RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/376239 / JU RK 26-506
Datum uitspraak: 23 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming te Haarlem,
hierna te noemen de Raad,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende te [plaats] ,
advocaat: mr. N.D. Groenewoud, kantoorhoudende te Nieuw-Vennep,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N.D. Groenewoud, kantoorhoudende te Nieuw-Vennep,
hierna gezamenlijk ook te noemen de ouders.
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam,
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift, ontvangen op 26 maart 2026;
het rapport van de Raad met bijlagen, ontvangen op 8 april 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de advocaat van de ouders, mr. N.D. Groenewoud;
de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] ;
de Raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .
De kinderrechter heeft [de minderjarige] op 23 april 2026 gesproken en naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld.
2. De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
[de minderjarige] verblijft bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] te [plaats] .
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 2 februari 2026 [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 2 mei 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 2 februari 2026 een (spoed)machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 2 mei 2026.
3. Het verzoek
De Raad verzoekt [de minderjarige] onder toezicht te stellen tot [datum] . Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen tot [datum] .
De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De Raad heeft het verzoek als volgt toegelicht.
[de minderjarige] is in de greep van zijn drugsverslaving en de enige manier om de
vicieuze cirkel van drugsgebruik en verslavingsgedrag te doorbreken is behandeling
van de verslaving. Daarom is het van belang dat [de minderjarige] gespecialiseerde hulp krijgt, vanuit een verslavingskliniek, zoals [verslavingskliniek] ( [verslavingskliniek] ), waar hij geholpen wordt voor
zijn verslaving en andere problematiek die daar mogelijk aan ten grondslag ligt.
De Raad vindt het passend om de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing te laten duren tot het moment dat [de minderjarige] op [datum] meerderjarig wordt. Op dit moment is de hulpverlening nog niet van de grond gekomen. Daarbij is het nog niet duidelijk wanneer [de minderjarige] bij een kliniek terecht kan en of hij daarna direct naar huis kan of nog naar een vervolgplek gaat, al dan niet met hulpverlening. De zorgen over [de minderjarige] zijn groot en spelen al een aantal jaar en ook de problematiek is complex, wat vraagt om intensieve en gespecialiseerde hulpverlening. Dit maakt dat de Raad van mening is dat het (veel) tijd zal kosten om het gedragspatroon bij [de minderjarige] te kunnen doorbreken.
De Raad heeft hier ter zitting aan toegevoegd dat inmiddels is gebleken dat [de minderjarige] op 6 mei aanstaande bij [verslavingskliniek] terecht kan. Uiteindelijk is gebleken dat de plek bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] een geschikte plek voor hem is. Daarnaast zal bij de GI een andere gezinsmanager worden aangesteld omdat de hulpverlening onvoldoende van de grond is gekomen.
4. De standpunten
De raadsvrouw heeft namens de ouders aangegeven dat ze het eens zijn met de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing totdat [de minderjarige]
meerderjarig wordt, omdat er op dit moment geen reëel alternatief is. De ouders zijn zeer betrokken bij [de minderjarige] , willen dat zijn verslaving wordt aangepakt en willen graag contactherstel. Voor ouders is het een teleurstelling dat actieve regie en begeleiding vanuit de GI de afgelopen periode niet heeft plaatsgevonden. De situatie is zeer zorgelijk en [de minderjarige] is nu gemotiveerd om zijn problemen aan te pakken, maar het lukt hem niet zelfstandig. Volgens de ouders krijgt [de minderjarige] momenteel nog onvoldoende begeleiding en begrenzing vanuit de GI. Ook de communicatie vanuit de GI met de ouders verliep niet goed. Zo is de ouders niet verteld dat de intake bij [verslavingskliniek] niet door was gegaan waardoor zij voor niets naar de kliniek in [plaats] waren afgereisd. De ouders hopen dat de GI de komende tijd meer betrokkenheid laat zien en hen beter op de hoogte houdt van de stand van zaken met [de minderjarige] . Ook is het van belang dat er naast het huidige traject bij [verslavingskliniek] een alternatief plan wordt opgesteld, indien de behandeling bij [verslavingskliniek] toch niet van de grond blijkt te komen.
Namens de GI is aangegeven dat er nog geen vaste gezinsmanager is gevonden vanwege personeelsgebrek. De GI is de afgelopen periode ernstig tekort geschoten in de begeleiding en communicatie en het is zeer begrijpelijk dat er vanuit het gezin de behoefte bestaat aan meer regie. In samenwerking met De Raad zal zo snel mogelijk naar een oplossing worden gezocht. Na afronding van de behandeling in de kliniek zal er een plan van aanpak moeten worden opgesteld met passende begeleiding en hulp voor [de minderjarige] . Daarin wordt ook bepaald of hij – al dan niet stapsgewijs – kan terugkeren naar huis. Daarnaast dient te worden onderzocht of en zo ja, welke hulpverlening er nodig is, zodra [de minderjarige] meerderjarig wordt. Mocht het traject bij [verslavingskliniek] niet slagen, dan zal de GI aan de slag moeten om met een alternatief te komen.
5. De mening van de minderjarige
[de minderjarige] heeft aangegeven dat het nu goed met hem gaat. Hij is zich ervan bewust hoeveel schade hij door de verslaving heeft opgelopen en hij wil geen terugval meer in middelengebruik. Hij begrijpt dat de behandeling in de kliniek echt nodig is. Hij wil het contact met zijn ouders herstellen en een goed voorbeeld zijn voor zijn jongere broer.
6. De beoordeling
ondertoezichtstelling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt ernstig bedreigd, omdat hij verslaafd is aan (hard)drugs, veel blowt, veel drinkt en kampt met sombere gedachten. Daarnaast is er sprake van een verstoorde relatie tussen [de minderjarige] en zijn ouders.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de ouders van [de minderjarige] , hoewel zij zeer betrokken en bereid
zijn om hulp te bieden, onvoldoende in staat zijn de bedreiging weg te nemen, doordat het inzetten van hulpverlening momenteel afhankelijk is van de wisselende motivatie van [de minderjarige] .
Omdat het (veel) tijd zal kosten om het patroon bij [de minderjarige] te kunnen doorbreken en intensieve en gespecialiseerde hulpverlening vanwege de complexe en langdurige problematiek nodig is, is de termijn van de ondertoezichtstelling tot aan [de minderjarige] zijn meerderjarigheid passend.
machtiging tot uithuisplaatsing
Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van zijn verzorging en opvoeding, onderzoek van zijn geestelijke toestand en onderzoek van zijn lichamelijke toestand.
[de minderjarige] is verslaafd aan (hard)drugs en wanneer hij ernstig onder invloed is, brengt hij zichzelf in gevaar en is hij agressief richting zijn ouders. Voor [de minderjarige] eigen veiligheid en voor die van de ouders en de andere kinderen binnen het gezin is het niet mogelijk dat [de minderjarige] in de periode van de behandeling van zijn verslaving thuis woont. De behandeling bij [verslavingskliniek] start op 6 mei a.s. en zal ongeveer tien weken in beslag nemen. Indien de behandeling niet aanslaat, dan zal vanuit de GI naar een alternatief moeten worden gezocht. Vervolgens dient er een gedegen plan van aanpak te worden opgesteld voor de periode na behandeling van de verslavingsproblematiek, waarbij het ook de vraag is of [de minderjarige] direct bij zijn ouders thuis kan terugkeren of dat er nog andere hulpverlening nodig is op een vervolgplek (anders dan thuis).
Daarom zal ook het verzoek om de uithuisplaatsing te laten duren tot het moment dat [de minderjarige] meerderjarig wordt, worden toegewezen.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
7. De beslissing
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.