ECLI:NL:RBNHO:2026:5432

ECLI:NL:RBNHO:2026:5432

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 22-04-2026
Datum publicatie 15-05-2026
Zaaknummer 11177952 \ CV EXPL 24-4358
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Luchtvaart. De passagiers vorderen compensatie voor een vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat het ondanks de vertraging van de vlucht voor hen alsnog mogelijk was om de aansluitende vlucht te halen. De passagiers hebben echter voldoende onderbouwd dat zij door de vertraging van de vlucht de aansluitende vlucht hebben gemist. Daarom slaagt het verweer niet. De vordering wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11177952 \ CV EXPL 24-4358

Uitspraakdatum: 22 april 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1. [eiser 1] 2. [eiser 2]beiden wonende te [plaats]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)

tegen

de buitenlandse vennootschap

Air Europa Lineas Aereas S.A.

gevestigd te Baleares, Spanje

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. S. van den Boogaard (De La Fuente advocaten)

De zaak in het kort

De passagiers vorderen compensatie voor een vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat het ondanks de vertraging van de vlucht voor hen alsnog mogelijk was om de aansluitende vlucht te halen. De passagiers hebben echter voldoende onderbouwd dat zij door de vertraging van de vlucht de aansluitende vlucht hebben gemist. Daarom slaagt het verweer niet. De vordering wordt toegewezen.

1. Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 25 november 2022 vervoeren van Cancun, Mexico, via Madrid, Spanje, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vluchtcombinatie UX64 en UX1093.

De vervoerder heeft vlucht UX64 van Cancun naar Madrid (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben de aansluitende vlucht gemist. De passagiers zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen op de eindbestemming.

De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3. Het geschil

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;- € 217,80 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat zij door de vertraging van de vlucht in kwestie de aansluitende vlucht hebben gemist. Daarom moet de vervoerder hen compenseren met een bedrag van € 600,- per persoon.

De vervoerder betwist dit. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling van het geschil.

4. De beoordeling

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

De vervoerder betwist dat het missen van de overstap het gevolg was van de vertraging van de vlucht. Hij voert aan dat de vlucht om 14:03 uur is aangekomen in Madrid. De aansluitende vlucht UX1093 naar Amsterdam heeft 12 minuten op overstappende passagiers gewacht. Hierdoor hadden de passagiers in kwestie een overstaptijd van 1 uur en 9 minuten. De minimumoverstaptijd (‘MCT’) bedraagt 1 uur. Dit betekent dat de passagiers alsnog voldoende tijd hadden om de aansluitende vlucht te halen. Het was dus niet aan hem te wijten dat de passagiers de aansluitende vlucht hebben gemist, aldus de vervoerder.

De passagiers hebben daar tegenin gebracht dat het na de landing nog een half uur duurde voordat ze het vliegtuig mochten verlaten. Ze zijn toen met een busje naar de terminal gebracht, waar zij nog 20 minuten moesten lopen. Ze hebben daarbij af en toe gerend maar mochten uiteindelijk niet meer instappen op de aansluitende vlucht. Het door de vervoerder genoemde moment waarop de vlucht is aangekomen is niet het moment waarop de deuren ook daadwerkelijk zijn geopend. Bovendien is het door hem genoemde moment van vertrek van de aansluitende vlucht ook niet een tijdstip waarop zij nog in konden stappen. Zo staat op hun instapkaarten dat de gate 15 minuten voor vertrek sluit. Daardoor hadden zij alsnog onvoldoende overstaptijd om de aansluitende vlucht te halen.

De kantonrechter oordeelt dat de passagiers voldoende concreet hebben gesteld en onderbouwd dat zij de aansluitende vlucht hebben gemist door de vertraging van de vlucht in kwestie. De vervoerder heeft dit onvoldoende gemotiveerd betwist. Uit zijn betoog wordt immers niet duidelijk of hij bij de berekening van de resterende overstaptijd rekening heeft gehouden met de tijd tussen de aankomst en het openen van de deuren, met het vervolgens in het vliegtuig moeten wachten door de passagiers en met de tijd tussen het moment van het sluiten van de gate en het tijdstip van vertrek van de aansluitende vlucht. Vanwege het betoog van de passagiers had het op zijn weg gelegen om zijn verweer op dit punt nader te concretiseren. Omdat hij dit heeft nagelaten slaagt zijn verweer niet en kan niet worden geoordeeld dat de passagiers nog voldoende overstaptijd hadden. Het missen van de aansluitende vlucht en de langdurige vertraagde aankomst van de passagiers op de bestemming was het gevolg van de vertraging van de vlucht in kwestie.

Omdat de vervoerder geen ander verweer tegen de gevorderde compensatie heeft gevoerd, zal deze worden toegewezen.

De over de compensatie gevorderde wettelijke rente is eveneens toewijsbaar vanaf het moment waarop de passagiers schade hebben geleden. Dat is de dag waarop zij op de eindbestemming hadden moeten aankomen. Het betreft hier een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze direct opeisbaar is. Het verzuim treedt zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade wordt geleden. De wettelijke rente wordt daarom toegewezen vanaf 25 november 2022.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vervoerder betwist deze vordering. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht.Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.

De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. De passagiers hebben daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Het is niet gesteld of gebleken dat zij dit ook al vanaf een eerdere datum hadden.

De vervoerder zal grotendeels in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 1.417,80, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.200,00 vanaf 25 november 2022, en over € 217,80 vanaf 19 maart 2024, tot aan de dag van voldoening van deze bedragen;

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 135,97;griffierecht € 218,00;salaris gemachtigde € 434,00;

vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 108,50 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.N. Schipper

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand