RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11842863 \ CV EXPL 25-5374
Uitspraakdatum: 6 mei 2026
Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Maatschap [eiser], handelende onder de naam [bedrijf]
te [plaats 1]
de eisende partij
gemachtigde: Armaere B.V.
tegen
[gedaagde]
te [plaats 2]
de gedaagde partij
niet verschenen
1. De procedure
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
2. De beoordeling
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 179,51 aan hoofdsom, vermeerderd met rente, buitengerechtelijke kosten en de proceskosten.
De geneeskundige behandelingsovereenkomst die aan de vordering ten grondslag ligt is gesloten tussen de eisende partij als handelaar en de gedaagde partij als consument. In dat geval moet ambtshalve, dus ook als dat door partijen niet aan de orde is gesteld en/of de vordering is erkend, worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht.
Informatieplichten
Ambtshalve toetsing van informatieplichten is hier niet aan de orde, omdat een geneeskundige behandelingsovereenkomst op grond van artikel 6:230h lid 2 sub d van het Burgerlijk Wetboek (BW) is uitgezonderd van toetsing.
Het prijsbeding
Het prijsbeding moet wel ambtshalve getoetst worden aan de Richtlijn oneerlijke bedingen 93/13/EEG. Op grond van artikel 4 lid 2 van deze richtlijn zijn kernbedingen (zoals het prijsbeding) echter uitgesloten van toetsing op oneerlijkheid mits deze transparant zijn.
In de toepasselijke algemene voorwaarden staat dat de kosten van de behandeling(en) door de eisende partij worden berekend overeenkomstig de geldende tarievenlijst, zoals deze door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is vastgesteld en gepubliceerd.
De kantonrechter oordeelt dat dit prijsbeding niet transparant is, omdat daarin een vindplaats naar de toepasselijke tarievenlijst van de NZa ontbreekt. Bovendien is het maar de vraag of de patiënt in staat is om op basis van deze tarievenlijst de prijs voor de behandeling vast te stellen. Echter, omdat de eisende partij de behandelingskosten berekent aan de hand van de door de NZa vastgestelde tarieven is naar het oordeel van de kantonrechter per definitie geen sprake van een oneerlijk beding. Het prijsbeding wordt dus in stand gelaten.
De algemene voorwaarden
De kantonrechter is ook gehouden om ambtshalve onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
Op de overeenkomst(en) zijn de ‘Betalingsvoorwaarden praktijk’(hierna: de praktijkvoorwaarden) en de ‘Betalingsvoorwaarden tandheelkundige zorg’ van de KNMT uit 2023 (hierna: de KNMT-voorwaarden) van toepassing verklaard.
In de praktijkvoorwaarden staat een rente- en incassokostenbeding. Dat luidt als volgt:
‘Wij verwachten dat u de rekening betaalt vóór de vervaldatum zoals vermeld op de rekening. Als u de rekening niet voor de vervaldatum heeft betaald, dan bent u in verzuim zonder dat daarvoor een nadere ingebrekestelling is vereist. Mocht u onverhoopt de kosteloze herinnering onbeantwoord laten maken we voor een buitengerechtelijke incassotraject gebruik van Payt debiteurenbeheer. Daarbij zullen ook wettelijke rente en incassokosten in rekening worden gebracht.’
In voornoemd beding wordt ten nadele van de consument afgeweken van het bepaalde in artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De tekst van het beding biedt de eisende partij namelijk de mogelijkheid om na elke aanmaning zonder verdere termijn al incassokosten in rekening te brengen, terwijl de wettekst voorschrijft dat de incassokosten pas ná het verstrijken van de in de veertiendagenbrief genoemde termijn verschuldigd zijn. Contractuele afwijking van dwingendrechtelijke bepalingen is, op grond van het arrest van de Hoge Raad van 10 februari 2023 onredelijk bezwarend in de zin van art. 6:233, aanhef en onder a, BW en daarmee oneerlijk in de zin van de richtlijn. Daarnaast is de in dit beding opgenomen vergoeding niet begrensd in omvang en daarmee mogelijk hoger dan de vergoeding conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat dit beding daardoor aanzienlijk ten nadele van consumenten afwijkt van de wettelijke regeling over de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten.
De kantonrechter is daarom voornemens om het incassokostenbeding te vernietigen en de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten af te wijzen. De eisende partij zal in de gelegenheid worden gesteld om zich hierover uit te laten.
Het bovengenoemde beding bevat ook een rentebeding. Dat is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
Ook de KNMT-voorwaarden bevatten een incassokostenbeding. Dat luidt als volgt:
‘9. Indien de patiënt niet binnen 30 dagen na de notadatum heeft betaald, is hij in verzuim zonder dat daartoe nadere ingebrekestelling is vereist. De patiënt ontvangt een betalingsherinnering.
10. Indien de patiënt niet binnen 14 dagen na de datum van de betalingsherinnering heeft betaald, is de zorgverlener gerechtigd incassomaatregelen te treffen dan wel derden daarmee te belasten. Vanaf dat moment is de patiënt per maand of een gedeelte daarvan de wettelijke rente verschuldigd, berekend over de periode van verzuim.
11. Indien de zorgverlener een tweede en eventuele daaropvolgende betalingsherinnering stuurt, is de zorgverlener gerechtigd kosten in rekening te brengen.
12. Alle gerechtelijke en/of buitengerechtelijke incassokosten, die verband houden met het innen van gedeclareerde bedragen, komen voor rekening van de patiënt. De buitengerechtelijke incassokosten worden vastgesteld conform het Besluit Vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. BTW die in verband met incassowerkzaamheden aan de zorgverlener in rekening wordt gebracht, zal worden doorberekend aan de patiënt.’
Ook in dit beding wordt ten nadele van de consument afgeweken van het bepaalde in artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De tekst van het beding biedt de eisende partij namelijk de mogelijkheid om 14 dagen na de datum van de betalingsherinnering al incassokosten in rekening te brengen, terwijl de wettekst voorschrijft dat de incassokosten pas ná het verstrijken van de in de veertiendagenbrief genoemde termijn verschuldigd zijn. De termijn vangt aan vanaf het moment dat de gedaagde partij de veertiendagenbrief heeft ontvangen. Contractuele afwijking van dwingendrechtelijke bepalingen is, op grond van het arrest van de Hoge Raad van 10 februari 2023 onredelijk bezwarend in de zin van art. 6:233, aanhef en onder a, BW en daarmee oneerlijk in de zin van de richtlijn.
De kantonrechter is daarom voornemens om dit incassokostenbeding te vernietigen en de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten ook om deze reden af te wijzen. De eisende partij zal in de gelegenheid worden gesteld om zich hierover uit te laten.
Artikel 10 van de KNMT-voorwaarden is ook een rentebeding. Dat is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
Conclusie
De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel omtrent de oneerlijkheid van de hiervoor genoemde bedingen.
Als aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die hij geraden acht.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3. De beslissing
De kantonrechter:
verwijst de zaak naar de rol van 3 juni 2026 om de eisende partij in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel zoals hiervoor is overwogen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter