ECLI:NL:RBNHO:2026:5157

ECLI:NL:RBNHO:2026:5157

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 06-05-2026
Datum publicatie 11-05-2026
Zaaknummer AWB - 25 _ 2101
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Parkeerbelasting. Gehandicaptenparkeerkaart. Voor een houder van deze kaart is het parkeren in de betrokken gemeente niet overal kosteloos. Dat is niet in strijd met het discriminatieverbod en ook niet met diverse door belanghebbende genoemde internationale regelingen.

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 mei 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende

het hoofd Gemeentebelastingen Kennemerland Zuid, verweerder.

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 25/2101

en

Procesverloop

Verweerder heeft aan belanghebbende op 19 maart 2025 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd, ten bedrage van € 82,80.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de naheffingsaanslag gehandhaafd. Daartegen heeft belanghebbende beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de procedure betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 april 2026 te Haarlem. Belanghebbende is met een bericht van verhindering niet ter zitting verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam] .

Overwegingen

Feiten

1. Bij parkeercontrole op 9 maart 2025, om 17:05 uur, is geconstateerd dat de auto van belanghebbende stilstond op een parkeerplaats aan de [straat] ter hoogte van nummer [#] te [gemeente] . Ter plaatse was op dat moment parkeerbelasting verschuldigd en die parkeerbelasting was niet voldaan. Vervolgens is de naheffingsaanslag opgelegd naar een bedrag van € 82,80, bestaande uit € 4 parkeerbelasting en € 78,80 aan kosten.

Geschil en standpunten van partijen

2. In geschil is of deze naheffingsaanslag terecht is opgelegd.

3. Belanghebbende stelt dat de naheffingsaanslag niet mocht worden opgelegd. Zij heeft een gehandicaptenparkeerkaart en voert aan dat houders van een dergelijk document het recht hebben om volledig kosteloos te parkeren. Zij wijst erop dat dit in veel andere Nederlandse gemeenten al zo is geregeld en stelt dat de gemeente [gemeente] daarvan niet mag afwijken. Door dat wel te doen discrimineert de gemeente mensen met een beperking, schendt de gemeente (i) het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, (ii) artikel 5 van Richtlijn 2000/78/EG, (iii) Raadsaanbeveling 98/376/EG, (iv) de in artikel 3:2 Awb opgenomen plicht voor bestuursorganen om een besluit zorgvuldig voor te bereiden, (v) het in artikel 3:4 Awb opgenomen evenredigheidsbeginsel, (vi) de in artikel 7:12 Awb opgenomen motiveringsplicht, wijkt de gemeente af van de modelverordening en aanbevelingen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, en toont het een gebrek aan inclusief beleid.

4. Verweerder voert aan dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.

Beoordeling van het geschil

5. Artikel 225 van de Gemeentewet bepaalt dat in het kader van de parkeerregulering een belasting kan worden geheven “ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij de belastingverordening dan wel krachtens de belastingverordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze.” Het Tweede Kamerlid Van Dijken (PvdA) heeft een initiatief(wets)voorstel ingediend met als doel om gebruikers van een gehandicaptenparkeerkaart vrij te stellen van parkeerbelasting. Daartoe zou in artikel 225 van de Gemeentewet een uitzondering worden opgenomen voor voertuigen waarin een gehandicaptenparkeerkaart duidelijk zichtbaar is, om parkeerders met een gehandicaptenparkeerkaart vrij te stellen van parkeerbelastingen voor parkeren aan de parkeermeter in alle gemeenten in Nederland. Dit wetsvoorstel is in 2009 aanvaard door de Tweede Kamer, maar werd een jaar later verworpen door de Eerste Kamer.

6. De gemeente [gemeente] heeft een Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen vastgesteld waarin niet is voorzien in een categoraal privilege voor houders van een gehandicaptenparkeerkaart. Belanghebbende betwist niet dat zij volgens de plaatselijke belastingverordening parkeerbelasting verschuldigd was voor het neerzetten van haar voertuig op de in de naheffingsaanslag beschreven tijd en plaats. Zij stelt dat die verordening om verschillende redenen op haar niet van toepassing is.

7. In haar bezwaar tegen de naheffingsaanslag heeft belanghebbende aangevoerd dat zij niet wist dat er in [gemeente] alleen op gehandicaptenparkeerplaatsen gratis geparkeerd mocht worden; zij dacht dat zij met haar gehandicaptenparkeerkaart overal kosteloos mocht parkeren, en vroeg de gemeente om coulance. Verweerder heeft in zijn uitspraak op bezwaar gewezen op de inhoud van de lokale parkeerverordening, en heeft het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank overweegt dat de uitspraak op bezwaar gemotiveerd is (weliswaar summier), dat er geen redenen zijn om aan te nemen dat de uitspraak op bezwaar onzorgvuldig is genomen (het onderzoek naar de feiten is volledig geweest, daarover bestaat geen geschil), en/of dat onvoldoende gewicht is toegekend aan alle direct betrokken belangen (voor zover aangevoerd door de belanghebbende). Belanghebbende klaagt daarom tevergeefs over schending van de artikelen 3:2, 3:4 en 7:12 Awb.

8. De gemeente [gemeente] is binnen de grenzen van artikel 225 van de Gemeentewet zelfstandig bevoegd om een verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen vast te stellen. Zij is daarbij niet gebonden aan de modelverordening en aanbevelingen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Voor zover de gemeente in dit geval is afgeweken van die modelverordening en aanbeveling, handelt zij niet in strijd met artikel 1 van de Grondwet en/of met artikel 4:84 Awb.

9. Belanghebbende doet een beroep op diverse internationale regelingen, regelingen die zich richten tot nationale overheden en aan deze nationale overheden diverse inspanningsverplichtingen opleggen om mensen met een beperking volwaardig mee kunnen laten doen aan onze samenleving. Belanghebbende wijst in die regelingen geen bepaling aan waaraan zij als individu een afdwingbaar recht kan ontlenen. Dat het parkeren voor haar als houder van een gehandicaptenparkeerkaart in de gemeente [gemeente] niet overal kosteloos is, levert daarom geen strijd op met het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, met artikel 5 van Richtlijn 2000/78/EG, en/of met Raadsaanbeveling 98/376/EG.

10. Het gegeven dat houders van een gehandicaptenparkeerkaart in sommige andere Nederlandse gemeenten wel kosteloos mogen parkeren maar in [gemeente] niet, is niet in strijd met het discriminatieverbod. Ook hetgeen belanghebbende overigens heeft aangevoerd maakt niet dat de naheffingsaanslag moet worden vernietigd. De slotsom is dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.

Proceskosten

11. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Snitker, rechter, in aanwezigheid van mr. W.G. van Gastelen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026.

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift per post verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer).

U kunt digitaal beroep instellen via www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het hogerberoepschrift moet, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend zijn. Verder moet het ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de datum van verzending;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand