RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 12074143 \ CV FORM 26-591
Uitspraakdatum: 6 mei 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
1. [verzoeker 1], wonende te [plaats 1]
2. [verzoeker 2], wonende te [plaats 2]
verzoekende partijen
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Italia Trasporto Aereo S.p.A.
gevestigd te Rome, Italië
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. L. Rietveld (Heussen)
1. Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
het vorderingsformulier (formulier A);
het antwoordformulier (formulier C).
2. De feiten
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 20 juli 2024 vervoeren van Catania, Italië, via Milaan, Italië, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vluchtcombinatie AZ1720 en AZ118.
De vervoerder heeft vlucht AZ1720 van Catania naar Milaan (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben de aansluitende vlucht gemist. De passagiers zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur op de bestemming zijn aangekomen.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 800,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 145,20 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Zij stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per persoon.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de bestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder hen dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de vertraging het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van een luchtvaartmaatschappij en de luchtvaartmaatschappij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.
De vervoerder voert aan dat de vlucht in kwestie onderdeel was van de rotatievlucht Milaan – Linate – Milaan (vluchtnummers AZ1721 en AZ1720). Vlucht AZ1721 van Milaan naar Linate vertrok met 1 uur en 5 minuten vertraging omdat de luchtverkeersleiding een latere vertrektijd aan het toestel oplegde. Deze vertraging werkte met 56 minuten door op de vlucht in kwestie. Vervolgens legde de luchtverkeersleiding ook voorafgaand aan de vlucht in kwestie een latere vertrektijd aan het toestel op. Hierdoor werd de vlucht in kwestie met nog eens 45 minuten vertraagd. Uiteindelijk is de vlucht met 1 uur en 56 minuten vertraging uitgevoerd. Daardoor misten de passagiers de aansluitende vlucht. Ter onderbouwing heeft de vervoerder onder meer schermafdrukken van vluchtrapporten overgelegd.
Het betoog van de vervoerder slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vlucht in kwestie in ieder geval voor de duur van 1 uur en 41 minuten vertraagd werd door (de doorwerking van) latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Als de luchtverkeersleiding een toestel een latere vertrektijd oplegt, heeft dit niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten immers altijd worden opgevolgd. Dit is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij had hier ook geen invloed op. Daarmee was de vertraging van de vlucht grotendeels het gevolg van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Vast staat dat de passagiers een overstaptijd hadden van een uur. Dit betekent dat zij door dit gedeelte van de vertraging de aansluitende vlucht hebben gemist. De langdurig vertraagde aankomst op de eindbestemming was dan ook het gevolg van buitengewone omstandigheden.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. De vervoerder stelt in dit verband dat hij de passagiers na het missen van de aansluitende vlucht heeft omgeboekt op de eerst beschikbare alternatieve vlucht naar de eindbestemming.
Het verweer slaagt. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van de vervoerder mocht worden verwacht. De passagiers hebben in dit verband ook niets aangevoerd. Daarmee heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen getroffen. Het verzoek zal worden afgewezen.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat hij ongelijk krijgt. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
5. De beslissing
wijst het verzochte af;
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 144,00 aan salaris gemachtigde en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;
verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Kleij, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open