RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11575061 \ CV EXPL 25-1495
Uitspraakdatum: 29 april 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar buitenlands recht
EasyJet Airline Company Limited gevestigd te London Luton Airport, Verenigd Koninkrijk
eiseres in het verzet
hierna gezamenlijk te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)
tegen
1. [gedaagde 1]
2. [gedaagde 2]
beiden pro se en handelend in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van hun minderjarige kind [minderjarige]
allen wonende te [plaats]
gedaagden in het verzet
hierna te noemen: de passagiersgemachtigde: mr. B.W. Floris (Yource B.V.)
De zaak in het kort
De vervoerder is in verzet gekomen tegen een verstekvonnis waarin hij is veroordeeld om de passagiers te compenseren voor een geannuleerde vlucht. Hij voert aan dat de annulering het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Een vlucht die na de vlucht in kwestie was ingepland dreigde door eerdere vertraging het nachtregime van Schiphol te schenden. Dit levert echter geen buitengewone omstandigheid voor de vlucht in kwestie op. In het verstekvonnis werden de passagiers gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van een machtiging om op te treden namens hun kind. Omdat zij deze machtiging in de verzetprocedure wel hebben overgelegd, kunnen zij alsnog ook in zoverre in hun vordering worden ontvangen. Daarom wordt het verstekvonnis vernietigd en worden de vorderingen van de passagiers toegewezen.
Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:- het verstekvonnis van 11 december 2024;
- de verzetdagvaarding;
- de conclusie van antwoord in het verzet;
- de conclusie van repliek in het verzet;
- de akte gedaagden in het verzet.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen en hun kind op 4 september 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Nice, Frankrijk, met vlucht U21753 dan wel EZY1753 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagiers vorderen bij inleidende dagvaarding dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 750,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van het incident tot aan de dag der algehele voldoening;- € 136,12 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon.
Bij verstek zijn de passagiers niet ontvankelijk verklaard, voor zover zij optraden in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers van [minderjarige]. Daarom is de namens haar gevorderde compensatie afgewezen. Daarnaast is de vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten afgewezen. De vorderingen van de passagiers zijn voor het overige toegewezen.
De vervoerder is in verzet gekomen tegen het verstekvonnis en vraagt om de vorderingen van de passagiers alsnog af te wijzen. Hij voert daartoe aan dat de annulering het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
In het verstekvonnis zijn de passagiers niet-ontvankelijk verklaard, voor zover zij optreden in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers van [minderjarige]. Zij hadden bij dagvaarding de daarvoor vereiste machtiging van de kantonrechter niet overgelegd. Bij conclusie van antwoord in het verzet hebben de passagiers deze machtiging alsnog overgelegd. Daarmee zijn zij ook ontvankelijk in de vordering die zij namens [minderjarige] hebben ingesteld.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van een luchtvaartmaatschappij en deze daar ook geen invloed op kon uitoefenen.
De vervoerder voert aan dat de vlucht in kwestie onderdeel was van de rotatievluchten Amsterdam – Split – Amsterdam – Nice – Amsterdam. De vluchten van Amsterdam naar Split en terug werden vertraagd uitgevoerd. Deze vertraging dreigde door te werken op de vlucht in kwestie en de retourvlucht naar Amsterdam. Hierdoor dreigde de vlucht van Nice naar Amsterdam de nachtklok van Schiphol te schenden. Daarop heeft de vervoerder zowel de vlucht van Nice naar Amsterdam als de vlucht in kwestie geannuleerd.
Dit betoog slaagt niet. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vlucht in kwestie niet alsnog, zij het vertraagd, uitgevoerd kon worden. De daarop volgende vlucht van Nice naar Amsterdam zou namelijk het nachtregime schenden en niet de vlucht in kwestie. De stelling dat het toestel en de bemanning nog terug moesten keren naar hun basis in Amsterdam, maakt dit niet anders. Dit zijn immers interne, operationele gronden. Wellicht heeft de vervoerder daarbij keuzes gemaakt die vanuit het oogpunt van zijn onderneming het meest gunstig waren, maar dit ontslaat hem niet van zijn verplichting om gedupeerde passagiers te compenseren. Al met al kon de vervoerder dus zelf invloed uitoefenen op de annulering en was deze daarmee niet het gevolg van buitengewone omstandigheden. De gevorderde compensatie is daarmee toewijsbaar. De over de hoofdsom gevorderde wettelijke rente is als anderszins onbetwist eveneens toewijsbaar.
Omdat de namens [minderjarige] gevorderde compensatie ook toewijsbaar is, kan het verstekvonnis niet in stand blijven. De vorderingen van de passagiers zullen alsnog worden toegewezen.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vervoerder betwist deze vordering. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
De vervoerder zal grotendeels in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.
5. De beslissing
De kantonrechter:
vernietigt het verstekvonnis van 11 december 2024 in de procedure met zaaknummer 11365239 \ CV EXPL 24-7490;en opnieuw beslissend:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 750,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 4 september 2023 tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 135,97;griffierecht € 218,00;salaris gemachtigde € 360,00;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 72,00 aan nakosten;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter