ECLI:NL:RBNHO:2026:5316

ECLI:NL:RBNHO:2026:5316

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 25-02-2026
Datum publicatie 13-05-2026
Zaaknummer K/4102/11865765
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

Een advocatenkantoor vordert betaling van facturen. De gefactureerde vennootschap kan worden aangemerkt als opdrachtgever. Het verweer dat sprake is van onnodige werkzaamheden wordt verworpen. Het advocatenkantoor moet op de laatste factuur wel een korting verlenen, omdat dat tussen partijen gebruikelijk was.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Alkmaar

Zaaknummer: 11865765 \ CV EXPL 25-3151

Vonnis van 25 februari 2026

in de zaak van

DE WAARD AUTO'S B.V.,

te Heerhugowaard,

opposant in het verzet,

hierna te noemen: De Waard Auto's,

procederend in persoon,

tegen

SCHENKEVELD ADVOCATEN N.V.,

te Alkmaar,

geopposeerde in het verzet,

hierna te noemen: Schenkeveld,

advocaat: mr. J.P. Groen en mr. E.M. Schneiders.

De zaak in het kort

Een advocatenkantoor vordert betaling van facturen. De gefactureerde vennootschap kan worden aangemerkt als opdrachtgever. Het verweer dat sprake is van onnodige werkzaamheden wordt verworpen. Het advocatenkantoor moet op de laatste factuur wel een korting verlenen, omdat dat tussen partijen gebruikelijk was.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de verzetdagvaarding van 12 augustus 2025 met producties 1 tot en met 3;

de dagvaarding van 10 juni 2025 van Schenkeveld (met producties 1 tot en met 5) die heeft geleid tot het bestreden verstekvonnis van 2 juli 2025;

het tussenvonnis van 24 september 2025 waarbij een mondelinge behandeling is gelast;

de door Schenkeveld in het geding gebrachte aanvullende producties 6 tot en met 10;

de mondelinge behandeling van 2 februari 2026, waarbij mr. Schneiders pleitaantekeningen heeft voorgedragen en waarvan de griffier voor het overige aantekeningen heeft bijgehouden.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2. De feiten

De Waard Auto's exploiteert een onderneming op het gebied van de handel in auto’s. In het handelsregister van de Kamer van Koophandel is geregistreerd dat die onderneming tot 30 maart 2023 werd geëxploiteerd via een vennootschap onder firma met dezelfde naam (hierna: de vof). Indirect bestuurder van De Waard Auto's is [bestuurder] .

Op 8 december 2023 heeft [werknemer] (hierna: de werknemer) een verzoekschrift ingediend bij de kantonrechter van deze rechtbank, waarin hij verzoekt zijn ontslag op staande voet nietig te verklaren. Het verzoekschrift is gericht tegen de vof.

Naar aanleiding van dit verzoekschrift heeft mr. W. Hovingh, een advocaat van Schenkeveld, per e-mail van 13 december 2023 aan [bestuurder] bevestigd dat hij contact zal opnemen met mr. De Haan (de voormalige advocaat van De Waard Auto's) voor de overdracht van het dossier en dat hij zich bij de kantonrechter zal melden. Op 9 januari 2024 heeft mr. Hovingh aan [bestuurder] bevestigd dat hij een verweer gaat maken voor de zitting op 23 januari 2024 en dat hij beschikt over een beperkt dossier. Ook heeft mr. Hovingh aan [bestuurder] gevraagd om aanvullende stukken op te sturen.

Mr. Hovingh heeft namens De Waard Auto's op 15 januari 2024 bij de kantonrechter een verweerschrift ingediend tegen het verzoekschrift van de werknemer. Tijdens de zitting op 23 januari 2024 heeft mr. Hovingh juridische bijstand verleend.

In de beschikking van 20 februari 2024 heeft de kantonrechter het ontslag op staande voet van de werknemer vernietigd. In de beschikking is een zustervennootschap van De Waard Auto's, Schadeherstel De Waard B.V. (hierna: Schadeherstel), vermeld als procespartij, omdat partijen ter zitting hadden verklaard dat Schadeherstel de (laatste) werkgever van de werknemer was.

Op 22 februari 2024 heeft mr. Hovingh aan [bestuurder] een brief gestuurd (gericht aan De Waard Auto's). Daarin staat dat [bestuurder] in een gesprek op diezelfde dag opdracht heeft gegeven aan mr. Hovingh om hoger beroep in gang te zetten en een ontbindingsverzoek te doen.

Mr. Hovingh heeft op 1 maart 2024 aan [bestuurder] een concept-verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst toegestuurd en [bestuurder] gevraagd te laten weten of dat akkoord is. [bestuurder] heeft daarop niet gereageerd.

Schenkeveld heeft de volgende facturen gestuurd, gericht aan De Waard Auto's:

Een factuur van 28 december 2023 ter hoogte van € 711,48 (na aftrek van een korting van € 364,-), voor de gewerkte uren van mr. Hovingh in december 2023, vermeerderd met 5% kantoorkosten;

Een factuur van 31 januari 2024 ter hoogte van € 4.347,65 (na aftrek van een korting van € 1.035,30, zijnde 100% van de gewerkte uren van mr. Guzel), voor de gewerkte uren van mr. Hovingh in januari 2024, vermeerderd met 5% kantoorkosten;

Een factuur van 29 februari 2024 ter hoogte van € 2.534,90, voor de gewerkte uren van mr. Hovingh en mr. Guzel in februari 2024, vermeerderd met 5% kantoorkosten.

De Waard Auto's heeft de factuur van 28 december 2023 betaald. Schenkeveld heeft De Waard Auto's herhaaldelijk gesommeerd ook de facturen van 31 januari 2024 en 29 februari 2024 te betalen. De Waard Auto's heeft daaraan niet voldaan.

3. Het geschil

In de oorspronkelijke dagvaarding heeft Schenkeveld gevorderd dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, De Waard Auto's veroordeelt aan Schenkeveld te betalen:

€ 6.882,55, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over iedere factuur vanaf de vervaldatum;

€ 719,13, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding;

een en ander met veroordeling van Schenkeveld in de proceskosten met wettelijke rente.

Schenkeveld heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat mr. Hovingh aan De Waard Auto's juridische bijstaand heeft verleend. Daarom moet De Waard Auto's haar verplichting tot het betalen van het loon nakomen. Ook moet De Waard Auto's de buitengerechtelijke incassokosten van Schenkeveld vergoeden.

In het verstekvonnis heeft de kantonrechter De Waard Auto's veroordeeld tot betaling van het gevorderde.

De Waard Auto's vordert in verzet dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, het verstekvonnis vernietigt, met veroordeling van Schenkeveld in de kosten van het geding. De Waard Auto's legt daaraan ten grondslag dat Schenkeveld niet De Waard Auto's, maar Schadeherstel had moeten dagvaarden. Ook vindt De Waard Auto's de facturen van Schenkeveld onterecht, omdat onnodige werkzaamheden zijn verricht en [bestuurder] aan mr. Hovingh heeft gevraagd te stoppen met de werkzaamheden om kosten te voorkomen.

De conclusie van Schenkeveld strekt tot afwijzing van de vordering in het verzet.

In het navolgende zal voor zover van belang verder worden ingegaan op de stellingen van partijen

4. De beoordeling

De Waard Auto's is de contractspartij van Schenkeveld

Vast staat dat een overeenkomst tot stand is gekomen, namelijk de opdracht aan Schenkeveld tot het verlenen van juridische bijstand. In geschil is of De Waard Auto's als contractspartij bij de overeenkomst kan worden aangemerkt. De Waard Auto's betwist dat en betoogt dat (alleen) Schadeherstel de contractspartij van Schenkeveld is.

De opdracht aan mr. Hovingh is in december 2023 feitelijk verstrekt door [bestuurder] , die (indirect) bestuurder is van zowel De Waard Auto's, als Schadeherstel. Het antwoord op de vraag wie contractspartij bij de overeenkomst is, is afhankelijk van wat de feitelijk betrokkenen (in dit geval dus mr. Hovingh en [bestuurder] ) tegenover elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mogen afleiden. Daarbij moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden van het geval. Ook gedragingen, verklaringen en andere omstandigheden die hebben plaatsgevonden nadat de overeenkomst is gesloten, kunnen van belang zijn.

Schenkeveld heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat mr. Hovingh ervan mocht uitgaan dat De Waard Auto's de opdrachtgever was. Mr. Hovingh heeft zijn werkzaamheden namelijk verricht naar aanleiding van het verzoekschrift van de werknemer. Dat verzoekschrift was gericht tegen de vof. In het handelsregister van de Kamer van Koophandel is geregistreerd dat de onderneming van de vof is voortgezet door De Waard Auto's. Mr. Hovingh heeft daaruit afgeleid en ook mogen afleiden dat De Waard Auto's zich tegen het verzoekschrift van de werknemer moest verweren en dus dat De Waard Auto's zijn opdrachtgever was.

De Waard Auto's betoogt dat sprake was van een misverstand bij de werknemer en/of bij Schenkeveld, omdat de werknemer weliswaar oorspronkelijk in dienst was bij de vof, maar sinds maart 2023 werkte bij Schadeherstel, waardoor De Waard Auto's niets met de procedure tegen de werknemer te maken heeft. De Waard Auto's heeft echter onvoldoende onderbouwd dat [bestuurder] mr. Hovingh hiervan op de hoogte heeft gebracht toen in december 2023 aan mr. Hovingh de opdracht werd verstrekt. Dat mr. Hovingh daarmee niet bekend was, blijkt al uit het gegeven dat hij het verweerschrift op naam van De Waard Auto's heeft gesteld en hij daarin niets heeft vermeld over een (eventueel) dienstverband bij Schadeherstel. Omdat mr. Hovingh hiermee niet bekend was, heeft hij daaruit ook niet kunnen afleiden dat Schadeherstel zijn opdrachtgever was (zoals De Waard Auto's betoogt).

Tijdens de zitting bij de kantonrechter op 23 januari 2024 is kennelijk alsnog besproken dat niet De Waard Auto's, maar Schadeherstel als de werkgever van de werknemer moet worden aangemerkt. Dit leidt op zichzelf echter niet tot wijziging (achteraf) van de opdrachtovereenkomst tussen Schenkeveld en De Waard Auto's.

De gedragingen van mr. Hovingh en [bestuurder] bevestigen bovendien dat De Waard Auto's ook na de zitting van 23 januari 2024 de contractspartij van Schenkeveld is gebleven. De correspondentie en facturen van Schenkeveld (zowel voor, als na de zitting op 23 januari 2024) zijn namelijk steeds gericht aan De Waard Auto's. De Waard Auto's heeft daarop nooit gereageerd met de mededeling dat Schenkeveld haar facturen en correspondentie moest richten aan Schadeherstel. Integendeel, De Waard Auto's heeft één van die facturen (van 28 december 2023) zonder protest voldaan.

Uit deze feiten en omstandigheden volgt dat De Waard Auto's moet worden aangemerkt als de contractspartij van Schenkeveld. Schenkeveld kan daarom van De Waard Auto's betaling van het loon vorderen voor de werkzaamheden van mr. Hovingh. Het daartegen gerichte betoog in het verzet wordt verworpen.

Schenkeveld heeft geen onnodige werkzaamheden verricht

Uit de bij de facturen gevoegde specificaties blijkt dat Schenkeveld de volgende werkzaamheden heeft gedeclareerd bij De Waard Auto's: het bestuderen van het dossier/stukken, het opstellen van het verweerschrift, het bijwonen van de zitting (inclusief wacht- en reistijd), het opstellen van het concept-ontbindingsverzoek en correspondentie met [bestuurder] en de wederpartij.

Tussen partijen staat vast dat mr. Hovingh opdracht had om juridische bijstand te verlenen in de procedure over het ontslag op staande voet, bestaande uit indiening van een verweerschrift en de bijstand tijdens de zitting op 23 januari 2024. Die werkzaamheden zijn dus niet onnodig verricht. Het betoog van De Waard Auto's dat (een deel van) de werkzaamheden onnodig waren, omdat het meeste werk al door haar voormalige advocaat (mr. De Haan) was verricht, is onvoldoende concreet toegelicht en slaagt daarom niet. Voor zover De Waard Auto’s heeft willen stellen dat mr. De Haan al een verweerschrift had gemaakt (of voorbereid), heeft zij dat niet onderbouwd met bijvoorbeeld correspondentie. De e-mail van mr. Hoving van 9 januari 2024, waarin mr. Hovingh aan [bestuurder] schrijft dat hij een verweer gaat maken en dat hij beschikt over een beperkt dossier en aanvullende stukken opvraagt, wijst daar ook niet op, zoals Schenkeveld heeft aangevoerd. Daartegen heeft De Waard Auto's niet geprotesteerd. Mr. Hovingh mocht er daarom vanuit gaan dat De Waard Auto's ermee instemde dat hij een verweerschrift zou opstellen. Schenkeveld mag die werkzaamheden daarom in rekening brengen.

De Waard Auto's heeft verder aangevoerd dat de facturen onterecht zijn, omdat [bestuurder] enkele dagen na de beschikking van de kantonrechter van 20 februari 2024 telefonisch aan mr. Hovingh heeft gevraagd te stoppen met de werkzaamheden. De eerste reactie van [bestuurder] na de beschikking van de kantonrechter was weliswaar dat hij hoger beroep wilde instellen, maar kort daarna is hij daarop teruggekomen en heeft hij besloten geen energie en kosten meer te steken in de procedure tegen de werknemer, aldus De Waard Auto's.

Schenkeveld ontkent dat [bestuurder] telefonisch aan mr. Hovingh heeft gevraagd de werkzaamheden te stoppen. Of [bestuurder] dat heeft gedaan, kan in het midden blijven. Vast staat namelijk dat mr. Hovingh op 22 februari 2024 per brief aan [bestuurder] heeft gemeld dat hij in opdracht van [bestuurder] het hoger beroep in gang zal zetten en een ontbindingsverzoek zal doen. Hieruit blijkt dat voor mr. Hovingh in ieder geval op dat moment niet duidelijk was dat De Waard Auto's wilde dat hij de werkzaamheden zou stoppen. [bestuurder] heeft ter zitting verklaard dat hij op die brief van mr. Hovingh van 22 februari 2024 niet meer heeft gereageerd. Daarmee heeft De Waard Auto's bij mr. Hovingh de indruk laten bestaan dat De Waard Auto's (nog steeds) opdracht gaf voor deze werkzaamheden.

[bestuurder] heeft ter zitting ook toegelicht dat hij geen tijd had om op die brief (en op de ontvangst van het concept-verzoekschrift op 1 maart 2024) te reageren. Dat is echter een omstandigheid die voor rekening en risico van De Waard Auto's komt. Dit betekent dat De Waard Auto's ook de kosten van het opstellen van het concept-ontbindingsverzoek moet vergoeden aan Schenkeveld. Op vragen van de kantonrechter heeft [bestuurder] verklaard dat hij vertrouwen had in een goede afloop van het geschil over het ontslag op staande voet en ter besparing van kosten geen ontbindingsverzoek in die procedure wilde.

Schenkeveld kan betaling vorderen van het de gebruikelijke wijze berekende loon

Schenkeveld heeft met De Waard Auto's geen afspraken gemaakt over de hoogte van het loon of de wijze waarop het loon berekend zal worden. Daarom is De Waard Auto's het op de gebruikelijke wijze berekende loon verschuldigd.

Bij de vaststelling van het op de gebruikelijke wijze berekende loon, moet in dit geval ook worden gekeken naar hoe de eerdere facturatie tussen partijen. In de facturen aan De Waard Auto's van 28 december 2023 en 31 januari 2024 is steeds een korting verleend, in ieder geval voor de uren die zijn besteed door mr. Guzel (een andere medewerker van Schenkeveld). Kennelijk was tussen partijen gebruikelijk dat het loon werd berekend door uitsluitend de uren van mr. Hovingh door te belasten (vermenigvuldigd met een uurtarief en vermeerderd met de kantoorkosten van 5% en de btw). Schenkeveld heeft ter zitting op vragen van de kantonrechter geen toereikende verklaring gegeven voor het feit dat in de factuur van 29 februari 2024 wél de uren van mr. Guzel in rekening zijn gebracht (bovenop de uren van mr. Hovingh). Bij deze stand van zaken vindt de kantonrechter dat die factuur niet in overeenstemming is met het op de gebruikelijke wijze berekende loon. Op dit deel van de vordering moeten daarom de uren van mr. Guzel in mindering gebracht. Van de factuur van 29 februari 2024 resteert dan een bedrag van € 1.658,00 (€ 2.534,90 verminderd met € 876,90, zijnde de gewerkte uren van mr. Guzel van € 690,20 plus 5% kantoorkosten en 21% BTW).

De conclusie van het voorgaande is dat het op de gebruikelijke wijze berekende loon € 4.347,65 (de factuur van 31 januari 2024) plus € 1.658,00 bedraagt, dus in totaal € 6.005,65.

Wettelijke handelsrente

De wettelijke handelsrente is verschuldigd vanaf de overeengekomen dag van uiterste betaling. Daarover hebben partijen geen afspraken gemaakt. Daarom is de wettelijke handelsrente over de genoemde bedragen toewijsbaar vanaf 30 dagen na de dag waarop De Waard Auto's de betreffende factuur heeft ontvangen.

De Waard Auto's moet ook de buitengerechtelijke kosten vergoeden

De vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten moet worden beoordeeld aan de hand van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Schenkeveld heeft onderbouwd dat incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is echter hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De kantonrechter zal het bedrag dan ook toewijzen tot het in het Besluit bepaalde tarief (€ 675,28), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van de dag van de dagvaarding.

Slotsom en proceskosten

De conclusie van het voorgaande is dat De Waard Auto's aan Schenkeveld € 6.005,65 aan hoofdsom en € 675,28 aan kosten (vermeerder met rente) verschuldigd is. Dit betekent dat het verstekvonnis niet in stand kan blijven en daarom zal worden vernietigd.

Hoewel het verstekvonnis wordt vernietigd, moet De Waard Auto's ook in het verzet worden aangemerkt als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij. De Waard Auto's moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Schenkeveld worden begroot op:

€ 131,90 wegens dagvaardingskosten

€ 543,00 wegens griffierecht

€ 678,00 wegens salaris gemachtigde

€ 135,00 wegens nakosten

Totaal: € 1.487,90.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De kantonrechter

vernietigt het tussen partijen gewezen verstekvonnis van de kantonrechter van 2 juli 2025 met zaaknummer 11750589 / CV EXPL 25-2269;

en opnieuw rechtdoende:

veroordeelt De Waard Auto's aan Schenkeveld te betalen een bedrag van € 6.005,65, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over iedere factuur vanaf 30 dagen na de dag waarop De Waard Auto's de betreffende factuur heeft ontvangen, tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt De Waard Auto's aan Schenkeveld te betalen een bedrag van € 675,28, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 juni 2025 tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt De Waard Auto's in de proceskosten van € 1.487,90, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als De Waard Auto's niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet De Waard Auto's ook de kosten van betekening betalen;

veroordeelt De Waard Auto's in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Bruin en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.

1538

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand