RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 12015963 \ CV FORM 25-8477
Uitspraakdatum: 29 april 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
1. [verzoeker 1]
2. [verzoeker 2] beiden wonende te [plaats]
verzoekende partijen
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: Yource B.V.
tegen
KW Malta Airlines Ltd
gevestigd te Luqa, Malta
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
De zaak in het kort De passagiers vragen compensatie en schadevergoeding van de vervoerder voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat hij al heeft betaald. Het verweer slaagt. Het verzoek wordt afgewezen.
1. Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
het vorderingsformulier (formulier A);
het verweerschrift.
2. De feiten
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 31 maart 2025 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Luqa, Malta, met vlucht KL3399 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
De passagiers hebben daarom compensatie en schadevergoeding van de vervoerder verzocht.
3. Het geschil
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 710,54, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 201,56 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Zij stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,-. Daarnaast stellen zij dat zij door de annulering schade hebben geleden omdat zij een nieuwe vlucht moesten boeken. Daarom vragen zij om vergoeding van de kosten daarvan, ter hoogte van € 310,54.
De vervoerder voert verweer. Hij stelt dat hij al (voorafgaand aan deze procedure) heeft betaald.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
De vervoerder stelt dat hij al in juni 2025 een bedrag van € 800,- aan de passagiers heeft betaald vanwege de annulering van de vlucht. Dit bedrag heeft hij overgemaakt naar de bankrekening van de gemachtigde van de passagiers. Ter onderbouwing heeft hij bankafschriften overgelegd.
Het verweer slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij in al juni 2025 een bedrag van € 800,- aan (de gemachtigde van) de passagiers heeft betaald vanwege de annulering van de vlucht. De passagiers hebben het vorderingsformulier op 3 december 2025 ingediend. Het betaalde bedrag is hoger dan de in deze procedure verzochte hoofdsom. Daarmee heeft de vervoerder bevrijdend betaald. Het verzoek zal worden afgewezen.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat zij ongelijk krijgen. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
5. De beslissingDe kantonrechter:
wijst het verzochte af;
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 144,00 aan salaris gemachtigde en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open