RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/375576 / JU RK 26-407
Datum uitspraak: 23 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] ,
advocaat: mr. H. Polat, kantoorhoudende te Haarlem.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter heeft het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 24 februari 2026, meegenomen in de beoordeling.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
de advocaat van [de minderjarige] ;
de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI] ;
[vertegenwoordiger gesloten accommodatie voor jeugdhulp] , namens gespecialiseerde jeugdhulporganisatie [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] .
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
[de minderjarige] verblijft in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp, te weten groep [groep] van [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] .
De kinderrechter in deze rechtbank heeft [de minderjarige] bij beschikking van 19 februari 2024 met spoed voorlopig onder toezicht gesteld met ingang van 18 februari 2024. Deze ondertoezichtstelling is vervolgens definitief uitgesproken bij beschikking van 2 mei 2024 en daarna verlengd. De ondertoezichtstelling duurt nu nog tot 2 mei 2026.
Bij beschikking van 19 februari 2024 heeft de kinderrechter in deze rechtbank tevens de spoedmachtiging verleend om [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp per 18 februari 2024 voor de duur van vier weken. Deze machtiging is daarna steeds verlengd en duurt nu nog tot 2 mei 2026.
3. Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen en een machtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot [datum] , zijnde het moment dat zij meerderjarig wordt.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De GI heeft de verzoeken als volgt gemotiveerd.
Bij [de minderjarige] is sprake van complexe problematiek, waaronder PTSS, hechtingsproblematiek, een licht verstandelijke beperking, stemming- en zelfbeeldproblemen en zich ontwikkelende persoonlijkheidsproblematiek. Ondanks behandeling binnen de gesloten setting van [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] (groep [groep] ) blijft ze kwetsbaar en blijven zich herhaaldelijk ernstige incidenten voordoen, zoals weglopen, middelengebruik en suïcidepogingen, waardoor er sprake is van ernstig gevaar voor de veiligheid van [de minderjarige] en de veiligheid van anderen. Ook weigert [de minderjarige] al langere tijd behandeling en ondersteuning gericht op haar verslaving, traumaverwerking en emotieregulatie. Het ontbreekt aan intrinsieke motivatie en zelfs in het geval van een gesloten plaatsing is het uitdagend en soms onmogelijk om de veiligheid van [de minderjarige] en die van haar omgeving te kunnen waarborgen.
Op 27 november 2025 heeft de GI samen met de betrokken hulpverleners een zogenaamd moreel beraad gehouden waarin de verlofmogelijkheden van [de minderjarige] zijn besproken. Hierbij zijn het recht van [de minderjarige] op autonomie en zelfbeschikking enerzijds en het recht op (haar) veiligheid anderzijds tegen elkaar afgewogen. Hoewel [de minderjarige] zichzelf op verlof onvoldoende kan beschermen tegen middelengebruik en risicovolle contacten, prevaleert vanwege haar leeftijd en ontwikkeling op dit moment het beginsel van autonomie en zelfbeschikking. Met de betrokken hulpverlening en de familie is een beleid uitgezet waarin naar een balans wordt gezocht tussen veiligheid en het stimuleren van de ontwikkeling van [de minderjarige] . Om de juiste balans daarin te vinden, betekent dat dat er vaak lastige afwegingen moeten worden gemaakt, waarbij rekening wordt gehouden met [de minderjarige] ’s leeftijd, ontwikkelingsniveau en de risico’s. De periodes dat [de minderjarige] binnen moet blijven na ernstige incidenten en grote onveiligheid, zullen met het oog op haar leeftijd geleidelijk korter worden. Het is een zeer complex proces om deze verschuiving te maken en tegelijkertijd ook stabiliteit te bieden en vraagt absoluut nog om een gesloten kader. [de minderjarige] heeft veel meer dan gemiddeld bescherming nodig, omdat zij zichzelf nog onvoldoende kan of wil veilig houden. Gesloten jeugdhulp biedt deze bescherming en ook de mogelijkheid tot verdere behandeling en opbouw van vertrouwen. Het contact tussen [de minderjarige] en haar familie verloopt moeizaam en is instabiel door de ambivalente houding van haar moeder en de spanningen binnen het gezin. Binnen de gesloten setting kan de benodigde veiligheid en structuur aan [de minderjarige] geboden worden en kan [de minderjarige] worden geholpen om de dynamiek van thuis beter te begrijpen en hanteerbaar te houden.
De GI is samen met [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] op zoek naar een toekomstige woonplek voor [de minderjarige] die de langdurige ondersteuning, nabijheid en veiligheid kan bieden die zij nodig heeft. Op 19 januari 2026 is er een aanmelding gedaan bij de Prinsenstichting, een instantie die gespecialiseerd is in de zorg van ondersteuning aan (jong)volwassenen met een licht verstandelijke beperking in combinatie met gedragsproblemen of psychiatrische problemen, zodat onderzocht kan worden of daar een passende woonplek voor [de minderjarige] beschikbaar is als zij meerderjarig is. Daarnaast zal een overleg plaatsvinden met het Regionaal Expert Team (RET) waarbij met experts vanuit verschillende expertises de complexiteit van de zorgvraag van [de minderjarige] wordt besproken om een passend zorgaanbod voor haar te organiseren.
De GI heeft ter zitting hieraan toegevoegd dat er, omdat [de minderjarige] nu thuis verblijft, veel zorgen zijn, ook voor de veiligheid van de andere kinderen in het gezin. De insteek is dat [de minderjarige] naar [groep] terugkeert en daar verblijft, omdat zij zich daar in positieve zin ontwikkelt en omdat daar vertrouwen en stabiliteit is opgebouwd. Van daaruit kan ze doorgroeien naar een nieuwe plek. Medio mei zal er een intakegesprek bij de Prinsenstichting plaatsvinden. Als tweede optie is er ook een aanmelding gedaan bij Pluryn. Veranderingen, zoals het verhuizen naar een nieuwe instelling of wijziging van de (vaste) begeleiding, zullen bij [de minderjarige] een flinke impact maken en het heeft tijd nodig om haar vertrouwen en de stabiliteit weer terug te krijgen.
Namens [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] heeft [vertegenwoordiger gesloten accommodatie voor jeugdhulp] ter zitting hieraan toegevoegd dat de vaste begeleiders van [de minderjarige] momenteel, gedurende een onderzoek van drie weken, niet aan het werk zijn. Voor [de minderjarige] is dat erg ingewikkeld omdat ze een sterke band met deze begeleiders heeft en nu weigert ze iedere medewerking. Om haar niet al te veel te belasten, is ervoor gekozen om haar gedurende het onderzoek bij haar moeder te laten verblijven en haar ambulant te begeleiden totdat het onderzoek is afgerond.
4. De standpunten
standpunt van [de minderjarige]
Namens [de minderjarige] is door haar advocaat naar voren gebracht dat ze het niet eens is met de verlenging van de ondertoezichtstelling en de gesloten uithuisplaatsing. Ze wil bij haar moeder wonen. Binnen het behandelingstraject worden kleine stappen gezet, maar dat is onvoldoende om echt een verandering in de problematiek bij [de minderjarige] teweeg te brengen. Daarbij is het weliswaar een positieve ontwikkeling dat ze bij [groep] een vertrouwensrelatie met twee begeleiders heeft opgebouwd, maar het is de vraag is wat er gebeurt als zij weg zouden vallen. Gelet op het feit dat de huidige situatie heel precair is waardoor ook de veiligheid van [de minderjarige] in het geding is, heeft de advocaat zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
visie van de gedragswetenschapper
Uit de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper van 6 maart 2026 volgt dat de gedragswetenschapper opneming en verblijf van [de minderjarige] binnen een gesloten setting noodzakelijk vindt om te voorkomen dat zij zich zal onttrekken aan de zorg die zij nodig heeft of daaraan door anderen zal worden onttrokken. De gedragswetenschapper geeft daartoe het volgende aan. De setting binnen groep [groep] blijkt voor [de minderjarige] een veilige haven te zijn om haar risicovolle gedragingen, zoals middelengebruik en suïcidepogingen, zoveel mogelijk proberen te voorkomen. [de minderjarige] heeft een 1-op 1 begeleiding met daaromheen de begeleiding van de groep [groep] die haar zelfvertrouwen kan stimuleren tegenover haar wantrouwen, spanningen en negatieve gedachten. Voor haar veiligheid en begeleiding/behandeling is een verlenging nodig van de machtiging gesloten jeugdhulp.
5. De beoordeling
de ondertoezichtstelling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat er grote zorgen zijn over de emotieregulatie van [de minderjarige] , haar gedragsproblematiek, haar middelengebruik en de impact hiervan op haar veiligheid. Bij [de minderjarige] is sprake van een licht verstandelijke beperking en complexe persoonlijkheids- en gedragsproblematiek, welke haar ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren. Zij heeft nog onvoldoende vaardigheden ontwikkeld om op een adequate wijze met haar emoties om te gaan. Het is van belang dat zij voor deze problematiek de juiste hulpverlening en behandeling krijgt en dat er een passende plek en begeleiding wordt gevonden zodra zij meerderjarig is geworden.
Daarnaast blijkt dat de zorg die voor het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is niet of onvoldoende wordt geaccepteerd. [de minderjarige] vermijdt regelmatig therapie, blijft weglopen, gebruikt drugs en vertoont zelfdestructief gedrag. Bovendien is het contact tussen [de minderjarige] en het gezin moeizaam en instabiel. De ambivalente houding van haar moeder in het geven van toestemming voor het verblijf van [de minderjarige] bij [groep] en de spanningen binnen het gezin, maken dat een permanente thuisplaatsing momenteel niet mogelijk is.
Uit het voorgaande volgt dat nog steeds is voldaan aan het wettelijke criterium
genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot [datum] , de datum waarop zij meerderjarig wordt.
de machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten jeugdhulpaccommodatie
De kinderrechter is van oordeel dat verblijf in een accommodatie voor gesloten
jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Dit verblijf is noodzakelijk en geschikt om te voorkomen dat [de minderjarige] zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. Bovendien zijn er geen minder ingrijpende mogelijkheden om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [de minderjarige] nog
steeds baat heeft bij de structuur en de middelen die geboden worden vanuit de geslotenheid
van de groep [groep] . Ondanks het feit dat [de minderjarige] door omstandigheden momenteel – kortdurend – bij de moeder verblijft gaat het goed met [de minderjarige] op de groep van [groep] en heeft zij op de groep en bij haar huidige begeleiders veiligheid en geborgenheid gevonden . De duidelijke structuur die geboden wordt vanuit het gesloten kader is nog noodzakelijk. Als [de minderjarige] niet meer op een gesloten groep verblijft, bestaat een nog groter risico dat zij terugvalt in ongezonde emotieregulatie, middelengebruik en een nieuwe suïcide poging.
Het is nodig om [de minderjarige] veiligheid en duidelijkheid te bieden en om ervoor te zorgen dat zij in een veilige en gestructureerde omgeving verblijft, waarin haar ontwikkeling wordt gestimuleerd.
Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter een machtiging tot plaatsing in een
gesloten accommodatie voor jeugdhulp verlenen tot [datum] .
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige], tot [datum] ;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot [datum] ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2026 door mr. E.M. ten Bos, kinderrechter, in aanwezigheid van B.H.E. Zuidam als griffier, en op schrift gesteld op 11 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.