RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer / rekestnummer: 11948601 \ AO VERZ 25-143
Beschikking van 15 januari 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap
GOM SCHOONHOUDEN B.V.,
gevestigd te Schiedam,
verzoekende partij,
verwerende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek,
hierna te noemen: GOM,
gemachtigde: mr. S. Meulstee-van den Berg,
tegen
[verweerder] ,
wonende te [plaats],
verwerende partij,
verzoekende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek,
hierna te noemen: [verweerder],
gemachtigde: mr. R. Hartman.
De zaak in het kort
In deze zaak verzoekt de werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer. De kantonrechter wijst het verzoek toe, omdat er een redelijke grond is voor ontbinding, te weten verwijtbaar handelen (diefstal en dagdieverij). Het (voorwaardelijk) tegenverzoek van de werknemer om de transitievergoeding en een billijke vergoeding toe te kennen wordt afgewezen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift, met een voorwaardelijk tegenverzoek;
- de aanvullende stukken van GOM van 17 december 2025; - de aanvullende stukken van [verweerder] van 17 december 2025;
- de mondelinge behandeling van 18 december 2025, waar partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd en waarvan door de griffier verder aantekeningen zijn gemaakt.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2. Feiten
[verweerder], geboren op [geboortedatum] 1965, is op 2 juni 2008 in dienst getreden bij een rechtsvoorganger van GOM. De huidige functie van [verweerder] is Meewerkend voorman I.
[verweerder] voert schoonmaakwerkzaamheden uit in het beveiligde KLM-gebied op Schiphol (waaronder KLM lounges 25 en 52).
[verweerder] is sinds 13 december 2024 (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt en werkt daarom kortere diensten (vijf uur in plaats van acht uur).
In het voorjaar van 2025 heeft KLM meerdere meldingen ontvangen van vermissingen van goederen uit KLM lounge 52 op Schiphol. Naar aanleiding daarvan heeft KLM Security Services onderzoek gedaan naar de schoonmaakmedewerkers in de nachtdienst.
Het onderzoeksrapport van KLM Security Services van 12 juni 2025 vermeldt onder meer:
“Op de camerabeelden zijn onregelmatigheden waargenomen bij (…)[verweerder] (…). Op de beelden is te zien dat betrokken medewerker bij aanvang van zijn dienst, een rugtas bij zich draagt welke bij het verlaten van de lounge zichtbaar voller is. Na deze constatering, heeft er in de nacht van zaterdag 07-06-2025 op zondag 08-06-2025 een observatie en een personeelscontrole plaatsgevonden op betrokken werknemer. Tijdens de personeelscontrole welke is uitgevoerd nadat de medewerker via de K-passage, airside had verlaten, is de rugtas die betrokkene bij zich droeg gecontroleerd. Uit de tas kwam een Albert Heijn-tas met daarin 14 bananen (twee trossen) en 13 losse sinaasappels. Verder kwamen er o.a. een drietal brillen en een oplaadkabel uit zijn tas.
(…) [verweerder] verklaarde dat alle goederen van hem waren en dat hij de inhoud van de AH-tas gekocht had voor aanvang dienst bij de grote Albert Heijn op Schiphol Plaza. Hij zou op zaterdag 7 juni 2025, rond 21.45 uur bij de AH geweest zijn, ongeveer 20 euro betaald hebben voor de bananen en sinaasappels. Op de vraag hoe hij heeft afgerekend, gaf hij aan dit te hebben gedaan met pin. Op de vraag of hij de pintransactie wilde laten zien, paste hij zijn verklaring aan en gaf aan de goederen contant te hebben afgerekend. De heer [verweerder] kan zich niet meer herinneren, bij welke van de drie aanwezige kassa’s hij is geweest en hoe de persoon achter de kassa er uit zag.
Naar aanleiding van zijn verklaring, is er contact opgenomen met de filiaalmanager van de Albert Heijn op Schiphol-Plaza en de situatie voorgelegd. De filiaalmanager heeft hierop de kastransacties en camerabeelden bekeken. Conclusie hiervan was dat er geen bananen en sinaasappels zijn afgetekend tussen genoemde tijdstip en dat de heer [verweerder] niet te zien is op de camerabeelden. De filiaalmanager gaf tevens aan dat er geen losse sinaasappels aangeboden worden.
Het is dus onmogelijk dat de heer [verweerder] deze heeft aangeschaft voor zijn dienst zoals hij verklaarde. Ook zijn de camerabeelden uit de KLM-lounge bekeken. Hierop is te zien dat de heer [verweerder] met een volle AH-tas vanuit de keuken richting de kleedruimte loopt waar hij zijn rugtas heeft staan. Kort hierna, verlaat hij de lounge en verlaat hij via de K-passage, airside waar vervolgens de personeelscontrole plaats vond.
Vanwege het incident, heeft er een vervolgonderzoek plaatsgevonden. Dit onderzoek betrof het uitlezen van de camerabeelden op dagen dat de heer [verweerder] volgens zijn rooster werkzaam zou zijn in de KLM-lounge. (…)”
De conclusie van het onderzoeksrapport vermeldt onder meer:
“Gezien hetgeen wat er op camerabeelden is te zien in combinatie met de verklaring die niet strookt met de werkelijkheid, kan het niet anders dan dat de heer [verweerder] de goederen uit de lounge heeft weggenomen.
Tevens is op camerabeelden te zien, dat de heer [verweerder] goederen uit een dichte kast, die gebruikt wordt voor gevonden voorwerpen, eruit haalt en in zijn zak stopt.
Verder valt rapporteur op, dat de heer [verweerder] met zeer grote regelmaat korte diensten werkt en werktijden noteert die niet overeenkomen met zijn rooster.
De heer [verweerder] verklaard hierover dat hij op therapiebasis werkt en ongeveer 5 uur per dienst werkt. Opvallend is dat hij in de nacht van 7 juni, tegen zijn collega heeft gezegd dat hij naar lounge 25 zou gaan, terwijl hij in werkelijkheid naar huis ging.
Beelden van 10-5-2025 tot en met 07-06-2025 levert op dat dhr. [verweerder] een vast patroon heeft en zeer geregeld de kast bij de servicebalie controleert op goederen die hij vervolgens in zijn broekzak stopt. Ook loopt hij vlak voordat hij naar huis gaat eerst naar de keuken van de lounge waar hij later terugloopt naar zijn kleedruimte met een volle plastic tas. De heer [verweerder] komt met een vrijwel lege rugtas binnenlopen, maar vertrekt einde dienst met een zichtbaar vollere rugtas.
Hij heeft voor zijn werkzaamheden niets te zoeken in de kast met daarin de gevonden voorwerpen.”
In een bijlage bij het rapport zijn foto’s opgenomen van de sinaasappels (en bananen) zoals die in de keuken van lounge 52 staan opgeslagen en van sinaasappels zoals die bij de Albert Heijn Schiphol Plaza te koop worden aangeboden.
KLM Security Services heeft op 18 juni 2025 aangifte gedaan van diefstal.
Op 18 juni 2025 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [betrokkene 1] (HR Business Partner bij GOM, hierna: [betrokkene 1]), [betrokkene 2] (Communitymanager bij GOM, hierna: [betrokkene 2]), mr. Meulstee-van den Berg en [verweerder]. Uit het gespreksverslag blijkt onder meer het volgende. [verweerder] deelt mee dat hij niet weet wat er in de volle tas zit op het moment dat hij de keuken van de lounge uitkomt en dat hij het fruit los bij het AH filiaal op Schiphol heeft gekocht. Verder verklaart hij dat hij in de kast met gevonden voorwerpen heeft gekeken omdat daar koffiebekers staan en hij die bekers wilde gebruiken en schoonmaken. Hij kijkt daarom vaker in de betreffende kast. De 3 brillen en het oplaadsnoer die in zijn rugzak zijn gevonden zijn van hem. [verweerder] verklaart dat hij vanwege zijn fysieke beperking maximaal 5 uur per dag moet werken, dat hij in de nacht van 7 op 8 juni 2025 eerder wegging omdat hij zich niet lekker voelde en dat hij dat niet aan zijn leidinggevende had gemeld maar wel aan een collega. Hij verklaart dat hij wist dat hij hiervan melding had moeten maken. Hij verklaart dat hij verder nooit eerder is vertrokken. Geconfronteerd met de in- en uitkloktijden van zijn schipholpas, verklaart [verweerder] dat hij niet weet waarom hij dat doet.
Op 26 juni 2025 hebben [betrokkene 1], [betrokkene 2] en mr. Meulstee-van den Berg bij KLM Security Services diverse bewakingsbeelden van KLM lounge 52 bekeken.
[betrokkene 1] heeft hierover (onder meer) verklaard:
“ Datum: 7/6/2025 Tijdstip: 23.28
Ik verklaar dat ik op deze beelden [verweerder] een bril zie pakken, die op de bovenkant van een kastje ligt van de KLM-servicebalie Hij zet de bril op, kijkt in het spiegeltje dat boven op de kast staat, poetst de glazen en stopt deze bril in zijn linker broekzak. Verder zie ik [verweerder] in de overige kastjes kijken van de KLM-servicebalie.
Datum: 8/6/2025 Tijdstip: 00.02 uur
Ik verklaar dat ik op deze beelden zie dat [verweerder] aankomt lopen richting de Servicebalie, hij loopt deze voorbij en loopt, naar wat ik begreep van [betrokkene 3], Security Officer Investigations, naar de keuken van [betrokkene 4]. [verweerder] heeft op dat moment niets in zijn handen.
Datum: 8/6/2025 Tijdstip: 00.05 uur
Ik verklaar dat ik op deze beelden zie dat [verweerder] uit de keuken komt met een volle AH tas. [verweerder] loopt vervolgens richting de werkkast. Enkele minuten later verschijnt [verweerder] met lege handen in de lounge zelf.
Datum: 8/6/2025 Tijdstip: 00.21 uur
Ik verklaar dat ik [verweerder] op deze beelden zie met een volle rugzak op zijn rug.
Datum: 5/6/2025 Tijdstip: 22:50
Ik verklaar dat ik op deze beelden zie dat meneer [verweerder] zich naar de servicebalie begeeft. Hij haalt uit een kast aldaar een wit tasje. Hij kijkt en voelt wat erin zit, haalt er een kabeltje uit en stopt deze in zijn linkerbroekzak.
(…)
Datum: 31/5/2025 Tijdstip: 23:08
Ik verklaar dat ik op deze beelden dat [verweerder] aankomt met een schrob/zuigmachine bij de servicebalie. Laat deze staan doorzoekt de kastjes bij de servicebalie. Haalt uit een van de kastjes een wit tasje en daaruit vervolgens kabels en een powerbank. [verweerder] verdeelt de gepakte spullen over zijn linker- en rechterbroekzak en zet het witte tasje terug.
Datum: 22/5/2025 Tijdstip: 23:05
Ik verklaar dat ik op deze beelden zie dat [verweerder] loopt naar de servicebalie en doorzoekt daar verschillende kastjes.
Datum: 22/5/2025 Tijdstip: 23:07
Ik verklaar dat ik op deze beelden zie dat [verweerder] een sjaal die op de bovenkant van kastje ligt pakt en deze op een trolley, iets verderop in dezelfde ruimte aanwezig legt.
Datum: 23/5/2025 Tijdstip: 00:03
Ik verklaar dat ik op deze beelden zie dat [verweerder] de sjaal van de trolley pakt en loopt daarmee richting de werkkast.
Datum: 23/5/2025 Tijdstip: 00:23
Ik verklaar dat ik op deze beelden [verweerder] zie met een volle rugzak.”
[betrokkene 2] heeft hierover (onder meer) verklaard:
“Datum: 7/6/2025 Tijdstip: 23.28
Ik zie dat meneer [verweerder] bij de Servicebalie staat (…). Ik zie meneer [verweerder] een bril pakken die op de bovenkant van het kastje ligt. Hij zet de bril op, kijkt in het spiegeltje wat boven op de kast staat, poetst de glazen en stopt deze bril in zijn broekzak. Verder zie ik meneer [verweerder] in de kastjes kijken, vanuit zijn werk heeft meneer [verweerder] niets te zoeken in deze kastjes.
Datum: 8/6/2025 Tijdstip: 0.02 uur
Ik zie meneer [verweerder] aan komen lopen richting de Servicebalie, maar loopt deze voorbij naar de keuken van [betrokkene 4]. Hij heeft op dit moment geen tas bij zich. Meneer [verweerder] heeft niet een taak waardoor hij in de keuken moet zijn.
Datum: 8/6/2025 Tijdstip: 0.05 uur
Ik zie meneer [verweerder] uit de keuken komen met een volle AH tas en loopt richting de werkkast/ruimte, Meneer [verweerder] komt zonder de AH tas uit de werkkast en gaat Lounge 52 in.
Datum: 8/6/2025 Tijdstip: 0.21 uur
Ik zie meneer [verweerder] naar huis gaan met een duidelijk volle rugzak.
Datum: 5/6/2025 Tijdstip: 22:50 uur
Ik zie dat meneer [verweerder] zich naar de Servicebalie begeeft en haalt uit de kast een wit tasje en kijkt wat erin zit. Meneer [verweerder] haalt er een kabeltje uit en stopt deze in zijn linker broekzak.
(…)
Datum: 31/5/2025 Tijdstip: 23:08 uur
Meneer [verweerder] komt aan met een schrobmachine bij de Servicebalie. Laat de schrobmachine staan en gaat eerst naar de kastjes. Hij haalt er weer kabels/powerbank uit stopt zowel in zijn linker al rechterbroekzak de kabels.
(…)
Datum: 22/5/2025 Tijdstip: 23:05
Ik zie dat meneer [verweerder] binnen komt in de Lounge en loopt naar de Servicebalie en doorzoekt verschillende kastjes.
Datum: 22/5/2025 Tijdstip: 23:07
Ik zie dat meneer [verweerder] een sjaal meeneemt en deze op een trolley legt die naast de Servicebalie staan.
Datum: 23/5/2025 Tijdstip: 0:03
Ik zie dat meneer [verweerder] de sjaal van de trolley pakt en loopt daarmee naar de werkkast.
(…)
Datum: 2/5/2025 Tijdstip: 0:23
Ik zie meneer [verweerder] vertrekken met een volle rugzak.”
mr. Meulstee-van den Berg heeft hierover (onder meer) verklaard:
“(…)
22 mei 2025 – 23 mei 2025
Op de camerabeelden is op 22 mei 2024 om 22:23 uur een meneer zichtbaar.
De heer [betrokkene 2] benoemt dat de man op de camerabeelden de heer [verweerder] is, werkzaam bij Gom, ik heb hem namelijk niet eerder gezien.
Zichtbaar is dat de heer [verweerder] op 22 mei 2025 om 22:23 uur binnenkomt in de KLM Lounge. Hij loopt eerst naar de werkkast. (…) De werkkast is bestemd voor het opbergen van de persoonlijke eigendommen van de medewerkers. (….)
Om 23:05 uur is zichtbaar dat hij de kast met gevonden voorwerpen doorzoekt in de KLM Lounge. Uit de kast pakt hij een donkergekleurde sjaal. [verweerder] doorzoekt ook de andere kastjes van het kastenblok.
Door [betrokkene 3] wordt mondeling toegelicht dat in deze kast de gevonden voorwerpen worden gelegd van klanten van bezoekers van de KLM Lounge.
Om 23:07 uur legt [verweerder] de donker geleurde sjaal, afkomstig uit de kast, op een schoonmaaktrolley die enkele meters vanaf de kast staat.
Op 23 mei 2025 om 00:03 pakt hij de sjaal van de schoonmaaktrolley en loopt met de sjaal naar de werkkast.
Om 00:15 uur loopt hij met een volle rode tas, vermoedelijk een plastic tas van de Dirk van den Broek, naar de werkkast. Enkele minuten later vertrekt hij uit de KLM Lounge met een zichtbaar volle rugzak.
31 mei 2025
Op de camerabeelden is zichtbaar dat de heer [verweerder] om 23:08 binnenkomt met een schrobmachine. Hij loopt direct naar de kast met de gevonden voorwerpen. Hij haalt een wit tasje uit het kastje en haalt daar een kabeltje uit met iets dat lijkt op een powerbank eruit. Hij stopt zowel het kabeltje als de powerbank in zijn broekzak.
1 juni 2026 (de kantonrechter begrijpt: 2025)
Om 00:53 komt [verweerder] met een volle rode plastictas, vermoedelijk van Dirk van den Broek, de keuken uitlopen. Met die tas loopt hij de werkkast in.
Om 00:54 komt [verweerder] de werkkast uitlopen met een zwarte volle rugzak, hij vertrekt naar huis.
5 juni 2025
Op 5 juni 2025 om 22:50 uur doorzoekt [verweerder] de kast met gevonden voorwerpen. Hij pakt er een wit tasje met zwarte hengsels uit. Hij kijkt wat er in het tasje zit. Uit het tasje pakt hij een zwartgekleurd oplaadkabeltje. Hij rolt het kabeltje op en sopt het in zijn linker broekzak.
7. jun 2025 – 8 juni 2025
Op 7 juni 2025 om 23:28 doet hij de kastdeuren open van de kast met gevonden voorwerpen. Zichtbaar is dat hij de kast doorzoekt. Hij pakt een bril en zet deze op. Zet de bril af, poetst de glazen op en stopt de bril in zijn linker-achterzak.
Op 8 juni om 00:02 uur pakt hij iets dat lijkt op een oplaadkabel van de tafel. [verweerder] rolt het kabeltje op en stopt het in zijn zak. De kast met gevonden voorwerpen bevindt zich op enkele meters afstand van de tafel, hij loopt echter de ander richting op en neemt het dus mee.
Om 00:05 uur loopt hij de keuken in. [verweerder] komt de keuken uit met een volle plastic tas, vermoedelijk van de AH. Hij loopt hiermee rechtstreeks naar de werkkast.
Om 00:06 komt hij de werkkast uitlopen, zonder plastictas. Die heeft [verweerder] achtergelaten in de werkkast.
Om 00:20 loopt [verweerder] de werkkast in. Om 00:21 komt [verweerder] uit de werkkast en vertrekt uit de KLM Lounge met een zichtbaar volle rugzak.”
3. Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek
GOM verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden, primair vanwege verwijtbaar handelen (de e-grond), subsidiair vanwege een verstoorde arbeidsverhouding (de g-grond) en meer subsidiair vanwege een combinatie van omstandigheden die zodanig zijn dat van GOM redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren (de i-grond). GOM heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat [verweerder] herhaaldelijk goederen van haar opdrachtgever (KLM) heeft weggenomen en daarnaast structureel minder uren heeft gewerkt dan was afgesproken.
[verweerder] voert verweer en betwist dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal en/of dagdieverij. Hij stelt zich op het standpunt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] om toekenning van de transitievergoeding en een billijke vergoeding.
De stellingen van partijen zullen hierna voor zover van belang verder worden besproken.
4. De beoordeling van het verzoek en het tegenverzoek
Het verzoek en het tegenverzoek lenen zich voor een gezamenlijke behandeling. Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. In geval van ontbinding moet ook worden beoordeeld of aan [verweerder] een transitievergoeding en een billijke vergoeding moet worden toegekend.
Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt.
Opzegverbod
Er is in dit geval sprake van een opzegverbod, omdat [verweerder] (gedeeltelijk) ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Dit opzegverbod staat niet aan ontbinding in de weg, omdat het verzoek geen verband houdt met de ziekte van [verweerder]. Het verzoek is immers gebaseerd op (ernstig) verwijtbaar handelen van [verweerder] en subsidiair op een verstoorde arbeidsrelatie. Dat de ziekte van [verweerder] daaraan feitelijk (mede) ten grondslag zou liggen, is niet aannemelijk geworden. Dat oordeel wordt in de rechtsoverwegingen 4.9 en 4.10. nader toegelicht.
Verwijtbaar handelen: diefstal
GOM stelt dat de redelijke grond voor ontbinding primair is gelegen in het verwijtbaar handelen van [verweerder]. Volgens GOM is in een periode van enkele weken een repeterend patroon vastgesteld waarin [verweerder] goederen uit de KLM lounge meeneemt naar huis. Ter onderbouwing van haar stellingen verwijst GOM naar de bevindingen uit het onderzoek van KLM Security Services en de verklaringen van [betrokkene 1], [betrokkene 2] en mr. Meulstee-van den Berg (zie 2.10 t/m 2.12). [betrokkene 1], [betrokkene 2] en mr. Meulstee-van den Berg hebben van een aantal data de camerabeelden van KLM Security Services bekeken en hun verklaringen onderschrijven de conclusies van KLM Security Services. Volgens hen is op de camerabeelden te zien dat [verweerder] tijdens meerdere (nacht)diensten in mei en juni 2025 de kast met gevonden voorwerpen doorzoekt en goederen uit deze kast (o.a. een sjaal, oplaadkabeltjes en brillen) meeneemt. Ook is te zien dat hij meermaals met lege handen de keuken ingaat waarna hij met een volle plastictas rechtstreeks richting de kleedruimte loopt waar zijn tas staat en daarna de Lounge verlaat. Bij een gerichte controle in de nacht van 7 op 8 juni 2025 is gebleken dat [verweerder] bij het verlaten van het beveiligde gebied een plastic Albert Heijn-tas met veertien bananen en dertien losse sinaasappels, drie brillen en één oplaadkabel in zijn rugtas had. Deze goederen heeft [verweerder] meegenomen uit de KLM lounge, aldus GOM.
Op de zitting heeft [verweerder] desgevraagd bevestigd dat hij weet dat het verboden is om spullen (waaronder gevonden voorwerpen en/of fruit) uit de KLM lounge mee te nemen. De kantonrechter heeft de door GOM overgelegde schermafdrukken van de camerabeelden aan [verweerder] voorgehouden. [verweerder] heeft bevestigd dat hij de man is die op (één van) de schermafdrukken is te zien. Hij heeft ook bevestigd dat hij voor zijn werkzaamheden niets in de kast met gevonden voorwerpen en/of de keuken te zoeken heeft. Op de vraag van de kantonrechter waarom hij daar dan toch komt, antwoordt [verweerder] dat hij alleen in de kast of de keuken komt om benodigdheden zoals plakband, koffiebekertjes en/of een stoffer en blik te pakken. Daarnaast noemt hij incidenten; hij zou in de keuken moeten zijn als er een incident zoals een lekkage is. [verweerder] heeft desgevraagd meegedeeld dat er op 7 juni 2025 géén sprake was van een lekkage. Waarom hij op de bewuste dag dan wél in de keuken was, weet hij niet meer. Misschien om een koffiebekertje te pakken. Op de vraag van de kantonrechter of hij wel eens spullen uit de kast met gevonden voorwerpen in zijn broekzak stopt, antwoordt [verweerder] ontkennend. Het oplaadsnoertje en de drie brillen die in zijn rugtas zijn aangetroffen, zijn van hem. Eén van de brillen is zijn leesbril, één van de brillen is zijn veiligheidsbril en de andere is gewoon een extra bril. Op de vraag van de kantonrechter wat er in de Albert Heijn-tas zat waarmee [verweerder] op 7 juni 2025 uit de keuken kwam lopen, antwoordt hij dat hij niet met een Albert Heijn-tas uit de keuken is gekomen. Wanneer de kantonrechter hem confronteert met de verklaringen op basis van de camerabeelden, geeft hij aan zich dit niet meer te kunnen herinneren. Het is lang geleden. De Albert Heijn-tas die bij de controle in zijn rugtas is aangetroffen, had hij zelf meegenomen. Hij verklaart dat hij voorafgaand aan zijn dienst boodschappen heeft gedaan bij de Albert Heijn op Schiphol Plaza en daar het aangetroffen fruit (de bananen en de sinaasappelen) heeft gekocht. Volgens [verweerder] heeft hij nooit gezegd dat hij het fruit met pin heeft betaald. Hij heeft contant betaald, maar weet niet meer bij welke kassa of welke kassière. Wanneer de kantonrechter hem voorhoudt dat de Albert Heijn heeft aangegeven dat zij geen losse sinaasappelen verkoopt, verklaart [verweerder] dit door te stellen dat hij de sinaasappelen in de winkel uit het net heeft gehaald. Op de vraag van de kantonrechter waarom hij dit niet eerder heeft verklaard, antwoordt [verweerder] dat hij dat niet weet.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van GOM, haar advocaat en KLM Security Services over wat er op de camerabeelden te zien is. GOM heeft met het onderzoeksrapport van KLM Security Services, de verklaringen over de waarnemingen op de camerabeelden en de overgelegde schermafdrukken daarvan voldoende aangetoond dat [verweerder] zich herhaaldelijk schuldig heeft gemaakt aan diefstal van goederen uit de KLM Lounge. Zo blijkt uit de camerabeelden dat [verweerder] met lege handen de keuken in de lounge binnengaat en dat hij er met een volle tas weer uit komt, waarna hij naar de kleedruimte loopt, kort erna vertrekt en wordt aangetroffen met een hoeveelheid fruit dat overeenkomt met het fruit dat in de keuken van de KLM lounge wordt opgeslagen. Verder is te zien dat hij meermalen goederen uit de kast voor gevonden voorwerpen in zijn broekzak steekt. Hoewel [verweerder] meermaals in de gelegenheid is gesteld om zijn kant van het verhaal te vertellen, is hij er niet in geslaagd om de stellingen van GOM te ontkrachten. Het blijft bij een ontkenning van wat er op de camerabeelden is te zien. De verklaring van [verweerder] over de herkomst van het fruit in zijn rugzak is door KLM Security Services onderzocht en ontkracht. Uit de vastlegging van hetgeen op de camerabeelden is te zien en de schermafdrukken daarvan blijkt verder voldoende dat de goederen die [verweerder] in zijn hand heeft en vervolgens in zijn broekzak stopt op geen enkele manier zijn te verwarren met plakband, koffiebekertjes of een stoffer en blik.
Diefstal is bij wet verboden. Naar het oordeel van de kantonrechter is het wegnemen van goederen alleen al voldoende om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de e-grond te rechtvaardigen. Dat de gestolen goederen een beperkte waarde vertegenwoordigen en dat [verweerder] beschikt over een lang dienstverband met een goede staat van dienst, legt gelet op het structurele karakter van de diefstallen onvoldoende gewicht in de schaal.
Verwijtbaar handelen: dagdieverij
GOM heeft verder gesteld dat [verweerder] structureel te weinig uren heeft gewerkt, terwijl hij wel loon heeft ontvangen. [verweerder] had volgens zijn re-integratierooster vier nachtdiensten (van 22:00 uur tot 03:00 uur) en één dagdienst (van 14:00 uur tot 19:00 uur) per week moeten draaien. Volgens GOM is [verweerder] op 10, 11, 16, 17, 18, 24, 25 mei en 6 juni 2025 in het geheel niet op zijn werk verschenen. Daarnaast heeft hij op 15, 22, 23, 29, 30, 31 mei en 1, 5 en 7 juni 2025 aanmerkelijk korter gewerkt dan de afgesproken vijf uur per dienst. In totaal heeft [verweerder] over de gehele onderzoeksperiode (10 mei tot 7 juni 2025) 62 uur en 46 minuten minder gewerkt dan volgens het (re-integratie)rooster had gemoeten. GOM wijst er nog op dat [verweerder] gelet op zijn functie als meewerkend voorman een voorbeeldrol heeft en dat hij zijn functie grotendeels zelfstandig en veelal met beperkt direct toezicht uitvoert.
[verweerder] heeft hiertegen aangevoerd dat zijn afwezigheid verband houdt met zijn arbeidsongeschiktheid. Hij verklaart ter zitting dat hij een aantal keer eerder naar huis is gegaan omdat hij zich niet lekker voelde en last had van prikkende ogen. Daarnaast had hij regelmatig afspraken in het ziekenhuis voor injecties en/of laseren van zijn oog. De afspraken vonden in de ochtend plaats, maar hadden tot gevolg dat hij ook in de avond nog niet kon werken.
De kantonrechter overweegt als volgt. De bedrijfsarts heeft geoordeeld dat [verweerder] vijf uur per dienst kon werken. Van [verweerder] mocht dan ook worden verwacht dat hij dit ook deed. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat hij daartoe medisch gezien niet in staat was. [verweerder] heeft verklaard dat hij wist dat hij zich moest afmelden als hij eerder naar huis ging, maar heeft dit desondanks nagelaten. Hoewel hij ter zitting heeft aangevoerd dat hij zich in het geval van ziekenhuisafspraken wél heeft afgemeld, heeft hij dit op geen enkele wijze onderbouwd. Het had op de weg van [verweerder] gelegen om concreet te maken op welke data hij ziekenhuisafspraken had en bij wie hij zich voor de concrete afspraak had afgemeld. Doordat hij dit heeft nagelaten, wordt zijn verweer verworpen.
[verweerder] heeft ter zitting nog aangevoerd dat hij als gevolg van zijn oogziekte ook psychische problemen had. Dit verweer is niet (voldoende) onderbouwd. De conclusie is dan ook dat niet is gebleken dat zijn ongeoorloofde afwezigheid verband houdt met zijn arbeidsongeschiktheid.
Op grond van het bovenstaande staat voldoende vast dat [verweerder] zich schuldig heeft gemaakt aan dagdieverij zoals door GOM is gesteld.
Ontbinding zonder inachtneming opzegtermijn en zonder transitievergoeding
De kantonrechter is van oordeel dat zowel de diefstal als de dagdieverij, afzonderlijk en in onderlinge samenhang bezien, als verwijtbaar handelen of nalaten moeten worden aangemerkt, zodanig dat van GOM in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van GOM zal toewijzen. Herplaatsing van [verweerder] ligt in dit geval niet in de rede.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, kwalificeert de kantonrechter het gedrag van [verweerder] als ernstig verwijtbaar. Die conclusie is met name gebaseerd op de duur en de ernst van de gedragingen. [verweerder] heeft zich schuldig gemaakt aan een structureel patroon van verwijtbaar handelen, waarbij hij telkens KLM en/of GOM heeft benadeeld ten gunste van zichzelf. Het gevolg daarvan is dat het einde van de arbeidsovereenkomst zonder toepassing van een opzegtermijn wordt bepaald op 15 januari 2026 en dat [verweerder] geen aanspraak heeft op een transitievergoeding.
Geen ernstig verwijtbaar handelen door GOM
De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan [verweerder] een billijke vergoeding toe te kennen. Een billijke vergoeding kan worden toegekend als de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Dat zal zich alleen voordoen in uitzonderlijke gevallen en als een werkgever de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst in ernstige mate schendt. Bij de beoordeling van de vraag of de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen.
In dit geval is geen sprake van dergelijk ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door GOM als gevolg waarvan de arbeidsovereenkomst eindigt. Het einde van de arbeidsovereenkomst is immers het gevolg van het (ernstig) verwijtbare handelen van [verweerder].
GOM hoeft geen gelegenheid te krijgen het verzoek in te trekken, omdat aan de ontbinding geen billijke vergoeding wordt verbonden.
Proceskosten
De proceskosten komen voor rekening van [verweerder], omdat [verweerder] overwegend ongelijk krijgt en sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder].
De proceskosten van GOM worden in de zaak van het verzoek begroot op € 1.084,00 (€ 135,00 aan griffierecht, € 814,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
De proceskosten van GOM worden in de zaak van het tegenverzoek vastgesteld op nihil, omdat er geen werkzaamheden zijn verricht naast de zaak van het verzoek die een aparte vergoeding rechtvaardigen.
5. De beslissing
De kantonrechter
op het verzoek
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 15 januari 2026,
veroordeelt [verweerder] in de proceskosten van € 1.084,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verweerder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
op het tegenverzoek
wijst het verzoek af,
veroordeelt [verweerder] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van GOM tot en met vandaag vaststelt op nihil.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.I.V. Scherpenhuijsen Rom en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2026.
De griffier De kantonrechter