezichtstelling uit te spreken. Het is dan ook aan de GI om – ondanks het ontbreken van een vaste jeugdbeschermer – voortvarend aan de slag te gaan, zodat de situatie voor de kinderen thuis weer voldoende veilig is.

De kinderrechter stelt [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] onder toezicht voor de duur van drie maanden. In die periode is het aan de GI om de benodigde hulp concreet in kaart te brengen en de eventueel benodigde aanmeldingen daarvoor in gang te zetten. De kinderrechter gaat er daarbij vanuit dat de GI, zodra dat kan, een vaste jeugdbeschermer aan het gezin zal koppelen. Het resterende deel van het verzoek, te weten negen maanden, wordt aangehouden.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [de minderjarige 1], [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers met ingang van 15 april 2026 tot 15 juli 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting begin juli 2026 in het gerechtsgebouw De Appelaar, Simon de Vrieshof 1 te Haarlem;

bepaalt dat de griffier de Raad, de GI, de ouders en [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] dient op te roepen;

bepaalt dat de GI de kinderrechter uiterlijk één week voor de zitting schriftelijk zal informeren over het plan van aanpak en de actuele stand van zaken.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.K. Mireku, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026, in aanwezigheid van mr. M.L. van Erp als griffier, op schrift gesteld op 21 april 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.L. van Erp als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand