ECLI:NL:RBNHO:2026:5439

ECLI:NL:RBNHO:2026:5439

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 22-04-2026
Datum publicatie 15-05-2026
Zaaknummer 11484941 \ CV EXPL 25-224
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Luchtvaart. De vervoerder is in verzet gekomen tegen een verstekvonnis waarin hij is veroordeeld om de passagiers te compenseren voor een geannuleerde vlucht. Hij voert aan dat de annulering het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Het verweer slaagt niet omdat hij onvoldoende heeft onderbouwd dat hij de passagiers na de annulering van de vlucht (bij eerste gelegenheid) een vervangende vlucht naar de eindbestemming heeft aangeboden. Daarmee heeft hij niet alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging door de annulering te beperken. Het verzet wordt ongegrond verklaard en het verstekvonnis wordt bevestigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11484941 \ CV EXPL 25-224

Uitspraakdatum: 22 april 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Easyjet Airline Company Limited

gevestigd te Luton, Verenigd Koninkrijkeiser in het verzet

hierna gezamenlijk te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)

tegen

1. [gedaagde 1]

2. [gedaagde 2] beiden wonende te [plaats 1]3. [gedaagde 3]

4. [gedaagde 4] beiden wonende te [plaats 2]

5. [gedaagde 5]wonende te [plaats 3]

gedaagden in het verzet

hierna te noemen: de passagiersgemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)

De zaak in het kort

De vervoerder is in verzet gekomen tegen een verstekvonnis waarin hij is veroordeeld om de passagiers te compenseren voor een geannuleerde vlucht. Hij voert aan dat de annulering het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Het verweer slaagt niet omdat hij onvoldoende heeft onderbouwd dat hij de passagiers na de annulering van de vlucht (bij eerste gelegenheid) een vervangende vlucht naar de eindbestemming heeft aangeboden. Daarmee heeft hij niet alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging door de annulering te beperken. Het verzet wordt ongegrond verklaard en het verstekvonnis wordt bevestigd.

1. Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verstekvonnis van 30 oktober 2024;- de verzetdagvaarding;

- de conclusie van antwoord in het verzet;

- de conclusie van repliek in het verzet;

- de akte gedaagden in het verzet.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 27 juni 2022 vervoeren van Nice, Frankrijk, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht U2 7930 dan wel EZY7930 (hierna: de vlucht).

De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.

De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3. Het geschil

Bij inleidende dagvaarding vorderen de passagiers dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 27 juni 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;- € 226,88 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon. De vorderingen zijn, behalve een gedeelte van de wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten, bij verstek toegewezen.

De vervoerder is tegen het verstekvonnis in verzet gekomen en vraagt om de vorderingen van de passagiers alsnog af te wijzen. Hij voert daartoe aan dat de annulering het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.

4. De beoordeling

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.

De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder, ongeacht of de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, onvoldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging door de annulering te voorkomen en te beperken. Het Hof heeft namelijk geoordeeld dat bij annulering van een luchtvaartmaatschappij mag worden verwacht dat zij alle middelen aanwendt om bij eerste gelegenheid en onder bevredigende voorwaarden redelijk alternatief vervoer voor de passagiers beschikbaar te stellen.

Weliswaar heeft de vervoerder in dit verband (summier) gesteld dat hij de passagiers op de hoogte heeft gesteld van de annulering en dat dit hen in staat heeft gesteld om een alternatieve vlucht te kunnen boeken, maar de passagiers hebben dit gemotiveerd betwist. Zij voeren aan dat de vervoerder passagiers sub 1 en sub 2 geen enkel alternatief heeft aangeboden en passagiers sub 3, sub 4 en sub 5 alleen een alternatieve vlucht die pas vijf dagen later zou vertrekken. Er waren eerdere alternatieven (van andere luchtvaartmaatschappijen) voor hen beschikbaar.

De tegenwerping van de vervoerder dat hij een systeem heeft waarmee de passagiers zich zouden kunnen omboeken op een alternatieve vlucht van iedere andere luchtvaartmaatschappij maakt dit, vanwege de gemotiveerde betwisting door de passagiers, niet anders. Uit deze algemene stelling blijkt immers niet dat hij in dit geval ook aan passagiers sub 1 en sub 2 daadwerkelijk een alternatieve vlucht heeft aangeboden en dat het niet mogelijk was om passagiers sub 3, sub 4 en sub 5 om te boeken naar een eerder alternatief. Het had op zijn weg gelegen om nader en concreter te stellen en te onderbouwen welke alternatieven hij aan de passagiers na de annulering van de vlucht zou hebben aangeboden en op welke manier. Omdat hij dit heeft nagelaten, kan niet worden geoordeeld dat hij alle middelen heeft aangewend om bij eerste gelegenheid redelijk alternatief vervoer voor hen beschikbaar te stellen en heeft hij niet alle redelijke maatregelen getroffen.

Dit betekent dat, ook als de annulering het gevolg zou zijn geweest van buitengewone omstandigheden, de vervoerder de passagiers moet compenseren. Daarmee is de gevorderde compensatie toewijsbaar en kan het verstekvonnis op dit punt in stand blijven. De wettelijke rente over de hoofdsom is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vervoerder betwist deze vordering. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht.Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zijn de buitengerechtelijke incassokosten toewijsbaar en kan het verstekvonnis op dit punt eveneens in stand blijven.

De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de verzetprocedure. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5. De beslissing

De kantonrechter:

verklaart het verzet ongegrond en bevestigt het verstekvonnis van 23 oktober 2024 in de zaak met zaaknummer 11269419 \ CV EXPL 24-5868;

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die tot en met vandaag worden vastgesteld op een bedrag van € 325,50 aan salaris van de gemachtigde van de passagiers, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.W. Koenis

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand