RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11752066 \ CV EXPL 25-3889
Uitspraakdatum: 6 mei 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats]
eiser
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: mr. B.W. Floris (Yource B.V.)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
China Southern Airlines Company Limited
gevestigd te Guangzhou (China)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: R.H. Stokvis
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hem moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Guangzhou Airport (China) naar Ninoy Aquino International Airport (Manilla, Filipijnen) op 14 en 15 maart 2025, met de vluchtcombinatie CZ308 en CZ3077.
De vervoerder heeft vlucht CZ308 (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd, maar de passagier is niet meegevlogen.
De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van het incident tot aan de dag der algehele voldoening;- € 108,90, althans een in redelijke justitie door de rechtbank te bepalen bedrag, aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.
De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vlucht voor hem als geannuleerd moet worden beschouwd en dat de vervoerder hem daarom moet compenseren met een bedrag van € 600,00.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De kantonrechter overweegt dat de Verordening in twee duidelijk onderscheiden categorieën van vluchten voorziet, namelijk ‘geannuleerde’ en ‘vertraagde’ vluchten. In dit geval staat vast dat de vlucht vertraagd is uitgevoerd. Bovendien is de passagier aan boord van vlucht KL807 naar zijn eindbestemming gevlogen. Van vertraging op de eindbestemming vanwege vertraging van de vlucht is derhalve geen sprake. De vordering van de passagier zal daarom worden afgewezen.
De passagier zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.
5. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 288,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;
en veroordeelt de passagier tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter