ECLI:NL:RBNHO:2026:5141

ECLI:NL:RBNHO:2026:5141

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 21-04-2026
Datum publicatie 11-05-2026
Zaaknummer C/15/375793
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing. De kinderen wonen bij de grootouders en hebben begeleid contact met de moeder. De vader woont in het buitenland. Het is belangrijk dat het perspectief van de kinderen duidelijk wordt.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Alkmaar

Zaaknummer: C/15/375793 / JU RK 26-451

Datum uitspraak: 21 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers,

hierna te noemen: de GI,

wonende in Amsterdam,

over

[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,

[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 2] ,

[de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 3] ,

hierna gezamenlijk ook te noemen: de kinderen.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [plaats] ,

advocaat: mr. M. van Espen, kantoorhoudende te Hoorn,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

hierna gezamenlijk ook te noemen: de ouders.

De kinderrechter merkt als informant aan:

[de grootvader] , hierna te noemen: de grootvader (vaderszijde).

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van 6 maart 2026 met bijlagen, ontvangen op 17 maart 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 april 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder met haar advocaat;

- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] ;

- de grootvader.

De vader is niet ter zitting verschenen. De kinderrechter stelt vast dat hij juist is opgeroepen.

De kinderrechter heeft [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] naar hun mening gevraagd. [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] hebben hierover – apart van elkaar – een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] hebben verteld.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] .

[de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] verblijven bij de grootouders.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 september 2025 [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] onder toezicht gesteld tot 15 september 2026.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 november 2025 een machtiging verleend [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de grootouders (vaderszijde) tot 10 mei 2026.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De GI heeft het verzoek – samengevat – als volgt onderbouwd. Er bestaan nog steeds ernstige zorgen over de opvoedvaardigheden van de moeder en de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen. De moeder heeft nog niet kunnen profiteren van persoonlijke hulpverlening en laat op dit moment onvoldoende reflectief en lerend vermogen zien om de kinderen een stabiele en veilige opvoedsituatie te bieden. De grootouders bieden de kinderen stabiliteit, structuur en passende dagelijkse verzorging. De resterende termijn van de ondertoezichtstelling is nodig om de ingezette hulpverlening effect te laten hebben, de traumabehandeling te starten en te evalueren, zicht te krijgen op de ontwikkeling van de moeder binnen haar behandeling en het perspectiefonderzoek af te ronden.

Ter zitting heeft de GI naar voren gebracht dat bij de ouders nog onvoldoende verbetering wordt gezien. De omgangsbegeleider heeft aangegeven dat langzaam een stijgende lijn zit in het verloop van de contactmomenten met de moeder, maar dat deze nog niet uitgebreid kunnen worden. De vader is recent een korte periode in Nederland geweest maar is inmiddels weer terug naar de Filipijnen. De vader is hierin onvoorspelbaar en de GI ziet bij hem niet de noodzaak om terug te komen voor de kinderen. Parlan is gestart met een gezinsonderzoek bij de grootouders.

4. De standpunten

De moeder en de advocaat hebben ingestemd met het verzoek. De moeder mist de kinderen erg en zorgt het liefst zelf voor hen. Zij weet echter dat zij op dit moment niet voor de kinderen kan zorgen en is blij dat zij bij de grootouders terecht kunnen. De moeder hoopt dat als zij een eigen woning heeft, de kinderen weer bij haar kunnen wonen. Zij wil graag dat de contactmomenten uitgebreid worden en snapt niet waarom dat nu nog niet kan.

De grootvader heeft naar voren gebracht dat zijn vrouw, de grootmoeder van de kinderen, herstellende is van hartproblemen en dat de zorg voor de kinderen best pittig kan zijn. De conflicten met [de minderjarige 1] kunnen hoog oplopen, met name als het gaat over gamen. De grootouders willen graag voor de kinderen blijven zorgen en voorkomen dat zij weer ergens anders naartoe moeten.

5. De mening van de kinderen

[de minderjarige 1] heeft verteld dat hij het prima vindt bij de grootouders maar dat hij het liefst weer bij de ouders wil zijn. Hij vindt het lastig dat de grootouders soms boos zijn maar weet dat hij daar ook zijn eigen aandeel in heeft. [de minderjarige 1] vindt het oneerlijk dat hij thuis taken krijgt van de grootouders en [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] niet.

[de minderjarige 2] heeft verteld dat zij het fijn vindt bij de grootouders. Wel mist zij de ouders en wil zij de moeder graag meer zien. [de minderjarige 2] heeft last van het gedrag van [de minderjarige 1] en kan zien dat hij er zelf ook last van heeft.

[de minderjarige 3] heeft verteld dat hij het heel leuk vindt bij de grootouders. Hij vindt het ook leuk om de ouders te zien.

6. De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Door de omstandigheid dat de vader de Filipijnse nationaliteit heeft, moet eerst de vraag worden beantwoord of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek van de GI. Aangezien de gewone verblijfplaats van de kinderen zich in Nederland bevindt, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om dit verzoek te behandelen. Vervolgens is de vraag aan de orde welk recht op de verzoeken van toepassing is. Dat is in dit geval het Nederlands recht.

Machtiging tot uithuisplaatsing

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hierna uit waarom.

De kinderen hebben veel meegemaakt in de thuissituatie bij de ouders. Vanwege toenemende zorgen over het handelen en de gemoedstoestand van de moeder waardoor fysieke en emotionele onveiligheid voor de kinderen ontstond, zijn de kinderen bij beschikking van 10 november 2025 bij de grootouders geplaatst. Alle drie de kinderen laten signalen zien die passen bij emotionele belasting en trauma. Zij kampen met slaapproblemen en schuldgevoelens, doen uitspraken waaruit een negatief zelfbeeld blijkt en hebben concentratieproblemen op school. Ook wordt met name bij [de minderjarige 2] gezien dat zij last heeft van de instabiliteit en onduidelijkheid over haar perspectief. Zij vraagt regelmatig aan de grootvader of zij bij de grootouders mag blijven en of zij niet gescheiden wordt van haar broers. [de minderjarige 1] is in behandeling bij de GGZ. Parlan is gestart met traumabehandeling voor [de minderjarige 2] en gaat binnenkort starten met traumabehandeling voor [de minderjarige 3] .

Het is op dit moment niet mogelijk voor de kinderen om bij (één van) de ouders te wonen. De moeder ziet de kinderen één uur per twee weken, onder begeleiding van NiCare. De hulpverlening heeft aangegeven dat het (nog) niet mogelijk is de contactmomenten uit te breiden. Het lukt de moeder tijdens deze momenten nog onvoldoende zich aan de gemaakte afspraken te houden en goed aan te sluiten bij de kinderen. Zo bespreekt zij nog regelmatig volwassenproblematiek met en in het bijzijn van de kinderen. De kinderrechter vindt het zorgelijk dat de moeder niet lijkt in te zien dat de kinderen hier last van kunnen hebben. De vader woont in de Filipijnen en het is onduidelijk wanneer en voor hoe lang hij weer in Nederland zal zijn.

De grootouders kunnen de kinderen de zorg, stabiliteit en voorspelbaarheid bieden die zij nodig hebben. De grootouders krijgen opvoedondersteuning, specifiek gericht op kinderen met trauma’s. De kinderen hebben aangegeven dat zij het prima vinden bij de grootouders en dat zij door hen goed verzorgd worden. De komende tijd is het nodig dat zicht wordt gehouden op de thuissituatie en het welzijn van de kinderen en de draagkracht van de grootouders, en dat er duidelijkheid komt over het opvoedperspectief van de kinderen.

De machtiging tot uithuisplaatsing is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] bij de grootouders voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 15 september 2026.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de grootouders (vaderszijde), tot 15 september 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.C. Oosterbroek, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2026, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 4 mei 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E.E. ten Kate als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand