RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11751832 \ CV EXPL 25-3867
Uitspraakdatum: 29 april 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1. [eiser 1]
2. [eiser 2]
3. [eiser 3]
4. [eiser 4]
5. [eiser 5] 6. [eiser 6] allen wonende te [plaats]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
Finnair OYj
gevestigd te Vantaa, Finland
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Teke (Advocatenpraktijk Teke)
De zaak in het kort
De passagiers vorderen compensatie voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Hij voert aan dat de vlucht geannuleerd moest worden vanwege een geplande staking. Door deze staking zou niet geland kunnen worden op de luchthaven van aankomst. Het verweer slaagt en de vorderingen worden afgewezen.
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 1 februari 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Helsinki, Finland, naar Ivalo, Finland, met vluchtcombinatie AY1302 en AY7005.
De vervoerder heeft vlucht AY1302 van Amsterdam naar Helsinki (hierna: de vlucht) geannuleerd.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 2.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de annulering tot aan de dag der algehele voldoening;- € 360,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de nakosten.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per persoon.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van een luchtvaartmaatschappij en de luchtvaartmaatschappij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.
De vervoerder voert aan dat de vlucht geannuleerd moest worden vanwege een geplande staking. Hierdoor werd het aantal vluchten op de luchthaven van Helsinki sterk beperkt. Daarom heeft hij de vlucht preventief geannuleerd. Ter onderbouwing heeft hij onder meer nieuwsartikelen en e-mailberichten van de beheerder van de luchthaven overgelegd.
De passagiers betwisten dit. Zij voeren aan dat ook de piloten van de vervoerder staakten. Dit is een interne omstandigheid. Daarnaast betwisten zij dat de staking de vervoerder ertoe noodzaakte om de vlucht te annuleren.
De vervoerder heeft daar tegenin gebracht dat het ging om een landelijke (politieke) staking waaraan niet alleen piloten, maar ook onder meer beveiligingsmedewerkers en grondpersoneel deelnamen. Dit betekent dat hij, zelfs als hij zijn eigen personeel had kunnen weerhouden om te staken, de vlucht alsnog had moeten annuleren. De beheerder van de luchthaven heeft hem namelijk bericht dat de luchthaven ten tijde van de geplande vertrektijd van de vlucht gesloten zou zijn voor de burgerluchtvaart en dat alleen militaire vluchten zouden worden toegestaan.
Het betoog van de vervoerder slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vlucht geannuleerd moest worden vanwege een geplande staking. Daarnaast heeft hij voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat deze staking niet alleen plaats zou vinden onder zijn eigen personeel maar ook onder het personeel van de luchthaven van Helsinki, zodat de vlucht, ongeacht de beschikbaarheid van zijn eigen personeel, geen doorgang kon vinden. Een dergelijke staking is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft daar ook geen invloed op. Daarom was de annulering het gevolg van buitengewone omstandigheden.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging door de annulering te voorkomen en te beperken. De vervoerder stelt in dit verband dat hij geen maatregelen kon treffen tegen de staking zelf omdat dit een van buiten komende omstandigheid was. Wel heeft hij de passagiers omgeboekt naar een alternatieve vlucht die een dag eerder werd uitgevoerd.
Het verweer slaagt. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van de vervoerder mocht worden verwacht. De passagiers hebben in dit verband ook niets aangevoerd. Daarmee heeft hij alle redelijke maatregelen getroffen. De vorderingen zullen worden afgewezen.
De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
5. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 506,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder, en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 126,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter