RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/374885 / JU RK 26-296
Datum uitspraak: 21 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers,
hierna te noemen: de GI,
wonende in Amsterdam,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
advocaat: mr. R.J.J. Copper, kantoorhoudende te Almere.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van 10 februari 2026 met bijlagen, ontvangen op 17 februari 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
[vertegenwoordiger van de GI] , namens de GI;
[de mentor] , de mentor van [de minderjarige] vanuit [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] ( [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] ).
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld.
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
[de minderjarige] verblijft op de groep [groep] van [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] .
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 mei 2025 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 6 mei 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij dezelfde beschikking een machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 6 mei 2026.
3. Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI heeft het verzoek – samengevat – als volgt onderbouwd. [de minderjarige] heeft een heftig onverwerkt trauma, is bekend met middelengebruik en heeft tot op heden geen dagbesteding. Daarnaast is de band met de moeder het afgelopen jaar wisselend geweest. Dit betekent dat [de minderjarige] , ondanks zijn positieve houding het afgelopen jaar, nog steeds in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Een verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] voor de duur van een jaar zijn nodig om aan de gestelde doelen te werken.
Ter zitting heeft de GI hieraan toegevoegd dat het geplande traject bij Yes We Can Clinics (YWCC) niet van de grond gekomen is vanwege problemen met de financiering. [de minderjarige] is aangemeld voor behandeling bij De Waag en heeft daar binnenkort een intake. Zij bieden echter geen verslavingszorg dus dat zal daarnaast moeten lopen. De GI heeft ervoor gekozen geen tijdelijke hulp in te zetten voor [de minderjarige] omdat hij heeft aangegeven niet weer een nieuwe hulpverlener te willen. [de minderjarige] zit op zijn plek op de groep van [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] en kan daar voorlopig blijven.
4. De standpunten
De moeder is het eens met het verzoek. De moeder en de advocaat hebben naar voren gebracht dat [de minderjarige] richting de moeder zorgelijke uitspraken doet en dat de moeder zich ernstige zorgen maakt over zijn welzijn. Het is belangrijk dat snel hulp komt voor [de minderjarige] , maar dat duurt lang of komt niet van de grond. Er moet gekeken worden naar hulp die in de tussentijd geboden kan worden, zoals praten met de POH (praktijkondersteuner).
De begeleider van de woongroep van [de minderjarige] heeft naar voren gebracht dat [de minderjarige] in positieve zin is veranderd sinds zijn plaatsing op de groep. Hij is niet meer in contact gekomen met politie en wil graag werken aan zijn drugsverslaving. [de minderjarige] heeft wel veel begeleiding nodig bij dagelijkse zaken zoals aankomen op werk. Op dit moment werkt [de minderjarige] niet maar hij kan binnenkort beginnen met een nieuwe baan. De begeleider ziet dat werken en het hebben van structuur [de minderjarige] goed doen.
5. De mening van [de minderjarige]
heeft verteld dat hij het goed vindt als de GI langer betrokken blijft. Ook is hij blij met zijn plek op de groep en met zijn begeleider. [de minderjarige] wil graag van zijn drugsverslaving af en denkt dat het goed is als hij daarvoor één of twee weken opgesloten wordt. Hij wil graag werken en geld verdienen.
6. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [de minderjarige] kampt al langdurig met gedragsproblematiek, waaronder zelfbepalend gedrag, verbale en fysieke agressiviteit, crimineel gedrag en dagelijks softdrugsgebruik (blowen). Als gevolg van zijn gedragsproblematiek staat de relatie met zijn moeder onder druk en kon hij niet langer thuis wonen, en gaat hij op dit moment niet naar school. [de minderjarige] heeft veel meegemaakt in zijn leven, waaronder een ingrijpende gebeurtenis in 2023, wat mogelijk mede onderliggend is voor zijn gedragsproblematiek.
Na een heftige escalatie op zijn vorige groep waarbij [de minderjarige] onder meer spullen heeft vernield en meerdere bedreigingen heeft geuit, is hij in augustus 2025 op de groep van [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] geplaatst. De groepssamenstelling is passender voor [de minderjarige] en hij heeft een goede band met zijn begeleider. Sindsdien wordt bij [de minderjarige] een positieve ontwikkeling gezien. Hij is rustiger in zijn gedrag en is niet meer in aanraking gekomen met de politie. Hij wil graag werken en vanaf september 2026 starten met een opleiding. Daarnaast heeft [de minderjarige] de afgelopen periode in het kader van zijn leerstraf gewerkt aan zijn impulsieve reacties en leren omgaan met stressvolle situaties bij de Hoofdtrainer. Ook is hij gemotiveerd voor hulpverlening gericht op zijn drugsverslaving en wil hij zijn trauma’s verwerken.
Ondanks de positieve ontwikkeling en motivatie van [de minderjarige] is het het afgelopen jaar niet gelukt om de zorgen over de ontwikkeling van [de minderjarige] weg te nemen, omdat de juiste hulpverlening niet van de grond is gekomen. De GI heeft ter zitting uitgelegd dat het traject bij YWCC niet kon starten omdat [de minderjarige] dan, vanwege problemen met de financiering, zijn plek op de groep van [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] zou verliezen. Dit traject zou juist zeer passend zijn voor [de minderjarige] omdat het een intern traject is waarbij gewerkt kan worden aan zowel zijn drugsverslaving als zijn onverwerkte trauma’s. De kinderrechter betreurt dan ook dat de gemeente niet heeft willen meewerken aan de combinatie van deelname aan het traject bij YWCC en het behouden van de plek op de groep die in het belang van [de minderjarige] wordt geacht.
Gezien de aanhoudende en ernstige zorgen, is een verlenging van de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] noodzakelijk. De komende tijd is het van belang dat de juiste hulpverlening ingezet wordt, er aandacht is voor zijn schoolgang en dagbesteding en dat zicht wordt gehouden op de ontwikkeling en het welzijn van [de minderjarige] . Ook is een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing nodig om de plek van [de minderjarige] bij het [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] te waarborgen. De kinderrechter verlengt beide maatregelen daarom voor de verzochte duur van een jaar.
De beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
7. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 6 mei 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 6 mei 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.C. Oosterbroek, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2026, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 4 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.