uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 mei 2026 in de zaak tussen
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: dhr. Y. Mezouari ),
en
de inspecteur van de Douane, verweerder.
Inleiding
In deze uitspraak oordeelt de rechtbank of het beroep van eiser inhoudelijk wordt behandeld (ontvankelijk is), en zo ja, of het bezwaar van eiser inhoudelijk behandeld had moeten worden door verweerder.
Verweerder heeft aan eiser een naheffingsaanslag opgelegd over de periode van 1 januari 2018 tot en met 3 juni 2022 van in totaal € 71.222, bestaande uit € 59.272 aan tabaksaccijns, € 5.925 aan bestuurlijke boete en € 6.025 aan belastingrente. De dagtekening van deze aanslag was 13 augustus 2023.
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar met dagtekening 24 juni 2024 het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser heeft bij brief gedateerd 10 september 2024, ingekomen bij de rechtbank op 17 september 2024, beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van 24 juni 2024. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer HAA 24/6483.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 april 2026 te Haarlem
Namens eiser zijn verschenen [eiser] , bijgestaan door Y. Mezouari (boekhouder) en [naam 1] (beheerder [eiser] ).
Namens verweerder zijn verschenen mr. [naam 2] en [naam 3] .
OverwegingenFeiten
Het geschil
Juridisch kader
Beoordeling van het geschil
Slotsom
Proceskosten
12. Tussen partijen is in geschil of het beroep van eiser met zaaknummer HAA 24/6483 ontvankelijk is, en zo ja, of het bezwaar ontvankelijk is.
12. Eiser voert aan dat zijn beroepschrift van 10 september 2024 een vervolg is op het beroepschrift dat hij op 2 augustus 2024 naar de rechtbank heeft gestuurd. Dat eerdere beroepschrift was tijdig. Het is op 6 augustus 2024 door de rechtbank ontvangen. In september 2024 heeft de rechtbank echter een brief verzonden dat het beroepschrift onbestelbaar is geretourneerd. Daarom heeft eiser op 10 september 2024 nogmaals het beroepschrift verzonden. Eiser meent dat de overschrijding van de beroepstermijn verschoonbaar is, dat het beroep van 10 september 2024 ontvankelijk is en inhoudelijk door de rechtbank dient te worden behandeld. Ten aanzien van de uitspraak op bezwaar voert eiser aan dat verweerder het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat de termijnoverschrijding wegens ziekte verschoonbaar is.
12. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het beroep niet-ontvankelijk is. En indien het beroep wel ontvankelijk zou zijn, dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
15. Voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift geldt op grond van artikel 6:7 van de Awb een termijn van zes weken. Deze termijn vangt op grond van artikel 6:8, eerste lid, van de Awb aan met ingang van de dag na die van dagtekening van de uitspraak. Een bezwaar- of beroepschrift is op grond van artikel 6:9, eerste lid, van de Awb tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. Op grond van het tweede lid geldt dat bij verzending per post een bezwaar- of beroepschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
15. Ingevolge artikel 6:11 van de Awb blijft ten aanzien van een na de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift de niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Of dit het geval is, moet per geval worden beoordeeld, waarbij het erop aankomt of van de eiser onder de gegeven omstandigheden in redelijkheid kon worden gevergd om tijdig bezwaar of beroep in te stellen.
17. De uitspraak op bezwaar met dagtekening 24 juni 2024 is per e-mailbericht van 24 juni 2024 aan eiser bekend gemaakt. De termijn van 6 weken waarbinnen beroep kan worden ingediend is gestart op 25 juni 2024 en loopt tot en met 5 augustus 2024. Gelet op artikel 6:9 van de Awb is het beroep met dagtekening 10 september 2024 en als brievenbuspakje aangeboden ter post aangeboden op 13 september 2024, te laat ingediend.
17. Eiser betoogt dat het beroepschrift met dagtekening 10 september 2024 hetzelfde beroep betreft als het beroep dat namens hem is ingediend op 2 augustus 2024 en dat de rechtbank ten onrechte als onbestelbaar heeft geretourneerd. Eiser onderbouwt dit met een kopie van een geretourneerde aangetekende enveloppe (zie overweging 13).
17. De rechtbank volgt dit niet. Het beroep met dagtekening 2 augustus 2024 is door de rechtbank ontvangen op 6 augustus 2024 en is onder zaaknummer HAA 24/4665 geregistreerd (zie overweging 6). In die beroepsprocedure heeft de rechtbank diverse aangetekende brieven naar het door de gesteld gemachtigde opgegeven adres gestuurd, die als onbestelbaar en niet afgehaald naar de rechtbank zijn geretourneerd. De rechtbank verstuurt een dergelijke onbestelbaar retour gestuurde aangetekende brief dan opnieuw per gewone post, met een kopie van de enveloppe van de retour gestuurde brief die door de rechtbank aangetekend is verzonden. Op de door de gemachtigde van eiser overgelegde kopie van de enveloppe (zie overweging 13) is zaaknummer HAA 24/4665 vermeld. Het is dus de kopie van een naar de rechtbank retour gekomen enveloppe van een niet afgehaalde aangetekende verzending aan de gesteld gemachtigde van eiser, die de rechtbank in het beroep met nummer HAA 24/4665 per gewone post naar het opgegeven adres heeft verzonden. De aanduiding op de enveloppe “ [adres 3] 30-AUG [# 3] [naam firma] Overname: 15Aug” wijst daar ook op. Eiser heeft dus niet bewezen dat het beroepschrift met dagtekening 2 augustus 2024 door de rechtbank als onbestelbaar is geretourneerd, zodat de rechtbank dit niet als reden voor een verschoonbare termijnoverschrijding voor het beroepschrift met dagtekening 10 september 2024 accepteert.
17. Ten overvloede overweegt de rechtbank als volgt. De door eiser aan de rechtbank onder vermelding van “Beroepschrift” gestuurde brief gedateerd 10 september 2024 is door eiser ondertekend, bevat zijn naam en adresgegevens en een kopie van het bestreden besluit (de uitspraak op bezwaar met dagtekening 24 juni 2024). In de brief gedateerd 10 september 2024 is geen melding gemaakt van een eerder ingediend beroep of een herstel-verzuimbrief van de rechtbank. Deze brief kan daarom niet worden aangemerkt als herstel van de in de herstel-verzuimbrief van 13 augustus 2024 genoemde verzuimen in het beroep met zaaknummer HAA 24/4665. Bovendien was de gesteld gemachtigde van eiser in de gelegenheid gesteld de gebreken binnen vier weken te herstellen, dus uiterlijk 10 september 2024. De brief gedateerd 10 september 2024 is buiten deze fatale termijn aangeboden ter post, namelijk op 13 september 2024 (zie overweging 7), en door de rechtbank ontvangen op 17 september 2024.
17. Verder leest de rechtbank de brief met dagtekening 14 mei 2025 (zie overweging 12) niet als een (laattijdig) verzet tegen de uitspraak in het beroep met zaaknummer HAA 24/4665. Die brief vermeldt zaaknummer HAA 24/6483 DKACC en niet zaaknummer HAA 24/4665.
17. De rechtbank stelt vast dat het beroep met zaaknummer HAA 24/6483, gericht tegen de uitspraak op bezwaar van 24 juni 2024, niet binnen de wettelijke termijn van zes weken is ingesteld, en dat geen reden is gegeven die maakt dat deze termijnoverschrijding verschoonbaar is. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is vanwege termijnoverschrijding.
23. Omdat het beroep buiten de daarvoor gestelde termijn is ingediend, is het beroep niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk gaat behandelen. Hieruit volgt dat de uitspraak op bezwaar in stand blijft.
24. Er bestaat geen aanleiding voor vergoeding van de proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door en mr. C.A. Schreuder, rechter, in aanwezigheid van drs. M.A.J. Arts, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2026.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de douanekamer van het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam, waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.